532 Diploma-democratie nogmaals: werken met je handen en dienstig zijn
En zo gaan we van de architecten die zich halve goden wanen, denken dat ze kunstenaars zijn, terug naar de diploma-democratie. Eerder schreef ik hier al over (het nieuwe boek), maar nu eens in de woorden van Ewald Engelen die op zijn eigen wijze ruim de tijd en woorden neemt om dit begrip in een breder kader te plaatsen. Wat is er mis met ‘gewoon’ iets met je handen doen, iets ‘bijzonders’ te maken? Wat is er aan de hand met het begrip ‘dienstig zijn’, je in dienst stellen van, iets toevoegen aan, nederig zijn, je werk doen? De bescheidenheid zonder je trots te verliezen, iets moois maken zonder dat je naam er per se op hoeft te staan? De schoenenpoetser van Matthijs (maar dan zonder het dwepen). Dat vind ik ook het mooie aan (wat ik begrijp van …) Zen en monniken: de trap poetsen met je tandenborstel, worshippen (Osho), nederig werk doen om jezelf te verliezen of te hervinden, eer stellen in de prachtige activiteiten die wij op deze aarde mogen doen. Hou toch eens op met die zinloze borstklopperij, met die illusie dat jij het verschil maakt, dat ze niet zonder jou kunnen. Waar is het mis gegaan? Misschien wel bij onze eigen Jeroen Bosch, die als een van de eerste anonieme vakschilders met zijn eigen naam begon te ondertekenen. En het legde hem geen windeieren dus velen volgden.
Dus samenvattend: waarom zijn er zo weinig mensen te porren iets met hun handen te gaan doen, iets tastbaars maken, iets concreets oplossen, praktisch dus? Waarom is dat te min of niet populair, wanneer is dat begonnen? Ergens weet ik het antwoord natuurlijk wel als econoom. Het is vraag en aanbod, je verdient minder als ambachtsman, je bent makkelijker te vervangen, het is meer anoniem. Tja, onzin is het niet maar zeker niet het hele verhaal. Bankmensen zijn ook vervangbaar en anoniem maar die verdienen vele malen meer. Het heeft natuurlijk te maken met macht, met netwerken, met gescheiden markten waar andere wetten gelden en waar je niet zomaar tussenkomt. En zo komen we aan bij de diploma-democratie en vraag ik de stappen nog eens op een rijtje te zetten in de lijnen van Ewald Engelen en te verklaren waarom je wel gek zou zijn om iets met je handen te maken. En zie nog maar een keer waarom dit alles te maken heeft met de opkomst van rechts. En met de weerstand tegen de komst van azc’s.
Onderwijs als sorteerhoed!! Prachtig. Ewald Engelen verwoord het mooi als ie doorvraagt over bouwen (meer woningen, dus bouwen bouwen bouwen). Zie jij jezelf staan op de bouwplaats en een bijdrage leveren aan die woningen? Huh? Euh, nee, dat niet. Wel er over lullen, beleidsnotitities schrijven, meedoen aan burgeravonden maar handjes uit de mouwen, dat is niet mijn ding. Ik ben meer van de innovatie, modulair bouwen enzo.
De verschuiving naar rechts en de opkomst van de PVV in Nederland kunnen grotendeels worden verklaard door de opkomst van een diplomademocratie. In deze samenleving bepalen opleidingsverschillen niet alleen je baankansen, maar ook je wereldbeeld en de mate waarin je politiek vertegenwoordigd wordt.
1. De paradox van de meritocratie
Sinds de jaren zestig is onderwijs ingezet als hét middel voor emancipatie en sociale mobiliteit. Het idee was een meritocratie: een samenleving waarin posities worden verdeeld op basis van verdienste en talent in plaats van afkomst. Echter, dit systeem heeft een keerzijde gekregen:
- Onderwijs als sorteerhoed: In plaats van een ‘verheffingsmachine’ fungeert het onderwijs nu vaak als een ‘sorteerhoed’ die nieuwe ongelijkheden produceert.
- Gedeelde leefwerelden verdwijnen: Er is een diepe kloof ontstaan tussen de ‘papieren leefwereld’ van theoretisch geschoolden en de ‘materiële leefwereld’ van praktisch geschoolden.
2. De dominantie van de ‘academische kaste’
Hoewel slechts ongeveer 15 procent van de Nederlandse bevolking universitair geschoold is, domineert deze groep vrijwel alle lagen van de politiek en het bestuur.
- Politieke oververtegenwoordiging: In de gemeenteraden, provincies, Tweede Kamer en de Europese Unie zijn academici in de meerderheid.
- Bestuurlijke uitsluiting: Ook in adviesorganen (zoals het CPB en de WRR), maatschappelijke verenigingen en aan bestuurlijke ’tafels’ hebben universitair geschoolden de overhand.
- Professionele filters: Politieke ambtsdragers worden steeds vaker geselecteerd uit een kleine poel academici, waardoor de resterende 85 procent van de kiezers zich niet meer vertegenwoordigd voelt.
3. Uiteenlopende belangen en wereldbeelden
De academische dominantie leidt tot een vertekening van de maatschappelijke agenda. Besluiten dienen vaker de belangen van academici, terwijl ze botsen met de voorkeuren van praktisch geschoolden, vooral op controversiële thema’s:
- Migratie: Academici denken vaak aan expats en internationale studenten; praktisch geschoolden ervaren vaker de druk van vluchtelingen en arbeidsmigranten in hun wijken.
- Duurzaamheid: Voor academici betekent dit vaak gesubsidieerde Tesla’s en zonnepanelen. Praktisch geschoolden ervaren vooral de kosten via de fiscus en voelen zich weggezet vanwege hun oudere auto of eetpatroon.
- Culturele kloof: Opleiding bepaalt tegenwoordig aan welke kant van de kloof je staat wat betreft asiel, de islam en het klimaat.
4. De leegloop van links naar de PVV
De traditionele linkse partijen, zoals de PvdA en de SP, zijn hun grip op de ‘arbeider’ verloren.
- Electorale verschuiving: Waar tot het jaar 2000 nog veertig procent van de arbeidsklasse op de PvdA of SP stemde, koos in 2023 veertig procent voor de PVV. Slechts tien procent bleef bij de PvdA.
- Verschuiving van de kaart: Gebieden die vroeger ‘rood’ waren (zoals de Zaanstreek, Oost-Groningen en de industriële delen van Brabant), zijn nu veranderd in ‘PVV-land’.
- Fusie-effect: De fusie tussen GroenLinks en PvdA heeft dit versterkt; de nieuwe combinatie trekt vooral hoogopgeleide professionals uit de steden, waardoor de PvdA de praktisch geschoolde kiezer definitief lijkt te zijn kwijtgeraakt.
5. De PVV als democratische ‘correctie’
De opkomst van het populisme en de PVV wordt in de bronnen beschreven als een reactie op de meritocratische orde.
- Doodgravers van de meritocratie: Zoals het kapitalisme zijn eigen tegenstanders creëerde, zo creëert de meritocratie haar eigen ‘doodgravers’ in de vorm van het populisme.
- Stem van de ondervertegenwoordigden: De verkiezingsoverwinning van de PVV in 2023 wordt gezien als een begrijpelijke reactie van een ondervertegenwoordigde massa op een in zichzelf gekeerde academische elite.
- Wantrouwen: Het scherp gedaalde politieke vertrouwen onder praktisch geschoolden zorgt ervoor dat zij democratie zijn gaan zien als iets ‘van de ander’ (de academicus) en zich daarom aangetrokken voelen tot partijen die dit bestel uitdagen.
Het gebrek aan animo voor praktische beroepen, zoals in de bouw, is een direct gevolg van de meritocratische sorteerhoed die onze samenleving is geworden. In plaats van dat onderwijs mensen ‘verheft’, creëert het een diepe kloof tussen wat de bronnen de ‘papieren leefwereld’ en de ‘materiële leefwereld’ noemen.
Hieronder volgen de belangrijkste redenen waarom veel mensen (vooral theoretisch geschoolden) zich niet meer aangetrokken voelen tot praktisch werk:
1. Onderwijs als ‘sorteerhoed’ voor status
Sinds de jaren zestig is onderwijs het belangrijkste middel geworden voor sociale mobiliteit. Dit heeft geleid tot een systeem waarbij een universitaire graad wordt gezien als een essentieel keurmerk voor succes en privileges.
- Statusverschil: Praktische beroepen worden in dit systeem vaak onbewust weggezet als minderwaardig aan theoretische beroepen.
- De ‘verheffingsgedachte’: Omdat onderwijs decennialang is gepromoot als dé manier om hogerop te komen, wordt het kiezen voor een praktisch beroep door velen niet langer gezien als een legitieme carrièrekeuze, maar als een gebrek aan succes in het onderwijssysteem.
2. De kloof tussen de papieren en materiële leefwereld
Er is een diepe psychologische en culturele barrière ontstaan tussen mensen die met hun hoofd werken en mensen die met hun handen werken.
- Onvoorstelbaarheid: Voor veel theoretisch geschoolden is het werken op een bouwplaats letterlijk onvoorstelbaar geworden. Uit praktijkvoorbeelden blijkt dat jonge academici er “niet aan moeten denken” om zelf een woning te bouwen; de fysieke realiteit van de bouwplaats staat te ver af van hun belevingswereld.
- Sociale bubbels: Kinderen van academici groeien op in een omgeving waarin zij worden klaargestoomd voor functies bij ministeries of ngo’s, waardoor zij de ‘buitenwereld’ van praktisch werk uit het oog verliezen.
3. Abstractie en gebrek aan erkenning door de elite
De politieke en bestuurlijke top praat vaak over de bouw in abstracte termen, wat de aantrekkelijkheid van het vak voor de uitvoerders niet vergroot.
- Innovatie boven mensen: Politici spreken liever over “technische innovaties” en “modulair bouwen” dan over de mensen die het werk daadwerkelijk moeten doen, zoals timmerlieden, metselaars en loodgieters.
- Onzichtbaarheid: Door deze focus op processen en techniek verdwijnt de menselijke maat en de waardering voor het vakmanschap van de individuele bouwer uit het publieke debat.
4. Het gevoel van ‘niet horen bij de ander’
Er heerst een wederzijds ongemak dat mensen ervan weerhoudt om over de grenzen van hun eigen ‘kaste’ heen te kijken.
- Culturele scheidslijnen: Opleiding bepaalt tegenwoordig je wereldbeeld over zaken als klimaat en migratie. Iemand uit de ‘academische zuil’ voelt zich vaak niet thuis in de cultuur van een bouwplaats, en omgekeerd ervaren praktisch geschoolden een drempel om zich in academische kringen te begeven.
- Beleid dat botst: Praktisch geschoolden voelen zich vaak het doelwit van beleid (zoals duurzaamheidsregels voor hun auto of woning) dat door academici is bedacht, wat de weerstand tegen die wereld vergroot.