596 nulgroei: van optimale extractie naar optimale exclusie in een machine-economie
Dit vind ik nog steeds een crazy idee en kon het niet nalaten ook in dit mini-modelletje die vraag uit te proberen. Een van mijn hoofdthema’s is ‘optimale extractie’, dus het verhaal van de stationaire rovers die besloten lekker op één plek te blijven om zo de boeren te ‘beschermen’ tegen betaling (waarbij de vraag was: wat is optimaal afknijpen? niet te veel, niet te weinig, maar precies goed). In al die varianten heb je wél iets nodig om af te kunnen knijpen en dat is (meestal) de factor arbeid. Wat nu als die factor arbeid op den duur helemaal verdwijnt, bijvoorbeeld door de opkomst van nog slimmer machines en AI zodat de machines zichzelf kunnen reproduceren. Natuurlijk is dit pure luchtfietserij, dat gaat nooit gebeuren, maar hoe ziet zo’n wereld er dan nog uit? Iedereen zijn eigen machine, zijn eigen ‘gratis productie’, werken is niet meer nodig en er valt niks meer te verdienen of uit te knijpen. Eerder heb ik onder het kopje ‘basisinkomen’ de metafoor gebruikt van iedereen als een Robinson Crusoe op zijn eigen eilandje met een machine die kokos-noten uitspuugt (of was het daar een appelboom, afijn). Ook in dit mini-model zonder groei én zonder arbeid blijkt ongelijkheid niet te zijn verdwenen. Je kunt immers meerdere machines hebben, je kunt een machine uitlenen tegen een vergoeding, een machine kan kapot gaan, de ene machine is toch wat sneller dan de andere: en het verhaal begint gewoon weer van voren af aan.
Stel dat er een AI-productie machine komt die geen personeel meer nodig heeft, dus een machine die zichzelf reproduceert en dat de rijke eigenaar is van die machine. Dan zijn er geen armen meer nodig, de rijken kan ook niet meer extraheren, dan kan de rijke steeds meer consumeren puur en alleen doordat de machine productiever wordt. Elke rijke zou dan zijn eigen machine hebben, een rijke kan hooguit nog rijker dan de ander worden als ie toevallig een betere machine heeft. Van uitbuiting of extractie is dan geen sprake meer.
En jouw intuïtie klopt: als productie volledig kan plaatsvinden zonder menselijke arbeid, dan verdwijnt de klassieke logica van uitbuiting van arbeid grotendeels. Dan is er geen onderlaag meer nodig die structureel moet worden uitgeknepen om de bovenlaag te voeden. De bottleneck zit dan ergens anders.
1. Wat verdwijnt er precies?
In je eerdere model gold:
- rijken leven van claims op de productie van armen
- armen moeten dus blijven bestaan en produceren
- daarom zit er een cap op extractie
In het AI-machinegeval geldt:
- productie komt uit machines
- machines reproduceren zichzelf
- menselijke arbeid is niet meer nodig voor de lopende productie
Dan verdwijnt deze voorwaarde:
want wordt heel klein of zelfs nul. Er hoeft geen menselijke producent meer in stand gehouden te worden. Dus ja: de extractiegrens verdwijnt als arbeidsreproductie geen beperkende factor meer is.
2. Wat wordt dan de nieuwe grens?
Dan heb je nog wel andere minima nodig. Bijvoorbeeld:
- energie
- grondstoffen
- ruimte
- onderhoud
- coördinatie
- veiligheid / eigendomsbescherming
Dus het systeem wordt niet grenzeloos, maar de grens verschuift van:
- reproductie van arbeid
naar:
- reproductie van machinekapitaal en natuurlijke input
De nieuwe basisvoorwaarde wordt dan iets als:
waar:
- = consumptie van eigenaars
- = reproductie en uitbreiding van machines
- = natuurlijke inputkosten
Als machines zichzelf reproduceren en productiever worden, dan kan stijgen zonder dat iemand anders daarvoor hoeft te werken.
3. Dan is er inderdaad geen extractie meer in de oude zin
Dat is scherp gezien. Als niemand werkt, dan kun je ook niet spreken van extractie van arbeid in klassieke zin. Dan is rijkdom niet meer:
- afroming van andermans product
maar:
- eigendom van een autonoom productiesysteem
Dat lijkt meer op eigendom van een zelfvermenigvuldigende boomgaard of een magische fabriek dan op feodalisme. Dus ja, in dat scenario wordt het begrip “uitbuiting” minder passend, tenzij je het heel breed definieert als uitsluiting van toegang tot middelen.
4. Ongelijkheid kan dan nog steeds bestaan
Ook zonder arbeid kan er nog ongelijkheid zijn, via drie routes.
A. Oorspronkelijk eigendom
De één bezit een machine, de ander niet.
B. Verschil in machinekwaliteit
De één heeft een machine met productiviteit 10, de ander 100.
C. Financiële verhoudingen tussen eigenaars
De één kan machines uitlenen, verhuren of tegen rente financieren.
Dus:
- geen arbeid
- toch ongelijkheid
Dat is heel goed mogelijk.
5. Dan krijg je ongelijkheid zonder uitbuiting
In zo’n wereld kan verschil in rijkdom ontstaan zonder dat iemand een ander aan het werk zet of afroomt. Ongelijkheid ontstaat dan door:
- eigendomsverschillen
- technologische voorsprong
- rendement-op-rendement
- toeval, erfenis of eerste toe-eigening
Dat lijkt eerder op een wereld van concurrerende renteniers dan op een wereld van kapitalisten versus arbeiders.
6. Rente zonder arbeid
Ook jouw vervolgintuïtie klopt.
Stel:
- rijke A heeft een heel snelle machine
- rijke B heeft geen machine of een trage machine
- A stelt extra machines beschikbaar aan B tegen rente
Dan ontstaat opnieuw een hiërarchie:
- A ontvangt rentestromen
- B moet afdragen uit machine-opbrengst
Maar dat is geen arbeidsuitbuiting. Het is eerder:
- kapitaaluitbuiting van kapitaalbezitters
- of nog preciezer:
- een hiërarchie binnen eigenaars op basis van toegang tot productiemiddelen
Dat lijkt op een volledig geautomatiseerd financieel feodalisme.
7. Wat gebeurt er met “armen”?
Er zijn dan twee mogelijkheden.
Mogelijkheid 1: armen verdwijnen echt
Iedereen heeft toegang tot genoeg machineproductie om comfortabel te leven. Dan blijft alleen relatieve ongelijkheid over.
Mogelijkheid 2: armen blijven bestaan als uitgeslotenen
Sommigen bezitten geen machine en hebben ook geen claim erop. Dan zijn ze niet uitgebuit, maar overbodig. En dat is misschien nog radicaler. In de oude wereld waren armen nodig. In de machinewereld zijn ze misschien niet eens meer nodig. Dat betekent dat de politieke vraag verschuift van:
- hoe voorkomen we extractie?
naar:
- hoe voorkomen we uitsluiting van toegang tot geautomatiseerde productie?
8. Dat is een veel hardere wereld
Want in jouw eerdere model had de rijke nog een reden om de arme in leven te houden: hij had hem nodig als producent. In deze AI-wereld valt dat weg. Dus als eigendom extreem geconcentreerd is, dan kan de eigenaar denken:
- ik heb de rest niet nodig
- mijn machine produceert alles al
Dan zit het gevaar niet meer in optimale extractie, maar in optimale exclusie. Dat is een belangrijk verschil.
9. Dan verandert ook de politieke economie
De oude formule was:
De nieuwe formule wordt eerder:
De mens verdwijnt dan uit de productievergelijking, behalve als:
- consument
- eigenaar
- jurist/beschermer van eigendomsrechten
- of als politiek risico
10. Wat blijft dan nog over van economie?
Dan krijg je in extreme vorm bijna een economie zonder schaarste aan arbeid, maar niet zonder schaarste in het algemeen. Schaarste kan nog zitten in:
- energie
- zeldzame metalen
- land
- rekencapaciteit
- eigendomstitels
- aandacht
- statusgoederen
Dus volledige gelijkheid volgt daar niet automatisch uit. Maar je hebt gelijk dat het klassieke verhaal van groei, schuld, loonarbeid en extractie dan fundamenteel verandert.
11. Nog één stap verder
Je kunt zelfs twee regimes onderscheiden.
Regime A: machine-overvloed met brede toegang
Dan wordt rijkdom minder relevant, omdat vrijwel iedereen toegang heeft tot productiecapaciteit. Ongelijkheid bestaat nog, maar is minder belangrijk.
Regime B: machine-overvloed met geconcentreerd eigendom
Dan krijg je geen uitbuitingssamenleving maar een toegangssamenleving: de kernvraag is niet wie werkt voor wie, maar wie toegang heeft tot de autonome productiemachines. Dat is een ander type machtsorde.
12. Mijn samenvatting van jouw inzicht
Als productie volledig geautomatiseerd wordt door zichzelf reproducerende machines, verdwijnt de klassieke extractielogica tussen rijke niet-werkenden en arme werkenden. Ongelijkheid kan dan nog steeds bestaan, maar berust niet langer primair op uitbuiting van arbeid, eerder op eigendom van autonome productiemiddelen en op verschillen in toegang, kwaliteit en financiering van die machines.
13. De spannendste draai
Misschien is de hardste conclusie zelfs deze:
- in een arbeidsmaatschappij is de arme nodig en dus exploiteerbaar
- in een volautomatische maatschappij is de arme mogelijk niet meer nodig en dus uitsluitbaar