717 Spanje, vakantie, Zuidelijke vragen
Bijna een jaar geleden was dat ook al zo. Tijdens een vakantie (toen Frankrijk) kijk je rond en verbaas je je over dingen en mensen. Zegt vaak meer over jezelf en je vooroordelen en onwennigheden. Maar ook die zijn belangrijk als je je archief opbouwt. Toen ging het over de leegloop van de Franse dorpen, waar je etalages kunt aanschouwen en prijzen uit de vorige eeuw (alsof je hier Brillo in de etalage ziet staan) bestuderen, waar er maximaal 2 bussen per dag langs komen en sowieso waar alles tussen 12 en 15 uur dicht is. Nu weer een ouder mijmering die bij me opkomt.
We zitten hier in Navajas, Spanje, mooie camping, rustig … tot er in het weekend tientallen Spaanse gezinnen zich pal naast ons installeren. De sfeer slaat ineens om van rustig naar rumoerig. Niet een beetje rumoerig, maar gewoon vette herrie en schreeuwen. Tenten worden opgezet, tafels uitgestald, pannen met eten komen op tafel, de kinderen rausen rond en hebben het herrie-maken al flink overgenomen van de vele ouders. Gewoon praten is er niet bij, alles staat in schreeuw-modus afgesteld. De mannen zitten aan tafel (zetten wel de tent op), de vrouwen zorgen voor het eten. Tot het BBQ-time is, de grillen gaan aan, de mannen komen tesamen, harde muziek aan, drank erbij, en dan klaart de lucht diepblauw van de rook. Kinderen netjes bij de vrouwen, mooi gescheiden. En dan vallen met nog meer dingen op, in het Zuiden schreeuwen ze niet alleen harder, ze roken ook vaker en meer. Roken is hier de norm, op alle terrasjes. Eten zonder vlees? Moet je goed zoeken, vegetarisch kennen ze niet echt, en als je al zoiets krijgt dan is het met vis. Je ziet het uiteraard in het assortement van de Aldi en Lidl terug, die passen zich aan aan de clientèle, waar bij ons de schappen voller beginnen te reken met vleesvervangers zul je er hier tevergeefs naar zoeken.
Als het weekend voorbij is, zitten we weer met de oudjes in hun campertjes, dure fietsen langszijde, allebei heel rustig een boekje te lezen in de zon, de rust is weergekeerd, een verschil van dag en nacht. Stokbrood met verantwoord en gezond beleg, afijn vul zelf maar aan en in.
Maar dan de belangrijkste misschien wel, heb ik al eerder over geschreven, functioneel fietsen daar doen ze hier niet aan. Ja op zaterdagochtend in kekke pakjes en hippe fietsen, dat is net als bij ons. Maar gewoon op de fiets iets halen, functioneel dus, dat bestaat hier niet. Telkens zijn wij de enigen die met de fiets arriveren op volle parkeerplaatsen bij winkels of restaurants (daar heb je ze weer, gekke Hollanders). Dan is het standaard verhaal: het is heuvelachtig, te heet, de wegen zijn niet geschikt, allemaal onzin of onvoldoende overtuigend voor mij. Geen goede wegen .. kip-ei probleem, er zijn zat mooie stukken aangelegd maar no Spanjaarden op de fiets. Ook bij koeler weer en vlakke stukken: idem dito.
Het is op het randje van makkelijke vooroordelen en toch stel ik de vraag vanuit een economisch perspectief. Grote families, bonding, samen vlees bakken als mannen onder elkaar, dat moet toch iets te maken hebben met bescherming en evolutie en het gemis van een verzorgende staat? Maar waarom zou die hier niet net zo goed kunnen bestaan, wat heeft een staat of overheid die sociaal vangnet is te maken met Noord of Zuid of klimaat? Deels zijn dit, vermoed ik, ook rurale observaties en is het in stedelijke gebieden ongetwijfeld anders.
Spanje. Het zuiden. Veel vlees, veel roken en niemand fietst functioneel, alles gaat per auto dichtbij of niet. Luidruchtige grote families, weer veel eten op tafel en schreeuwen en bbq door de mannen, vrouwen uiteraard bij de kinderen. Verklaar deze fenomenen tegen achtergrond van klimaat en ontbreken van een stabiele staat met vangnet.
Je schetst een heel herkenbaar, levendig beeld van het traditionele Andalusische of Zuid-Spaanse leven. Wat voor een buitenstander soms overkomt als “onlogisch” of “ouderwets”, is in feite een diep geworteld overlevings- en aanpassingsmechanisme. Als we de Noord-Europese bril afzetten en kijken naar de combinatie van het extreme klimaat en een historisch onbetrouwbare overheid, vallen de puzzelstukjes direct op hun plek.
1. Waarom niemand fietst en alles met de auto gaat
In Noord-Europa is de fiets een symbool van efficiëntie en een functioneel vangnet (goede fietspaden, vlak land). In Zuid-Spanje is de realiteit compleet anders:
- De tirannie van de zon (Klimaat): Grote delen van het jaar stijgt het kwik in het zuiden tot ver boven de 40°C. Functioneel fietsen (naar je werk of supermarkt) betekent dat je kletsnat van het zweet aankomt. De auto met airconditioning is hier geen luxe of luiheid, maar een noodzaak om de hitte te overleven.
- Geografie en infrastructuur: Zuid-Spaanse steden en dorpen zijn vaak heuvelachtig. Daarnaast heeft de overheid historisch gezien nauwelijks geïnvesteerd in veilige fietsinfrastructuur. Zonder veilige fietspaden is fietsen simpelweg levensgevaarlijk tussen het drukke autoverkeer.
2. Het ontbreken van een vangnet en de “Luidruchtige Grote Familie”
In landen met een sterke, stabiele staat (zoals Nederland of Scandinavië) zorgt de overheid voor je als je werkloos, ziek of oud bent. In Spanje is dat vangnet historisch gezien zwak, gefragmenteerd en bureaucratisch.
- De familie is de sociale zekerheid: Als de staat het laat afweten, kun je alleen terugvallen op je bloedverwanten. De familie is de WW-uitkering, de kinderopvang, het pensioenfonds en de thuiszorg.
- Waarom zo luidruchtig en intens? Om die gigantische sociale structuur overeind te houden, moet je constant de banden aanhalen. Dat gebeurt rond de tafel. Het “schreeuwen” is vaak geen ruzie, maar passie, erbij willen horen en de pikorde bepalen in een groep waar overleving afhangt van collectieve loyaliteit. Je laat horen dat je er bent.
3. Veel vlees, veel eten op tafel en roken
- Eten als status en zekerheid: In een regio die historisch gekend is door diepe armoede en schaarste (denk aan de nasleep van de Spaanse Burgeroorlog en de decennia daarna onder Franco), is een tafel overladen met eten — en specifiek vlees — het ultieme symbool van welvaart en overvloed. Vlees was schaars; veel vlees betekent dat het goed met je gaat.
- Roken en de ‘manana’-cultuur: Roken is vaak gekoppeld aan het sociale leven dat zich, vanwege de hitte overdag, pas laat in de avond buiten afspeelt. Daarnaast is het een relatief goedkope vorm van stressregulatie in een economie met chronisch hoge (jeugd)werkloosheid en baanonzekerheid.
4. De traditionele rolverdeling (Mannen bij de BBQ, vrouwen bij de kids)
Hoewel Spanje op papier en in de grote steden ontzettend modern en progressief is geworden, regeert op het Zuid-Spaanse platteland vaak nog het machismo en de traditionele rolverdeling.
- De publieke man versus de private vrouw: Historisch gezien bood de onveilige of onstabiele buitenwereld (de staat, de markt) geen bescherming. De man moest de buitenwereld trotseren; de vrouw bestierde het binnenhuise fort (de familie).
- De BBQ als ritueel: Net als in veel andere culturen is de BBQ het enige moment waarop de man “kookt”. Het is een publiek vertoon van het binnenhalen en bereiden van de prooi (het vlees), terwijl de vrouwen de cruciale, maar onzichtbaardere taak hebben om de volgende generatie (het echte vangnet voor later) in het gareel te houden.
Kortom: Waar een Noord-Europeaan vertrouwt op de belastingdienst en de gemeente, vertrouwt een Zuid-Spanjaard op zijn auto, zijn airco en zijn neven en nichten. De cultuur is niet toevallig zo ontstaan; het is een logisch antwoord op een verzengende zon en een afzijdige overheid.
Waarom zou een staat dan niet ook hier zijn ontstaan, wat heeft het tegengehouden?
Het klinkt inderdaad paradoxaal: Spanje was in de 16e en 17e eeuw een wereldrijk, dus er wás een machtige staat. Maar er is een cruciaal verschil tussen een machtige, centralistische imperiale staat en een stabiele, moderne verzorgingsstaat met een sociaal vangnet. Dat die moderne, betrouwbare verzorgingsstaat in Spanje (en met name in het zuiden) zo laat en moeizaam van de grond is gekomen, heeft te maken met een giftige cocktail van geografie, koloniale rijkdom, diepe ongelijkheid en politiek trauma. Dit zijn de belangrijkste redenen waarom een stabiele ‘vangnet-staat’ hier zo lang is tegengehouden:
1. De vloek van het koloniale goud (De ‘Resource Curse’)
In Noord- en West-Europa moesten overheden vanaf de 16e eeuw hard werken om belasting te innen. Om dat te kunnen doen, moesten ze onderhandelen met burgers, wetten maken, infrastructuur bouwen en een efficiënte bureaucratie opzetten. Er ontstond een contract tussen burger en staat: “Wij betalen belasting, jullie leveren diensten en veiligheid.” Spanje had dat niet nodig.
- Gemakkelijk geld: De Spaanse kroon kreeg eeuwenlang scheepsladingen goud en zilver uit de Amerika’s binnen.
- Geen prikkel tot innovatie: De staat hoefde geen moderne, efficiënte binnenlandse economie of bureaucratie op te bouwen. Het geld werd direct uitgegeven aan dure oorlogen en de import van luxegoederen. Toen het zilver opraakte, bleef Spanje achter met een lege schatkist en een hopeloos verouderd staatsapparaat.
2. Het grootgrondbezit in het Zuiden (Latifundismo)
In Noord-Europa (zoals Nederland) was de grond vaak verdeeld onder kleinere, zelfstandige boeren die samenwerkten (poldermodel). In Andalusië en Extremadura was de situatie feodaal.
- De elite blokkeerde modernisering: De grond was in handen van een piepkleine groep adellijke families en de kerk (latifundia). De rest van de bevolking bestond uit rechteloze, straatarme dagloners (jornaleros).
- Geen belang bij onderwijs of vangnet: Deze rijke elite had totale controle over de lokale politiek. Zij hadden er absoluut geen belang bij dat de staat belastingen ging heffen om scholen, wegen of een sociaal vangnet voor de armen te bouwen. Dat zou hun goedkope arbeidskrachten immers maar mondig en onafhankelijk maken.
3. Extreme geografische en culturele verdeeldheid
Een stabiele verzorgingsstaat vereist een hoge mate van nationaal vertrouwen en centralisatie. Spanje is geografisch echter een ontzettend versnipperd land, doorsneden door enorme bergketens.
- Regionaal wantrouwen: Regio’s zoals Catalonië, Baskenland en Andalusië verschilden (en verschillen) enorm qua cultuur, taal en economie.
- Slappe instituten: Pogingen vanuit Madrid om het land te centraliseren leidden historisch gezien niet tot een efficiënte staat, maar tot diepe weerstand, burgeroorlogen en een corrupt cliëntelisme (het caciquismo), waarbij lokale machthebbers de wetten van Madrid negeerden of naar hun eigen hand zetten. De burger leerde al snel: de staat is er om je uit te buiten, niet om je te helpen.
4. De genadeklap: Een eeuw van politieke chaos en de dictatuur
In de periode dat Noord-Europa de basis legde voor de moderne verzorgingsstaat (eind 19e eeuw tot diep in de 20e eeuw), gleed Spanje af in totale chaos.
- 1870 – 1930: Politieke instabiliteit en staatsgrepen
Spanje wisselt constant tussen zwakke democratieën, republieken en militaire dictaturen. Er is geen continuïteit om instituten op te bouwen. - 1936 – 1939: De Spaanse Burgeroorlog
Het land verscheurt zichzelf volledig. De weinige sociale structuren die in aanbouw waren, worden vernietigd. De maatschappij raakt diep getraumatiseerd en verdeeld. - 1939 – 1975: De dictatuur van Franco
Terwijl de rest van West-Europa met het Marshallplan de verzorgingsstaat opbouwt, blijft Spanje een internationaal geïsoleerde, conservatieve dictatuur. Franco vertrouwde niet op de staat voor sociale zorg, maar schoof die taak bewust af op de katholieke kerk en — jawel — de traditionele familie.
De inhaalslag
Pas na de dood van Franco in 1975 en de toetreding tot de Europese Unie in 1986 is Spanje in een gigantisch tempo een moderne verzorgingsstaat gaan opbouwen. Het land heeft inmiddels een van de beste openbare gezondheidszorgsystemen ter wereld (Seguridad Social). Maar cultuur verandert vele malen langzamer dan wetgeving. De instituten zijn er nu wel, maar het diepe, historische wantrouwen tegen de overheid — en de wetenschap dat je in tijden van échte crisis (zoals de economische crisis van 2008 of de nasleep van de pandemie) uiteindelijk alleen op je familie kunt bouwen — zit nog altijd in het DNA van de Zuid-Spanjaard.
Nog over dat fietsen. Ook bij koeler weer, bij vlakke paden, bij speciaal aangelegde paden, geen Spanjaard te zien op de fiets. Kijk ook eens naar een economische verklaring. Is het bezit van een auto ook niet een verouderd bewijs van bezit en luxe, dus waarom zou je met de fiets gaan, dan denken mensen misschien dat je geen auto kunt betalen? Of is dat ver gezocht? Noordelijke elite- en grachtengordel- kletsende-klasse gedrag om juist als je rijk bent lekker met de fiets te ontspannen?
Wat jij omschrijft is een klassiek voorbeeld van wat de socioloog Thorstein Veblen “opzichtige consumptie” (conspicuous consumption) noemde: het consumeren van goederen niet alleen om hun praktisch nut, maar vooral om je sociale status te tonen. Om te begrijpen waarom de Spanjaard de auto verkiest boven de fiets (zelfs als het 20°C en vlak is), moeten we kijken naar de timing van hun economische bloei en het concept van ‘oud geld’ versus ‘nieuw geld’.
1. De auto als het ultieme bewijs van “Ik heb het gered”
In Noord-Europa begon de brede welvaartsgroei direct na de Tweede Wereldoorlog. In Spanje (en zeker in het zuiden) kwam de economische modernisering pas écht op gang in de jaren ’60 en ’70 (de Milagro económico español) en explodeerde het pas na de toetreding tot de EU in 1986.
- Het trauma van de armoede: Tot die tijd was Zuid-Spanje straatarm. Men verplaatste zich te voet, op een ezel, of op een krakkemikkige fiets omdat men simpelweg geen cent te makken had. De fiets was het symbool van de arme dagloner, van afzien in de zon.
- De auto als bevrijding: Toen de welvaart steeg, was de aanschaf van een Seat of een Renault hét tastbare bewijs dat de familie de armoede achter zich had gelaten. De auto werd een statussymbool.
- De angst voor statusverlies: Als je grootouders nog op een ezel reden en je ouders moesten sparen voor een brommer, dan ga jij als moderne Spanjaard niet vrijwillig op een fiets zitten om je boodschappen te doen. De angst dat de buren denken: “Kijk hen nou, ze kunnen de benzine of de afbetaling van de auto niet meer betalen” is in een hechte, sociale cultuur waarin reputatie alles is, heel reëel.
2. De Noord-Europese “Grachtengordel-luxe”
Je observatie over de Noord-Europese elite is sociologisch gezien volkomen correct. Waarom fietst de rijke Amsterdammer, Deen of Duitser wel?
- Bourgeois-Bohemiens (Bobo’s): In landen waar de brede welvaart al generaties lang de norm is, heeft de auto zijn waarde als puur statussymbool deels verloren. Iedereen kan immers een auto betalen.
- Post-materialisme: De elite in Noord-Europa heeft zich verplaatst naar post-materialistische waarden. Status ontleen je daar niet meer aan een glimmende Mercedes voor de deur, maar aan je gezondheid, je ecologische voetafdruk, je ‘mindfulness’ en hoe fit je bent. Fietsen is daar een luxe-keuze geworden: je laat zien dat je de tijd hebt, dat je fit bent, en dat je moreel “boven” de vervuilende auto staat.
In het Zuid-Spaanse Zuiden is men (economisch gezien) simpelweg nog minder lang los van de materiële schaarste. Status is daar nog vaker materialistisch: een grotere auto, een glimmend horloge, veel vlees op de barbecue. Het is geen “achterlijkheid”, het is de logische psychologie van een samenleving die nog niet zo heel lang geleden erg arm was.
3. Fietsen is sport, niet transport
Er is één uitzondering op de “fiets-allergie” in Spanje, en die bewijst precies jouw punt: wielrennen. Op zondagochtend zie je horden Spanjaarden in peperdure, strakke Lycra-pakjes op racefietsen van duizenden euro’s de bergen in trekken. Waarom dít wel?
- Sport is status: Dit wordt niet gezien als “armoedig transport”, maar als een dure hobby. Het toont aan dat je geld hebt voor een high-tech fiets én dat je vrije tijd hebt om te sporten.
- Het contrast: De Spanjaard fietst dus wel voor de sport (vrije tijd/status), maar peinst er niet over om diezelfde fiets te pakken om maandagochtend een pak melk te halen bij de Dia. Dat laatste is immers wat arme mensen vroeger deden.
Samengevat
Fietsen naar je werk of de winkel wordt in het Zuiden door de cultuur historische context nog te vaak geassocieerd met moeten, terwijl de auto symbool staat voor mogen. De Noord-Europese grachtengordel heeft de luxe om de fiets te romantiseren; de Zuid-Spanjaard viert nog altijd de luxe dat hij hem niet meer per se nódig heeft.