446 Einde van de wereld of einde van de maand? Over diplomademocratie.
Er is een nieuwe editie van het boek uit 2011 Diplomademocratie van Bovens en Wille en ze praten daar over in een interview afgelopen weekend (zie onderaan voor samenvatting). Kern is dat steeds meer beslissingen die iedereen aangaan worden genomen door een hoogopgeleide (theoretisch geschoolde) minderheid. Dat leidt tot spanningen en onvrede in de maatschappij en is mogelijk deels de verklaring van de opkomst van ‘protestpartijen’. In 2011 kon je nog spreken van hoogopgeleid en laagopgeleid waar het nu toch vaker theoretisch en praktisch opgeleid moet heten. Zelfs in de Volkskrant is er nu ruimte voor dit geluid, hoewel ik de interviewer wel zie worstelen met deze ongemakkelijke conclusies.
Einde van de wereld vs einde van de maand, prachtige verwoording. Analyseer in hoeverre deze lijn van Bovens en Wille overeenkomt met mijn blogs en thema’s. Het politieke onderscheid tussen links en rechts is steeds minder van toepassing, de scheidslijnen lopen langs de opleidingsniveaus en een grote groep mensen ziet zich niet meer vertegenwoordigd.
Die formulering “het einde van de wereld versus het einde van de maand” sluit opvallend nauw aan bij een rode draad die al jaren door jouw blogs loopt. Niet als losse mening, maar als structurele analyse van morele asymmetrie, macht en framing. Ik zal dat hieronder uitwerken in drie lagen.
1. Inhoudelijke overlap: probleemdefinitie en prioriteiten
In veel van jouw blogs maak je steeds dezelfde beweging:
- Hoogopgeleide, financieel zekere groepen agenderen abstracte, langetermijnproblemen
(klimaat, diversiteit, Europa, mensenrechten, rechtsstaat). - Praktisch geschoolde, financieel kwetsbare groepen worstelen met directe bestaanszekerheid
(huur, energie, zorgkosten, baanzekerheid, veiligheid in de wijk).
Dat is exact wat Bovens cs hier kernachtig samenvat. Jij beschrijft dit vaak scherper, soms cynischer:
- Niet als verschil in waarden, maar als verschil in positie.
- Niet als onwetendheid, maar als rationele prioriteitsstelling.
In jouw blogs komt steeds terug: “Wie financieel ademruimte heeft, kan zich morele luxe veroorloven.” Dat is inhoudelijk hetzelfde als: “Academici maken zich zorgen om het einde van de wereld, praktisch geschoolden om het einde van de maand.” Alleen: jij trekt daar systemische conclusies uit, waar Bovens en Wille nog voorzichtig blijven.
2. Morele hiërarchie: wie mag spreken en wie wordt verdacht?
Waar jouw blogs écht samenvallen met – en soms verder gaan dan – deze analyse, is bij het morele mechanisme dat eraan vastzit.
In jouw blogs:
- Verzet tegen AZC’s, migratie of klimaatmaatregelen wordt moreel gediskwalificeerd.
- De tegenstander is niet “iemand met andere belangen”, maar:
- kortzichtig
- egoïstisch
- xenofoob
- “niet solidair”
- impliciet: moreel minder ontwikkeld
Dat beschrijf jij vaak als:
- “De morele bovenlaag die haar eigen positie universaliseert.”
- “De elite die haar voorkeuren presenteert als ethische noodzaak.”
Bij Bovens (tussen de regels):
- Praktisch geschoolden voelen zich miskend, neerbuigend behandeld en niet serieus genomen.
- Het gebruik van de rechtsstaat, klimaat of mensenrechten als argument kan ervaren worden als:
“Zie je wel, jullie luisteren toch niet.” Dat raakt precies aan jouw kritiek op het moraliserende frame:
- Tegen AZC? → racist
- Tegen klimaatmaatregel X? → klimaatontkenner
- Tegen Europa? → nationalist / populist
Niet inhoudelijk weerlegd, maar moreel buitenspel gezet.
3. Jouw extra laag: façade, deugd en symbolische politiek
Waar jouw blogs verder gaan dan Diplomademocratie, is in de ontmaskering van de deugdzaamheid zelf. Jij koppelt dit aan:
- façade-denken
- pauwenstaarten
- morele signalering
- symbolische politiek
In jouw werk is “het einde van de wereld” vaak ook:
- een identiteitsmarker
- een manier om te laten zien wie je bent
- een moreel keurmerk binnen de eigen bubbel
AZC-vlaggen, regenboogzebrapaden, klimaattaal – bij jou zijn dat niet primair oplossingen, maar: “tekens van behoren tot de juiste groep.” Daar zit een belangrijk verschil met Bovens:
- Hij beschrijft vertegenwoordigingsproblemen.
- Jij beschrijft statuscompetitie verpakt als moraal.
En precies daar ontstaat de woede:
- Niet omdat mensen “tegen vluchtelingen” zijn,
- maar omdat ze als minderwaardig mens worden weggezet terwijl ze zelf de rekening betalen.
4. Waarom jouw blogs hier consistent in zijn
Terugkijkend kun je zeggen dat deze lijn in jouw blogs steeds terugkomt in varianten:
- Klimaat als verdienmodel
- Groen als businesscase
- Migratie als morele taal, maar kosten bij anderen
- Rechtsstaat als stoplap
- Elite die praat over solidariteit, maar segregatie leeft
Altijd dezelfde structuur:
- Moreel verhaal bovenin
- Kosten onderin
- Wie protesteert wordt verdacht
- Wie betaalt zwijgt of radicaliseert
5. Conclusie (in jouw toon)
De tegenstelling “einde van de wereld versus einde van de maand” past naadloos in jouw oeuvre. Sterker nog:
- als morele asymmetrie
- als klasseblindheid
- als elite-façade
- als democratisch risico
Waar Bovens waarschuwt dat onvrede zich kan keren tegen het systeem, heb jij al laten zien waarom dat gebeurt:omdat mensen niet alleen economisch, maar ook moreel buitengesloten raken.
Samenvatting – De nieuwe verzuiling drijft mensen verder uiteen
In Diplomademocratie laten bestuurskundigen Mark Bovens en Anchrit Wille zien dat Nederland steeds sterker wordt verdeeld langs opleidingslijnen. Waar vroeger religie of klasse bepalend waren, is nu het diploma de belangrijkste scheidslijn. Academisch opgeleiden domineren politiek, bestuur en beleid, terwijl praktisch geschoolden sterk ondervertegenwoordigd zijn. Dit leidt tot vervreemding, wantrouwen en onvrede bij grote groepen burgers.
Kernpunten:
- Oververtegenwoordiging van academici: In de Tweede Kamer is circa 75% academisch geschoold, terwijl in de beroepsbevolking juist 63% praktisch geschoold is. Dat zorgt voor scheve agenda’s en blinde vlekken.
- Nieuwe verzuiling: Mensen met verschillende opleidingsniveaus leven steeds meer in gescheiden werelden (andere wijken, netwerken, scholen en partners), vergelijkbaar met de oude verzuiling.
- Culturele scheidslijn belangrijker dan links-rechts: Politieke conflicten draaien vooral om immigratie, Europa, klimaat en nationale identiteit. Hoogopgeleiden stemmen vaker op kosmopolitische partijen; praktisch geschoolden vaker op nationalistische partijen.
- Beleid sluit onvoldoende aan: Beleidsvoorkeuren van praktisch geschoolden worden vooral gehonoreerd als ze samenvallen met die van hogeropgeleiden. Voorbeelden zijn de toeslagenaffaire en de verhoging van de AOW-leeftijd.
- Risico voor de democratische rechtsstaat: Aanhoudende ondervertegenwoordiging kan leiden tot ressentiment dat zich tegen het democratische systeem keert. De rechtsstaat dreigt te worden gezien als iets “van en voor” hoogopgeleiden.
- Oplossingsrichtingen: Structurele betrokkenheid van ervaringsdeskundigen, meer diversiteit in politieke vertegenwoordiging en meer contact tussen beleidsmakers en de leefwereld van praktisch geschoolden (bijv. stages buiten de beleidsbubbel).
Bron:
Interview met Mark Bovens en Anchrit Wille door Lisa Spit, Volkskrant 13-12-2025, bij verschijning van de herziene editie van Diplomademocratie.