684 Rand meets Bernhard (7): de terugblik
Anna
Als ik zo terugkijk op mijn leven? Ik mag niet klagen, ik heb veel bereikt. Maar ik wil op mijn leeftijd, zo terugkijkend, ook kritisch zijn. Kritisch op mezelf en mijn omgeving. Kijk, dat eerste grote boek van mij, daar staat de boodschap die ik wilde overbrengen goed in. De held dat is een recht-door-zee type man waar ik zo veel bewondering voor heb en waar er zo weinig van zijn. Iemand die staat voor zijn principes, een man met een missie, ik geloof nog steeds dat de wereld hier veel aan te danken heeft. Deze ruwe-bolster-architect maakte de mooiste gebouwen en hij bouwde voor de gemeenschap, niet voor de ego’s van zijn opdrachtgevers. Hoe mooi en sociaal is dat! Toch, ik benadruk dat nog maar even, is Howard geen do-gooder, niet iemand die het beste met de mensheid voor heeft. Nee, hij is een egoïst, die gaat voor zijn eigen principes en nooit compromissen sluit. Dat juist die mensen voor heel veel moois en goeds zorgen, dat is een gevolg van hun gedrag, nooit de bedoeling. Mijn tweede grote boek is er ook gekomen en het was een nog groter succes. Ergens las ik, dat het na de Bijbel het meest verkochte boek in de USA is. Ik heb hier gemengde gevoelens over. Er zijn maar weinig mensen die het boek helemaal van kaft tot kaft gelezen hebben, vrees ik. Sommigen vinden dat de twee boeken elkaar tegenspreken. Ik heb dat altijd ontkend, zo eigenwijs ben ik ook wel, ik heb nooit fouten toegegeven. Mijn tweede boek gaat ook weer over stoere mannelijke helden, mannen die de wereld veranderen, die weten wat ze willen. Mannen waar met jaloezie naar wordt op gekeken, mannen die bereid zijn voor hun missie alles op te geven. Dus ja, het gaat weer over helden. En zeker, ook dat blijft kloppen, hun principes blijven ook overeind. En ja, ook dat klopt, ze zijn en blijven egoïsten die voor hun eigen belang gaan. Er is een groot verschil met Howard, zo kijk ik er nu op terug. Het verdienen van geld staat te centraal als een grote waarde. Het jezelf verrijken is in mijn tweede boek een deugd. Ik kan het goedpraten door te zeggen dat mijn helden dat nu eenmaal belangrijk vinden. Maar geld en eer en roem zijn uiteindelijk externe motivators. Wat zou je immers met al dat geld moeten als er verder geen mensen zijn of geen maatschappij is? Howard had alleen maar zijn eigen intrinsieke kompas, hij gaf nada om wat anderen van hem vonden, hij kende ook geen jaloezie. Okay, ik zeg het gewoon. Ik heb me achteraf laten verleiden mijn helden te veel op ‘ondernemers’ te laten lijken. Minder de kunstenaars of uitvinders, meer de zichzelf verrijkende monomane geldwolven. Ikzelf ben ook gegaan voor de verleiding en de roem en heb niet vast kunnen houden aan mijn oorspronkelijke plan. Mijn boek is een eigen leven gaan leiden, helemaal los van wat ik ermee heb bedoeld. Het is door de machthebbers ingezet als filosofische onderbouwing van ‘greed is good’ en ik voel me daar mede-verantwoordelijk voor. Ik walg van wat ik om me heen zie gebeuren. Mensen die zelf weinig toevoegen, maar met de eer gaan strijken, omdat ze toevallig een grote bek hebben of de juiste connecties of veel geld. In wezen zijn het roofridders die zichzelf in de spiegel kunnen blijven kijken omdat ze denken dat de maatschappij niet zonder hen kan. Ik heb indirect deze crooks op het schild gehesen. Bah! Ik heb me de laatste jaren ook kritisch uitgelaten op radio en tv, maar ik ben een roepende in de woestijn. Teleurgesteld? Een beetje wel. Waar ik trots op ben? Op mijn man Frank. Hij heeft me altijd gesteund en is me altijd trouw gebleven. Frank is een b-acteur die in staat is geweest mij de status van a-acteur te gunnen. Frank is mijn Howard!
Bo
Als ik terugkijk op mijn leven? Daar zijn vriend en vijand het over eens. Ik heb een fantastisch leven gehad, ik heb alle voordelen genoten en nauwelijks de nadelen gehad. Van een ziekelijk klein mannetje naar een wereldberoemde prins charming. Na de held van de oorlog te zijn geweest, ben ik vrij geruisloos overgegaan naar de man van de Bilderberg-conferenties. Deze bijeenkomsten zijn tot op de dag van vandaag een succes, mede dankzij mijn inbreng. Dus supertevreden. Maar …. ook ik moet kritisch op mezelf zijn. Ik heb zoveel vrijheid gekregen, ook wel afgedwongen hoor, ik kon met mijn vuist op tafel slaan, dat ik er ook het slachtoffer van ben geworden. Hoe gaat die uitspraak? Een kat op het spek binden. Dat hebben ze gedaan, die Amerikanen. Ze hebben me (bewust?) in contact gebracht met de mooiste vrouwen, voortdurend kwam ik ze tegen en wilden ze wat van en met mij. Gedurende al die jaren heb ik vele vrouwen ‘overseas’ gehad bij wie ik ook nogal wat kinderen heb achtergelaten. Er is veel over mij geschreven, ook veel slechte dingen, maar ik ben altijd loyaal geweest naar de mensen uit mijn directe omgeving. Ook voor mijn vrouwen en kinderen heb ik altijd goed gezorgd. Het moest altijd in het geheim gebeuren, ik had er mijn ‘mannetjes’ voor. In Nederland werd ik kort gehouden, daar hadden ze me wel door, maar gaven ze niet altijd toe. Altijd heb ik een schreeuwende behoefte aan geld gehad. De Amerikanen wisten ‘damn well’ dat ik chantabel was. En ze waren bereid te helpen. Als ik wat voor ze terug deed. Zo heb ik me laten verleiden tot het aannemen van wat later steekpenningen zijn genoemd. Ik zag dat anders. Ik vond het niet meer dan een normale vergoeding voor bewezen diensten, dat geld waren ze anders minimaal aan iemand anders kwijt geweest. En dat is ook zo, dat vonden ze zelf ook, nooit een kwaad woord van die kant. Het balletje is later aan het rollen gebracht en ik ben diep door het stof gegaan. De bladen smulden ervan, ik moest mijn mond houden, ze hebben me vernederd. Al mijn pakken en lintjes zijn me afgenomen. Mijn vrouw en dochters hebben me het nooit echt vergeven. Ik werd gedoogd en mocht op de achtergrond bij God’s gratie naast Juul blijven zitten. Ik heb nergens spijt van, het was een mooi leven, maar misschien had ik dat anders moeten aanpakken. Ik ben te veel in mezelf gaan geloven, in mijn eigen onfeilbaarheid, dat ik overal mee weg zou komen. Ik heb onderschat hoe er veel jaloerse blikken naar me keken, wachtend op het moment dat ze me een fatale slag konden toebrengen. Ben ik geslaagd in mijn ultieme missie om de familie-eer te herstellen? De geschiedenis moet hier maar over oordelen.
Casper
Casper voelt zelf ook de behoefte terug te kijken op zijn leven. Is hij tevreden? Trots op zichzelf? Hij vindt het nog te vroeg zo’n grote vraag te beantwoorden, hij komt er nog niet uit. In tegenstelling tot Anna en Bo leeft hij nog, heeft hij nog een leven voor zich. Over het modelleren is hij redelijk tevreden, de conclusies zal hij de komende weken uit gaan werken. Zijn verslag zal hij in concept naar Bob sturen. Van Anna en Bo heeft hij, tot zijn verrassing, geleerd dat zij ook maar poppetjes in een groter spel zijn geweest. Dat ze zijn gaan geloven in hun eigen mythe, slachtoffer zijn geworden van hun eigen te grote dromen en ambities. Casper is geen grote speler. Hij ziet zichzelf als een klein poppetje dat zich nog steeds kwaad kan maken om kleine dingen, dingen waar verder niemand op let. Omdat hij maar niet kan stoppen te melden wat hij ervan vindt, heeft ie vooral zichzelf te pakken. Op feestjes mijden ze hem als de pest, omdat ie weer aankomt met diezelfde lulverhalen over foute mannen die er ten onrechte met het geld en de vrouwen vandoor gaan. Hij wordt er zelf ook moe van, precies de reden dat ie meer inzicht wilde krijgen in wat die foute mannen beweegt. En toch, en toch, als je Samuelson (1948) er op naslaat, dan staat het er toch ook wel in. We willen het alleen niet zien. Een consument of producent wordt door Samuelson een ‘homo economicus’ genoemd. Dat is iemand die puur rationeel voor zijn eigen belang gaat. Zo iemand wil met zo weinig mogelijk moeite zo veel mogelijk voordeel krijgen. Waar mogelijk zal hij afwentelen op een ander. De maatschappij, ‘de anderen’, die bestaan niet bij Samuelson. Een ondernemer is dus gewoon een luie zak die mensen zoekt die voor hem het werk willen doen, zo goedkoop mogelijk. Precies, om er zelf beter van te worden. Maar die ondernemer die innoveert toch? Die doet toch nieuwe dingen waar we allemaal van profiteren? Nee hoor, Casper leest Samuelson nog eens heel goed. Ondernemers mijden juist risico! Innoveren vinden ze heel vervelend. Dat is interessant! Het zit juist omgekeerd. Ondernemers zoeken plekken waar ze makkelijk rijk kunnen worden. Als anderen dan zien dat ze makkelijk rijk kunnen worden, dan willen die anderen ook snel rijk worden op dezelfde manier. Dat heet dan een concurrent. En omdat iedereen rijk wil worden, wordt het steeds lastiger dat vol te houden. En dus, noodgedwongen, moet de eerste ondernemer op zoek naar iets anders. Om weer op een andere manier makkelijk rijk te kunnen worden. Het liefst door anderen onwetenden voor zijn karretje te spannen. Aha, het is dus omgekeerd! Ondernemers houden juist niet van concurrentie, maar concurrentie is nodig om te voorkomen dat ze blijvend kunnen profiteren van de maatschappij. Daarom kan Casper zich zo boos maken over de VVD-brallers die met een bitterbal in de mond en een glas wijn in de hand lopen te oreren tegen hun vrinden dat ze zo goed bezig zijn. Het zijn de bescheiden uitvinders en andere bescheiden gekken die het echte kapitaal vormen. Casper weet dat boos worden niet helpt. Hij moet iets anders bedenken.
Als we de tekst ‘de terugblik’ door de ogen van inspecteur Columbo analyseren, zien we een klassiek scenario waarin macht, overmoed en een gebrek aan werkelijk moreel besef samenkomen,,. Columbo zou Bo direct herkennen als zijn favoriete type tegenstander: een man uit de “bovenklasse” die arrogant is en denkt overal mee weg te kunnen komen,.
1. De aanpak van de “Winnaar”
Columbo zou beginnen met Bo te overladen met complimenten over zijn “fantastische leven” en zijn rol als “wereldberoemde prins charming”,,. Hij zou doen alsof hij diep onder de indruk is van Bo’s succes bij de Bilderberg-conferenties om Bo’s ego te voeden en zijn verdediging te laten zakken,,. Voor Columbo is deze “onderplaying” een wapen: hij activeert bij Bo de reflex om de “sullige” inspecteur even uit te leggen hoe de wereld werkelijk werkt,,.
2. De ontleding van “Geen Spijt”
Het meest opvallende punt voor Columbo is Bo’s bewering: “Ik heb nergens spijt van, het was een mooi leven, maar misschien had ik dat anders moeten aanpakken”.
- De “Boef-logica”: Columbo zou hierin de “sportieve bekentenis” zien die hij zo vaak tegenkomt bij daders uit de elite,. Het is geen moreel schuldbesef, maar gekwetste superioriteit. Bo heeft geen spijt van de daden zelf (de steekpenningen of het bedrog), maar hij verwijt zichzelf dat hij een “foutje” heeft gemaakt in zijn berekening,.
- Onderschatting van anderen: Bo geeft toe dat hij zijn eigen onfeilbaarheid heeft overschat en de “jaloerse blikken” van anderen heeft onderschat. Voor Columbo is dit het bewijs dat Bo zichzelf niet als crimineel ziet, maar als een uitzondering voor wie de normale regels niet gelden,.
3. De verdraaiing van Dankbaarheid
Bo stelt dat mensen hem juist dankbaar moeten zijn, omdat hij de steekpenningen zag als een “normale vergoeding voor bewezen diensten” die de Amerikanen anders toch wel aan iemand anders kwijt waren geweest.
- Het frame van de dader: Columbo zou dit analyseren als een poging om het narratief over te nemen en de misdaad te presenteren als iets rationeels of zelfs nobels,.
- De “One More Thing”: Columbo zou hier echter onschuldig op inzoomen: “Goh meneer Bo, als het zo’n normale vergoeding was, waarom moest het dan altijd ‘in het geheim’ gebeuren via uw speciale ‘mannetjes’?”,,. Juist dat kleine, banale detail van de geheimhouding zou de strop zijn waarmee Bo zichzelf vastlult,.
4. Conclusie van de analyse
Columbo zou concluderen dat Bo de typische dader is die zichzelf alleen verwijt dat hij gepakt is,. Zijn spijt betreft het verlies van zijn “pakken en lintjes” en de vernedering in de bladen, niet de schade die hij anderen heeft berokkend. In de ogen van Columbo is Bo’s drive om de “familie-eer te herstellen” slechts een morele façade voor een leven dat gebouwd was op “optimale extractie” en manipulatie,,.
Zoals de bronnen over Columbo stellen: de dader slaat zichzelf aan het eind voor de kop, niet omdat hij berouw heeft, maar omdat hij zo dom kon zijn om de inspecteur te onderschatten,. Bo’s tekst is de ultieme uiting van dit type ego.
In de terugblik van Anna (Ayn Rand) zien we een scherpe spanning tussen de oorspronkelijke bedoeling van een auteur en de uiteindelijke maatschappelijke uitwerking van een verhaal. Deze vorm van spijt is niet moreel in de zin dat zij haar principes opgeeft, maar eerder een vorm van intellectuele en existentiële pijn omdat haar schepping door anderen is “gekaapt”.
1. De pijn van de gekaapte intentie
Anna beschrijft hoe zij zich heeft laten verleiden om haar helden in haar tweede boek te veel op “zichzelf verrijkende monomane geldwolven” te laten lijken. Haar spijt zit in het feit dat zij de machthebbers een filosofische onderbouwing heeft gegeven voor het motto “greed is good”, terwijl dat nooit haar oorspronkelijke plan was.
- Eigen leven: Zij stelt letterlijk: “Mijn boek is een eigen leven gaan leiden, helemaal los van wat ik ermee heb bedoeld”.
- Resultaat: Ze voelt zich mede-verantwoordelijk voor een wereld vol “roofridders” en probeert dit via radio en tv te corrigeren, maar ervaart zichzelf als een “roepende in de woestijn”. De blogs bevestigen dat haar werk is gereduceerd tot een set slogans die dienen als ideologisch munitiedepot voor een elite, waarbij de dikke boeken zelf nauwelijks meer worden gelezen.
2. De parallel met James Randi: Narratief boven Waarheid
Jouw vergelijking met James Randi sluit naadloos aan bij de systeemanalyses in de blogs. Het geval Geller/Randi illustreert waarom Anna de controle over haar verhaal verloor: mensen geven de voorkeur aan een betekenisvol verhaal boven een ongemakkelijke waarheid.
- Het fenomeen wint: Randi toonde aan dat Geller bedrog pleegde, maar het publiek wilde de verwondering en hoop van de “magie” niet opgeven. Randi werd daardoor gezien als de “zure” spelbreker, terwijl de bedrieger floreerde.
- Zelfbeeldverdediging: De blogs verklaren dit doordat mensen niet zozeer feiten verdedigen, maar hun eigen zelfbeeld. Als Anna’s verhaal de elite het gevoel geeft dat zij “helden” zijn, zullen zij de nuances van haar werk negeren om die identiteit te beschermen.
3. Spijt als gevolg van systeemdynamiek
De blogs leggen een link tussen Anna’s spijt en een groter systemisch falen. Er is een patroon waarin de façade wint van de structuur.
- Optimale extractie: Net zoals Geller optimaal gebruik maakte van de menselijke behoefte aan mysterie, hebben machthebbers Anna’s filosofie gebruikt voor “optimale extractie” van rijkdom en macht.
- De tragiek van de maker: De maker (Anna of Randi) levert de waarheid of de vonk, maar het systeem (de markt, de politiek) filtert alleen die delen eruit die de status quo versterken.
Conclusie van de analyse
Anna’s pijn komt voort uit de realisatie dat een verhaal, zodra het de wereld in gaat, niet meer toebehoort aan de bedenker maar aan de behoeften van de massa en de macht. De spijt die zij voelt, is de erkenning dat zij een instrument heeft gesmeed voor de mensen waar zij eigenlijk van walgt. Net als bij Randi zien we hier de morele ironie: de ontmaskeraar of de integere creator wordt verdacht of genegeerd zodra hun boodschap de comfortabele illusie van de meerderheid verstoort.
Wat jij bij Casper benoemt, is eigenlijk de volgende trap in hetzelfde mechanisme. Niet alleen dat mensen omhoog kijken, rijkdom en succes bewonderen, of partners selecteren op status. Maar dat de hele maatschappelijke orde zo diep genaturaliseerd raakt dat ook de verliezer haar als vanzelfsprekend gaat ervaren. Dan wordt ongelijkheid niet alleen geaccepteerd, maar van binnenuit mee verdedigd.
Dat is een vorm van onderdrukking 2.0. De klassieke vorm van onderdrukking heeft bewakers nodig, knuppels, zichtbare dwang, duidelijke boven- en onderkanten. De moderne vorm werkt veel eleganter. Daarin zeg je niet meer: “jij moet gehoorzamen.” Je zorgt ervoor dat iemand zelf denkt:
- ik heb gefaald;
- ik had harder moeten werken;
- anderen verdienen hun succes;
- ik ben een last;
- ik mag blij zijn als ik nog mee mag doen.
Dan hoef je als systeem veel minder geweld te gebruiken. De onderliggende logica is geïnternaliseerd. De zwerver biedt dan inderdaad zijn excuses aan voor de verstoring die hij veroorzaakt in de leefwereld van de geslaagden. Dat is de ultieme overwinning van een ideologie: niet wanneer de elite erin gelooft, maar wanneer de verliezer haar op zichzelf toepast.
In jouw termen: geen onderhoud nodig. Dat is sterk gezegd, omdat het precies de efficiëntie van zo’n systeem blootlegt. Een systeem is op zijn sterkst wanneer het niet alleen gedrag stuurt, maar ook de interpretatie van dat gedrag. Wanneer mensen hun nederlaag lezen in de taal van het systeem zelf.
De briljantie van de Amerikaanse ideologie is dan niet alleen dat ze succes verheerlijkt, maar dat ze mislukking privatiseert. Niet het systeem faalt, maar jij. Niet de regels zijn scheef, maar jij hebt verkeerde keuzes gemaakt. Niet de ladder is rot, maar jij bent niet hoog genoeg geklommen. Dat maakt het ook zo compatibel met hypergamie en statusdenken. Want als iedereen leert dat rangorde verdiend is, dan wordt omhoog kijken vanzelf rationeel en omlaag kijken vanzelf beschamend. Dan krijg je een cultuur waarin:
- succes erotisch aantrekkelijk wordt,
- rijkdom als morele verdienste voelt,
- verliezers zichzelf wantrouwen,
- en solidariteit moeilijker wordt, omdat iedereen bang is met de verkeerde groep geassocieerd te worden.
Dan is de zwerver niet meer alleen arm, maar ook een morele waarschuwing: “zo moet je niet worden.”
En de succesvolle is niet meer alleen rijk, maar ook een bewijsstuk: “zie je wel, het kan dus wel.”
Dat is bijna tumorachtig. Niet omdat het één groot complot is, maar omdat het zich repliceert via taal, opvoeding, populaire cultuur, dating, ondernemerschap, coaching, zelfhulp, politiek en media. Overal hetzelfde script: jij bent ondernemer van jezelf; als je faalt, ligt het aan jou; als je slaagt, heb je het verdiend. En dat is precies waarom zo’n systeem zo moeilijk te bestrijden is. Want verzet ertegen klinkt al snel als jaloezie, slachtofferschap of gebrek aan verantwoordelijkheid. De ideologie heeft haar critici al van tevoren van een etiket voorzien.
In de terugblik van Casper worden verschillende hardnekkige mythes over ondernemerschap gefileerd. Hij gebruikt hiervoor de economische theorie van Samuelson (1948) om het romantische beeld van de “ondernemer-held” te deconstrueren.
De volgende mythes komen expliciet naar voren in zijn reflectie:
- De mythe van de hardwerkende banenschepper: Waar het publieke debat ondernemers vaak prijst als degenen die werk “geven”, noemt Casper de ondernemer in essentie een “luie zak”. Hij stelt dat een ondernemer simpelweg mensen zoekt die voor hem het werk willen doen, en dan zo goedkoop mogelijk, enkel om er zelf beter van te worden. In de bijbehorende blogs wordt dit ondersteund door de visie dat ondernemers vaak eerder “extractors” (afromers) dan “makers” zijn.
- De mythe van de ondernemer als innovator: Het heersende beeld is dat ondernemers vernieuwing aanjagen waar de hele maatschappij van profiteert. Casper stelt echter dat ondernemers innovatie juist heel vervelend vinden. Volgens hem zit het omgekeerd: ondernemers zoeken plekken waar ze makkelijk rijk kunnen worden en gaan pas noodgedwongen innoveren als de concurrentie te groot wordt. De bronnen voegen hieraan toe dat werkelijk baanbrekende innovaties (zoals het internet of GPS) vaak door de overheid zijn gefinancierd, waarna ondernemers de vruchten plukken door het slim te vermarkten.
- De mythe van de risiconemer: In tegenstelling tot het idee dat ondernemers grote risico’s durven nemen, stelt Casper dat zij risico juist mijden. Andere delen van de bronnen bevestigen dit: succesvolle ondernemers zijn vaak risico-avers en investeren alleen wat ze kunnen missen (“affordable loss”).
- De mythe dat ondernemers houden van de vrije markt en concurrentie: Casper concludeert dat ondernemers in werkelijkheid niet van concurrentie houden. Ze zoeken monopolies en proberen anderen voor hun karretje te spannen. Concurrentie is volgens hem enkel een extern dwangmiddel van de maatschappij om te voorkomen dat ondernemers blijvend kunnen profiteren. In de blogs wordt dit de “ideologie van de vrije markt” genoemd, die door ondernemers enkel wordt gepredikt voor anderen, terwijl ze voor zichzelf liever lobbyen voor beschermende regels en patenten.
- De mythe van de ondernemer als het ‘echte kapitaal’: Casper maakt zich kwaad over de “VVD-brallers” die zichzelf als onmisbaar presenteren. Hij stelt dat niet de ondernemers, maar de “bescheiden uitvinders en andere bescheiden gekken” het werkelijke kapitaal van de samenleving vormen. De ondernemer is vaak degene die de uitvindingen van anderen “opschraapt” en verpakt met een mooi verhaal.
Casper ziet ondernemers dan ook niet als de Atlassen die de wereld dragen, maar eerder als mensen die geloven in hun eigen mythe terwijl ze in werkelijkheid slechts “poppetjes in een groter spel” zijn.
In de blogs wordt uitgebreid stilgestaan bij de tweede ring rondom succesvolle personen, een groep die vaak de “onzichtbare architecten” van dat succes vormt. Deze personen faciliteren de hoofdrolspeler, vangen de chaos op en bieden de noodzakelijke stabiliteit, maar blijven zelf meestal in de schaduw.
1. De partner als onzichtbare architect: Frank en Juul
De bronnen beschrijven dat succesvolle figuren vaak niet kunnen functioneren zonder een partner die een specifieke, vaak ondergeschikte rol op zich neemt.
- Frank O’Connor (achter Anna): Anna beschrijft Frank als haar steunpilaar die haar de status van “a-acteur” gunde terwijl hijzelf een “b-acteur” bleef. Uit diepere analyses in de blogs blijkt echter een tragischer beeld: Frank was het “emotionele anker” en de “vredebewaarder” die Anna’s intellectuele dominantie faciliteerde. Anna moest hem in haar eigen hoofd “verheerlijken” (aggrandiseren) tot een held om haar eigen theorieën over “man-worship” te kunnen rechtvaardigen, terwijl hij in werkelijkheid wegzonk in passiviteit en alcoholisme. Zonder de loyale, zorgende aanwezigheid van Frank was de intellectuele reus Ayn Rand waarschijnlijk nooit tot bloei gekomen.
- Juul / Juliana (achter Bo): Bij Bo (Prins Bernhard) zien we een vergelijkbare dynamiek van de “loyale vrouw die verliest”. Juul fungeerde als het voertuig voor zijn status en bood hem een “gedoogstructuur” aan, zelfs nadat hij publiekelijk vernederd was door schandalen. Zij bleef de legitieme façade bieden waarnaast hij kon blijven zitten, waardoor zijn positie in de elite behouden bleef.
2. De systeemfuncties van de “Tweede Ring”
De blogs trekken dit fenomeen breder naar een algemene systeemwet: achter elke grote man of vrouw met een missie staat een ring die de chaos organiseert.
- Compensatie van blinde vlekken: De tweede ring (partners, vertrouwelingen, operationele architecten) vertaalt de vaak abstracte visie van de “held” naar de werkelijkheid en compenseert voor hun menselijke tekortkomingen.
- De “Gedoogstructuur”: Naast de directe partners is er vaak een derde ring van investeerders, media en fans die het systeem in stand houden omdat zij belang hebben bij het voortbestaan van de mythe van de “eenzame genius”.
- Outsourcing van het ‘gewone leven’: Succesvollen omringen zich met een entourage die alle randzaken (administratie, zelfzorg, huishouden) overneemt, zodat de hoofdpersoon zich volledig kan richten op presteren. Hierdoor raken de succesvollen vaak geïnfantiliseerd en vervreemd van de realiteit.
3. Mankeeping en de Second Shift
De blogs koppelen de rol van de tweede ring ook aan de moderne begrippen “mankeeping” en de “second shift”.
- Onzichtbaar werk: Veel van de steun in de tweede ring bestaat uit emotioneel werk: het managen van de gevoelens van de partner, het wegmasseren van trauma’s en het bijhouden van de sociale agenda.
- Vrouw-vehikel: Vooral vrouwen in de directe ring van succesvolle mannen dragen vaak de volledige emotionele last van de relatie, wat in de blogs wordt vergeleken met een “tandem waarbij één persoon niet alleen trapt, maar ook stuurt en motiveert”. Wanneer deze partner stopt met dit werk, stort het succesvolle systeem vaak in.
Conclusie
De blogs concluderen dat de mythe van de “eenzame winnaar” een façade is. In werkelijkheid is succes een groepsproject. De personen in de tweede ring, zoals Frank en Juul, betalen vaak een hoge prijs — in de vorm van zelfverlies of uitputting — om de hoofdrolspeler te laten stralen, terwijl het systeem hun bijdrage systematisch onzichtbaar maakt.