704 De mating gap en passport-bros

Duidelijk is dat ik het leuk vind een nieuwe term te ontdekken in de wereld van daten, relaties en liefde. Via de column van Sander Schimmelpenninck kwam ik op deze voor mij nog onbekende term uit. Ik vind Sander in deze column verrassend sterk omdat hij een aantal zaken benoemt die toch wat in de taboe-sfeer zitten. Laat ik het even vanuit mijn perspectief samenvatten: vrouwen zien door hun (terechte) hogere eisen aan mannen een steeds ‘dunnere vijver’ ontstaan waar ze uit kunnen kiezen, daarom zien we een toenemend aantal single vrouwen, psychologisch is het logisch dat ze dat voor zichzelf uitleggen als een bewuste keuze (wij hoeven die losers niet). Mannen die omgekeerd dus ook noodgedwongen vaker single blijven (want veel vrouwen richten zich niet tot hen vanwege die hogere-andere eisen) hebben ondertussen nieuwe uitwijkmogelijkheden, namelijk op zoek gaan naar minder-eisen-stellende-vrouwen in het buitenland. Weer een nieuwe term: passport-bros. En mooier dan Sander kan ik het niet zeggen:

Het simpele feit dat veel vrouwen pertinent weigeren een man te daten met een lager opleidings- of inkomensniveau zegt veel over hun halfhartige emancipatie. Vrouwen met onmogelijke en ronduit discriminerende eisenpakketten ‘willen gewoon niet voor minder settelen’, terwijl mannen met de helft van de eisen al patriarchale klootzakken zijn: je kan mannen niet vragen blind te zijn voor die hypocrisie.

En: Bovendien worden mannen niet geboren als passport bros; vrijwel elke man is in potentie een ‘leuke’ man. Wanneer vrouwen mannen als groep gaan afschrijven, raken we alleen maar verder van huis.

Simpele oplossingen zijn er niet. Het is terecht dat vrouwen mannen zoeken op minimaal gelijk ‘level’ en het is ook niet verboden dat mannen een vrouw elders zoeken. Mannen gaan als groep in de komende zeg 30 jaar niet massaal veranderen en aan de eisen voldoen, dit is de realiteit van nu en we zullen dus meer singles gaan zien de komende decennia. En zo kom ik op de mating gap waar veel literatuur over is, zie onder. Wat ik meeneem uit deze verkenning: het boek van Reeves (Of boys and men) neem ik mee op vakantie. Ook weer onderaan een voorproefje en visie van Reeves.


De mating gap — wat het is, wat de data zegt, en waar het heen gaat

De kern van het probleem

De mating gap is geen culturele hype maar een structureel demografisch fenomeen met twee samenlopende oorzaken.

Oorzaak 1: de onderwijskloof is omgekeerd. Elk jaar worden er meer vrouwen dan mannen hoger opgeleid. Aan de Universiteit van Texas is de verhouding al 54% vrouwen tegen 46% mannen — wat neerkomt op 17% meer vrouwen in de relevante matingpool. In het VK is het nog scherper: in 2024 overtroffen vrouwelijke studenten mannelijke met 28% volgens officiële overheidscijfers.

Oorzaak 2: hypergamie-preferenties veranderen niet mee. De meeste vrouwen zijn niet bereid te settelen met mannen die minder opgeleid, minder intelligent of minder professioneel succesvol zijn. Mannen zijn op precies díe dimensies minder veeleisend. Hierdoor wordt de initiële onevenwichtigheid alleen maar erger voor hoogopgeleide vrouwen: zij concurreren voor een beperkte pool van opgeleide mannen niet alleen met hun talrijkere opgeleide rivalen, maar ook met lager opgeleide vrouwen die mannen aantrekken op andere dimensies. Dat is de dubbelklap in één zin: de vijver krimpt structureel, en de preferenties die die vijver kleiner maken zijn evolutionair verankerd.

Wat de data verder laat zien

Bijna de helft van alleenstaande mannen (47%) staat open voor een relatie, tegenover slechts 36% van alleenstaande vrouwen. De gendergap in datingbereidheid is nog groter onder jongere singles.

Dat is een opmerkelijke omkeringen van het populaire narratief. Niet mannen die niet willen committen, maar vrouwen die selectiever zijn geworden — wat rationeel is gegeven hun gestegen positie, maar demografisch een probleem oplevert.

Reeves documenteert de keerzijde voor mannen: in 1979 was vrouwen 15 procentpunt vaker hoger opgeleid dan mannen — maar dan in het nadeel van vrouwen. Nu is de kloof omgekeerd en zijn vrouwen 15 procentpunt vóór. Dat is een swing van 28 procentpunt. Ondertussen zijn mannen verantwoordelijk voor bijna driekwart van de “deaths of despair”: zelfmoord, overdosis en alcoholgerelateerde sterfgevallen.

Wat Europa doet vs. wat de data zegt

Interessant: Europees onderzoek laat zien dat de markt zichzelf deels corrigeert, maar niet op de manier die ideologisch wenselijk wordt geacht. Hoogopgeleide vrouwen partneren vaker “neerwaarts” met lager opgeleide mannen, in plaats van vaker single te blijven. Dat is het Europese antwoord op de mating gap — de hypergamie-preferentie buigt enigszins. Maar het lukt niet iedereen, en de residuele groep die niet wil of kan buigen groeit.

Zuid-Korea als eindstation

Zuid-Korea is het meest extreme voorbeeld van waar dit systeem op uitkomt als er geen correctie plaatsvindt. Het geboortecijfer staat op 0,748 in 2024 — het laagste van alle OECD-landen, ver onder de vervangingswaarde van 2,1. De Bank of Korea projecteert dat dit een permanente recessie kan veroorzaken in de jaren 2040.

De 4B-beweging is de vrouwelijke reactie: vrouwen die de vier traditionele normen afwijzen — daten, trouwen, seks en kinderen krijgen met mannen — als protest tegen aanhoudende genderongelijkheid, economische onzekerheid en gendergeweld.

Maar ook hier geldt jouw punt over asymmetrie: de 4B-beweging heeft hooguit 3.400 formele leden op de grootste Koreaanse forums. Het is een politiek symptoom, geen massabeweging. De echte driver van het lage geboortecijfer is minder ideologisch en meer economisch: ondanks meer dan 270 miljard dollar aan overheidsprikkels voor geboortebevordering in de afgelopen 16 jaar heeft dit nauwelijks effect gehad. De markt reageert niet op subsidies als de structurele mismatch niet is opgelost.

Richard Reeves als serieuze stem

De meest serieuze mainstream academicus die dit alles samenbrengt is Richard Reeves (Of Boys and Men, 2022, Brookings Institution). Zijn centrale these: de problemen van mannen zijn niet te reduceren tot een te toxische of te verweekte mannelijkheid, maar weerspiegelen dezelfde structurele krachten die op elke andere groep van toepassing zijn.

Reeves is belangrijk voor jouw kader omdat hij precies de positie inneemt die politiek moeilijk verkoopbaar is: hij is expliciet feminist én analyseert mannenproblemen als structureel. Hij werd “afgeraden” dit boek te schrijven, omdat het ingaat tegen veel orthodoxieën van zijn progressieve peergroup. Dat is jouw “betere boodschap verkoopt slechter”-these in academische vorm.

De bottomline voor jouw analyse

De mating gap heeft drie lagen die je kunt onderscheiden:

Structureel: de onderwijskloof is demografisch vastgelegd voor de komende 20-30 jaar. Die mannen zijn al geboren en gaan niet alsnog studeren.

Evolutionair: hypergamie-preferenties zijn empirisch robuust en veranderen langzaam. In gendergelijke landen buigen ze — maar niet snel genoeg om de demografische verschuiving bij te houden.

Politiek: de enige mainstream stem die dit serieus neemt zonder het te misbruiken voor ressentiment is Reeves — en die wordt systematisch gemarginaliseerd in het progressieve discours. De manosfeer vult dat vacuüm. Niet omdat ze gelijk heeft, maar omdat ze de enige is die de vraag hardop stelt.

Zuid-Korea is daarmee inderdaad jouw scenario 15 jaar verder — en de beleidsreactie daar (geld, prikkels, campagnes) laat zien wat er gebeurt als je de symptomen bestrijdt zonder de structuur aan te raken.


Of Boys and Men — Richard Reeves (2022): samenvatting in mijn frame

Wie is Reeves en waarom is hij relevant

Reeves is Senior Fellow aan de Brookings Institution, het meest gezaghebbende centrum-linkse denktank van de VS. Hij is expliciet feminist, vader van drie zonen, en schrijft dit boek terwijl meerdere collega’s hem afraden het te doen — “there’s nothing but pain there.” Dat detail is cruciaal: hij belichaamt zelf de paradox die jij in je blogs beschrijft. De betere boodschap verkoopt slechter, en hij weet het.

De diagnose: drie fronten tegelijk

Reeves documenteert mannelijke achterstand op drie terreinen die met elkaar verweven zijn.

Onderwijs. De onderwijskloof is omgekeerd maar wordt nauwelijks als probleem erkend. Voor elke 100 bachelordiploma’s die aan vrouwen worden uitgereikt, krijgen mannen er 74. Meisjes zijn op vijfjarige leeftijd al 14 procentpunt vaker “schoolklaar” dan jongens — een kloof die groter is dan die tussen arm en rijk, of tussen blank en zwart. De meest voorkomende eindcijfer voor meisjes is een A, voor jongens een B. En in ijsland — het meest gendergelijke land ter wereld — is 77% van de universiteitsstudenten vrouw. Niemand spreekt er schande van.

Arbeidsmarkt. Het reële weekloon van een man met een middelbareschooldiploma is 14% lager dan in 1979. Eén op de vijf vaders leeft niet meer met zijn kinderen. Mannen zijn verantwoordelijk voor driekwart van alle “deaths of despair” — zelfdoding, overdosis, alcoholgerelateerde dood. Beleid werkt niet: een gratis collegeprogramma in Kalamazoo verhoogde de afstudeercijfers van vrouwen met 50%, maar had nul effect voor mannen.

Gezin. De traditionele vaderrol als kostwinner is weggevallen, maar er is geen nieuwe rol voor in de plaats gekomen. Moeders worden gezien als driedimensionale mensen. Ongehuwde vaders worden gezien als lopende geldautomaten: $115 miljard achterstallige alimentatie, terwijl het rechtssysteem de toegang tot kinderen en de betalingsverplichting volledig gescheiden behandelt.

De biologische onderbouwing — en de politieke angst daarvoor

Dit is het hoofdstuk dat jou het meest direct raakt. Reeves betoogt: biologie doet ertoe, maar cultuur maakt het uit. De prefrontale cortex — het “CEO-brein” voor impulscontrole en plannen — rijpt bij jongens gemiddeld twee jaar later dan bij meisjes. De onderwijssystemen zijn ingericht op een tijdlijn die voor meisjes klopt, maar voor jongens structureel te vroeg is. Dat is geen samenzwering van feministen — het is een blind spot die nooit gecorrigeerd is.

Tegelijkertijd weigert de American Psychological Association dit te erkennen: hun 2018-richtlijnen voor werken met mannen en jongens noemen testosteron geen enkele keer. Vrouwen en meisjes worden door dezelfde instelling wél als biologische wezens behandeld — inclusief puberteit, bevalling en menopauze. Mannen zijn kennelijk lege vaten. Reeves noemt dit “obviously absurd.”

Hier zit de kern die aansluit bij jouw analyse: de zachte kern van de manosfeer (“mannen worden niet serieus genomen, hun problemen worden genegeerd”) is niet verzonnen. Ze is aantoonbaar waar. Het ressentiment is begrijpelijk. De commerciële exploitatie ervan is het probleem.

Het politieke stalemate — jouw “betere boodschap verkoopt slechter” in academische vorm

Reeves wijdt twee hoofdstukken aan wat hij “progressive blindness” en “seeing red” noemt — en dit is het meest originele deel van het boek.

Links ontkent het probleem of herformuleert het als vrouwenprobleem. Als mannen achterblijven in het onderwijs is dat hun eigen falen, of een gevolg van toxische mannelijkheid, of irrelevant omdat mannen nog steeds de macht hebben. De redenering: privilege aan de top neutraliseert problemen onderaan. Maar zoals Reeves schrijft, en hij citeert The Economist: “Het feit dat de hoogste sporten vol mannenvoetstappen zitten, is weinig troost voor de man onderaan.” Mannen aan de top floreren. Mannen in het algemeen niet.

Rechts wil de klok terugdraaien naar een model van traditionele mannelijkheid dat structureel niet meer werkt. De kostwinnersrol is weg — niet door ideologie maar door economie. De manosfeer is de populaire versie van deze rechtse reflex: geef mannen hun oude status terug. Maar die status bestond alleen in een wereld die niet meer bestaat.

Het resultaat is politieke verlamming: links ontkent, rechts nostalgiseert, en de mannen voor wie het ertoe doet — de working class man van 28 zonder diploma, zonder vader in de buurt, zonder alternatief narratief — worden door beide kanten in de steek gelaten. De manosfeer vult dat vacuüm.

De oplossingen — en waarom ze ook niet verkopen

Reeves stelt drie concrete beleidsmaatregelen voor, en het is instructief hoe klein en pragmatisch ze zijn voor een zo groot diagnostisch verhaal.

1. “Redshirt the boys”: laat jongens een jaar later beginnen op school dan meisjes, aansluitend op het verschil in hersenontwikkeling. Goedkoop, evidence-based, makkelijk te piloten. Politiek bijna onmogelijk vanwege het taboe op het erkennen van biologische sekseverschillen in beleid.

2. Men can HEAL: actieve werving van mannen in de snelst groeiende beroepssectoren — Health, Education, Administration, Literacy. Dit zijn de banen van de toekomst, ze zijn niet vatbaar voor automatisering, en ze zijn bijna volledig vrouwelijk. De gender-desegregatie van de arbeidsmarkt is vrijwel eenrichtingsverkeer geweest: vrouwen zijn massamannetjes-beroepen ingegaan, mannen zijn de zorgberoepen nauwelijks ingegaan.

3. New dads: vaderschap als zelfstandige institutie, los van de relatie met de moeder. Zes maanden betaald vaderschapsverlof, niet overdraagbaar — zodat het geen keuze is maar een recht dat normalisering afdwingt. En een kinderbijdragsysteem dat vaders als driedimensionale mensen behandelt in plaats van als betalingsplichtige.

Wat Reeves toevoegt aan jouw kader — en wat hij niet heeft

Wat hij toevoegt: de statistische ruggengraat voor de mating gap. De onderwijskloof, de arbeidsmarktkloof en de gezinskloof zijn niet los van elkaar — ze versterken elkaar in wat hij een “parasitaire cyclus” noemt. De lager opgeleide man heeft minder kans op een relatie, mist daardoor de “testosterone suppression system” van het huwelijk (Baumeister/Henrich), wordt sociaal geïsoleerder, presteert slechter, en voedt een volgende generatie jongens zonder stabiele vaderfiguur.

Wat hij niet heeft: Reeves analyseert de mannenpijn maar vermijdt de vrouwenkant van de markt. Hypergamie, de rationele logica van de seksuele marktplaats, de OnlyFans-economie — dat is niet zijn territorium. Hij wil het probleem oplossen zonder de structuur die het veroorzaakt te benoemen. Dat maakt hem politiek aanvaardbaar en tegelijkertijd analytisch onvolledig.

En precies daar zit jouw eigen bijdrage: Reeves beschrijft de markt vanuit het aanbod (mannen die tekortschieten). Jij analyseert de marktstructuur zelf — inclusief de vraagkant, inclusief de commerciële exploitatie, inclusief de vraag waarom het betere alternatief niet verkoopt. Dat is de laag die hij bewust weglaat om het boek überhaupt gepubliceerd te krijgen.

Previous Post
@media print { /* Verberg alle ongewenste onderdelen */ header, .site-header, nav, .main-navigation, .sidebar, .site-sidebar, aside, footer, .site-footer, .widget-area, .breadcrumbs, .post-meta, .related-posts, .comments-area, .print-hide { display: none !important; height: 0 !important; margin: 0 !important; padding: 0 !important; overflow: hidden !important; } /* Verberg ook bepaalde vaste*