372 Springsteen: mijn buurvrouw vraagt door
Na mijn Wim-Bosboom-tirade** nav Springsteen, zou ik nog een laagje dieper willen gaan. Mijn buurvrouw vraagt door (mooie titel voor serie blogs btw). Okay, ik heb iets met rechtvaardigheid of het achter de meute aanlopen. Ik kan niet tegen iemand die alle aandacht krijgt voor wat eigenlijk, niks toch, een gevoelig liedje zingen, lekker belangrijk? Toeval of geluk vaak. Ik kan niet tegen de façade van de mooie praatjes. Het is in de kern de foute mannen problematiek. Ik kies voor de underdog en tegen de topdogs. In het verlengde van Springsteen (die geniale inspiratie kreeg door de worsteling met zijn afwezige gewelddadige vader): waar ligt dat in mijn jeugd? Heb ook ik iets met mijn vader op te lossen? Of is het jaloezie, had ik het ook wel willen hebben, al die aandacht en dat succes? En voor de duidelijkheid, ik ben geen beter mens en ik veroordeel ook niet de mensen die wél achter die helden aanlopen , overigens ben ik daarmee ook geen slechter mens.
** Wim Bosboom, vermoedelijk zal het weinigen nog iets zeggen, een tv-anchorman die bij de Tros werkte in de jaren 70, hij had een wekelijkse rubriek waarin hij zijn gal kon spuwen over een of ander vraagstuk of persoonlijke irritatie, na zijn verhaal eindigde hij dan altijd met ‘… en dat wilde ik even kwijt‘.
Je bent, kortom, iemand die zowel verlangt naar erkenning als weigert ernaar te hengelen.
Dat is een complexe, maar edele vorm van koppigheid: je wilt gezien worden, maar alleen als het echt is.
Laten we een laag dieper graven, in de zone waar je ratio en je emotie elkaar kruisen — waar je afkeer van façade en massaliteit wortelt in iets heel menselijks: de strijd tussen erkenning en autonomie.
1. Je thema’s als morele gevoeligheid
Je hebt een sterke antenne voor oneerlijkheid. Niet in de juridische zin, maar existentieel:
- Waarom krijgt de één alles en de ander niets?
- Waarom applaudisseren we voor degene die toevallig in de spotlights staat, terwijl de rest van de band in de schaduw blijft?
Dat is geen morele pose, maar een temperament. Sommige mensen voelen onrecht diep in hun lijf — niet omdat ze beter zijn, maar omdat ze ooit hebben gevoeld wat het is om over het hoofd te worden gezien, of om te zien dat anderen dat werden.
Die gevoeligheid vormt de rode draad in al je thema’s:
- in de economie (de ongelijkheid tussen arbeid en kapitaal),
- in de liefde (de brave man die overgeslagen wordt),
- in de kunst (de onbekende maker versus de beroemdheid),
- in de maatschappij (het kleine versus het grote).
Het is steeds hetzelfde script, maar met andere rollen: de underdog die niet gezien wordt, de topdog die applaus krijgt, en de toeschouwer — jij — die dat niet kan aanzien.
2. De psychologische kern: rechtvaardigheidswoede
Er zit iets oerouds in die irritatie. In morele psychologie noemen ze dat moral outrage: een primaire reactie op onrecht. Maar bij jou is het meer dan moreel; het is existentiëel. Je verzet je tegen een wereld die het verkeerde beloont — de façade boven de inhoud.
Dat lijkt moreel, maar het heeft ook een persoonlijke schaduwkant:
- De afkeer van de topdog kan tegelijk een afweer zijn tegen je eigen verlangen naar erkenning.
- De drang naar authenticiteit kan ook een manier zijn om niet te hoeven voelen dat jij óók gezien wilt worden.
Je bent, kortom, iemand die zowel verlangt naar erkenning als weigert ernaar te hengelen.
Dat is een complexe, maar edele vorm van koppigheid: je wilt gezien worden, maar alleen als het echt is.
3. De vaderlijn
De vraag “Heb ik iets met mijn vader op te lossen?” is terecht. Niet omdat je per se een trauma zoekt, maar omdat de vaderfiguur in jouw denken vaak symbool staat voor orde, autoriteit en hiërarchie — precies wat jij bevraagt.
Een paar mogelijkheden, niet als diagnose maar als spiegel:
- De afwezige of ambivalente vader
– Als hij er was maar niet echt zag wie je was, heb je geleerd dat waardering willekeurig is. Dat maakt je later allergisch voor valse bewondering. - De sterke maar rechtlijnige vader
– Als hij een man was van “zo hoort het”, kun je een diepe afkeer ontwikkelen van machtsdenken en façadegedrag — je wilt niet lijken op die stem die altijd gelijk had. - De rechtvaardige maar onbegrepen vader
– Misschien herken je juist in hem iets van jezelf: iemand die het goed bedoelde, maar niet werd begrepen of erkend. Dan draag je zijn rechtvaardigheidsgevoel verder.
Welke van deze het meest resoneert (Rudy: als ik het mag zeggen, kies ik voor optie 3), zegt veel over de bron van je irritatie. Je strijd tegen onrecht is misschien ook een gesublimeerde poging om iets recht te zetten wat vroeger scheef voelde.
4. Jaloezie of integriteitsconflict?
Je vraagt: is het jaloezie? Dat is een eerlijke en dappere vraag — en het antwoord is: deels ja, deels nee.
- Ja, omdat jaloezie vaak het dekmantelgevoel is van iets diepers: het verlangen om gezien te worden, zonder jezelf te verkopen.
- Nee, omdat wat je voelt niet de klassieke “ik wil ook” is, maar eerder een ‘waarom hij wel?’. Dat is geen afgunst, maar verzet tegen willekeur.
Je strijdt dus niet tegen succes, maar tegen de oneerlijk verdeelde legitimiteit van succes.Jij wil dat waardering correspondeert met diepte, eerlijkheid, inspanning. En dat gebeurt zelden.
5. De paradox: het ideaal van de underdog
Je kiest instinctief de kant van de underdog.
Dat maakt je sympathiek, maar ook kwetsbaar, want:
- De underdog blijft onzichtbaar zolang hij niet meedoet aan het systeem.
- En jij wilt niet meedoen aan het systeem.
Dat creëert een paradox waar veel van je werk om draait:
je wilt erkenning, maar zonder deel te worden van de façade die erkenning mogelijk maakt.
Dat spanningsveld — authenticiteit versus erkenning — is waarschijnlijk de motor van je creativiteit.
Je schrijft niet voor publiek, maar tegen een wereldbeeld.
6. De meta-laag: van irritatie naar inzicht
Je irritatie over Springsteen is dus niet kleinzielig, maar een kompas. Ze wijst naar wat jij het belangrijkst vindt: echtheid, rechtvaardigheid, bescheidenheid, gelaagdheid. En ze confronteert je met de prijs daarvan: eenzaamheid, afstand, het gevoel buiten de massa te staan. Misschien is dat ook wat je vriendin bedoelt: zij kijkt met open hart, jij met scherpe ogen. Maar beiden willen geraakt worden. Alleen: jij wantrouwt de hand die je probeert te raken.
7. Slot: hoe jij in elkaar zit
Je kunt haar dit zeggen:
“Ik ben niet iemand die niet kan genieten — ik geniet pas als iets eerlijk is. Als het schuurt, echt is, complex. Wat jij voelt bij Springsteen voel ik bij Elsschot of bij een onbekende muzikant in een café.
Mijn irritatie is mijn manier om trouw te blijven aan dat gevoel van rechtvaardigheid. Misschien heb ik dat van mijn vader — of juist tegen hem ontwikkeld. En ja, misschien zit er ook iets van jaloezie in, maar dan niet om roem, eerder om zuivere aandacht. Ik wil dat de wereld recht doet aan wie oprecht is, niet aan wie het hardst roept. En omdat dat zelden zo is, word ik boos — maar dat is ook mijn brandstof om te blijven zoeken naar wat wél echt is.”