731 Geen nepnieuws, wel belangentaal

Het is alweer bijna 2 jaar geleden dat Maurits Martijn schreef over het wel of niet voorkomen van nepnieuws. Zijn conclusie was destijds dat het allemaal wel meeviel, we moeten er vooral niet zoveel over praten, dat is meer het probleem. Hieronder de samenvatting. Ik kom op het artikel omdat Jos (zie elders) me erop wees en er meteen de vraag achteraan knalde: en waar we ons meer zorgen over moeten maken is dat er al heel lang en veel nepnieuws is maar van een andere soort.

Huh? Ja natuurlijk, we worden de hele dag gebombardeerd met reclame die vooral tot doel heeft ons meer te laten kopen, ons ongelukkiger te laten voelen. Kortom, allemaal geen relevante informatie en vooral nepnieuws. Ja maar dat heet reclame dus dan weet je dat. Mwaah, het spel wordt steeds subtieler, influencers enzo. En dan politici met hun spindoctors, die vertellen wat hen op dat moment goed uitkomt. Geen waarheid of feiten per se. Nepnieuws? Soort van. Vandaag hoorde ik nog iemand op de radio zeggen over de pensioenproblematiek: het systeem moest hervormd worden, terwijl het gewoon bezuinigingen zijn. Ook hier dus verfraaitaal. Kortom, ik hoef er niet zoveel woorden aan vuil te maken, nepnieuws los van de exacte definitie is all over the place. Hieronder naast de samenvatting van Martijn de reactie van AI en ik begin met 10 stellingen over ‘nepnieuws’ op deze manier bezien.


  1. De moderne burger leeft niet in een informatiesamenleving maar in een concurrentie van belangenverhalen.
    Politiek, media, bedrijven, influencers en zelfs goede doelen verkopen geen objectieve waarheid maar strategische interpretaties van de werkelijkheid.
  2. De gevaarlijkste desinformatie is niet de leugen die opvalt, maar de framing die normaal is geworden.
    Niet Russische trollen maar dagelijkse slogans als “eigen verantwoordelijkheid”, “vrije markt” en “duurzaamheid” sturen gedrag zonder dat mensen het nog als beïnvloeding herkennen.
  3. Reclame is sociaal geaccepteerde gedragssturing.
    Het doel van reclame is zelden informeren; het doel is verlangen, status en koopgedrag organiseren in het voordeel van de aanbieder.
  4. Politieke communicatie draait meestal niet om waarheid maar om draagvlakmanagement.
    Beleidswoorden als “hervorming”, “transitie”, “prikkel”, “modernisering” en “haalbaarheid” maskeren vaak machts- en verdelingsvragen.
  5. De echte beïnvloeding zit niet in extreme complotten maar in duizenden kleine herhalingen.
    Dagelijks terugkerende boodschappen over succes, schuld, werk, wonen, liefde en consumptie vormen langzaam het wereldbeeld van burgers.
  6. Wie de taal bepaalt, bepaalt welke belangen zichtbaar worden en welke verdwijnen.
    Een woningtekort wordt bijvoorbeeld een “marktprobleem”, terwijl grondschaarste, rendementseisen en speculatie buiten beeld blijven.
  7. Mensen geloven vaak niet wat waar is, maar wat sociaal veilig en psychologisch aantrekkelijk voelt.
    Daarom werken verhalen over meritocratie, romantische liefde, ondernemerschap en de Amerikaanse droom zo krachtig, zelfs wanneer de werkelijkheid veel harder is.
  8. Sociale media hebben propaganda niet uitgevonden maar versneld en gedemocratiseerd.
    De kern van beïnvloeding bestond al in reclame, verkiezingscampagnes, managementtaal en televisie; AI en algoritmes vergroten vooral de schaal en snelheid.
  9. De obsessie met buitenlandse desinformatie leidt af van binnenlandse belangensystemen.
    Politici waarschuwen graag voor Rusland of deepfakes, maar veel wantrouwen ontstaat door jarenlang ervaren verschil tussen publieke woorden en dagelijkse werkelijkheid.
  10. De moderne mens wantrouwt steeds meer informatie omdat hij intuïtief voelt dat bijna alles een agenda heeft.
    Niet omdat burgers dommer worden, maar omdat ze leven in een systeem waarin economie, politiek, media en technologie voortdurend proberen aandacht, gedrag en loyaliteit te sturen.

Ja, precies. Dit is eigenlijk de blinde vlek in het artikel.

Martijn gebruikt desinformatie vrij smal: aantoonbaar onjuiste informatie, vaak online, vaak gekoppeld aan Rusland, China, AI, verkiezingen of complotten. Maar jij trekt het breder: informatie met een belang erachter. Dan kom je uit bij reclame, framing, politieke spin, beleidscommunicatie, corporate storytelling, lobbytaal, verkiezingsslogans, “eigen verantwoordelijkheid”, “keuzevrijheid”, “duurzaam”, “innovatie”, “veiligheid”, betaalbaarheid”. Dat is meestal geen platte leugen. Het is subtieler:

Niet zeggen wat waar is, maar zeggen wat werkt.

Reclame zegt niet: “koop dit omdat wij winst willen maken.” Ze zegt: “jij verdient dit”, “dit past bij jou”, “dit maakt je vrijer, mooier, slimmer, duurzamer.” Politiek zegt niet: “wij bedienen een achterban.” Ze zegt: “dit is goed voor Nederland”, “de hardwerkende Nederlander”, “lastenverlichting”, “hervorming”, “modernisering.” Daarmee is het misschien gevaarlijker dan nepnieuws. Nepnieuws kun je nog ontmaskeren. Maar deze dagelijkse beïnvloeding is normaal geworden. Ze zit in taal, formats, campagnes, adviesrapporten, talkshows, beleidsnota’s en slogans. Je zou kunnen zeggen:

Het probleem is niet dat burgers af en toe nepnieuws tegenkomen. Het probleem is dat ze dagelijks leven in een omgeving waarin vrijwel alle publieke informatie strategisch is vormgegeven.

Dat maakt Martijns artikel tegelijk sterk en beperkt. Sterk omdat hij de hysterie rond nepnieuws relativeert. Beperkt omdat hij de veel grotere vraag laat liggen: waarom vinden we Russische desinformatie verdacht, maar commerciële en politieke beïnvloeding normaal?


Samenvatting

Maurits Martijn stelt dat desinformatie bestaat, maar dat de paniek erover groter is dan het probleem zelf. Volgens het artikel laat empirisch onderzoek steeds opnieuw zien dat nepnieuws en misinformatie maar een klein deel van het informatiedieet vormen. De meeste mensen komen er weinig mee in aanraking, en als ze ermee in aanraking komen, verandert hun gedrag of wereldbeeld meestal nauwelijks. Vaak bevestigt misinformatie vooral wat mensen toch al dachten.

De dominante angst is dat Rusland, China, AI, deepfakes en sociale-mediaplatforms een soort tsunami van desinformatie veroorzaken die verkiezingen en democratieën ondermijnt. Martijn vindt dat beeld overdreven. Ook tijdens corona, toen veel werd gesproken over een “infodemie”, trokken mensen volgens aangehaald onderzoek juist vooral naar betrouwbare nieuwsbronnen.

Een belangrijk punt is dat meer aanbod van nepnieuws niet automatisch meer consumptie betekent. AI kan het makkelijker maken om onzin te produceren, maar dat betekent niet dat grote groepen mensen die onzin ook willen lezen, geloven of delen. De echte grootverbruikers van misinformatie zijn vaak kleine, zeer actieve groepen die bewust kwaliteitsinformatie afwijzen.

Het artikel draait daarna de redenering om: misschien is niet desinformatie zelf het grootste probleem, maar de voortdurende waarschuwing ervoor. Als politici en media steeds zeggen dat we massaal gemanipuleerd worden, gaan mensen ook betrouwbaar nieuws wantrouwen. Zo kan de angst voor desinformatie zelf het vertrouwen in media, politiek en democratie verder uithollen.

Martijn maakt daarbij een belangrijk onderscheid. Buitenlandse hightech-desinformatiecampagnes worden vaak overschat. Maar misleiding door binnenlandse elites — politici, opiniemakers en journalisten — kan wél grote invloed hebben. Voorbeelden zijn de leugens over massavernietigingswapens in Irak of grootschalige verkiezingsfraude in de VS.

De conclusie is dus: wees terughoudend met grote woorden als tsunami, atoombom of infodemie. Wie voortdurend waarschuwt voor desinformatie, kan onbedoeld zelf bijdragen aan wantrouwen. Of zoals het artikel eindigt: voor je het weet verspreid je zelf misinformatie.

Previous Post
@media print { /* Verberg alle ongewenste onderdelen */ header, .site-header, nav, .main-navigation, .sidebar, .site-sidebar, aside, footer, .site-footer, .widget-area, .breadcrumbs, .post-meta, .related-posts, .comments-area, .print-hide { display: none !important; height: 0 !important; margin: 0 !important; padding: 0 !important; overflow: hidden !important; } /* Verberg ook bepaalde vaste*