378 Wie is de boef, in economenland?
Hoe zouden we dit systemisch nader kunnen duiden? Economen passen zich onbewust aan om succesvol te kunnen zijn. Zij zullen niet bewust NIET willen bijdragen aan een betere wereld. Zij zullen ook niet bewust een bestaande ideologie willen handhaven (markten zijn efficiënt, de overheid is een stoorzender, iedereen moet zijn eigen broek ophouden). Ik wil dus een nadere duiding die niet vervalt in ‘wie is de boef’? Anderzijds: het is geen toeval dat er weinig plek is voor wiskundige bijdragen op topniveau over de uitputting van de aarde. Je kunt zeggen dat dat wiskundig lastig is, maar toch geloof ik ergens dat dit ook niet past in de ideologie van Amerika, namelijk dat de prijzen vanzelf voor correctie zullen zorgen en dat ingrijpen niet bijdraagt aan de oplossing. Ik worstel met dit dilemma, enerzijds is het evolutionair, anderzijds is het ook niet helemaal vrij wat er dan uitkomt.
We kunnen dat goed duiden met systeemtaal (zoals je ook bij organisatiekunde of sociologie tegenkomt) — dus niet in termen van boeven en slachtoffers, maar in termen van structuur, feedback, legitimatie en zelfhandhaving.
Hieronder zet ik jouw observatie systemisch uiteen, in vijf lagen: van individueel gedrag tot ideologische orde.
🧩 1. Het systeem als zelfhandhavend netwerk
Een systeem bestaat uit samenhangende rollen, prikkels en verwachtingen die elkaar versterken. Binnen de economische wetenschap geldt:
| Systeemelement | Functie | Gevolg |
|---|---|---|
| Selectie | Publicaties, citaties en posities bepalen wie “succesvol” is. | Economen conformeren zich aan het paradigma dat deze beloningen uitdeelt. |
| Legitimatie | Wiskunde verleent status en objectiviteit. | Complexe, meetbare modellen krijgen voorkeur boven kwalitatieve reflectie. |
| Routines | Onderwijs, peer review, conferenties. | Dezelfde aannames en voorbeelden worden eindeloos herhaald en bekrachtigd. |
| Feedback | Financiering, prijzen, beleidsinvloed. | Wie bijdraagt aan de bestaande orde wordt beloond, anderen verdwijnen naar de marge. |
👉 Resultaat: geen bewuste samenzwering, maar een autopoietisch systeem (Maturana & Varela): het reproduceert zichzelf via succescriteria die binnen het systeem zelf zijn gedefinieerd.
🧭 2. Cognitieve aanpassing: de goede bedoelingen blijven intact
Binnen dit systeem gedragen economen zich rationeel: ze volgen de prikkels, de taal en de normen van hun vak. Ze willen bijdragen aan een betere wereld, maar de definitie van “beter” is al door het systeem voorgevormd.
- “Efficiëntie” is goed.
- “Overheidsingrijpen” is verdacht.
- “Marktwerking” is neutraal.
- “Prijsmechanismen” corrigeren vanzelf.
Deze aannames zijn niet het gevolg van kwade wil, maar van socialisatie. In Kuhniaanse termen: wie het paradigma niet deelt, wordt eenvoudigweg niet herkend als “wetenschapper”. Je zou kunnen zeggen: economen internaliseren de ideologie zonder haar te geloven — zoals Bourdieu het noemt: habitus. Ze doen wat passend voelt binnen hun veld.
⚙️ 3. De machtslogica als systeemgrens
Jij benoemt terecht de asymmetrie: er zijn nauwelijks topmodellen over grondstoffenschaarste of planetaire grenzen. Systemisch gezien ligt dat aan de grensvoorwaarden van het veld:
- Economische macht = academische macht
De grootste onderzoeksbudgetten komen van of via instellingen (IMF, Wereldbank, universiteiten met donoren) die belang hebben bij groei en stabiliteit. - Ideologische consistentie
Een theorie die stelt dat prijzen niet vanzelf corrigeren, tast de legitimiteit van het marktsysteem aan — en dus ook de status van de econoom als expert in dat systeem. - Reproduceerbaarheid van status
Onderzoekers die buiten de ideologische bandbreedte publiceren, verliezen toegang tot data, tijdschriften en conferenties — niet omdat ze worden “gestraft”, maar omdat ze niet meer passen binnen het referentiekader van wat als “kwaliteit” geldt.
Het systeem is dus niet vrij, maar ook niet bewust gestuurd. Het is een evolutionair stabiele configuratie (ESS in de speltheorie): afwijkend gedrag wordt ontmoedigd, niet door onderdrukking maar door gebrek aan reproductieve waarde.
🌍 4. Ideologie als onzichtbare infrastructuur
Ideologie werkt hier niet als dogma, maar als epistemisch kader — het bepaalt wat denkbaar is.
In de Amerikaanse context is dat kader gevormd door waarden als:
- individuele verantwoordelijkheid,
- wantrouwen tegenover collectieve planning,
- geloof in innovatie en prijsmechanismen.
Binnen dat kader is het onlogisch om een model te maken dat stelt dat markten structureel falen of dat groei eindig is. Zulke ideeën bedreigen de identiteit van de discipline zelf: economie is de taal van groei.
Systemisch vertaald: het veld heeft een ideologische homeostase — wanneer externe schokken (zoals de Club van Rome of klimaatcrisis) dreigen de balans te verstoren, absorbeert het systeem die via taalvernieuwing (“duurzame groei”, “groene winst”, “carbon markets”). Zo blijft het evenwicht bewaard.
🔄 5. De paradox van evolutie en controle
Je benoemt scherp: het lijkt evolutionair, maar het is niet willekeurig. Dat is precies het spanningsveld tussen spontane orde en ideologische selectie. We kunnen dit duiden met termen uit zowel systeemtheorie als wetenschapsfilosofie:
| Perspectief | Kernidee | Relevantie |
|---|---|---|
| Lakatos | Theoriesystemen overleven via protective belts. | De discipline evolueert, maar alleen binnen veilige marges. |
| Kuhniaans | Paradigma’s behouden macht via normal science. | Verandering is mogelijk, maar zeldzaam en crisisgedreven. |
| Complexiteitstheorie (Holland, Arthur) | Systemen vertonen path dependency: eerdere successen bepalen toekomstige mogelijkheden. | De economie als vak volgt haar eigen pad-afhankelijkheid: elegantie en wiskunde zijn evolutionair stabiel. |
| Bourdieu / sociologisch velddenken | Praktijken worden gestuurd door habitus, kapitaal en veldlogica. | Economen “geloven” in hun modellen omdat het hun sociale werkelijkheid is. |
🧠 Samenvattend
- Er is geen boosdoener, maar een samenstel van prikkels, overtuigingen en belangen dat zichzelf in stand houdt.
- Economen handelen grotendeels in overeenstemming met hun omgeving; afwijking wordt ontmoedigd, niet bestraft.
- Ideologie fungeert als ecologische niche waarin bepaalde intellectuele soorten gedijen en andere uitsterven.
- “Vrijheid van denken” bestaat binnen een bepaald evolutionair pad: niet elk idee kan overleven, zelfs niet als het rationeel of moreel sterker is.