699 Netwerken en liefde (2): anno 2026 update

Netwerken en op zoek naar de nieuwe liefde, heeft dat met elkaar te maken? Die vraag stelde Jos van Hezewijk auteur van het netwerkboek van de jaren 90 ‘Je ben wie je kent’ (of andersom haha). Dat boekje is geschreven in een tijd dat internet nog niet zo’n grote rol speelde en social media nog niet of nauwelijks bestonden, dus geen LinkedIn en FaceBook en WhatsApp (ik denk zelfs nog geen Hyves, pas hoorde ik iemand dat in een stand-up comedy als grap brengen, maar inderdaad had niemand hier meer van gehoord).

Laten we de filosofie uit die tijd eens ombouwen en aanpassen naar het heden, de kern blijft natuurlijk overeind, nog steeds geldt dat jij de spin in het web moet worden, maar de uitwerking is net even anders.


De presentatie ademt de jaren ’90 (het configuratiemodel is letterlijk van 1993). Van Hezewijk was voor zijn tijd al vrij systematisch, maar het hele referentiekader is dat van visitekaartjes, recepties en old boys networks. Laten we het herbouwen.

Networking-management 2.0 — de lezing die Van Hezewijk nu zou geven

Het fundament verandert niet — maar alles eromheen wel

De kernlogica blijft overeind: selecteer bewust, positioneer jezelf sterk, laat het systeem voor je werken. Maar de arena is radicaal veranderd. In 1993 was de schaarse resource toegang — wie kom je tegen, wie kent wie. Nu is de schaarse resource aandacht. Iedereen heeft toegang tot iedereen. Het probleem is niet meer het vinden, maar het worden gevonden én het filteren.

1. Efficiënt — de juiste mensen vinden

Het netwerk is nu zichtbaar — en daardoor paradoxaal moeilijker.
LinkedIn toont je wie je kent en wie zij kennen. Dat lijkt een zegen, maar creëert ook een illusie. Veel mensen hebben 800 LinkedIn-connecties en een leeg netwerk. Connectie is niet hetzelfde als relatie. Van Hezewijk’s 250-regel geldt nog steeds — maar nu moet je die 250 actief destilleren uit een digitale massa van schijncontacten.

Vastleggen is geautomatiseerd — maar niemand doet het goed.
CRM-systemen, LinkedIn-notities, contacttags — de tools zijn er. Maar de meeste mensen gebruiken ze niet. Van Hezewijk’s advies om contacten in 3 woorden te typeren is nu meer waard dan ooit, juist omdat het volume zo hoog is. Wie na een gesprek op een congres geen notitie maakt, is die persoon binnen een week vergeten in de ruis.

De pgitck-score krijgt een digitale dimensie:

  • p (product): wat doet iemand, en is dat relevant?
  • g (geld): direct of indirect economisch relevant?
  • i (info): volgt deze persoon de goede bronnen, deelt hij/zij inzichten?
  • t (tijd): reageert hij/zij snel, is het contact laagdrempelig?
  • c (contacten): wie kent hij/zij die jij nog niet kent? Kijk naar hun LinkedIn-netwerk.
  • k (klik): werkt het persoonlijk? Dit is nu nog schaarser omdat zoveel contact digitaal is.

2. Ontrafelen — de juiste netwerken vinden

De drie netwerken zijn nu platforms.

Het productnetwerk, infonetwerk en geldnetwerk van Van Hezewijk bestaan nog steeds — maar ze lopen via andere kanalen:

  • Productnetwerk → LinkedIn, branchegroepen, Slack-communities, WhatsApp-groepen van je sector. De formele kant is zichtbaar; de informele kant — wie praat er echt met wie — is dat nog steeds niet.
  • Infonetwerk → dit is spectaculair veranderd. Substack, podcasts, LinkedIn-thought leaders, Twitter/X — de opinionleaders zijn nu deels zichtbaar en bereikbaar. Je kunt reageren op iemand die in 1993 onbereikbaar was. Maar iedereen doet dat, dus de kunst is opvallen in de reacties, niet meedoen aan de massa.
  • Geldnetwerk → venture capital, subsidiestromen, aanbestedingen — veel hiervan is nu online traceerbaar. Maar de echte deals worden nog steeds gesloten in informele settings die niet online zijn.

De spin-in-het-web is nu een content-strategie.
Van Hezewijk zei: wees de spin, laat anderen naar jou toe komen. In 2025 doe je dat door zichtbaar te zijn op de juiste platforms met de juiste inhoud. Een goed LinkedIn-artikel trekt mensen naar jou toe die je nooit actief had kunnen bereiken. Dat is de moderne spin-metafoor: niet zitten wachten, maar een web bouwen van content, reacties en reputatie.

Subcultures zijn nu online communities.
Van Hezewijk noemde clubs, recepties en goede doelen als toegangspoorten tot subculturen. Nu zijn dat Discord-servers, LinkedIn-groepen, Reddit-communities, lokale WhatsApp-netwerken. Het principe is identiek — je moet aanwezig zijn waar jouw doelgroep samenkomt — maar de ontmoetingsplaats is verschoven. En cruciaal: de beste online communities hebben ook offline momenten. Die zijn nu goud waard juist omdat ze zeldzaam zijn.

Old boys network 2025.
Van Hezewijk toonde hoe dat netwerk veranderde tussen 1987 en 2005 — meer vrouwen, andere sectoren. Nu zou hij laten zien hoe alumni-netwerken, LinkedIn-clusters en adviseurskringen de nieuwe configuratie vormen. En hoe bepaalde WhatsApp-groepen meer macht concentreren dan menige formele commissie.

3. Effectief — de juiste relatie opbouwen

Het eerste contact is digitaal — maar de relatie wordt offline gebouwd.
Dit is de grootste les die Van Hezewijk zou toevoegen. Je vindt iemand via LinkedIn, volgt hem op Substack, reageert op zijn posts — en dan nodig je hem uit voor koffie. De digitale fase is de voorfase. Wie denkt dat een LinkedIn-connectie een relatie is, vergist zich fundamenteel.

Luisteren is nu reageren.
In 1993 was luisteren een face-to-face vaardigheid. Nu is het ook: reageren op iemands content voordat je iets vraagt. Iemand die jij drie keer inhoudelijk hebt gereageerd op zijn LinkedIn-post kent jou al een beetje als je hem een bericht stuurt. Dat is de digitale versie van “warm contact” versus “koud contact.”

Reputatie is nu permanent en publiek.
Van Hezewijk zei: reputatie is je sterkste asset. Nu is dat tienvoudig waar. Google bestaat. LinkedIn-profiel bestaat. Wat je ooit hebt geschreven, gezegd, gepost — het is traceerbaar. Dat maakt reputatiebeheer niet alleen een netwerkstrategie maar een langetermijninvestering. Eén verkeerde tweet kan een zorgvuldig opgebouwd netwerk beschadigen.

Verkopen vs. relatie — nu: pitchen vs. waarde geven.
Het onderscheid dat Van Hezewijk maakte tussen “verkopen” en “relatie opbouwen” heet nu: gated content vs. gratis waarde. De networker die altijd iets vraagt verliest het van degene die eerst geeft — een inzicht deelt, een introductie maakt, een artikel doorstuurt. Geef eerst, vraag later. Dat was in 1993 ook al waar, maar nu is het de basisregel van elk goed digitaal netwerk.

4. Plezierig — laat anderen voor je werken

Algoritmes zijn je nieuwe receptiemedewerker.
In 1993 zorgde een goede receptie ervoor dat je de juiste mensen tegenkwam. Nu doet een goed LinkedIn-algoritme dat — mits je het voedt met de juiste content. Post regelmatig iets inhoudelijks, reageer op anderen, en het platform brengt jou onder de aandacht van mensen die jij zelf nooit had gevonden.

Varieer nog harder — want monocultuur is nu de norm.
Van Hezewijk waarschuwde al voor monocultuur. Nu is dat urgenter: de meeste mensen netwerken uitsluitend digitaal, uitsluitend in hun eigen bubbel, uitsluitend reactief. De paradox van sociale media is dat ze het netwerk tegelijk vergroten én versmallen — je bereikt meer mensen maar steeds dezelfde soort.

Laat anderen voor je werken via aanbevelingen.
Een LinkedIn-aanbeveling, een warme introductie via WhatsApp, iemand die jouw naam laat vallen in een groepsgesprek — dit is Van Hezewijk’s “laat anderen voor je werken” in moderne vorm. En het werkt nog steeds beter dan elk algoritme. Een warme introductie via een gedeelde contactpersoon converteert tien keer beter dan een koude DM.

De nieuwe hoofdboodschap

Van Hezewijk’s boodschap in 1993 was: netwerken is een vak, geen toeval — leer het systeem kennen.

In 2025 zou hij daaraan toevoegen: digitaal bereik is gratis geworden, maar aandacht en vertrouwen zijn schaarser dan ooit. De winnaar is niet degene met de meeste connecties, maar degene die het beste weet wie hij is, wat hij te bieden heeft, en bij wie hij dat neer moet leggen. De rest is ruis.

Previous Post Next Post
@media print { /* Verberg alle ongewenste onderdelen */ header, .site-header, nav, .main-navigation, .sidebar, .site-sidebar, aside, footer, .site-footer, .widget-area, .breadcrumbs, .post-meta, .related-posts, .comments-area, .print-hide { display: none !important; height: 0 !important; margin: 0 !important; padding: 0 !important; overflow: hidden !important; } /* Verberg ook bepaalde vaste*