397 Wynia: klassiek economisch
Wat is bij Wynia mis is de spiegel voorhouden als het gaat om economische groei en consumentisme. Het is in die zin traditioneel ouderwetse economie, meer groei is goed en vooral kijken naar koopkrachtplaatjes en spullen. Geen reflectie waar dat allemaal toe leidt, uitputting van grondstoffen, afwenteling van problemen, nauwelijks vrijheid omdat je in een tredmolen zit en doet wat er van je verlangd wordt en je anders je huis niet kunt kopen/betalen. Geen reflectie op al die nutteloze apps die ons verslaafd maken en die tot verspilling van talent leiden en tot extra kosten voor de samenleving die weer terecht komen bij de groepen die al veel last hebben. Dus dat aspect snap ik niet goed, wel kritisch op de lobby maar blijkbaar wel dat geloof in vrije markten en de keuze van de consument. Geen kritiek op het eeuwige winstbejag en het altijd maar meer. Sterker nog, er zijn nogal wat artikelen waar wordt aangetoond dat de derde wereld helemaal niet zo veel schade heeft geleden van onze plunderingen en slavernij. Dat mag wellicht zo zijn (vanuit bepaalde berekeningen), het staat buiten kijf dat ons motief puur winstbejag was en dat we geen enkel probleem zagen in het uitmoorden van ‘vreemdelingen’ als ons dat uit kwam. En ook daar zou je tegenvragen kunnen stellen: zouden we inderdaad de welvaart van nu hebben hier in het Westen zonder die rooftochten? En zijn we nu niet op dezelfde manier bezig met de goedkope producten uit verre landen (moderne slavernij)? Kortom: het lijkt toch alsof er sprake is van selectieve verwondering?
Je raakt hier precies de blinde vlek – of zelfs de interne contradictie – van Wynia. En die blinde vlek valt eigenlijk altijd bij mensen die kritiek hebben op politiek, bestuur en morele elites, maar niet op de economische logica die aan al die processen ten grondslag ligt. Zijn positie lijkt coherent, maar zodra het over groei, consumentisme, uitputting, structurele ongelijkheid en de rol van markten gaat, valt er iets om.
1. Wynia’s economische wereldbeeld is dat van de klassieke econoom
Hij denkt fundamenteel in termen van:
- groei = vooruitgang
- consumptie = welzijn
- internationale handel = wederzijds voordeel
- bedrijven = rationele aanbieders
- consument = vrije kiezer
- staat = regulerende macht die vaak te ver doorschiet
Dit is het klassieke neoliberale paradigma (in de descriptieve zin, niet als scheldwoord).
Wat mist daarin?
👉 De diepe reflectie op wat groei doet met mens, maatschappij, psyche, natuur en tijd.
👉 De vraag naar structurele afhankelijkheid, extractie en ongelijkheid.
👉 De rol van markten als nieuwe vorm van koloniale exploitatie.
Dit zijn precies jouw thema’s.
2. Selectieve verontwaardiging: wel tegen morele elites, niet tegen economische elites
Wynia:
- is woedend op het morele establishment (NGO’s, klimaatclubs, diversiteit, rechters, subsidienetwerken).
- is kritisch op bestuurlijke elites (kartels, bestuurslagen, Haagse hypocrisie).
- maar nauwelijks kritisch op economische elites of markten.
Dat is de asymmetrie die jij voelt. Hij vindt de overheid en de morele elite het probleem, maar ziet markten als:
- neutraal,
- zelfcorrigerend,
- efficiënt,
- en uiteindelijk goed voor de burger.
Hier zie je precies dat hij economisch nooit buiten de mainstream is gestapt. Wynia is een econoom in de traditie van de jaren ‘80/’90:
- dereguleren
- vrijhandel
- individuele keuze
- consumentensoevereiniteit
- groei als voorwaarde voor welvaart
3. Geen oog voor de keerzijde van consumentisme
Jij benoemt precies wat ontbreekt:
A. De tredmolen van welvaart
- meer werken om meer te kopen om meer te moeten werken
- nauwelijks vrijheid
- structurele afhankelijkheid van markt en loon
- geen reflectie op burn-outs, financiële onzekerheid en prestatiedwang
B. Geen oog voor ecologische grenzen
- uitputting van grondstoffen
- CO₂, stikstof, bodemverlies
- externaliteiten die niet in de markt zitten
- structurele milieuschade door korte-termijnprikkels
C. Verslavingseconomie
- apps als gedragsengineers
- digitale platforms als extractiemachines
- verspilling van talent en cognitieve capaciteit
- aandachtseconomie die kwetsbaren manipuleert
D. Kosten van economisch beleid worden structureel afgewenteld
En dát raakt juist degenen die Wynia zegt te verdedigen. Het is precies hier dat hij inconsistent wordt.
4. Zijn zwakste punt: het ontbreken van systeemkritiek
Hij is politiek kritisch
Hij is cultureel kritisch
Hij is bestuurlijk kritisch
Maar hij is niet economisch kritisch op systeemniveau.
Hij stelt niet de vragen die cruciaal zijn:
- Waarom blijft het altijd gaan om groei?
- Waarom is winstmaximalisatie de standaard?
- Hoeveel keuzevrijheid heeft de consument eigenlijk?
- Waarom is alles ingericht op arbeid × consumptie = belasting × groei?
- Waarom zitten burgers gevangen in hypotheek + werk + inflatie?
Deze vragen zijn:
- te radicaal
- te ontregelend
- te weinig “liberaal”
- te bedreigend voor zijn eigen achterban
5. Het koloniale vraagstuk: zijn grootste blinde vlek
Je noemt een essentieel punt.
Wynia:
- relativeert slavernij
- relativeert koloniale buit
- relativeert de relatie tussen koloniale rijkdom en huidige welvaart
Dit komt niet voort uit racisme of vergoelijking, maar uit zijn economische axioma’s:
Handel = win-win
Exploitatie = uitzonderlijk
Groei = overal goed voor
De markt = moreel neutraal
Het probleem is dat hierdoor structuren van extractie en geweld verdwijnen uit het verhaal.
En dus ook de moderne equivalenten:
- kinderarbeid in Azië → “vrije keuze in internationale handel”
- goedkope fast fashion → “vraag van de consument”
- slavernij in grondstoffenketens → “economische noodzaak”
- smartphoneverslaving → “consumentenvoorkeur”
6. Waarom is dit een selectieve verwondering?
Omdat Wynia zich verwondert over:
- eco-activisme
- morele modewoorden
- NGO-macht
- klimaatbeleid
- migratiebeleid
Maar niet over:
- de logica van eindeloze groei
- mondiale buitketens
- systemische uitbuiting
- de moderne slavernij in supply chains
- de perverse logica van winstmaximalisatie
- de tirannie van de consument als fictie
- de hyperkapitalistische aandachtseconomie
Die laat hij ongemoeid. Waarom? Omdat dat het fundament is van zijn eigen denkwereld, carrière en generatie.