467 Leren van de natuur? Wat zijn dieren toch wijs!
Regelmatig krijg ik dat te horen. Vooral in discussies over duurzaamheid en hoe wij als mens de wereld naar de kloten helpen. Dat zouden dieren nooit doen! Die zitten zo niet in elkaar. Klinkt sympathiek maar ergens heb ik er ook problemen mee. Niet om het gedrag van mensen goed te praten hoor.
Een aantal auteurs pleit daarom om meer van de natuur te leren. De natuur is zo ontstaan dat grenzen er wél toedoen en dat een evenwicht binnen redelijke termijn zullen ontstaan. Natuurlijk ook daar geldt dat soorten komen en gaan, wat de zaak deels al onderuit haalt. Je zou zelfs in die lijn kunnen stellen: so what, dan vertrekt de soort mens op enig moment, wat is daar vreemd aan, er is een tiet van komen en een tiet van goan? Kortom, ik hoor vaak verhalen over de natuur (tot aan bomen die elkaar waarschuwen en iets voor elkaar over hebben aan toe) waar wij een voorbeeld aan kunnen nemen. Zo vertelde een hoogleraar op dit gebied aan zijn gehoor (en ik was erbij): een leeuw zal nooit voor de lol een ander dier doodmaken, daar is het altijd functioneel en noodzakelijk. En zo ging het maar door met sympathieke dieren en voorbeelden, wat wij mensen er toch een potje van maakten. Waaruit moet blijken hoe wijs en bescheiden die dieren zijn. Maar ik vind het een rare redenering. Mijn stelling of vraag is: zeker, het kan kloppen dat dieren wijzere ‘beslissingen’ nemen, maar stel je nu eens voor dat een leeuw door de evolutie dezelfde tools had gehad die wij nu hebben, dus intellect, machines, vliegtuigen, zou hij dan andere betere beslissingen hebben genomen? Nee, een dier kiest de beste beslissing voor hem gegeven zijn beperkingen en mogelijkheden. Kan een dier gemakkelijk 1000 km verderop springen zonder inspanning, ja dan zal hij dat doen, why not? Dus beste professor, is hier sprake van een intrinsiek verschil of is het slechts een kwestie van geen keuze hebben? Deze vraag heb ik ter plekke ook gesteld aan de geleerde. Hierop kwam niet echt een duidelijk antwoord. Althans dat vond ik.
Ook dat past dan weer in mijn betoog: het is niet goed of kwaad, het is systemisch en je doet het beste wat je kunt bedenken en uitvoeren gegeven je beperkingen en overwegingen, inschatten van kansen etc. En je maakt fouten, je bent niet rationeel altijd, vanuit die abstractie werken dieren niet veel anders dan mensen. Ik heb het niet eens over machtsstrijd, moordpartijen en eigen kinderen opeten die ook gewoon voorkomen in de natuur. Was het maar zo simpel. En voor de duidelijkheid: we kunnen natuurlijk wel degelijk heel veel leren van de natuur! En daar mag best meer aandacht voor zijn, zekers. Een prachtige uitspraak vond ik ooit bij Taleb: ’telling birds how to fly’ (korte uitleg: zelf bedenken vinden we lastig, we gaan dan bestuderen hoe een vogel vliegt, die vogel zelf weet natuurlijk van niets, die doet maar wat en met succes, en als wij het dan door denken te hebben gaan we die vogel uitleggen wat hij eigenlijk altijd al met succes doet, zoals veel academici op dure management-opleidingen ondernemers gaan uitleggen hoe je een succesvolle ondernemer wordt terwijl die allang miljonairs zijn, hoewel ook dat maar een beperkte kijk op succes is haha en zo verder en zo verder).
1. De romantisering van de natuur
Wat die hoogleraar feitelijk doet, is normatieve wijsheid projecteren op structurele beperkingen.
Een leeuw doodt “niet voor de lol” — maar dat is geen morele keuze, dat is een energetische en ecologische randvoorwaarde. Jagen kost energie, risico en tijd. Overkill loont simpelweg niet.
Dat wordt vervolgens verteld als: zie je wel, dieren zijn wijs, bescheiden, in balans.
Maar dat is achteraf-ethiek, geen vooraf-intelligentie.
2. Jouw tegenvraag is terecht en scherp
Stel dat een leeuw beschikte over intellect, technologie, schaalvergroting — zou hij dan andere beslissingen nemen?
Waarschijnlijk niet. Dan zou hij doen wat elk evolutionair systeem doet zodra beperkingen wegvallen:
- territorium maximaliseren
- risico’s externaliseren
- buffers aanleggen
- concurrenten uitschakelen vóórdat ze een bedreiging vormen
Niet omdat hij slecht is, maar omdat selectie daarop beloont. De “wijsheid” van dieren is dus grotendeels een functie van machteloosheid. Geen vliegtuigen → geen intercontinentale overbejaging. Geen koelkasten → geen structurele overkill. Geen financiële hefboom → geen roof op toekomstige generaties.
3. Intrinsiek verschil of gebrek aan keuze?
Hier stel je precies de juiste vraag, en het antwoord is ongemakkelijk:
👉 Het verschil is niet moreel, maar instrumenteel.
Dieren:
- optimaliseren binnen harde, directe feedbackloops
- ervaren grenzen onmiddellijk (honger, pijn, dood)
- kunnen schade nauwelijks uitstellen of verplaatsen
Mensen:
- optimaliseren met vertraging
- kunnen kosten externaliseren (tijd, ruimte, anderen)
- leven in systemen waar feedback te laat komt
Dat maakt mensen niet slechter, maar gevaarlijker. Niet kwaadaardig, maar asymmetrisch machtig.
4. “Maar dieren doen ook vreselijke dingen”
Precies. Infanticide, kannibalisme, machtsstrijd — het komt allemaal voor. Alleen:
- het schaalt niet
- het duurt niet lang
- het vernietigt zelden het hele systeem
Waarom niet? Omdat de natuur geen schuld, geen groei-ideologie en geen abstracte toekomst kent. Alles is hier-en-nu.
5. Systemisch, niet moreel
Je betoog sluit hier naadloos aan bij een lijn die je eerder ook trekt in economie en macht:
Het is niet goed of kwaad — het is systemisch.
De mens handelt, net als het dier, naar:
- beschikbare middelen
- inschatting van kansen
- beloningsstructuren
- cognitieve beperkingen
Dat is precies de gedachtegang van The Selfish Gene: genen, organismen en systemen maximaliseren wat op dat moment loont — niet wat “goed” is op lange termijn.
6. Waarom “leren van de natuur” vaak leeg blijft
Veel pleidooien om van de natuur te leren missen dit cruciale punt:
Ze zeggen: kijk hoe het zou moeten maar negeren: waarom het zo is. Zonder die analyse blijft het steken in:
- morele wenselijkheid
- esthetiek
- eco-spiritualiteit
Terwijl de harde les van de natuur juist is:
evenwicht ontstaat niet door wijsheid, maar door grenzen
En zodra grenzen verdwijnen, verdwijnt het evenwicht.
7. Terug naar jouw grotere betoog
Dit past naadloos in je bredere lijn:
- economie ontspoort niet door hebzucht, maar door schaal + hefboom
- macht ontspoort niet door slechte mensen, maar door uitgestelde feedback
- technologie maakt geen morele sprong, maar een systemische sprong
En dus is een “fatale afloop” geen theoretisch doemdenken, maar een structureel risico — tenzij:
- grenzen expliciet worden ingebouwd
- schaal actief wordt begrensd
- of, inderdaad, een wonderlijke technologische doorbraak de spelregels verandert
Maar zelfs dan: ook die uitvinding wordt weer ingezet binnen hetzelfde selectiespel.
Slotgedachte
De natuur is geen moreel kompas. Ze is een boekhouding met onmiddellijke afrekening.
Wij hebben die afrekening uitgesteld, verspreid en geabstraheerd. Niet omdat we slechter zijn dan dieren — maar omdat we te succesvol zijn geweest in het omzeilen van grenzen. En precies daar, zoals jij terecht suggereert, zit de echte tragiek.
Wat we wél kunnen leren van de natuur
1. Energiebeheer: niet maximaliseren, maar doseren
Dieren optimaliseren zelden output; ze optimaliseren overleving per eenheid energie.
- schaduw zoeken bij hitte
- activiteit verminderen bij schaarste
- jagen alleen als de kans loont
Les voor mensen:
Niet meer produceren bij schaarste, maar:
- tempo omlaag
- frictie verminderen
- verspilling eruit
Dat staat haaks op ons economische reflex: meer groei om tekorten op te lossen.
2. Buffers aanleggen (maar begrensd)
Dieren:
- begraven voedsel
- leggen vetreserves aan
- sparen alleen zolang het zinvol blijft
Wat ze niet doen:
- oneindige accumulatie
- abstracte claims op de toekomst
Menselijke parallel:
We zijn wél gaan bufferen, maar:
- via schulden
- via financiële claims
- via extractie van toekomstige generaties
De natuur leert: buffers zijn tijdelijk, lokaal en fysiek begrensd
3. Contextgevoelig gedrag (geen universele optimalisatie)
Dieren hebben geen one-size-fits-all-strategie.
- bij overvloed: spelen, risico nemen
- bij schaarste: terugtrekken, besparen
- bij dreiging: samenwerking of vluchten
Wij doen vaak het tegenovergestelde:
- dezelfde strategie in elke context
- groei in crisis
- efficiëntie zonder redundantie
Dat maakt onze systemen fragiel.
4. Lokale feedback, snelle correctie
In de natuur:
- fout gedrag → directe consequentie
- overschatting → verwonding of dood
- misrekening → snel uit het systeem
Bij mensen:
- feedback is uitgesteld
- schade wordt verplaatst
- verantwoordelijkheid diffuus
Hier zit een kernles: systemen zonder snelle feedback ontsporen structureel
Zit hier “een systeem” in? Ja — maar niet het soort dat wij graag zien
Het natuurlijke systeem is:
- contextueel, niet universeel
- tijdelijk, niet eindeloos
- relationeel, niet abstract
- begrensd, niet schaalbaar
En vooral:
het systeem corrigeert gedrag, niet intenties. Dat maakt het hard, maar stabiel.
Wat we dus niet moeten kopiëren
Niet:
- “dieren zijn wijs”
- “de natuur is moreel superieur”
- “als we maar nederiger worden”
Dat is romantiek.
Wat we wél kunnen vertalen naar menselijke systemen
Hier raakt jouw denken aan een interessante parallel met instituties en economie:
- ingebouwde grenzen i.p.v. morele oproepen
- buffers met kosten (opslaan moet moeite doen)
- lokale verantwoordelijkheid
- contextafhankelijk beleid
- snelle feedbackloops
Dit is opvallend verwant aan het werk van Elinor Ostrom, die liet zien dat commons wel degelijk duurzaam beheerd kunnen worden — zolang regels:
- lokaal zijn
- afdwingbaar
- situationeel
- en door gebruikers zelf gedragen
Niet door altruïsme, maar door structuur.
In jouw termen samengevat
De natuur leert ons niet hoe goed te zijn, maar:
- hoe met schaarste te leven zonder systeemcollapse
- hoe gedrag zich aanpast aan grenzen
- hoe stabiliteit ontstaat zonder moraal
En dat sluit precies aan bij jouw kernstelling: het probleem is niet goed of kwaad,
het probleem is schaal zonder grenzen. De natuur is geen voorbeeld van deugd —
maar een handleiding voor robuustheid.
Economische principes die je wél uit de natuur kunt destilleren
1. Energie-efficiëntie i.p.v. output-maximalisatie
Natuurprincipe
Overleven = maximale levensduur per eenheid energie, niet maximale productie.
Economische vertaling
- Niet BBP-maximalisatie
- Maar: welvaart per eenheid input
- Rendement na aftrek van systeemschade
Waar wij ontsporen
- Groei wordt doel op zich
- Negatieve externaliteiten tellen niet mee
- Efficiëntie wordt gebruikt om méér te doen, niet minder
👉 Natuur zegt: optimaliseer duurzaamheid, niet volume.
2. Buffers zijn functioneel, niet speculatief
Natuurprincipe
Dieren slaan voedsel op:
- tijdelijk
- lokaal
- met verlies (bederf, diefstal, energie)
Economische vertaling
- Buffers moeten kosten hebben
- Opslag = risico + inspanning
- Geen gratis onbeperkte claims op de toekomst
Onze fout
- Financiële buffers zonder frictie
- Schuld = claim op toekomstige productie
- Kapitaal kan zich eindeloos oppotten
👉 In de natuur bestaat geen renteloos eeuwig sparen.
3. Snelle feedback is essentieel
Natuurprincipe
- Foute inschatting → directe consequentie
- Overschatting → onmiddellijke correctie
Economische vertaling
- Prijzen moeten echte schaarste reflecteren
- Schade moet snel en lokaal terugkomen
- Winsten zonder risico destabiliseren systemen
Onze afwijking
- Bail-outs
- Externaliseren naar milieu, toekomst, anderen
- Te groot om te falen
👉 Zonder snelle feedback ontstaat structureel roofgedrag.
4. Context-afhankelijk gedrag (geen universele strategie)
Natuurprincipe
Gedrag verandert met:
- seizoen
- voorraad
- dreiging
Economische vertaling
- Geen universeel groeimodel
- Geen one-size-fits-all beleid
- Andere regels bij overvloed dan bij schaarste
Ons probleem
- Zelfde marktdynamiek in elke fase
- Groei-instrumenten in crisistijd
- Efficiëntie zonder redundantie
👉 De natuur kent cycli, wij eisen lineariteit.
5. Begrensde schaal is geen bug maar een feature
Natuurprincipe
- Geen soort groeit eindeloos
- Schaal wordt begrensd door energie, ruimte, competitie
Economische vertaling
- Schaalvoordelen moeten tegenkracht hebben
- Markten hebben natuurlijke maxima
- Concentratie is systemisch gevaarlijk
Wat wij doen
- Monopolies
- Netwerkeffecten zonder plafond
- Winner-takes-all markten
👉 Schaal zonder rem = systeeminstabiliteit.
6. Commons werken — mits regels lokaal en afdwingbaar zijn
Hier raakt de natuur direct aan economie. Dit sluit aan bij Elinor Ostrom:
- gemeenschappelijke hulpbronnen kunnen duurzaam beheerd worden
- zonder centrale planning
- zonder morele superioriteit
Maar alleen als:
- grenzen helder zijn
- gebruikers elkaar kennen
- sancties direct zijn
- regels situationeel evolueren
Dat lijkt verdacht veel op natuurlijke ecosystemen.
7. Schaarste dwingt tot samenwerking, overvloed tot competitie
Natuurprincipe
- Bij schaarste: clustering, delen, rust
- Bij overvloed: competitie, risico, expansie
Economische vertaling
- Schaarste vereist coördinatie
- Overvloed verdraagt marktwerking
- Wij draaien dit om
👉 Marktwerking veronderstelt overvloed. Bij schaarste hoort governance.
Samengevat in één economische zin
De natuur leert ons geen moraal, maar dit:
Stabiele systemen internaliseren schaarste, beperken schaal, dwingen feedback af en maken accumulatie kostbaar.
Onze economie doet structureel het omgekeerde.
Waarom dit perfect past bij jouw bredere betoog
- Geen goed of kwaad
- Geen “de mens faalt”
- Maar: verkeerd ontworpen systemen bij te grote schaal
Net als bij:
- banken
- woningmarkt
- klimaat
- macht
- technologie
Niet omdat mensen slechter zijn dan dieren, maar omdat wij als enigen systemen hebben gebouwd die grenzen uitwissen.