533 Trump en fascisme, asiel en racisme: stop de verfbom, kijk achter de schermen
Mijn bron en inspiratie is weer eens een longread van Ewald Engelen. Met dit soort berichten loop je het gevaar het op te nemen voor Trump. Dat is uiteraard niet het geval, verre van dat, het is alleen wat complexer allemaal. Het doet me denken aan wat ik Roxane van Iperen een paar weken geleden bij Buitenhof hoorde zeggen: hou nou eens op met elke scheet van Trump te analyseren, het is allemaal afleiding en korte termijn, kijk eens naar de grotere patronen achter de schermen waar het echte probleem schuilt, in dit geval van het toenemende belang van het grootkapitaal (mijn woorden).
De boodschap zoals ik hem vertaal is dat aanhangers van Trump fascisten noemen niet helpt, de situatie erger maakt, de zaken versimpelt, maar vooral een afleiding is van de kern van de zaak. De opkomst van Trump (en Wilders) is een reactie tegen een decennia-durende neoliberaal beleid waarbij de ‘progressieve elite’ (zie stukken over diploma-democratie) medeschuldig is aan de instandhouding daarvan. Ook stelt Engelen dat Trump minder een breuk met het verleden vormt dan nagenoeg iedereen denkt. Het grote verschil is dat Trump andere taal gebruikt (en er een paar scheppen bovenop doet) en niet de morele sluier van idealisme (opkomen voor democratieën etc) hanteert (er zijn veel meer verschillen te noemen, maar ala, binnen deze metafoor van de verfbom is dit afdoende).
Hieronder in een aantal stappen de redenering van Engelen. Je zou volgens dezelfde lijnen kunnen redeneren dat het gebruik van de term ‘racist’ in onze eigen lokale strubbelingen rond asiel en azc ook niet helpt. Je doet de ’tegenstanders’ daarmee geen recht, het werkt als een verfbom, het leidt af van de echte grotere problemen die ook hier te maken hebben met diploma-democratie en een steeds dominantere rol van het ‘grootkapitaal’ achter de schermen (het nieuwe kabinet lijkt deze trend ongestoord te continueren, een boeiende paradox overigens, verrechtsing is mede dankzij de mensen die de klappen van dat neoliberale beleid moeten opvangen).
Er is sprake van een vicieuze cirkel waarin de stemlozen kiezen voor een ‘contrarevolutie’ die hen uiteindelijk niet uit de neoliberale greep bevrijdt. Deze cirkel wordt pas doorbroken als progressieve krachten stoppen met moreel schelden en weer een emancipatoir politiek-economisch alternatief gaan bieden.
Hieronder wordt de redenering van Engelen toegepast op het asieldebat. Merk op dat een aantal termen hieronder copyright-ig en handelsmerk van Engelen zijn, met name ‘kletsende klasse’ vind ik zo’n typische Engelen-uitdrukking waarvan iedereen (denk ik) weet wat je dan bedoelt.
1. De term als ‘verfbom’ en instrument van vervreemding
Net zoals het bestempelen van Trump als fascist, werkt het labelen van zorgen over asielzoekers als ‘racisme’ vaak als een verfbom: het is bedoeld om de tegenstander te besmeuren in plaats van te overtuigen.
- Vervreemding: Kiezers die zich zorgen maken over migratie voelen zich door dergelijke termen persoonlijk aangevallen en moreel gedegradeerd, wat hen alleen maar verder in hun standpunten sterkt.
- Van tegenstander naar vijand: Door iemand een ‘racist’ te noemen, verander je een politieke tegenstander in een morele vijand. In een democratie hoor je met tegenstanders te praten; vijanden probeer je enkel te ontmenselijken of uit te sluiten.
2. Maskeren van eigen verantwoordelijkheid
De auteur stelt dat het uitschelden van de tegenstander de gevestigde orde ontslaat van zelfonderzoek.
- Het falen van beleid: Door kritiek op asielbeleid af te doen als racisme, hoeft de politieke elite niet te kijken naar hun eigen aandeel in bijvoorbeeld de afbraak van publieke voorzieningen of de gevolgen van het neoliberalisme voor de werkende klasse.
- Belediging op krenking: Voor mensen die al lijden onder sociaaleconomische onzekerheid, voelt het morele oordeel van de elite als “belediging stapelen op krenking”.
3. Etaleren van morele superioriteit
Het gebruik van dergelijke termen is volgens de bronnen vaak een uiting van cognitieve en morele superioriteit van de ‘kletsende klasse’.
- Groepsidentiteit: Het gebruik van de term racisme dient vaak om te signaleren dat men zelf tot de ‘juiste’, moreel hoogstaande groep behoort.
- Academische pretentie: Net zoals bij het fascisme-debat, wordt de term vaak gepresenteerd als een ‘wetenschappelijk’ vastgestelde categorie, terwijl het in de praktijk vooral als politiek scheldwoord wordt ingezet.
4. Het negeren van de sociaaleconomische wortels
De auteur betoogt dat ‘antifa’ zonder ‘antikapitalisme’ slechts machteloos gezwatel is. Toegepast op het asieldebat betekent dit:
- Zondebokpolitiek: Hoewel rechtse politici migranten als zondebok gebruiken voor sociaaleconomische problemen, is de reactie van de elite (labels plakken) evenzeer een afleiding.
- Structurele oorzaken: De focus op individueel racisme verhult de structurele problemen, zoals de effecten van mondiale ongelijkheid en neoliberale globalisering, die ten grondslag liggen aan migratiestromen.
5. Continuïteit versus morele verontwaardiging
Tot slot wijst de auteur op de hypocrisie rondom beleid. Men spreekt schande van de retoriek van een ‘buitenstaander’, terwijl de ‘keurige’ partijen vaak al jarenlang een hard sociaal-economisch beleid voeren.
Conclusie: De auteur zou waarschijnlijk betogen dat het lukraak gebruiken van de term ‘racisme’ in het asieldebat een brevet van onvermogen is. Het is een poging om een complex politiek-economisch probleem te reduceren tot een morele strijd tussen ‘goede’ en ‘slechte’ mensen, waarbij de werkelijke oorzaken van de maatschappelijke onvrede onbenoemd blijven.
Hier een samenvatting (tja, een longread, dat krijg je ervan) van waarom het niet helpt Trumpianen weg te zetten als fascisten.
1. De contraproductiviteit van de term ‘fascisme’
De auteur stelt dat het gebruik van het woord fascisme als politiek wapen — zoals door Kamala Harris — werkt als een ‘verfbom’: het besmeurt en vervreemdt kiezers in plaats van ze te overtuigen.
- Ontmenselijking: Het transformeert de politieke tegenstander in een ‘vijand’, wat haaks staat op de democratische gelijkwaardigheid.
- Morele superioriteit: De Democraten etaleren hiermee een vorm van morele en cognitieve superioriteit die suggereert dat hun achterban de enige is die de ‘wetenschappelijke’ waarheid begrijpt.
2. Fascisme als reactie op falend neoliberalisme
In plaats van een plotseling kwaad, ziet de auteur de opkomst van figuren als Trump en Wilders als een reactionaire tegenbeweging op decennia van neoliberaal beleid.
- Structurele verarming: Het reëel bestaande neoliberalisme heeft geleid tot bezuinigingen voor de werkende klasse, terwijl kapitaalbezitters werden bevoordeeld via complexe belastingvoordelen.
- Medeplichtigheid: De progressieve elite is medeplichtig omdat zij het ’trickle-down’-verhaal bleef steunen en de slachtoffers van dit beleid nu wegzet als fascisten in plaats van hun onvrede serieus te nemen.
3. Trumpisme als contrarevolutie tegen de ‘Woke’-elite
De auteur analyseert het Trumpisme niet als een eenzijdige aanval op de rechtsstaat, maar als een contrarevolutie tegen de eerdere politisering van instituten door de sociaalliberale elite.
- Politisering van instituten: Domeinen als de wetenschap, media en de rechtspraak zijn volgens de MAGA-beweging instrumenten geworden om een specifieke progressieve levensstijl en moraal op te leggen.
- Correctie: Wat de elite ziet als ‘autocratie’, ziet de achterban van Trump als een noodzakelijke correctie op een ‘doorgeslagen progressivisme’ binnen het staatsapparaat.
4. De mythe van de breuk: Continuïteit in geweld en beleid
Een cruciaal onderdeel van het betoog is dat Trump minder een breuk vormt met het verleden dan vaak wordt gesuggereerd. Er is sprake van een structurele continuïteit in de Amerikaanse politiek.
- Geweldscultuur: De VS zijn gebouwd op een constante van geweld (genocide, slavernij, militaire interventies) die al decennia bestaat, lang voor Trump.
- Migratie en buitenlandbeleid: Zowel Obama als Biden hebben miljoenen migranten gedeporteerd en muren gebouwd; Trump zet dit beleid voort, maar dan zonder de ‘morele sluier’ van idealisme.
5. Conclusie: Een brevet van onvermogen
De auteur concludeert met instemming van Jürgen Habermas dat Trump geen historisch fascisme vertegenwoordigt, maar een nieuw type autoritair bewind in een diep verdeelde samenleving.
- Het vasthouden aan de term ‘fascisme’ is een vorm van machteloos gezwatel dat dient om de eigen neoliberale sluimer niet te hoeven doorbreken.
- Het echte probleem is het aloude imperialisme van een staat die geweld nodig heeft om voort te bestaan, ongeacht of er een Democraat of Republikein in het Witte Huis zit.