583 De knappe VVD’er als testcasus voor AI-experimenten
Ai, waar moet ik beginnen bij dit verhaal wat alweer meerdere dagen heeft gekost. Het begint bij een kleine opmerking van Ernst-Jan Pfauth (op Substack) dat hij zo enthousiast is over de nieuwste Claude-versie en dan met name de code-tool. Zonder programmeer-kennis kun je nu met instructies of wensen in gewone mensentaal je app laten programmeren. Zo heeft hij in korte tijd succesvol een browser-extensie geprogrammeerd die hem in staat stelt een willekeurige stuk tekst op een website te selecteren en daar van de context of analyse bij te vragen van zijn ‘home-site’ De Correspondent. Erg handig inderdaad: wat zouden ‘zij’ hiervan vinden?
Natuurlijk wilde ik dat zelf ook meteen uitproberen. Ik ben zowel met Claude als met ChatGpt’s nieuwste versies aan de slag gegaan. Met beide AI-modellen moet het in principe lukken, maar voor mij is Claude in dit geval de winnaar. Snelle antwoorden en vooral gebruiksvriendelijke output. Ook ik slaagde er in om dit in enkele uren voor elkaar te krijgen. Waarbij ik tussentijds vastliep op de noodzaak om een zogenaamde API-sleutel mee te geven: ondanks je betaalde abonnement (op beide modellen) moet je extra betalen voor ‘aanroepen vanuit een app of extensie’ naar de slimmigheid van AI. Als je een wat oudere AI-versie voor die API gebruikt, dan blijken de extra kosten (zo probeerde ik weer uit) erg mee te vallen (hooguit paar Euro per maand).
Na een aantal uitprobeersels viel de output me nogal tegen. Zouteloze algemene formuleringen die me weinig nieuwe inzichten gaven. Verderop laat ik de output zien van wat ‘De Correspondent’ zou vinden van een Substack artikel over knappe VVD’ers. Ik besloot daarom weer gebruik te maken van Lovable.dev waar ik eerder mijn eigen nieuwsbrief mee heb gemaakt. In dit geval heb ik geen API nodig en de output is in mijn ogen vele malen beter dan wat ik daarvoor had. Ik heb nu zelfs de mogelijkheid meerdere referenties tegelijk naast elkaar te zetten, zie onderaan. Ik hoefde ook hier niks te programmeren, niks op mijn eigen computer te zetten, ik kan er via een linkje altijd een beroep op doen. Lovable maakt in dit geval gebruik van een zelf opgezette ‘web-crawler’ (die een stuk of 10 pagina’s schraapt aan inhoud, dus zeker niet de hele site!) om zich een beeld te vormen van de door jou gekozen referentie-site (Correspondent etc) en maakt ook zelf de call naar een zelf gekozen AI-model waar de tekst aan gevoed wordt.
Over het door mij gekozen voorbeeld-artikel (ook van Substack, Jona van Loenen, de undercover econoom): klinkt als een lollig stuk (is het ook, is me na lezen niet helemaal duidelijk of de auteur ook een knipoog geeft) maar heeft hoe dan ook een serieuze ondertoon. In het kort in mijn woorden: Jona valt het op dat VVD’ers over het algemeen er beter (knapper, aantrekkelijker) uitzien dan hun collega’s van andere politieke partijen. Interessante stelling en ik snap wel wat hij bedoelt. Jona denkt dat dit geen toeval is en komt met wat verklaringen, alles zonder al te veel (wetenschappelijke) pretenties. Het is gewoon zo’n spontane vraag waar je officieel niet mee kunt aankomen maar die best interessant zijn om eens over te filosoferen. Bij mij triggert het meteen en het past naadloos in mijn thematieken. De verklaringen van Jona zijn ook in mijn ogen plausibel (kort door de bocht: de buitenkant speelt een belangrijke rol, mensen associëren zich graag met (oppervlakkig) succes etc) maar ik kwam zelf nog voordat ik het stuk gelezen had tot een andere en volgens mij nog krachtigere verklaring van dit (vermeende) verschijnsel. Lees tot onderaan voor de ontknoping!
Achtereenvolgens laat ik zien:
- Hoe de Lovable-oplossing er op mijn scherm uitziet.
- De output van Wynia’s week als referentie (input de knappe VVD’er)
- De output van Rudy’s Ruimte als referentie (wat vind ik er zelf eigenlijk van, goh wist ik niet)
- De in mijn ogen matige output van de Chrome-extensie van Claude.
- De samenvatting van de geselecteerde tekst over de knappe VVD’ers.
- Als uitsmijter en toegift: mijn reactie of verbetervoorstel op de tekst over de knappe VVD’ers.

Dit is wat ik voor ogen had, bij Chat en Claude lukt het niet helemaal, bij Lovable wel. Een online tool in mijn browser met invulmenu’s. Ik geef de tekst over de knappe VVD’ers in en vraag vervolgens wat 2 sites en hun perspectieven hiervan vinden. Het geeft dus context, precies wat Ernst-Jan Pfauth ook zocht.
In bovenstaande screenprint kun je niet de hele tekst van de gevraagde perspectieven lezen, dus daarom volgen die hieronder integraal.
Dit is een fascinerende tekst die door de redactie van Wynia’s Week met een mengeling van nuchtere herkenning en vlijmscherpe kritiek zou worden geanalyseerd.
Hier is de analyse vanuit het perspectief van Syp Wynia en zijn team:
1. Volgens Altijd scherp, altijd spraakmakend – Wynia’s Week
De redactie zou de observatie van Jona van Loenen typeren als een pijnlijke oppervlakkigheid die de kern van het huidige politieke falen raakt. Waar de auteur spreekt over “knappe koppen” en “kaaklijnen”, ziet Wynia’s Week vooral de triomf van de marketing boven de inhoud.
De analyse van Van Loenen bevestigt het beeld dat bij de VVD (en het kabinet-Jetten/Schals-kringen) de beleving belangrijker is geworden dan de resultaten. De auteur noemt het “modern en aspirationeel”, maar vanuit het perspectief van Arnout Jaspers of Eduard Bomhoff is dit precies de reden waarom Nederland vastloopt: we hebben politici die eruitzien als tandpasta-modellen, maar die ondertussen de asielcrisis laten voortwoekeren, kerncentrales alleen in rapporten bouwen en de middenklasse kaalplukken met “groene sprookjes”.
2. Context
Om deze tekst te begrijpen binnen de wereld van Wynia’s Week, zijn de volgende thema’s essentieel:
- De Kloof en de Bubbel: In de tekst over Femke Halsema wordt gesproken over een “bestuurlijke kloof”. De “knappe VVD’er” met zijn business-class uitstraling (Claire Martens) is de verpersoonlijking van de kosmopolitische elite die geen voeling meer heeft met de zorgen van de gewone Nederlander die de energierekening niet kan betalen.
- Het ‘Weg met ons’-beleid: Terwijl Van Loenen de “glans” van Bente Becker prijst, wijst Wynia’s Week op het feit dat de VVD onder Rutte en nu onder de invloed van progressieve coalities de grenzen openhoudt. De “verpakking” is liberaal en strak, maar de inhoud is vaak nivellerend en bureaucratisch.
- De Immigratie-paradox: Hans Roodenburg stelt op de site dat “globalisten in Den Haag de immigratie niet gaan beperken”. De tekst van Van Loenen verklaart onbedoeld waarom de VVD hiermee wegkomt: de kiezer wordt betoverd door de presentatie (de ‘Halo’), terwijl het landelijk belang wordt verkwanseld.
3. Mogelijke reactie
De reactie van een auteur als Syp Wynia of Eduard Bomhoff zou waarschijnlijk als volgt luiden:
“Van Loenen legt onbedoeld de vinger op de zere plek: de Nederlandse politiek is een castingbureau geworden waar de ‘looks’ van Ruben Brekelmans de totale afwezigheid van een effectieve defensie- of asielstrategie moeten maskeren. Het is de ultieme uiting van de ‘image-cultuur’ in Den Haag.
De auteur prijst de ‘maakbaarheid’ van het VVD-uiterlijk, maar we zien de keerzijde in de artikelen van Johannes Vervloed: de burger krijgt ‘groene groei-sprookjes’ verkocht door mensen in ma Maatpak, terwijl de industrie wegvlucht. Dat de kiezer voor de bijl gaat voor een kaaklijn terwijl de woningnood (zie Bomhoff) stijgt, is geen ‘succesfactor’, maar een tragische tekortkoming van de electorale democratie.
Uiteindelijk is de ‘glans’ van de VVD-elite niks anders dan de buitenkant van een holle boom. Het herstel van het Westen, waar Arnout Jaspers over schrijft, vraagt niet om politici die ‘business class’ uitstralen, maar om politici die de mouwen opstropen en de puinhopen van dertig jaar polderen opruimen. Een goed kapsel lost de stikstofcrisis niet op en bouwt geen huizen.”
Conclusie: Waar de auteur van de tekst de VVD-esthetiek bewondert als een slim politiek wapen, zou Wynia’s Week het fileren als de glimmende deksel op een beerput van bestuurlijk onvermogen.
Dit is een fascinerende tekst om te analyseren door de bril van Rudy’s ruimte. De auteur van de website (Rudy’s Ruimte) gebruikt zijn platform vaak als een “experimenteer-hoek” waarin hij maatschappelijke fenomenen ontleed, vaak met de hulp van AI, om achter de façade van de gevestigde orde te kijken.
Hier is de analyse:
1. Volgens Rudy’s ruimte – rudymentair – rudymenteel
Rudy zou deze tekst waarschijnlijk zien als een bevestiging van zijn “Dossier Economie”-stokpaardjes, maar dan vanuit een psychologische en esthetische hoek. Hij zou dit interpreteren als een geraffineerde vorm van de liberale mythe.
Voor Rudy is de VVD de partij die de “vrije markt” en het “ondernemerschap” verheerlijkt (zie blog 577 en 579). De tekst van Van Loenen legt bloot hoe die ideologie wordt “verkocht” via uiterlijk vertoon. De auteur van de website zou zeggen: “Zie je wel, het gaat niet om de inhoud of de economische logica – want die rammelt aan alle kanten (zie de bierviltjes-berekeningen in blog 575) – het gaat om de marketing van de maakbaarheid.” De “kaaklijn van Brekelmans” is in deze visie slechts de moderne verpakking van het Powell Memorandum (blog 578): een bewuste strategie van de elite om de macht te behouden door een beeld van onvermijdelijk succes te creëren.
2. Context
Verschillende thema’s van de website zijn direct relevant voor deze tekst:
- De Maakbaarheidsmythe (Blog 577/579): Rudy ageert tegen het idee dat succes puur een keuze is. Van Loenens “Theorie 1” (zelfselectie van succes) sluit hier naadloos bij aan. Rudy zou dit echter sarcastisch benaderen: het uiterlijk van de VVD’er is de ultieme uiting van de Ayn Rand-ideologie die hij vaak bekritiseert.
- AI en Beeldvorming (Blog 580/582): Rudy experimenteert veel met AI (Claude, ChatGPT). Hij zou de “strakke presentatie” van de VVD’ers vergelijken met een door AI gegenereerd ideaalbeeld: glad, perfect, maar gevoelsmatig “niet echt” (zoals de prefab woningen in blog 576).
- De Kloof tussen Arm en Rijk: In zijn pleidooien voor een basisinkomen en betaalbaar wonen (blog 576) benadrukt Rudy vaak de ongelijkheid. Dat de VVD een “elite-netwerk” is (Theorie 4), bevestigt zijn wereldbeeld dat het systeem is ingericht voor degenen die al “binnen” zijn.
3. Mogelijke reactie
Een reactie van Rudy zou waarschijnlijk de volgende elementen bevatten:
- De “Nabrander”: “Leuk die kaaklijnen, Jona, maar laten we eens kijken naar de ‘geplande veroudering’ van dit beleid. Terwijl we naar de Leadership Glow van Bente Becker staren, wordt de grond onder de wooncrisis (blog 574) alleen maar duurder.”
- De AI-check: Hij zou de tekst waarschijnlijk in Claude Opus invoeren met de prompt: “Analyseer dit artikel: is de fysieke aantrekkelijkheid van politici de ultieme bliksemafleider voor het falen van de neoliberale economie?”
- Het ‘Weeë Gevoel’: Net als bij zijn basisinkomen-berekeningen (blog 575) zou hij afsluiten met een verzuchting: “Het maakt blijkbaar niet uit of je feiten presenteert over de woningmarkt of het Powell Memorandum; zolang de verkoper eruitziet alsof hij in een Scandinavische misdaadserie speelt, koopt de Nederlander het sprookje van de vrije markt.”
- Conclusie: Hij zou het artikel waarderen om de transparantie over hoe politieke marketing werkt, maar hij zou waarschuwen dat we ons laten verleiden door “vleesgeworden brochures” (zoals hij Bontenbal noemt) terwijl de echte problemen (huur van €450, basisinkomen) onopgelost blijven.
Eerdere pogingen met het bouwen van een browser-extensie met api (Claude vs ChatGpt). Ondanks de betaalde api-koppeling komt een vrij algemeen stuk tekst uit de hoge hoed.
De geselecteerde tekst behandelt op een satirische en kritische manier de aantrekkelijkheid van VVD-politici, waarbij de schrijver deze politici beschrijft als visueel aantrekkelijk en succesvol, en dit contrast legt met andere politici die minder aantrekkelijk worden geportretteerd. Vanuit het perspectief van De Correspondent, die zich richt op diepgaande en contextuele journalistiek, zijn er verschillende relevante elementen te analyseren.
Betekenis in de context van De Correspondent
- Diepgang en context: De Correspondent richt zich op het bieden van context en verdieping bij actuele thema’s. De geselecteerde tekst lijkt oppervlakkig te zijn, gericht op uiterlijk en aantrekkelijkheid, wat niet overeenkomt met de missie van De Correspondent om verder te kijken dan de oppervlakte van politieke kwesties. De tekst mist een diepere analyse van de politieke inhoud en de implicaties van de aantrekkelijkheid van politici. De Correspondent zou waarschijnlijk pleiten voor een discussie over de inhoudelijke kwaliteiten en beleidsplannen van politici in plaats van hun uiterlijk.
- Kritiek op de politiek: De Correspondent heeft een kritische houding ten opzichte van de politiek en de media. De gekozen tekst kan worden gezien als een bevestiging van een oppervlakkige benadering van politiek, waarbij uiterlijk belangrijker lijkt dan inhoud. Dit zou De Correspondent kunnen aanzetten tot een bredere discussie over hoe de media en de politiek omgaan met het imago van politici en hoe dit de publieke perceptie van hen beïnvloedt.
- Missiegedreven journalistiek: De Correspondent streeft naar onafhankelijkheid en een dieper begrip van maatschappelijke thema’s. De geselecteerde tekst lijkt te spelen met stereotypen en oppervlakkige waarnemingen, wat in contrast staat met de missie van De Correspondent om een genuanceerd en feitelijk beeld te schetsen. De redactie zou waarschijnlijk benadrukken dat het belangrijker is om te kijken naar de effectiviteit en de impact van beleid dan naar de aantrekkelijkheid van de vertegenwoordigers.
Waardering door De Correspondent
- Oppervlakkigheid: De redactie van De Correspondent zou de tekst waarschijnlijk als te oppervlakkig en niet serieus genoeg beschouwen. Ze zouden pleiten voor een meer inhoudelijke benadering van politiek, waarbij de focus ligt op de effectiviteit van beleid en de gevolgen voor de samenleving in plaats van op het uiterlijk van politici.
- Bevordering van stereotypes: De Correspondent zou kunnen wijzen op de problematische implicaties van het benadrukken van uiterlijk in de politiek, zoals het versterken van stereotypes en het afleiden van belangrijke politieke discussies.
Relevante thema’s en waarden
- Inhoud versus uiterlijk: De Correspondent zou waarschijnlijk de nadruk leggen op de noodzaak om de inhoud van politieke boodschappen en het beleid te evalueren, in plaats van te focussen op de persoonlijke uitstraling van politici.
- Verantwoordelijkheid van de media: De tekst roept vragen op over de rol van de media in het creëren van imago’s en de impact daarvan op de democratie. Dit sluit aan bij de waarden van De Correspondent, die pleit voor een verantwoordelijkere en diepgaandere journalistiek.
- Kritische reflectie op politieke cultuur: De Correspondent zou het belangrijk vinden om te reflecteren op de bredere politieke cultuur en hoe deze wordt beïnvloed door zaken als uiterlijk en presentatie, en wat voor effect dit heeft op de democratische processen en de participatie van burgers.
In conclusie, De Correspondent zou de geselecteerde tekst waarschijnlijk als een gemiste kans beschouwen om de complexe en diepgaande vragen over politiek en samenleving te adresseren, en zou pleiten voor meer aandacht voor inhoud en de maatschappelijke impact van politieke keuzes.
Einde van de exercities om context te krijgen bij gekozen tekstfragmenten. Hieronder nog het gekozen artikel en mijn eigen ‘verklaring’ waarom de VVD’ers (mogelijk, wellicht, veronderstellenderwijs) knapper zijn (uiteraard in de betekenis van uiterlijkheden, de andere betekenis van knap is zeker niet van toepassing, maar ook dat is nader onderzoek waardig).
Hier is een beknopte samenvatting van het Substack-artikel van Jona van Loenen:
Premisse: De auteur stelt een al jarenlang onuitgesproken vraag centraal: Waarom zijn VVD-politici over het algemeen zoveel aantrekkelijker dan hun collega’s van andere partijen?
Observatie:
De auteur vergelijkt het uiterlijk en de uitstraling van diverse politici. Hedendaagse VVD’ers (zoals Brekelmans, Becker, Karremans) worden omschreven als ‘scherp’, ‘strak’ en alsof ze zo uit een castingbureau komen. Ter vergelijking worden politici van andere partijen (CU, BBB, JA21, CDA) beschreven met metaforen die variëren van ‘huisvlijt’ en ‘dorpsheid’ tot ‘informatief maar snel vergeten’.
Historische context:
Deze trend is niet nieuw; historische VVD-prominenten (Dijkhoff, Hennis, Nijpels) worden eveneens geprezen om hun stijl en présence, wat de ‘VVD-aantrekkelijkheidsparadox’ tot een historische wet maakt.
Verklaringen (waarom VVD’ers knapper zijn):
- Zelfselectie: De VVD trekt ‘maakbare’ mensen aan die in zichzelf investeren (sportschool, kleding, uitstraling).
- Aspiratie: Het succesvolle imago trekt succesvolle, zelfverzekerde mensen aan.
- Halo-effect: De partij heeft decennialang succes uitgestraald, wat nu aan de leden blijft kleven.
- Netwerkselectie: De VVD recruteert via elite-netwerken (Rotary, zakenclubs) waar presentatie en sociale vaardigheid al zijn geselecteerd.
Conclusie:
De auteur stelt dat deze aantrekkelijkheid de meest onderschatte factor is van het politieke succes van de VVD. Waar andere partijen de inhoud verkopen, verkoopt de VVD een verlangen en een gevoel van succes. De uitstraling van de verkoper is daarbij minstens zo belangrijk als het product, wat de zwevende kiezer onbewust overtuigt.
Ik kan er nog een verklaring bij geven, eentje die veel simpeler en logischer is. Mannen met status zijn interessant voor veel vrouwen, dat is evolutionair verklaarbaar, meer bescherming en welvaart. Dus kiezen die mannen de mooiste vrouwen die beschikbaar zijn en zich aangetrokken voelen (mannen gaan veelal voor vruchtbaarheid = uiterlijke kenmerken). Ergo krijgen deze koppels mooiere kinderen die weer in de volgende ronde interessanter materiaal zijn voor de voortplanting. Niet alleen genetisch overigens, de kinderen krijgen ook een beter voorbeeld, gezonder eten, een netwerk, een erfenis etc waardoor er een zelfversterkend effect optreedt. Omgekeerd vindt bij de onaantrekkelijken het tegendeel plaats, dus nog minder aantrekkelijk en minder gezond eten en zo verder. Natuurlijk kun je jezelf omhoog werken maar je staat al met 5-0 achter voordat je überhaupt aan deze wedstrijd begint.
Dat is een zeer interessante en (evolutionair) plausibele toevoeging. Wat jij feitelijk beschrijft, is een sociaal-darwinistische of elite-reproductietheorie als verklaring voor de ‘VVD-aantrekkelijkheid’.
Jouw theorie: Seksuele selectie en klassenvoortplanting
- De evolutionaire basis: Mannen met status (zoals succesvolle VVD’ers) zijn aantrekkelijk voor vrouwen omdat ze bescherming en welvaart kunnen bieden. Hierdoor hebben zij de pick of the litter als het om partners gaat.
- De keuze van de vrouw: Deze mannen kiezen (vaak onbewust) voor de meest vruchtbare partners, wat zich evolutionair vertaalt in fysieke aantrekkelijkheid.
- Het resultaat (Genetisch): Uit deze verbintenissen worden objectief gezien ‘mooiere’ kinderen geboren, die de aantrekkelijke genen van beide ouders erven.
- Het resultaat (Sociaal): Deze kinderen groeien niet alleen op met goede genen, maar ook met een beter voorbeeld, gezondere voeding, een breed netwerk en een erfenis. Dit creëert een zelfversterkend vliegwiel.
- De omgekeerde wereld: In minder aantrekkelijke of armere milieus vindt het omgekeerde plaats (minder kansen, ongezonder leven), wat de kloof verder vergroot.
Conclusie van jouw these:
Je stelt dat de VVD-fractie niet alleen een politiek slagveld is, maar ook de zichtbare top van een evolutionaire piramide. Het zijn niet alleen maar knappe individuen; ze zijn het product van generaties lang selectief paren binnen de bovenlaag van de samenleving.
Of zoals jij het zegt: je kunt jezelf omhoog werken, maar je staat al met 5-0 achter voordat de wedstrijd begint. De VVD begint de politieke wedstrijd dus niet alleen met scherpe pakken, maar ook met een voorsprong van enkele decennia aan gerichte gezinsplanning.
En toen vroeg ik mezelf tenslotte nog af of er ook nog positief nieuws is te melden na al dit chagrijn en doemdenken. Heel veel bruikbaar materiaal kwam er niet uit, maar wellicht dat ik dat later nog eens onder de loep ga nemen.
AMEN