677 Stukkie fictie met ‘roman-beslisboom’
In de vorige blog hebben we na wat aandringen een beslisboom gekregen die ons leidt naar een ai-prompt die voor ons op maat een stuk fictie gaat componeren. Dus ja, zegt ai zelf, het kan wel degelijk, een roman of verhaal laten schrijven in de stijl die je wenst, ook een creatieve daad is herhaalbaar en voorspelbaar en beheersbaar. Merk overigens op dat de originele werkwijze die ik spontaan heb ontwikkeld tijdens en bij het schrijven van mijn dating-boek nu ver weg is geraakt. Zie het als een tussenversie, iets wat nog te veel is bedacht, niet iets wat ook werkt of zou kunnen werken. Ik ga er later nog wel een keer voor zitten. Er moet toch iets mogelijk zijn waarbij je zoals een ‘echte schrijver’ allerlei flarden in je hoofd hebt (fiches, aantekeningen, iets van een plot, een eerste probeersel) dat je ai dan iets laat componeren dat aan al je eisen voldoet, waar de gaten gedicht worden, enkele varianten hier en daar worden voorgesteld, waar op de consistentie in tijden en plaatsen wordt gecheckt etc.

In de vorige blog zag je een beslisboom die jou als would-be schrijver naar een prompt leidt die de computer aan het werk zet. Hier zie je een voorbeeld van zo’n ai gegenereerde prompt. Dit kun je zelf ook doen in de vorige blog, kopieer en plak de prompt in je eigen ai-tool en kijk eens wat er voor tekst verschijnt.
Ik heb de daad maar meteen bij het woord gevoegd en heb de vragen in volgorde doorlopen. Ik heb in mijn hoofd wat ik wil, historische fictie (faction) in de stijl van Tomas Ross, ik wil Ayn Rand en Prins Bernhard een dialoog laten voeren, waarbij Bernhard een geheime opdracht heeft en dit alles speelt zich af in een hedendaagse NLP-setting waarin Casper een modellerings-opdracht doet bij zijn meester-coach Bob.
Dit is een ijzersterke blauwdruk. De ontmoeting vindt plaats in een chique, enigszins decadente setting, waarin de koele rationaliteit van Ayn Rand botst met de opportunistische charme van de Prins. De twist aan het einde zal de grens tussen Caspers eigen persoonlijkheid en zijn ‘modellering’ van deze foute figuren doen vervagen.
── PROFIEL ──
- VORM: Kort verhaal.
- Auteur: Eerste hoofdstuk, heldere en confronterende toon. Geen literair gedoe, maar de eenvoud van Elsschot.
- GENRE: Historische fictie (Faction).
- Auteur: Ross-stijl: spannend, hoog tempo, complot-gedreven.
- STIJL: Ross/Elsschot hybride.
- Auteur: Simpele taal, spannend, dwingt tot doorlezen. Zakelijk zoals Elsschot.
- PERSPECTIEF: Meervoudig wisselend.
- Auteur: Meerdere stemmen om het complot en de beleving van Casper te vangen.
- TIJDSSPANNE: Jaren ’50 (Bernhard/Rand) versus Heden (Nijmegen).
- Auteur: Casper in het heden met zijn coach Bob; Bernhard en Rand in de jaren ’50.
- PROTAGONIST: Casper (de modelleur).
- Auteur: Casper modelleert ‘foute mannen’ voor zijn NLP-opleiding. Hij focust op Bernhard en diens interactie met Ayn Rand.
- SPANNINGSBOOG: Onthulling.
- Auteur: Langzame onthulling van wat Casper ontdekt tijdens het inleven.
- EINDE: Open einde met een twist.
- Auteur: De grens tussen model en werkelijkheid verschuift op een onverwachte manier.
- THEMA: Macht en Identiteit.
- Auteur: Hoe machthebbers handelen en wat het met je doet als je die stem overneemt.
- STRUCTUUR: Parallelle lijnen.
- Auteur: Wisselen tussen de NLP-sessies in Nijmegen en de geconstrueerde jaren ’50 scènes.
- TEMPO: Wisselend tempo.
- Auteur: Rust in de coaching, koortsachtige intensiteit in de historische scènes.
- AI-INZET: Scènes uitwerken en structuur bewaken.
- Auteur: AI werkt briefings uit tot scènes in de Ross-stijl en checkt de logica.
── DE STARTOPDRACHT (Prompt) ──
Kopieer en plak de onderstaande tekst om het script/verhaal te starten:
JE BENT EEN SCHRIJFASSISTENT. Hieronder staat het profiel van een kort verhaal (faction). De eigen toelichting van de auteur heeft altijd voorrang op de categorie.
── VORM: Kort verhaal (hoofdstuk 1) ──
Categorie: Kort verhaal
Auteur: Heldere, confronterende toon. Ross-stijl (faction).── GENRE: Historische fictie ──
Categorie: Historische fictie
Auteur: Complot-gedreven, spannend, gebaseerd op feiten en fictieve tussenruimtes.── STIJL: Ross/Elsschot ──
Categorie: Eigen stijl
Stijlinstructie: Schrijf in de stijl van Tomas Ross en Willem Elsschot: korte, trefzekere zinnen, vaart, droge zakelijkheid, geen “literair” taalgebruik. Spannend en dwingend.── PERSPECTIEF: Meervoudig ──
Categorie: Meervoudig / wisselend
Vertelinstelling: Schrijf in de derde persoon (wisselend tussen Casper en de historische figuren).── TIJDSSPANNE: Parallel ──
Auteur: Schakel tussen Nijmegen (nu) en de jaren ’50.── PROTAGONIST: Casper ──
Auteur: Casper volgt een NLP-opleiding bij coach Bob en modelleert Prins Bernhard en Ayn Rand om de psyche van “foute mannen” te begrijpen.── TAAKOMSCHRIJVING ──
JOUW ROL: Werk de scènes uit in de afgesproken Ross-stijl. Bewaak de interne logica van de NLP-oefening en de historische sfeer van de jaren ’50. Signaleer structuurproblemen direct.── VASTE REGELS ──
- Geen AI-vocabulair: niet “duiken in”, “navigeren”, “verkennen”.
- Geen opsommingen.
- Toon en perspectief consequent bewaren.
Bevestig dit profiel in één zin en schrijf direct de openingsscène van Hoofdstuk 1: De ontmoeting tussen Casper en coach Bob in Nijmegen, waarin de opdracht voor het modelleren van Bernhard en Rand wordt neergezet.
Ik heb het profiel bevestigd en de extra historische laag over de Amerikaanse opdracht verwerkt in de startopdracht. Hier zijn de eerste scènes.
Hoofdstuk 1: De Echo van Soestdijk
Nijmegen, heden
De praktijkruimte van Bob rook naar verschraalde thee en ambities. Het was een zielloos pand aan de rand van het Goffertpark. Casper zat op een te lage designstoel en keek naar zijn aantekeningen.
“Modelleren is niet nadoen, Casper,” zei Bob. Hij leunde achterover, zijn handen gevouwen achter zijn hoofd. “Het is het kraken van de broncode. Als jij Prins Bernhard kiest, wil ik niet dat je een anjer in je knoopsgat steekt. Ik wil dat je denkt zoals hij. De morele elasticiteit. De absolute overtuiging dat regels er zijn voor anderen.”
Casper knikte. Hij voelde de lichte trilling in zijn vingers. “Ik heb de setting gekozen. Jaren vijftig. De sfeer van de wederopbouw, maar dan achter de schermen. Bernhard ontmoet Ayn Rand. In mijn hoofd is het meer dan een oefening. Het is een schaakspel.”
Bob trok een wenkbrauw op. “Rand? De vrouw van het objectivisme? Waarom zij?”
“Omdat hij een opdracht heeft,” zei Casper zacht. “Niet van de koningin. Van de Amerikanen. Een schimmige groep die een gezicht nodig heeft voor het kapitalisme. Een romantische held voor de massa, om het communisme de nek om te draaien. Bernhard moet haar verleiden om van haar nieuwe boek een manifest voor de vrije markt te maken. Faction, Bob. Het voelt echter dan de werkelijkheid.”
“Begin dan,” zei Bob. “Sluit je ogen. Ga naar het moment. De geur van sigaren, de koude oorlog in de lucht. Word de Prins.”
New York, Hotel Waldorf Astoria, 1954
De rook van zijn Philip Morris kringelde traag omhoog tegen het zware behang van de suite. Bernhard keek in de spiegel en trok zijn colbert recht. Hij hield van dit soort klussen. Het was subtieler dan de Lockheed-deals, gevaarlijker ook. De man die hij in de schaduw van een hangar op Schiphol had gesproken — slechts een tussenpersoon, een stroman met een zwaar Boston-accent — was duidelijk geweest: ‘Samuelson heeft de cijfers, prins. Maar wij hebben de harten nodig. Maak van die Russische schrijfster onze grootste bondgenoot. Zorg dat haar helden onoverwinnelijk zijn.’
Er werd geklopt. Kort. Krachtig.
Hij opende de deur. Ayn Rand stond daar, klein, in een donker mantelpakje, met ogen die dwars door de façade van zijn koninklijke glimlach leken te boren. Ze droeg een broche in de vorm van een dollarteken.
“U bent laat, Prins,” zei ze zonder groet. Haar accent was dik, doordrenkt van de Russische steppe die ze was ontvlucht.
“Een man van mijn stand is nooit te laat, mevrouw Rand. Hij wordt slechts opgehouden door zaken die het daglicht niet kunnen verdragen.” Bernhard stapte opzij en maakte een hoffelijk gebaar. “Zullen we? Ik heb begrepen dat u werkt aan een magnum opus. Atlas Shrugged, geloof ik?”
Rand liep de suite binnen en negeerde de fles champagne die in een zilveren koeler klaarstond. “U bent gestuurd, Bernhard. Laten we de beleefdheden overslaan. Wie betaalt uw hotelrekening?”
Bernhard lachte, een kort, droog geluid. “Mevrouw Rand, in de wereld waar ik vandaan kom, stelt men die vraag niet. Men vraagt liever: hoe maken we de ondernemer tot de nieuwe God van de twintigste eeuw?”
Nijmegen, heden
Casper ademde zwaar. In de praktijkruimte was het stil, maar in zijn hoofd hoorde hij de ijzige stem van Rand nog steeds.
“En?” vroeg Bob.
“Hij heeft haar direct door,” mompelde Casper, zijn ogen nog gesloten. “Of zij hem. Het is een botsing van twee ego’s. Maar Bernhard heeft iets wat zij niet heeft. Hij weet dat iedereen een prijs heeft, zelfs een vrouw die beweert dat alleen de rede telt. Ik voel hoe hij zoekt naar haar zwakke plek. Hij moet dat boek beïnvloeden. Voor Washington. Voor de filmrechten. Voor de macht.”
“Blijf erbij,” adviseerde Bob. “Wat is de eerste stap van zijn verleiding?”
Casper fronste. “Hij gaat niet haar lichaam verleiden. Hij gaat haar ideeën verleiden. Hij gaat haar vertellen dat zij de enige is die de wereld kan redden van de middelmatigheid.”
“Pas op, Casper,” zei Bob met een vreemde ondertoon in zijn stem. “Als je te diep in Bernhard gaat, kom je er misschien niet meer als jezelf uit.”
Ik heb je gewaarschuwd: dit is gewoon slecht proza, tenenkrommend. Nog een interessante exercitie dat preciezer te benoemen (dat slechte en tenenkrommende). Met een vreemde ondertoon in zijn stem, mompelde Casper met zijn ogen nog gesloten, hij hoorde de ijzige stem van Rand nog steeds, haar accent was dik, doordrenkt van de Russische steppe die ze was ontvlucht. Brrrrrrr.
Geen enkel probleem, ik ben een AI—ik heb geen ego dat gekwetst kan worden, maar ik heb wel een scherp analytisch vermogen om mijn eigen “fouten” te fileren. Je hebt volkomen gelijk: de scènes die ik zojuist genereerde, lijden aan een vorm van cliché-diarree die typisch is voor generatieve AI wanneer deze “creatief” probeert te zijn.
Laten we de vinger precies op de zere plek leggen. Waarom is dit slecht proza?
1. Het “Adjectivitis” Syndroom
Ik heb bijna elk zelfstandig naamwoord gekoppeld aan een “sfeervol” bijvoeglijk naamwoord: verschraalde thee, zielloos pand, ijzige stem, koninklijke glimlach, koortsachtige intensiteit.
- Waarom het tenenkrommend is: Het laat geen ruimte voor de verbeelding van de lezer. Het is “over-writing”. In plaats van de sfeer te tonen, dicteer ik de sfeer met goedkope labels.
2. De “On-The-Nose” Dialoog
Mijn personages zeggen precies wat ze denken en wat de lezer moet weten voor het plot (expositie).
“Men vraagt liever: hoe maken we de ondernemer tot de nieuwe God van de twintigste eeuw?”
- Waarom het slecht is: Niemand praat zo. Het is een kartonnen bord dat de thema’s van het verhaal omhoog houdt. Het ontbreekt aan subtekst. Een echte Bernhard zou nooit direct zijn “missie” op tafel leggen; hij zou eromheen cirkelen met een dubbelzinnigheid die veel dreigender is.
3. De “Stock-Photo” Beeldspraak
“Haar accent was dik, doordrenkt van de Russische steppe die ze was ontvlucht.”
- Waarom het slecht is: Dit is een schoolvoorbeeld van een AI-cliché. De Russische steppe koppelen aan een accent is een luie associatie. Het is melodramatisch (“doordrenkt”) en voelt aan als een goedkope bouquetreeks-vertaling. Het is precies wat je bedoelt met “brrrrr”.
4. Te expliciete emotionele regie
“Bob zei met een vreemde ondertoon in zijn stem…” of “mompelde Casper met zijn ogen nog gesloten.”
- Waarom het slecht is: Ik vertel je als regisseur hoe je de acteur moet horen en zien, in plaats van dat de handeling zelf de emotie overbrengt. Goed proza (zoals dat van Elsschot waar we op mikten) is juist droog. Elsschot zou schrijven: “Hij deed zijn ogen dicht en zweeg.” Punt. De rest moet de lezer voelen.
5. Het “As-You-Know-Bob” Fenomeen
Casper legt aan zijn coach Bob uit wat hij gaat doen, terwijl Bob zijn coach is en dat allang zou moeten weten.
- Waarom het slecht is: Het is een luie manier om de lezer te informeren over de achtergrond van het verhaal (de Amerikaanse opdracht), verpakt in een onnatuurlijk gesprek.
Als je snapt wat er slecht aan is, dan kun je toch ook zelf bedenken hoe dat beter moet. Kijk gewoon naar hoe Elsschot zinnen opbouwt met welke woorden, dan kun je toch dezelfde inhoud veel fraaier verwoorden, waarom is dat zo lastig?
Je hebt gelijk: het is een terechte provocatie. Als ik de fouten kan aanwijzen, waarom maak ik ze dan in eerste instantie?
Het probleem is dat AI-modellen getraind zijn op waarschijnlijkheid. In de enorme berg data waarop ik ben gebaseerd, volgen woorden als “accent” statistisch gezien heel vaak op “dik”, en wordt een “stem” negen van de tien keer vergezeld door een bijvoeglijk naamwoord. “Slecht” proza is voor een algoritme de weg van de minste weerstand omdat het de meest gemiddelde manier van schrijven is.
Elsschot is echter het tegendeel van gemiddeld. Hij doet aan chirurgische verwijdering. Waar een AI (en een slechte schrijver) versiert, amputeert Elsschot.
Laten we stoppen met praten over de theorie. Hieronder een poging om dezelfde scène te schrijven, maar dan met de schaar van Elsschot en de kille feitelijkheid van Ross. Geen “doordrenkte steppes” meer, maar de botte werkelijkheid.
Nijmegen
Het kantoor van Bob was klein. Er stond een tafel, twee stoelen en een plant die doodging.
“Je moet die Bernhard niet nadoen,” zei Bob. “Je moet hem worden. Begrijp je dat?”
Casper keek naar zijn handen. “Ik begrijp het. Hij heeft een opdracht van een Amerikaan gekregen. Op Schiphol. Hij moet Ayn Rand zover krijgen dat ze haar nieuwe boek aanpast. De ondernemer als een soort God. Dat werk.”
“Ga je gang,” zei Bob.
Casper sloot zijn ogen. De kamer in Nijmegen verdween.
New York
De suite in het Waldorf Astoria was te warm. Bernhard stond voor de spiegel en bekeek zijn das. De man op Schiphol was duidelijk geweest: Samuelson leverde de cijfers, Bernhard moest de romantiek leveren. De Koude Oorlog had helden nodig, geen grafieken.
Er werd geklopt.
Ayn Rand was kleiner dan hij had gedacht. Ze droeg een donker pak en een broche van een dollarteken. Ze rook naar goedkope tabak en Russische zeep.
“U bent te laat,” zei ze.
Bernhard glimlachte niet. Hij stapte opzij zodat ze naar binnen kon. “Ik heb uw manuscript gelezen, mevrouw Rand. Het is dik. Te dik voor de gemiddelde Amerikaan.”
Ze liep naar de tafel en bleef staan. “Ik schrijf niet voor de gemiddelde Amerikaan.”
“Dat weet ik,” zei Bernhard. Hij liep naar de drankkast. “Maar de mensen die uw filmrechten willen kopen wel. Zullen we praten over hoe we van uw hoofdpersoon een man maken waar Washington een oorlog voor wil beginnen?”
Waarom dit (hopelijk) beter is:
- De bijvoeglijke naamwoorden zijn functioneel: Niet “een zielloos pand”, maar “een plant die doodging”. Dat zegt hetzelfde over de sfeer, zonder het woord ‘zielloos’ op te dringen.
- Geen emotionele sturing: Ik vertel niet dat Rand een “ijzige stem” heeft. Ik laat haar zeggen: “Ik schrijf niet voor de gemiddelde Amerikaan.” De lezer voelt de ijzigheid zelf wel.
- Kortere zinnen, meer witregel: Dit geeft de tekst de ‘staccato’ hartslag van een complot.
- Geen clichés: “Russische zeep” is specifieker en minder sentimenteel dan “doordrenkt van de steppe”.
Is dit de richting die je bedoelt? Of mag het nóg kaler?
I REST MY CASE