449 Weer zo’n woord: manosfeer. We are Andrews?
Het is allemaal niet nieuw, althans niet voor mij en niet hier, ik heb het wellicht in een andere vorm of toon al eerder proberen te duiden. Het artikel dat ik vandaag las gaf me desondanks toch weer de ingeving er nog maar een keer een draai aan te geven. Toxisch, fout, vervelend, dat is het allemaal. Jonge jongens (en meer dan dat) die vrouwen onheus bejegenen (en erger dan dat) en onder invloed raken van figuren als Andrew Tate. Dat moet stoppen, maar hoe?
Ik mis in dit artikel een systemische nuance, om het fenomeen beter te begrijpen en te kunnen duiden. Als jongens zo makkelijk beïnvloedbaar zijn dan wil je ook weten waar dat door komt en wat je eraan kunt doen. Nog maar een keer uitleggen hoe je je anders dient te gedragen, en kinderen bestraffend toe te spreken. … ik vrees dat het niet gaat helpen of iig niet genoeg is. Stel kinderen op hun gemak, laat ze zich waardig voelen en hun plek innemen in deze complexe maatschappij, laat ze zich voorbereiden op een gelukkig leven, ook als dat single is (zonder een relatie) of met vrienden.
Wat is nu een genuanceerde reactie op dit fenomeen en artikel? Dat vrouwen fors zijn gegroeid in de afgelopen zeg 30 jaar speelt volgens mij een rol, ze zijn economisch zelfstandiger en autonomer in hun keuzes. Mannen zijn relatief stil blijven staan. Deze verhalen van woede en Tate-adoratie speelt vooral bij de jongere cohorten jongens en mannen. Ook bij de ’50plus’ markt speelt van alles maar daar is het geen woede maar eerder teleurstelling of verdriet of acceptatie. Tenslotte denk ik nog steeds dat het verfoeide begrip hypergamie een rol speelt, zowel bij jong als bij ouder, maar dat we de term veel zachter en genuanceerder moeten lezen. Hypergamie zou dan betekenen dat zowel vrouwen als mannen een voorkeur hebben om voor de ’top’ te gaan, maar dat is dan hun verlangen (het dromen van de prins op het witte paard, ideaalplaatje) en niet de realiteit (omdat uiteindelijk de meeste jonge mensen nog steeds een partner vinden). Misschien een domme vergelijking: ja we willen allemaal wel een dure BMW maar gezien de hoge prijs en kleine voorraad eindigen de meesten toch met een bescheidener en praktischer auto waar ze ook heel blij mee zijn. Zoiets?). Jongeren zijn blijkbaar in staat om hun verwachtingen aan te passen aan de praktijk, de teleurstelling te verwerken of eieren voor hun geld te kiezen? Bij de oudere generatie ligt dat volgens mij toch anders, met name omdat de bereidheid of noodzaak tot aanpassen veel minder aanwezig is (logisch en verklaarbaar).
Laten we eerst beter kijken
Het artikel over I Am Andrew, de manosfeer en jonge mannen die onder invloed raken van figuren als Andrew Tate is herkenbaar en zorgvuldig geschreven. Het toont de schaduwkanten van een cultuur waarin jongens hun kwetsbaarheid niet leren hanteren en die kwetsbaarheid vervolgens verharden tot woede, minachting en soms geweld. Dat mag benoemd worden. Tegelijkertijd merkte ik bij het lezen iets anders: het gesprek begint vaak pas op het moment dat het ontspoort. Terwijl de vraag interessanter – en misschien ook urgenter – is: wat ging hier eerder mis, en wat verandert er eigenlijk in relaties tussen mannen en vrouwen?
Ik schrijf dit niet als buitenstaander. Ik heb zelf een boek geschreven voor de 50plus man over relaties, verlangen en selectie. Niet omdat ik het antwoord heb, maar omdat ik merkte dat er veel stil verdriet is dat nauwelijks woorden krijgt. Bij mannen, maar ook bij vrouwen. Dat perspectief neem ik mee als ik naar het huidige debat kijk.
Verlangen is iets anders dan realiteit
In discussies over de manosfeer duikt steevast het begrip hypergamie op. Vaak in een harde, bijna karikaturale vorm: vrouwen zouden structureel “omhoog daten”, mannen links laten liggen en zo frustratie veroorzaken. Ik heb dat begrip zelf ook moeten herzien.
Ja, het klopt dat zowel mannen als vrouwen in hun verlangen vaak kijken naar een relatief kleine groep. Dat zie je op datingapps, in likes, in fantasieën. Maar verlangen is nog geen relatie. Het is een eerste impuls, geen eindstation.
Wat in diezelfde data vaak onderbelicht blijft, is dat de meeste mensen – óók jongeren – uiteindelijk realistisch gedrag vertonen. Ze passen zich aan, verbreden hun blik, kiezen eieren voor hun geld. Een klein deel blijft structureel aan de kant staan, maar de overgrote meerderheid vindt vroeg of laat een partner. Hypergamie als fantasie betekent niet automatisch hypergamie als uitkomst.
Dat onderscheid lijkt technisch, maar is cruciaal. Wie verlangen verwart met realiteit, ziet vooral onrecht. Wie het verschil serieus neemt, ziet ook adaptatie.
Jongere mannen: frustratie als tussenfase
Dat brengt me bij de jongere mannen uit het artikel. Ja, zij worden vaker afgewezen. Ja, dat doet pijn. En ja, in een wereld waarin afwijzing zichtbaar, vergelijkbaar en publiek is geworden, komt die harder binnen dan vroeger.
Maar het is te gemakkelijk – en eerlijk gezegd ook te somber – om deze boosheid meteen als eindpunt te zien. Veel jonge mannen zitten in een overgangsfase: oude scripts werken niet meer vanzelf, nieuwe zijn nog vaag. Dat levert onzekerheid op. En onzekerheid zoekt verklaringen.
Figuren als Tate bieden die verklaring snel, simpel en zonder twijfel. Dat maakt ze aantrekkelijk. Niet omdat ze gelijk hebben, maar omdat ze houvast geven. De boosheid die daaruit voortkomt is in veel gevallen geen ideologische overtuiging, maar een tijdelijke reactie op desoriëntatie.
Wat ik mis in het debat is niet verontwaardiging, maar een handreiking. Niet: “dit is fout”, maar: “dit is begrijpelijk, en hier is een andere route.”
Oudere cohorten: een ander soort pijn
Voor de oudere cohorten – waarover ik schreef – ligt dat anders. Daar draait de asymmetrie vaak om. Niet mannen, maar vrouwen zijn vaker zoekend. En hoewel ook daar verlangen richting een ideaal blijft bestaan, is de bereidheid tot aanpassen kleiner. Niet uit onwil, maar uit autonomie. Je hébt elkaar niet meer nodig.
Dat maakt de uitkomst harder. Er is minder transitief ongemak en meer structurele gelatenheid. Bij mannen die wel beschikbaar zijn maar niet gezien worden. Bij vrouwen die hun ideaal niet gerealiseerd zien. Dat levert geen explosieve boosheid op, maar stille rouw. En soms bitterheid.
Dit verschil tussen jong en oud zie ik zelden benoemd, terwijl het essentieel is. Wie alles op één hoop gooit, mist de dynamiek.
Wat mij betreft
Ik geloof niet dat het antwoord ligt in het veroordelen van jonge mannen, noch in het bagatelliseren van vrouwelijke autonomie. Ik geloof evenmin dat we terug moeten naar oude rolpatronen. Wat ik wel zie, is de noodzaak om eerlijker te spreken over selectie, afwijzing en adaptatie.
Niet iedereen krijgt wat hij verlangt. Dat geldt voor mannen én vrouwen. De vraag is niet hoe we dat voorkomen – dat lukt nooit – maar hoe we mensen leren daarmee om te gaan zonder zichzelf of anderen te verharden.
Misschien is dat wel de echte opdracht achter al die kunstwerken, series en essays over de manosfeer. Niet alleen laten zien wat er misgaat, maar ook durven onderzoeken hoe mensen weer realistisch, waardig en mild kunnen landen in een veranderde werkelijkheid.
Ik heb het antwoord niet. Maar ik weet wel dat nuance meer oplost dan verontwaardiging. En dat verlangen iets anders is dan realiteit – voor ons allemaal.
1. Wat zien we feitelijk? (zonder oordeel)
Als je het krantenartikel leest en even alles afpelt, zie je dit patroon:
- Het gaat vooral om jonge jongens en mannen (puberteit–jongvolwassenheid).
- Ze ervaren afwijzing, onzekerheid en statusverlies, met name in contact met meisjes/vrouwen.
- Ze zoeken verklaringen voor dat ongemak.
- Online vinden ze eenvoudige narratieven die:
- hun gevoel legitimeren (“het ligt niet aan jou”),
- een duidelijke vijand aanwijzen (“vrouwen / feministen / links”),
- en een handelingsperspectief bieden (“word harder, dominanter, emotioneel gesloten”).
Belangrijk:
Dit gedrag ontstaat niet primair uit haat, maar uit desoriëntatie en krenking. De haat is secundair.
2. Wat is er veranderd t.o.v. vroeger?
Zonder ideologie, gewoon sociologisch:
2.1 De positie van vrouwen is fundamenteel veranderd
Dit is een cruciale, maar vaak omzeilde constatering:
- Vrouwen zijn:
- financieel zelfstandiger,
- hoger opgeleid (gemiddeld),
- sociaal minder afhankelijk van een relatie.
- Daardoor is de noodzaak van een man verminderd.
- Relaties zijn verschoven van noodzaak → keuze.
Gevolg:
- Vrouwen kunnen hogere of andere criteria stellen.
- Afwijzing komt vaker voor en is explicieter.
- “Vrienden blijven” is een reëel alternatief geworden.
Dat is geen moreel oordeel, maar een structurele verschuiving.
2.2 De traditionele mannelijke rol is niet meegeëvolueerd
Tegelijkertijd is dit gebeurd:
- Jongens krijgen:
- minder duidelijke rolmodellen,
- tegenstrijdige boodschappen (“wees gevoelig” én “neem initiatief”),
- weinig concrete feedback op wat wél werkt in relaties.
- Klassieke scripts (inkomen, status, beschermen) werken minder automatisch.
- Nieuwe scripts zijn vaag, impliciet en contextafhankelijk.
Gevolg:
- Jongens weten niet goed waarop ze beoordeeld worden.
- Afwijzing voelt persoonlijk, willekeurig en onrechtvaardig.
- Dat maakt hen vatbaar voor simplistische verklaringen.
2.3 De marktlogica van daten is harder geworden
Nog een nuchtere factor:
- Online dating vergroot:
- zichtbaarheid van afwijzing,
- competitie,
- vergelijking.
- Kleine verschillen worden uitvergroot.
- Een minderheid van mannen krijgt veel aandacht, een grote groep weinig.
Dit creëert:
- frustratie,
- een gevoel van “buiten de boot vallen”,
- en de neiging om de spelregels te betwisten.
3. Waarom juist figuren als Tate aanslaan
Zonder Tate te verdedigen (wat een gelul, sportschool armpje drukken, dure auto’s en crimineel gedrag) maar verklarend. Hij biedt drie dingen die ontbreken:
- Duidelijkheid
- Heldere oorzaak-gevolglogica.
- Geen ambiguïteit.
- Herstel van waardigheid
- “Jij bent niet mislukt, het systeem is corrupt.”
- Een actieframe
- Train, verdien, domineer, zwijg.
- Dat geeft grip, zelfs als het destructief is.
Belangrijk inzicht: Tate verkoopt geen haat, maar zekerheid. Dat maakt zijn boodschap aantrekkelijk in een onzekere overgangsfase.
4. Is jouw aanname over vrouwen redelijk?
Ja — mits precies geformuleerd. Niet: “Vrouwen zijn te veeleisend geworden.” Wel: “De maatschappelijke positie van vrouwen is sterker geworden, waardoor partnerkeuze selectiever en autonomer is geworden.” Dat verschil is cruciaal. Selectie hoeft geen afwijzing van mannen te zijn, maar wordt zo wel ervaren door jongens die geen referentiekader hebben.
5. Waarom alleen veroordelen niet werkt
Veroordeling doet dit:
- Het bevestigt het wij-zij-denken.
- Het legitimeert het slachtofferverhaal (“zie je wel”).
- Het neemt geen onzekerheid weg.
- Het biedt geen alternatief narratief.
Daarom mislukt het structureel.
6. Wat is dan een wél werkbare benadering?
In neutrale termen zijn er drie sporen die samen moeten lopen.
6.1 Benoem de realiteit eerlijk (zonder schuldvraag)
Zeg tegen jongens:
- Afwijzing is reëler en zichtbaarder dan vroeger.
- Niet iedereen wordt aantrekkelijk gevonden.
- Relaties zijn geen recht, maar een wederzijdse keuze.
Dat klinkt hard, maar eerlijkheid werkt beter dan troostende mythes.
6.2 Leer omgaan met afwijzing en asymmetrie
Dit ontbreekt nu vrijwel volledig:
- Afwijzing leren zien als:
- informatie, niet als vernedering;
- onderdeel van volwassen relaties;
- iets wat iedereen meemaakt, ook vrouwen:
- Kans en uitdaging om zelf te groeien.
Dit is geen psychologisch praatje, maar vaardigheidstraining.
6.3 Bied een alternatief mannelijk script
Niet:
- “Wees liever.”
- “Toon emoties.”
Maar concreet:
- autonomie zonder verbittering,
- zelfrespect zonder claim,
- aantrekkelijkheid zonder belofte,
- groei en ontwikkeling omdat je daar zelf voor kiest.
Dat is precies waar jouw eigen werk vaak al naartoe beweegt: niet vechten tegen selectie, maar ermee leren leven zonder jezelf te verliezen.
7. Samenvattend in één zin
De opkomst van de manosfeer is geen losstaand moreel probleem, maar een overgangsverschijnsel: jonge mannen reageren op een veranderde seksuele en sociale orde waarvoor zij onvoldoende taal, rolmodellen en vaardigheden hebben meegekregen.
Samenvatting
Het artikel Laten we samen haten – Theater, manosfeer in de kunst onderzoekt hoe recente kunst en fictie de opkomst en impact van de zogenoemde manosfeer verbeelden: een online ecosysteem van vrouwonvriendelijke ideeën, influencers en gemeenschappen (zoals incels), waarin kwetsbaarheid bij jongens en mannen vaak wordt omgezet in woede, ressentiment en soms geweld.
Centraal staat de nieuwe theatervoorstelling I Am Andrew van Marjet Moorman. Daarin volgt het publiek de 18-jarige Lewis, die in de gevangenis belandt nadat hij geweld heeft gebruikt tegen een jonge vrouw die hem afwees. Lewis wordt begeleid door een denkbeeldig personage, Andrew (gebaseerd op Andrew Tate), dat een hypermasculiene ideologie verkondigt: emotionele afstand, macht, seksuele claim en vijandigheid tegenover vrouwen. De voorstelling laat zien hoe deze denkbeelden functioneren als morele verdoving en zelfrechtvaardiging.
Het artikel plaatst I Am Andrew naast de wereldwijd succesvolle Netflixserie Adolescence, waarin een 13-jarige jongen zijn klasgenoot doodt. In die serie blijft de invloed van de manosfeer aanvankelijk onzichtbaar, maar sijpelt die via termen als incel en via Jamies houding tegenover een vrouwelijke psycholoog alsnog naar boven. Beide werken tonen jongens die uiterlijk hard lijken, maar innerlijk geknakt zijn door afwijzing en onvermogen om met kwetsbaarheid om te gaan.
Deze thematiek wordt verbreed naar andere kunstvormen:
- de film The Beast (Bertrand Bonello), met een incel-figuur gebaseerd op massamoordenaar Elliot Rodger;
- de roman Rejection van Tony Tulathimutte, die laat zien hoe afwijzing en internetradicalisering gewone mensen langzaam vervormen;
- het toneelstuk Inter Alia van Suzie Miller, waarin een feministische moeder wordt geconfronteerd met een beschuldiging tegen haar eigen zoon.
Daarnaast bespreekt het artikel het non-fictieboek Man neemt vrouw van Eva Hofman, waarin de manosfeer wordt gezien als een digitale tegenreactie op #MeToo en feministische vooruitgang. Volgens Hofman versterkt het internet het patriarchaat door woede en seksisme te belonen met zichtbaarheid. De tekst verbindt deze culturele analyse expliciet met hedendaagse politiek, extremisme en de rol van sociale-mediaplatforms.
Tot slot wordt vooruitgeblikt op de tentoonstelling Manosphere. Masculinity Now in het Stedelijk Museum Amsterdam (2026), die niet alleen de giftige kanten van mannelijkheid wil tonen, maar ook ruimte wil maken voor complexiteit: verlangen, vaderschap en kwetsbaarheid.
Kernboodschap:
Hedendaagse kunst en fictie laten zien hoe afwijzing, onzekerheid en een gebrek aan taal voor kwetsbaarheid jongeren vatbaar maken voor de manosfeer. Niet alleen als online fenomeen, maar als culturele en politieke kracht die diep ingrijpt in ideeën over mannelijkheid, macht en relaties.
Bron
Çolak, E. (2025). Laten we samen haten – Theater, manosfeer in de kunst. Volkskrant 16-12-2025.