711 Van simpele economie naar MGA naar (bierviltjes-) MKBA
Economen snappen de werkelijkheid meestal slecht, althans ze hebben een wat verwrongen kijk op die werkelijkheid. Het hele leven als een dans rond schaarste en prijzen, ontdaan van alle emotie en zachtheid. Ik zeg er meteen bij (zie eerder blogs voor mijn hybride worsteling met economen) dat het ook verdomd vaak wél spoort met wat je ziet als je denkt als een econoom, maar dat terzijde. Een agent handelt naar zijn eigen belang en is in die zin een egoïste calculator. Maar je kunt het breed bekijken: die agent kijkt wel degelijk naar wat zijn gedrag met anderen doet als dat voor hem relevant is. En hij kijkt niet alleen naar geld maar naar ‘nut’ oftewel alles wat hem deert. Dus zachte elementen als gemak, welbevinden, geen gedoe … het is allemaal relevant. In de economische modellen weet die agent alles: dus hij kan en zal rekening houden met alle effecten nu en in de toekomst op een rationele manier, hij zal geen dingen doen tegen zijn welbegrepen eigenbelang in. Dus als je echt een goed model zou maken zou elke entiteit daar naar zichzelf en de omgeving kijken, naar kortere en langere termijn, naar geld en naar zachtere zaken, en zo in samenhang tot beslissingen komen en bijsturen op nieuwe informatie. Een econoom zou daar niet tegen zijn, alleen is het lastig rekenen en moet er water bij de wijn.
Volgens deze brede redenering kwam ik gedurende mijn werkzame leven uit op de MGA-methode die ditzelfde format eigenlijk op een andere manier toepast (althans zo heb ik het altijd willen lezen). Niet met rekenmodellen maar met gesprekken, belangen, onderhandelingen, feiten. De partijen in kaart brengen, de belangen in beeld brengen, zoeken naar overstijgende oplossingen die elke partij voor zich niet kan zien omdat daar interactie en dialoog voor is vereist. De zoekruimte vergroten, partijen breder en verder laten kijken, maar ‘eigenbelang’ speelt nog steeds een grote rol. Nog weer iets later hebben Stijn en ik (min of meer onbewust) de partijen-belangen-opzet van MGA uitgewerkt naar een ‘beslisboom’ en belangenmatrix waarbij we zowel geldbedragen als zachtere elementen voor alle partijen in de tijd gingen plotten. Zo’n matrix werd dan gebruikt om samen in te vullen, te bespreken en op zoek te gaan naar manieren om het ‘surplus’ te herverdelen. Zo’n belangenmatrix lijkt dan weer behoorlijk op wat veel economen kennen als een MKBA, een Maatschappelijke Kosten Baten Analyse. Daarom noem ik onze simpele en aangepaste MGA-MKBA hybride vorm ook wel de ‘bierviltjes MKBA’. Het gaat niet om het rekenen en om de details, maar om het grof in kaart brengen van de belangrijkste zaken en waar die schuren of elkaar juist versterken. In de praktijk tijdens werksessies zochten we die kruising van minnen in de matrix (daar waar het botste) en de kruising van plussen in de matrix (daar waar het elkaar versterkte) juist op, daar lag vaak de oplossing voor het vraagstuk. Op zoek naar vertragers en versnellers. Ik ben veel van de precieze werkmethodes inmiddels wat kwijt en schrijf dit op uit mijn geheugen puttend, maar op de oude sites (rudyretro, slimmefinanciering) is daar veel meer over te vinden voor de liefhebber en voor mezelf om mijn geheugen weer op te frissen.
Op deze manier achter elkaar gezet lijkt het steeds een variant van hetzelfde principe te zijn. Ik kom hier op door de laatste blogs nav het oppoetsen van de oude site ‘rudyretro’ en de constatering dat MGA toen nu de rode draden vormen.
Ik wil eens een vergelijking maken tussen 3 aanpakken die veel overlap lijken te hebben. 1 = de econoom die uitgaat van optimerende individuen met hun welbegrepen eigenbelang en ze allemaal modelleert en ook de interacties in kaart brengt en die info als feedback geeft aan die individuen. Dan 2 = de mkba op bierviltjes niveau op de manier van slimfin waarbij alle partijen onder elkaar worden gezet met hun voor- en nadelen om zo en positief totaalresultaat in beeld te brengen en eventueel uit te ruilen onderling. En dan tenslotte 3 = mga methode van hierboven incl stakeholders analyse.
Je kunt deze drie aanpakken zien als drie verwante manieren om verborgen belangen, prikkels en uitkomsten zichtbaar te maken. Ze overlappen sterk, maar ze hebben elk een ander vertrekpunt.
1. De econoom modelleert gedrag.
2. De MKBA ordent maatschappelijke waarde.
3. MGA organiseert onderhandeling en draagvlak.
Economie vraagt: wat gaan rationele partijen doen?
MKBA vraagt: wat levert het per saldo op, en voor wie?
MGA vraagt: hoe krijgen we partijen, met hun belangen en macht, tot een werkbare afspraak?
1. De drie aanpakken naast elkaar
| Aspect | 1. Econoom / model van eigenbelang | 2. MKBA op bierviltje / Slimme Financiering | 3. MGA / stakeholdersanalyse |
|---|---|---|---|
| Startpunt | Individuen of organisaties handelen vanuit eigenbelang. | Een project heeft kosten en baten voor verschillende partijen. | Partijen hebben standpunten, maar daaronder zitten belangen, zorgen, angsten, middelen en alternatieven. |
| Mensbeeld | Actoren optimaliseren binnen beperkingen. Ze reageren op prikkels. | Actoren ondervinden voor- en nadelen; sommige winnen, sommige verliezen. | Actoren zijn niet alleen rekenend, maar ook relationeel, politiek, emotioneel, statusgevoelig en afhankelijk van achterban. |
| Hoofdvraag | Wat gebeurt er als iedereen zijn eigen belang volgt? | Is het totaalresultaat positief, en hoe zijn kosten en baten verdeeld? | Welke oplossing kan feitelijk gedragen, verdedigd en uitgevoerd worden? |
| Instrument | Model, speltheorie, prikkelanalyse, feedbackloops. | Tabel met partijen onder elkaar en plussen/minnen naast elkaar. | Stakeholderanalyse, belangenkaart, BATNA, objectieve criteria, procesontwerp. |
| Output | Inzicht in gedrag en interacties. | Inzicht in maatschappelijk surplus en verdelingsvraagstuk. | Akkoord, procesroute, coalitie, onderhandelingsruimte. |
| Kracht | Laat zien waarom mensen doen wat ze doen, ook als dat collectief dom uitpakt. | Laat zien dat een oplossing maatschappelijk logisch kan zijn, ook als één partij geen prikkel heeft om mee te doen. | Laat zien hoe je van inzicht naar een gedragen oplossing komt. |
| Zwak punt | Kan te abstract worden; voorkeuren worden vaak als gegeven beschouwd. | Kan doen alsof optellen genoeg is; macht en weerstand verdwijnen makkelijk in de tabel. | Kan te procesmatig lijken; als macht extreem ongelijk is, helpt praten beperkt. |
| Moraal | Moraal is meestal geen uitgangspunt, tenzij als voorkeur of restrictie gemodelleerd. | Moraal komt binnen via gekozen effecten: kinderen, milieu, rechtvaardigheid, toekomstige generaties. | Moraal komt binnen als belang, criterium, reputatievraag of publieke norm. |
| Macht | Macht zit in middelen, alternatieven, marktmacht, informatie. | Macht zit vaak impliciet: wie betaalt, wie profiteert, wie kan blokkeren? | Macht is expliciet: BATNA, mandaat, coalities, achterban, publiciteit, procedure. |
2. De onderliggende overeenkomst
Alle drie proberen ze iets zichtbaar te maken wat in gewone gesprekken vaak verborgen blijft. De gewone discussie gaat meestal zo:
“Ik ben voor.”
“Ik ben tegen.”
“Dat is te duur.”
“Dat is belangrijk.”
“Daar hebben wij geen geld voor.”
Deze drie methoden zeggen alle drie: wacht even, dat is te oppervlakkig. Ze willen onder de woorden kijken:
| Oppervlak | Onderliggende vraag |
|---|---|
| Standpunt | Welk belang zit daarachter? |
| Bezwaar | Wie betaalt de prijs? |
| Enthousiasme | Wie krijgt de baten? |
| Moreel argument | Heeft dat ook macht, geld, reputatie of draagvlak achter zich? |
| Rationeel besluit | Voor wie is het rationeel? |
| “Dat kan niet” | Kan het echt niet, of past het niet in de huidige verdeling? |
Daar zit jouw rode draad: niet geloven in de officiële taal, maar de onderliggende dynamiek modelleren.
3. Het verschil in diepte: van gedrag naar waarde naar proces
Laag 1: de econoom
De econoom zegt: Laat mij eerst begrijpen wat iedereen probeert te optimaliseren.
De wethouder wil herkozen worden.
De school wil goede huisvesting.
De gemeente wil binnen het budget blijven.
De aannemer wil marge.
De ouders willen kwaliteit zonder gedoe.
De kinderen hebben belang, maar geen macht.
De toekomstige belastingbetaler zit niet aan tafel.
De econoom modelleert dus de prikkels. De harde les is vaak: Wat maatschappelijk verstandig is, is niet automatisch individueel rationeel. Dat is de kern van veel systeemfalen.
Laag 2: de MKBA op bierviltje
De MKBA zegt: Laat mij vervolgens zichtbaar maken waar de maatschappelijke winst en het maatschappelijke verlies zitten.
Bijvoorbeeld bij een duurzame school:
| Partij | Kosten / nadelen | Baten / voordelen |
|---|---|---|
| Gemeente | Hogere investering nu | Lagere kosten later, betere wijk, minder problemen |
| School | Tijd en gedoe bij ontwikkeling | Betere leeromgeving |
| Kinderen | Geen directe stem | Betere prestaties, gezondere omgeving |
| Ouders | Mogelijk tijdelijke overlast | Betere school, meer vertrouwen |
| Belastingbetaler | Investering uit publieke middelen | Minder zittenblijven, minder zorgkosten, hogere opbrengsten later |
| Wethouder | Politiek risico bij hogere kosten | Mogelijk profiel als toekomstgerichte bestuurder |
De MKBA maakt dan zichtbaar: Het totaalplaatje kan positief zijn, maar de partij die nu moet betalen krijgt niet automatisch de baten. Daarom is de MKBA vaak de brug tussen economie en politiek. Ze zegt: Er ligt waarde op tafel, maar de verdeling klopt niet. Daar komt Slimme Financiering binnen: als het totaal positief is, kun je zoeken naar een constructie waarin winnaars bijdragen aan de kosten, verliezers worden gecompenseerd, of baten naar voren worden gehaald.
Laag 3: MGA
MGA zegt: Goed, nu weten we ongeveer wie welke belangen heeft en waar de waarde zit. Maar hoe krijgen we echte mensen met macht, angst, ijdelheid, mandaat en achterban in beweging? Daar komt de wethouder weer terug. De MKBA kan aantonen dat een duurzame school verstandig is. De econoom kan verklaren waarom de wethouder toch op vier jaar stuurt. Maar MGA vraagt: Wat heeft deze wethouder nodig om tóch mee te bewegen? Misschien:
- een zichtbaar moment;
- een verhaal dat hij kan claimen;
- dekking van de raad;
- steun van ouders;
- een journalistieke vraag;
- een objectief rapport;
- een coalitie van school, ouders en bedrijfsleven;
- een gefaseerde financiering;
- een manier om niet gezichtsverlies te lijden.
4. Het voorbeeld van de wethouder
De econoom kijkt zo
De wethouder optimaliseert binnen een politieke cyclus van vier jaar. Dus: Langetermijnbaten voor kinderen tellen alleen mee als ze binnen zijn politieke nutsfunctie terechtkomen. Als die baten pas over tien jaar zichtbaar zijn, doen ze weinig. Niet omdat hij dom is, maar omdat zijn prikkelstructuur anders werkt.
De MKBA kijkt zo
De duurzame school levert misschien maatschappelijk een positief saldo op:
- minder zittenblijven;
- betere leerprestaties;
- minder zorgkosten;
- hogere toekomstige belastingopbrengsten;
- betere wijkontwikkeling;
- lagere energiekosten;
- gezondere kinderen.
Maar de baten liggen verspreid over tijd en partijen. Dus: De MKBA toont aan dat het totaal positief is, maar verklaart nog niet waarom degene met beslismacht ja zou zeggen.
MGA kijkt zo
MGA zegt: De wethouder heeft een kortetermijnbelang. Dat moet je niet ontkennen, maar opnemen in het proces. Dus je creëert een nieuw belang: In de openbaarheid wil de wethouder niet degene zijn die aantoonbare langetermijnvoordelen voor kinderen negeert. De journalist verandert de arena. Daardoor wordt langetermijndenken ineens óók kortetermijnbelang.
Dat is precies waar MGA sterker is dan een MKBA. De MKBA zegt: “het is rationeel.” MGA vraagt: “voor wie moet het rationeel worden gemaakt?”
5. Waar de drie elkaar aanvullen
Eigenlijk heb je ze alle drie nodig.
| Stap | Vraag | Methode |
|---|---|---|
| 1 | Wat drijft de partijen? | Economisch model / prikkelanalyse |
| 2 | Wat zijn de totale effecten en verdelingseffecten? | MKBA op bierviltje |
| 3 | Hoe maak je een oplossing onderhandelbaar en uitvoerbaar? | MGA / stakeholdersanalyse |
| 4 | Wat zegt dit over het systeem zelf? | Jouw huidige Rudymentaire analyse |
Die vierde stap is belangrijk. Die hoort niet helemaal bij de drie klassieke methoden, maar is jouw huidige toevoeging. Want jij vraagt nu ook:
Waarom moet er eigenlijk zoveel kunst- en vliegwerk worden gebruikt om een maatschappelijk verstandige oplossing politiek mogelijk te maken?
6. De echte verschillen in filosofie
De econoom is koel
De econoom zegt: Mensen reageren op prikkels. Verwacht niet dat ze vanzelf het maatschappelijk optimum kiezen. Dat is analytisch sterk, maar kan kil worden.
De MKBA is boekhoudkundig-moreel
De MKBA zegt: We moeten niet alleen kijken naar de kas van één partij, maar naar maatschappelijke kosten en baten. Dat is moreler dan het economische model, maar het kan technocratisch worden. Alsof alles wat meetbaar is ook beslissend zou moeten zijn.
MGA is relationeel-politiek
MGA zegt: Een goede oplossing bestaat pas echt als betrokken partijen haar kunnen dragen, uitleggen, uitvoeren en blijven steunen. Dat is realistischer over macht en uitvoering, maar kan te vriendelijk lijken als je vergeet dat sommige partijen helemaal geen belang hebben bij een betere oplossing.
7. Jouw eigen methode als synthese
Wat jij volgens mij doet, is deze drie combineren: Eerst kijk je als econoom: welk eigenbelang stuurt het gedrag? Dan kijk je als MKBA-denker: waar zitten kosten, baten en maatschappelijke winst? Dan kijk je als MGA’er: hoe kan de onderhandelingsruimte worden vergroot? En tenslotte kijk je als Rudymentair-schrijver: wat zegt dit over het systeem, de façade en de machtsverhoudingen?
8. Compact bierviltje
1. ECONOOM
Partijen optimaliseren eigen belang
→ prikkels, gedrag, interacties zichtbaar maken
2. MKBA / SLIMME FINANCIERING
Kosten en baten per partij ordenen
→ maatschappelijk surplus en verdeling zichtbaar maken
3. MGA
Belangen, macht, BATNA en draagvlak organiseren
→ oplossing onderhandelbaar en uitvoerbaar maken
4. RUDYMENTAIR
Waarom is dit allemaal nodig?
→ systeem, macht en façade zichtbaar maken
9. Mooie blogstelling
Economie, MKBA en MGA lijken drie verschillende werelden, maar ze doen in wezen hetzelfde: ze kijken achter de officiële woorden. De econoom vraagt welk eigenbelang het gedrag stuurt. De MKBA vraagt waar de kosten en baten werkelijk terechtkomen. MGA vraagt welke belangen, angsten en machtsposities een oplossing mogelijk of onmogelijk maken. Mijn huidige verschil met vroeger is dat ik deze methoden niet meer alleen gebruik om tot een oplossing te komen. Ik gebruik ze ook om te begrijpen waarom verstandige oplossingen vaak niet vanzelf ontstaan. Soms ligt er maatschappelijke winst op tafel, maar ontbreekt het private belang om die winst te pakken. Dan moet je niet preken. Dan moet je het systeem zichtbaar maken — en soms de arena veranderen.
Vergeet niet als toevoeging dat een econoom ook kan werken met blindheid van een individu of gemak en luiheid of status kan opnemen in de nutsfunctie en ook een maatregel kan voorstellen die iedereen beter af maakt. Verder kan mkba ook zachte elementen in beeld brengen en de discussie daar over laten gaan, zo van is dit verlies al deze zachtere voordelen waard en wat is nog nodig dat te realiseren. Daarmee gaat het dus nog dichter op mga zitten.
Ja, goede correctie. Dan wordt het subtieler en interessanter. De driedeling moet dus niet te karikaturaal worden:
Toevoeging 1: de econoom is niet alleen “kille homo economicus”
Een goede econoom kan ook meenemen dat mensen niet perfect rationeel zijn. Blindheid, gemak, luiheid, status, reputatie, verliesaversie, korte termijn, gewoontegedrag en ijdelheid kunnen allemaal onderdeel worden van de analyse. Dus niet alleen: mensen maximaliseren geldelijk eigenbelang, maar eerder: mensen maximaliseren hun eigen ervaren nut, en daarin kunnen status, rust, gemak, gezichtsverlies, luiheid of politieke zichtbaarheid net zo goed meetellen. Daarmee komt de econoom al dichter bij jouw wethoudervoorbeeld. De wethouder optimaliseert niet simpelweg geld, maar misschien:
politieke zichtbaarheid + bestuurlijk gemak + geen gedoe + kans op herverkiezing + reputatie
En een goede econoom kan vervolgens ook een maatregel ontwerpen waardoor iedereen beter af wordt. Bijvoorbeeld door de prikkels zo te veranderen dat langetermijndenken ook voor de wethouder aantrekkelijk wordt.
Toevoeging 2: MKBA is niet alleen harde euro’s tellen
Ook de MKBA op bierviltje moet je niet reduceren tot een Excelletje met harde baten en lasten. Juist in jouw Slimme Financiering-aanpak kan de MKBA ook zachte elementen zichtbaar maken:
- vertrouwen;
- gezondheid;
- leerplezier;
- sociale veiligheid;
- minder stress;
- betere samenwerking;
- toekomstkansen;
- maatschappelijke legitimiteit;
- minder schaamte of uitsluiting;
- betere reputatie van een wijk of school.
Dan wordt de vraag niet alleen: Wat levert het financieel op? Maar: Is dit financiële verlies het waard gezien deze zachtere baten? Of: Wat is er nog nodig om deze zachte baten ook echt te realiseren? Daarmee komt de MKBA inderdaad dichter bij MGA. Want zodra je zachte baten serieus neemt, kom je automatisch in gesprek over waarden, draagvlak, overtuiging, vertrouwen en uitvoering.
Aangepaste kernvergelijking
Dan zou ik de drie aanpakken zo formuleren:
| Aanpak | Niet te smal zien als | Beter zien als |
|---|---|---|
| Econoom | Alleen geldelijk eigenbelang en perfecte rationaliteit | Modelleren van prikkels, inclusief status, gemak, blindheid, luiheid, reputatie en beperkte rationaliteit |
| MKBA op bierviltje | Alleen harde euro’s optellen | Kosten, baten, zachte waarden en verdelingsvragen zichtbaar maken |
| MGA | Alleen harmonieus praten over win-win | Belangen, macht, BATNA, draagvlak en uitvoerbaarheid organiseren |
Dan wordt de overlap groter
De drie schuiven dan als volgt naar elkaar toe:
ECONOOM
maakt gedrag en prikkels zichtbaar
ook zachte motieven zoals status, gemak en blindheid
↓
MKBA / SLIMME FINANCIERING
maakt kosten, baten en zachte waarden zichtbaar
ook de vraag: is dit verlies deze maatschappelijke winst waard?
↓
MGA
maakt belangen, macht en draagvlak bespreekbaar
ook de vraag: hoe krijgen we dit gerealiseerd?
Aangescherpte stelling
De econoom, de MKBA-denker en de MGA-procesbegeleider staan minder ver uit elkaar dan het lijkt. De econoom kan status, luiheid, blindheid en reputatie gewoon opnemen in de nutsfunctie. De MKBA kan zachte baten zoals vertrouwen, gezondheid en toekomstkansen zichtbaar maken. En MGA kan vervolgens helpen om die belangen, waarden en prikkels in een onderhandelbaar proces te brengen. Het verschil zit dus niet in hard versus zacht, maar in de volgorde: eerst begrijpen wat mensen beweegt, dan zichtbaar maken wat een oplossing oplevert en kost, en daarna organiseren dat partijen haar ook willen en kunnen dragen.