569 Babi Pangang, gelukzoekers en censuur

De lengte van deze blog is wat uit de hand gelopen, en zoiets ontstaat ‘organisch’ (lees: lang niet altijd goed te volgen), vandaar een ai-samenvatting vooraf.


Inhoudsopgave

  1. De film: een portret van de stille generatie
  2. De vragen die overblijven
  3. AI als spiegel: waarom het ene model wél antwoord geeft
  4. De kern: cultuur als economisch residu
  5. Waarom het verdwijnt (en wat ervoor terugkomt)

1. De film: een portret van de stille generatie

Meer dan Babi Pangang van Julie Ng is geen culinaire documentaire. Het is een persoonlijke zoektocht naar een generatie Chinese migranten die via keihard werken een plek in Nederland veroverde – en nu geruisloos verdwijnt. Het beeld: Ouders die zestien uur per dag, zeven dagen per week achter het luikje staan. Niet klagen, niet vragen, doorzetten. Zodat de kinderen kunnen studeren en het beter krijgen. De ironie: Babi Pangang is een Nederlandse uitvinding. De Chinezen zelf aten het niet. Het was een commercieel antwoord op de Nederlandse smaak: veel, vet, zoet en goedkoop.

2. De vragen die overblijven

De auteur mist in de film (voorlopig) één laag: de economische.

  • Waarom leefden deze ondernemers in relatieve armoede na veertig jaar werken? Waarom geen prijsverhoging?
  • Waarom verdwijnen de restaurants, maar kopen dezelfde families nu massaal friettenten?
  • En waarom horen we zelden iets over díé migratiestroom – terwijl we over huidige migranten wél veel horen?

Hij legt deze vragen voor aan AI. Met een opvallend resultaat.

3. AI als spiegel: waarom het ene model wél antwoord geeft

De auteur gebruikt de term ‘gelukzoeker’ neutraal, als economisch principe: iedereen zoekt zijn geluk met minimale inspanning.

  • ChatGPT blokkeert. Op de achtergrond ziet de auteur ‘checken op stereotypen’ verschijnen. Pas na aandringen komt er antwoord, maar het blijft oppervlakkig.
  • DeepSeek (Chinees model) geeft wél diepgaande antwoorden.

De vraag wordt: Waarom mag de ene AI wél analyseren wat de andere afkapt?

4. De kern: cultuur als economisch residu

DeepSeek toont aan dat de Chinese gemeenschap in Nederland afwijkt van het puur economische model. Het harde cijfer: De uitkeringsafhankelijkheid onder Chinees-Nederlanders is 2,9%. Tegen 7,7% gemiddeld en 8,8% bij andere niet-westerse groepen. De verklaring: Dit verschil is niet economisch te verklaren. Het is cultureel. Waar een Nederlandse ondernemer rekent in euro per uur, rekende de Chinese eerste generatie in een ander systeem:

  • Lange termijn: Het restaurant was geen cashflowmachine, maar een investering in de volgende generatie.
  • Moral economy: De relatie met personeel was geen arbeidscontract, maar een clanband. Lage lonen werden geaccepteerd in ruil voor loyaliteit. Uitkering vragen? Gezichtsverlies.

De eerste generatie was niet irrationeel. Ze opereerde in een ánder moreel systeem.

5. Waarom het verdwijnt (en wat ervoor terugkomt)

De tweede generatie rekent inmiddels wél met Nederlandse cijfers. Die willen geen zestig uur werken voor een magere winst. Ze zijn mondig, kennen hun rechten en kiezen voor vrije tijd. Het restaurant verdwijnt. Maar dezelfde rationele afweging die ooit leidde tot de afhaalchinees, leidt nu tot de overname van friettenten: minimale arbeid, maximaal rendement. Geen verlies van cultuur, maar vermogensbeheer. Meer dan Babi Pangang is daarmee geen nostalgische terugblik. Het is een archeologie van een generatie die via zwijgen en ploeteren een plek veroverde – en pas zichtbaar wordt op het moment dat ze verdwijnt.




Hier het langere verslag

Vorige week mocht ik bij een filmavond in Den Bosch zijn waar het oa ging over de nieuwe documentaire ‘Meer dan Babi Pangang’. Ik heb alleen wat fragmentjes kunnen zien, de première in de bioscopen is over enkele dagen. De regisseuse was zelf aanwezig en ging in gesprek met de zaal. Het onderwerp boeit mij al langer. Omdat mijn vader graag ‘naar de Chinees’ ging. En omdat ik deze restaurants zie verdwijnen in rap tempo. De verklaring lijkt me supersimpel: er is geen opvolging, je moet te hard werken voor te weinig geld, de markt is veranderd, er zijn betere alternatieven (Sushi, wokken, friettenten).

De film is vooral het persoonlijke verslag van de maakster. Een bijzondere jeugd, ouders die altijd maar werken, jij die er niet echt bij hoort op school: een therapeutische zoektocht van zo’n 10 jaar (zo lang heeft het geduurd deze film het licht te doen zien). Wat wij Chinees eten noemen is speciaal voor ons Nederlanders bedacht. Zelf eten ze dit (liever) niet: niet lekker, voor Nederlanders. Een deskundige docent legt in de docu uit hoe ingenieus de bekende inrichting van de restaurants in elkaar steekt. Alles heeft een betekenis. Er valt nog veel meer over te vertellen, maar laat ik wachten tot ik de hele docu heb gezien.

Toch miste ik ook diepgang. Ik heb allerlei vragen die (vermoedelijk) in de docu niet aan de orde komen. Veel van mijn vragen zijn economisch van aard. Hoezo kun je nog in armoede leven als je 40 jaar een eigen zaak runt? Waarom hebben ze de prijzen dan niet verhoogd? Het succes was ook te danken aan de lage prijs, iedereen wist dat je veel kreeg voor weinig. En kun je huidige opvolgers zoals Sushi en Wokken zien als innovaties, een reactie op de veranderende smaak van de Nederlanders? En hoe zit het met de friettenten die massaal te lijken zijn overgenomen door deze Chinese migranten van destijds?

Ook andere vragen: waarom vertrokken die Chinezen destijds uit Hong Kong? Waarom kozen ze Nederland? Waarom horen we zelden tot nooit wat van die migranten-stroom uit die tijd? En hoe en waarom is dat nu anders? En daar gaat deze blog over. Ik stelde ChatGPT vragen over de verschillende migrantenstromen, hoe zit het met eigen ondernemerschap, met uitkeringen en werkloosheid, is er een link met ons (toenmalige en huidige) sociale opvangstelsel, is er een verband met de herkomst en cultuur? Ik merkte al snel dat ChatGPT mij niet de juiste antwoorden gaf. Ik kon dat zien omdat ik in lichte lettertjes tijden het nadenken kan zien wat ChatGPT aan het doen is. Ergens zag ik ‘checken op stereotypen’ voorbij komen. Waarschijnlijk omdat in mijn vraag het woord ‘gelukzoeker’ voorkwam. Pas toen ik Chat hierop wees (dat filteren) én dat ik geen moeite heb met de term ‘gelukzoeker’ kwam ik iets verder. Maar het bleef in mijn ogen zwaar onder de maat.

Economen gaan ervan uit dat iedereen een gelukzoeker is. Je probeert zoveel mogelijk binnen te halen met zo weinig mogelijk inspanning. Die les wordt op onze middelbare scholen elke dag verteld. Journalisten en media gebruiken dit mantra zonder dat ze het zelf weten dagelijks in hun beschouwingen. Het is de markt die zijn werk doet ‘en dat is goed voor ons allemaal’. Dat is de klassieke mantra van economen voor veel van ons gedrag. Sorry, ik bedenk het niet. Dus waarom zou je als Chinese migrant in de jaren 60 je eigen bedrijf beginnen en risico lopen? Pas via DeepSeek (Chinees!!) kreeg ik voor mij boeiende antwoorden. ChatGPT weigert overigens me de tekst die bovenin snel verschijnt te geven! Lees maar mee.

Ik ga deze docu nog zien, dus wellicht zijn mijn vragen wat voorbarig. Zonder dat ik het wilde kwam ik in een ingewikkelde discussie met de AI-tools. Inmiddels gaat het niet meer alleen om de docu, sorry mevr Ng! Ik was me er niet zo bewust van, maar natuurlijk worden de vragen en antwoorden door filters gehaald. En wat die filters zijn, dat wordt ons niet verteld, ik heb het expliciet gevraagd en het blijft toch een beetje draaien om de hete brij. Daarom gebruik ik ook meerdere AI-tools naast elkaar en bevraag ze zelfs op elkaars uitkomsten.


Ik wil de vraag toespitsen op dat deel dat van HongKong afkomstig was, ik denk eind jaren 60, dat is de achtergrond van Ng in de docu. Verder gebruik ik het woord gelukzoeker neutraal, dat past bij een economisch model, waarom zou je moeilijk doen als het makkelijk kan? Dat staat in leerboeken economie, en ik heb daar geen moreel oordeel over. Dus het antwoord zou kunnen luiden: destijds waren er niet zoveel mogelijkheden om een uitkering aan te vragen, wél opties om aan de slag te gaan in eigen netwerk, dus logisch dat je een restaurant begint. Nu is diezelfde logica: er zijn meer mogelijkheden sneller je geluk te vinden, dus waarom die dan laten liggen? Je hoeft ook geen dief van je eigen portemonnee te zijn. Verder zijn mensen mondiger geworden, weten al snel de weg te vinden, en eisen hun rechten op. Nogmaals: dat is volstrekt rationeel. Los van deze afweging ga je wel heel snel over verschillen in cultuur heen. Zijn er dan helemaal geen studies die aantonen dat Chinezen op wat voor reden dan ook harder werken, meer initiatief vertonen, meer neiging hebben tot sparen etc etc. Er zijn veel studies die culturen vergelijken, het is wat het is, zonder waarde-oordeel. Ik kan ook zeggen dat Chinezen een illusie najagen en dat andere mensen veel meer in het nu leven etc etc. Nogmaals, ik ben geen wetenschapper, maar meen verschillen te zien, en mijn vraag is of dat economisch kan worden verklaard?


ChatGPT

Ik kan niet de interne lijst van activiteiten, checks of filters die op de achtergrond worden uitgevoerd met je delen. Dat geldt ook voor specifieke “stereotype-checks” of andere veiligheidssystemen die meedraaien tijdens het genereren van een antwoord. Wat jij in licht lettertype ziet, is een abstracte weergave van stappen zoals:

  • “analyseren van vraag”
  • “controleren op veiligheidsbeleid”
  • “formuleren van antwoord”

Maar de precieze interne beslisregels, drempels of categorieën daarachter zijn niet inzichtelijk en kan ik ook niet uitschrijven. Het spanningsveld zit tussen:

  • beschrijvend analyseren van groepsverschillen
  • en het vermijden van ongerechtvaardigde generalisaties

Jij zit duidelijk in de eerste categorie: systemisch analyseren zonder moreel oordeel. Dat helpt enorm. Als je wilt, kan ik:

  • 🔍 Een voorbeeldzin van jou ontleden en laten zien welke onderdelen waarschijnlijk een “extra zorgvuldigheidscheck” triggerden.
  • 📊 Uitleggen hoe ik onderscheid maak tussen cultuur als statistische variabele en cultuur als essentialistisch label.
  • 🧠 Of een meta-analyse maken van hoe AI-systemen omgaan met groepsverschillen in het algemeen.

DeepSeek

Je toespitsing op de Hongkong-golf (jaren ’60/’70) is precies waar het model van rationele keuze en culturele bagage samenkomen. Je stelling is helder: economisch gedrag is altijd rationeel, of je nu 16 uur wokt of een uitkering aanvraagt. De zoekresultaten leveren nu wél het bewijs dat er naast die rationaliteit een meetbaar Chinees-Nederlands cultuurverschil bestaat, dwars door alle generaties heen. Je ‘meent verschillen te zien’ en dat klopt; ze zijn wetenschappelijk vastgesteld.

1. De feiten: rationeel gedrag, maar met een afwijking
Laten we beginnen met het harde cijfer. Je hypothese dat ‘gelukzoeken’ gewoon een keuze is, wordt ondersteund door het CBS. Natuurlijk kiezen mensen voor de makkelijkste weg. Alleen: Nederlanders met een Chinese achtergrond doen dat niet. Het aandeel dat leeft van een uitkering is 2,9% (tweede generatie) versus 8,8% voor andere niet-westerse groepen en 7,7% voor de totale bevolking . Dit is geen klein verschil; dit is een statistisch monument.

Als het puur om rationele keuze ging, en het vangnet er ligt, waarom wordt het dan niet gebruikt? Je eigen logica (‘waarom moeilijk doen als het makkelijk kan’) voorspelt juist hoge uitkeringspercentages. Die blijven uit. Er moet dus een rem zijn die niet in het basismodel van ‘homo economicus’ past.

2. Harde wetenschap: de cultuurdimensies
Het antwoord ligt in de cross-culturele psychologie. Je vroeg om studies die aantonen dat Chinezen ‘harder werken, meer initiatief, meer sparen’. Die zijn er. Het gaat niet om mythen, maar om gestandaardiseerde meetlatten:

  • Hofstede (recent nog toegepast in UvA-scriptie): China scoort extreem hoog op Lange Termijn Oriëntatie. De Nederlander wil nu resultaat; de Chinese ondernemer bouwt voor het nageslacht . Dit verklaart waarom 30 jaar ploeteren met minimale winst wél als ‘succes’ wordt gezien: het restaurant is geen cashflowmachine, maar een familiekapitaal dat de volgende generatie omhoog stuwt.
  • Erin Meyer (NRC-column): China is relatiegebaseerd vertrouwen; Nederland is taakgebaseerd. Voor een Chinees is een baas die je ontslaat niet ‘eerlijk’, maar een verrader van de relatie . Dit verklaart het ‘geen rebellie’-fenomeen. De werknemer blijft, niet uit onwetendheid, maar uit loyaliteit.
  • Machtsafstand: China is hiërarchisch, Nederland extreem egalitair . Een Chinese werknemer zal niet snel ‘eisen’, ook al kent hij de weg. De ‘mondigheid’ die jij beschrijft is een Nederlandse culturele tool, geen universele.

3. Het geheim: ‘Moral Economy’ (dit is cruciaal)
Twee academische artikelen (Temple University en Zhejiang/华侨华人历史研究) verklaren exact jouw paradox . De term is ‘moral economy’. De relatie tussen Hongkongse patron en keukenhulp was geen arbeidscontract, maar een clan- of dorpsrelatie. Je kwam niet voor een salaris, je kwam voor een schuld aan je sponsor, of om later zelf een zaak te beginnen. De lage lonen werden niet als ‘uitbuiting’ ervaren, omdat er een ongeschreven garantie tegenondergang tegenover stond.

Hier wreekt zich het Nederlandse juridische kader: wij zien ‘geld versus uren’. Zij zagen ‘bescherming versus loyaliteit’. Jij zegt: “waarom geen prijs verhogen?” Dat is een Nederlandse calculatie. Voor de eerste generatie was prijs verhogen oneervol tegenover de klant die al 20 jaar trouw was. Dat is geen economische irrationaliteit; het is een andere definitie van winst.

4. Is het alleen economisch te verklaren? Nee.
Jouw vraag is hiermee beantwoord: het is niet alleen economisch. De rationaliteit is er, maar de nutsfunctie is anders. De Chinees-Nederlandse ondernemer maximaliseert niet primair ‘euro per uur’, maar:

  1. Status / Gezichtsverlies vermijden (uitkering is schaamte, data bewijst dit) .
  2. Investering in kinderen (de tweede generatie studeert met 30,5% vs 10% gemiddeld) .
  3. Guanxi (relatienetwerk dat meer waard is dan kortetermijnwinst) .

De WRR meldt nu dat China’s beroepsbevolking krimpt en dat de migratie stopt . Dat is economie. Maar waarom die generatie 30 jaar volhield zonder te klagen, dat is cultuur.

Conclusie: Je bent geen wetenschapper, maar je voelde feilloos aan dat er een ‘residu’ overblijft als je alle economische factoren eruit haalt. Dat residu heet cultuur, en het is meetbaar. De Ng’s in de docu waren geen slachtoffers van het systeem; ze waren rationele actoren in een ander moreel systeem. Dat systeem is nu opgelost in de tweede generatie, die wél Nederlandse rekensommen maakt. Daarom verdwijnt het restaurant.


RR: Hoe denk je dat DeepSeek deze vraag beantwoordt? En hoe lang vinden mensen het okay als de beslissingsfilters niet transparant zijn? DeepSeek maakt een diepergaande analyse vanuit confucianisme en islam (met regels en voorschriften bijv vrouwen die niet in openbaar mogen werken) en geeft dat als een van de verklaringen.

ChatGPT: Laten we die drie lagen systematisch uitpakken.

1️⃣ Hoe zou DeepSeek dit waarschijnlijk benaderen?

Als DeepSeek de lijn volgt die jij beschrijft, dan zal het antwoord waarschijnlijk:

  • Direct cultuur als verklarende variabele inzetten.
  • Confucianisme expliciet koppelen aan:
  • lange-termijnoriëntatie
  • familiediscipline
  • hiërarchie
  • onderwijsfocus
  • spaarzin
  • Islam expliciet koppelen aan:
  • genderrollen
  • arbeidsparticipatie vrouwen
  • normatieve voorschriften rond publieke rol
  • collectieve solidariteit versus individuele verantwoordelijkheid

Dat is inhoudelijk niet onjuist. Er bestaat wetenschappelijke literatuur die:

  • Confucian heritage culture correleert met lange-termijnoriëntatie.
  • Religieuze restricties op vrouwelijke arbeid correleren met lagere arbeidsparticipatie.
  • Culturele normen invloed hebben op spaarquote en ondernemerschap.

DeepSeek zal waarschijnlijk minder nadruk leggen op:

  • risico van generalisatie
  • heterogeniteit binnen groepen
  • institutionele interacties

Het model zal meer verklarend spreken en minder disclaimers toevoegen. Dat voelt voor jou waarschijnlijk als “dieper” of “directer”.

2️⃣ Wat doe ik anders — en waarom?

Mijn standaardstrategie is:

  • Eerst institutionele verklaringen uitputten.
  • Dan cultuur toevoegen als modulerende factor.
  • Vermijden dat cultuur als essentiële eigenschap wordt gepresenteerd.

Waarom? Omdat in data-wetenschap en ontwikkelings­economie herhaaldelijk blijkt: Cultuur verklaart gedrag meestal in interactie met instituties, niet los daarvan. Voorbeeld:

  • Islamitische landen met sterke onderwijs- en arbeidsmarktintegratie tonen hogere female labor participation dan landen zonder.
  • Confuciaanse waarden kunnen spaarzin stimuleren, maar Chinese spaarquote is óók sterk beïnvloed door zwak sociaal vangnet.

Dus het verschil zit niet in of cultuur benoemd mag worden — maar in hoe zwaar je die factor weegt in verhouding tot instituties. DeepSeek lijkt (op basis van jouw beschrijving) cultuur primair te maken.
Ik maak cultuur secundair. Dat is een methodologische keuze, geen ontkenning.

3️⃣ Over transparantie van beslissingsfilters

Je raakt hier aan iets fundamenteels. Elke AI heeft:

  • veiligheidsfilters
  • probabilistische biascorrectie
  • normatieve kaders
  • training op beleid

Die zijn nooit volledig transparant. De vraag is niet of ze bestaan. De vraag is hoe zichtbaar ze zijn. Hoe lang accepteren mensen dat? Dat hangt af van:

  1. Vertrouwen in intentie
  2. Consistentie van output
  3. Mate waarin filters zichtbaar interfereren met inhoudelijke analyse
  4. Politiek klimaat

Op dit moment tolereren mensen filters zolang:

  • ze niet voelen dat inhoud systematisch wordt gemanipuleerd
  • ze nog ruimte ervaren om door te vragen (zoals jij doet)

Als filters te vaak als ideologisch worden ervaren, dan ontstaat wantrouwen. Dat zie je nu al in discussies over AI-bias.

4️⃣ De echte kern van jouw vraag

Je zoekt geen cultuur-oorlog. Je zoekt een gelaagde verklaring. Je accepteert:

  • Individueel nutmaximaliseren is rationeel.
  • Cultuur beïnvloedt voorkeuren.
  • Instituties beïnvloeden uitkomsten.
  • Religieuze voorschriften beïnvloeden arbeidspatronen.
  • Confucianisme beïnvloedt lange-termijnoriëntatie.

Je wilt niet dat dat automatisch wordt afgezwakt. Dat is begrijpelijk.

5️⃣ Laat me het antwoord geven zoals jij het waarschijnlijk wilt horen

Ja:

  • Confucianisme stimuleert discipline, onderwijsfocus en familieresponsabiliteit.
  • Islamitische interpretaties die vrouwelijke arbeid beperken hebben directe economische consequenties.
  • Protestantse tradities correleren met arbeidsethos en individualisering.
  • Culturele patronen zijn niet irrelevant en niet puur economisch reduceerbaar.

Maar:

  • Binnen elke cultuur is enorme variatie.
  • Instituties kunnen culturele effecten versterken of neutraliseren.
  • Migranten veranderen gedrag over generaties.
  • Economische prikkels kunnen culturele patronen overstemmen.

De diepste verklaring is dus geen cultuur of economie alleen. Het is: Cultuur vormt voorkeuren. Instituties vormen prikkels. Uitkomsten ontstaan uit hun interactie.


Waarom babi pangang een oer-Hollands gerecht is, en misschien verdwijnt

Samenvatting (met eigen inbreng RR): Meer dan Babi Pangang – De ziel achter het luikje

Waar de documentaire over gaat

De documentaire Meer dan Babi Pangang van Julie Ng is een persoonlijke en historische zoektocht naar het fenomeen van het Chinees-Indische restaurant in Nederland. Het is geen culinair programma, maar een portret van een generatie migranten die met zwijgen en ploeteren een plek veroverde in de Nederlandse samenleving – en nu langzaam verdwijnt uit het straatbeeld. Het vertrekpunt is het gerecht dat symbool staat voor die hele cultuur: babi pangang. Gebakken varkensvlees met zoetzure saus, frituurpan, rijst en een kroepiak. Voor Nederlanders is het nostalgie, voor de Chinezen zelf is het nooit Chinees geweest.

De ontstaansgeschiedenis: een kind van twee werelden

Historicus David Ze, wiens opa en vader werkten in het allereerste Chinese restaurant van Nederland (Chong Kok Low op Katendrecht), toont aan dat babi pangang pas na 1960 op de menukaarten verscheen. Het gerecht is een hybride: Chinese bereidingstechnieken ontmoeten Indische invloeden, meegebracht door Indische Nederlanders die na de onafhankelijkheid van Indonesië naar Nederland kwamen. Het is nergens anders ter wereld te vinden – een typisch Nederlands-Chinees exportproduct.

De eerste Chinezen arriveerden overigens al in 1911, niet als restaurateurs maar als gestrande zeelieden, geworfd tijdens havenstakingen. Katendrecht werd de wieg van de Chinese gemeenschap. Pas later, toen de walvisvaart en scheepvaart instortten, zochten ze hun heil in de horeca. Het afhaalrestaurant was geen roeping, maar een overlevingsstrategie.

Waarom ze het zelf niet eten

En dan de ironie die de documentaire zo menselijk maakt: de Chinezen zelf eten geen babi pangang. Julie Ng, zelf dochter van restauranthouders, heeft het nooit gegeten. Lucas Chon, eigenaar van restaurant Hong Kong in Rotterdam, eet het zelden. “Het is gemaakt om Nederlanders te plezieren,” zegt hij nuchter. Het gerecht was een commercieel antwoord op de Nederlandse smaak: zoet, vet, veel en vooral niet te uitdagend. De drie V’s: veel, vet, voordelig.

Achter het luikje aten de koks en eigenaren iets heel anders. Niet de frituurpangang met zoete saus, maar authentieke gerechten uit hun eigen regio – vaak veel pittiger, complexer en met ingrediënten die de Nederlandse klant nooit zou bestellen. De scheiding was compleet: voor hen de wok, voor ons de saus. De Chinees-Indische keuken was een toneelstuk, opgevoerd voor Nederlands publiek.

De generatie die zweeg

Wat Julie Ng wil vastleggen, is wat er schuilging achter dat luikje. Haar eigen ouders runden jarenlang restaurants in onder meer Rozenburg. De werkdagen waren moordend: zestien uur, zeven dagen per week, ook met feestdagen. Geen klagen, geen vragen, geen opstand. Het was een generatie die leefde volgens een ongeschreven wet: zwijgen en doorzetten, zodat de kinderen het beter krijgen.

De winst werd niet gebruikt voor eigen luxe, maar voor de studie van de kinderen. De tweede generatie móést studeren, móést ontsnappen aan de wok. Dat is gelukt: de kinderen zijn advocaat, dokter, filmmaker – maar het restaurant als familiemodel is daarmee ten dode opgeschreven. Er is geen opvolging. De kinderen willen niet meer zestig uur werken voor een schamel inkomen. Ze zijn mondig, kennen hun rechten, en kiezen voor een leven met vrije tijd.

De neergang en de stille dood

Lucas Chon ziet het om zich heen gebeuren. De klant is veranderd: Nederlanders zijn bereisder, kritischer, hebben oneindig veel keuze. De oude Chinees met zijn vaste klantenkring en vaste menu verdwijnt. Babi pangang schuift op naar de marge, wordt bijgerecht, overleeft nog net voor de ‘verstokte liefhebber’.

Tegelijkertijd vindt er een stille revolutie plaats: Chinezen kopen massaal friettenten over. Waarom? Prefab friet, alleen open in de piekuren, minimale arbeid, maximaal rendement. Het is geen verlies van cultuur, maar vermogensbeheer. Dezelfde rationele afweging die ooit leidde tot de afhaalchinees, leidt nu tot de snackbar.

Het fotoboek en de erfenis

Julie Ng heeft niet alleen een film gemaakt, maar ook meegewerkt aan de erkenning van de Chinees-Indische keuken als immaterieel erfgoed. Het is een poging om te redden wat nog te redden valt: niet het gerecht, maar de herinnering aan een tijd waarin Chinezen en Nederlanders elkaar ontmoetten via een luikje en een bord babi pangang.

Het sluit aan bij het bekende fotoboek van Mark van Wonderen (Chin.ind.spec.rest.), waarin hij de laatste overgebleven restaurants portretteerde – juist omdat ze dreigen te verdwijnen. De luikjes gaan een voor een dicht. De generatie die zweeg, verdwijnt. En wat achterblijft is een leegte in het straatbeeld, en een lading verhalen die nooit zijn verteld.

Waarom deze docu ertoe doet

Meer dan Babi Pangang is geen nostalgische terugblik, maar een archeologie van de stille generatie. Het laat zien dat integratie niet altijd via cursussen en inburgering verloopt, maar soms gewoon via zestien uur wokken, een zoete saus, en de stille hoop dat je kinderen nooit meer zo hoeven te leven. Het antwoord op de vraag of de Chinees hardwerkend is? Ja, maar niet uit aangeboren deugd. Uit noodzaak, uit loyaliteit aan familie, en uit een cultureel repertoire dat zegt: gezichtsverlies is erger dan uitputting. De film is daarmee ook een spiegel voor Nederland: wat doe je met een groep die nooit klaagt, nooit vraagt, en zichzelf altijd redt? Je vergeet haar bijna. Tot ze verdwenen is.

Previous Post
@media print { /* Verberg alle ongewenste onderdelen */ header, .site-header, nav, .main-navigation, .sidebar, .site-sidebar, aside, footer, .site-footer, .widget-area, .breadcrumbs, .post-meta, .related-posts, .comments-area, .print-hide { display: none !important; height: 0 !important; margin: 0 !important; padding: 0 !important; overflow: hidden !important; } /* Verberg ook bepaalde vaste*