665 Econoom, marsmannetje, interventie: relaties
Maar half tevreden met mijn eigen analyse van Ardon en de manosfeer (nog niet helemaal wakker), geef ik er nog een slinger aan. Laten we een stap terug doen, alles even loslaten, uit veroordelende taal stappen. Doe alsof je een buitenstaander bent die helemaal niet weet wat er speelt. Wat ziet zo iemand dan? Beschrijf de patronen eens, de herhalingen. Dat deed ik en toen merkte ik dat het nog steeds de blik van een econoom-outsider was. Niet happy, niet wat ik wil, weg met die bias. Doe alsof je een marsmannetje bent, wat ziet die dan als nog weer een grotere buitenstaander. En forgive me: marsvrouwtje is ook goed, wellicht beter zelfs. En zou je dan vanuit die neutrale (koude?) blik iets kunnen bedenken? Een interventie? Maarre … een marsmannetje vindt helemaal niks. We moeten iets van een doel meegeven. Maar welk doel dan en vanuit wie of wat? Weer een zoektochtje in 3 etappes kijken naar relaties en hun dynamiek: 1 kijken als buitenstaander, 2 kijken als marswezen , 3 interventies maar hoe en wat dan?
Laten we het weer eens van buitenaf bekijken. Iemand zonder mening die van een afstand kijkt die ziet meerdere schaakstukken op het bord, de pionnen, hij ziet ze onderling bewegingen maken. Hoe zou hij de beweging, de dans, de terugkerende patronen beschrijven? Zo wil ik zicht krijgen op de dynamiek zonder een bias of waarde-oordeel, kijk gewoon wat je ziet.
1. Mensen zoeken verbinding, maar selecteren schaars
Wat de observator ziet: Vrijwel iedereen verlangt naar liefde, erkenning, verbinding en intimiteit. Maar niet iedereen wordt even aantrekkelijk gevonden. Daardoor ontstaat automatisch selectie. De eerste wet van het systeem lijkt:
de vraag naar aantrekkelijke partners is groter dan het aanbod.
Gevolg: sommige mensen hebben veel keuze; anderen weinig; aantrekkelijkheid creëert marktmacht.
2. Schaarste trekt competitie aan
Waar iets schaars is en gewild, ontstaat strijd. Dus de observator ziet: mannen concurreren met mannen; vrouwen concurreren met vrouwen; beiden proberen aantrekkelijker te worden. Niet per se bewust, maar systemisch. Middelen daartoe: uiterlijk; status; humor; charme; geld; sociaal kapitaal; mysterie; seksuele ervaring; symbolen van succes.
3. Het systeem beloont signalen, niet intenties
De observator merkt: Mensen kunnen niet direct in elkaars hoofd kijken. Dus zij selecteren op zichtbare signalen. Bijvoorbeeld: zelfvertrouwen wordt gelezen als competentie; charisma als leiderschap; uiterlijk als gezondheid/genetische kwaliteit; status als succes; sociale validatie als desirability; schaarste als waarde.
Maar: signalen zijn niet hetzelfde als werkelijkheid. Dus ontstaat:
het systeem beloont vaak presentatie vóór inhoud bewezen is.
4. Wie succes heeft krijgt meer succes
Succes trekt succes aan. De observator ziet: mensen die al gewild zijn, worden nóg gewilder; mensen met veel opties lijken aantrekkelijker; sociale bevestiging verhoogt marktwaarde. Een soort Matthew-effect: “wie heeft, zal gegeven worden.” Gevolg: topsegment concentreert aandacht; midden en onderlaag concurreren harder.
5. Onzekerheid creëert imitatiegedrag
Omdat succes zichtbaar is maar oorzaken onduidelijk zijn, ziet de observator: Mensen kopiëren gedrag van succesvolle anderen. Bijvoorbeeld: kledingstijl; lichaamstype; taalgebruik; attitude; datingstrategieën;sociale media gedrag. Dus:
het systeem produceert modes en archetypen.
6. Commercie springt in op onzekerheid
Waar onzekerheid bestaat, ontstaat markt. De observator ziet bedrijven ontstaan die zeggen: word aantrekkelijker; word rijker; word begeerlijker; verbeter jezelf; fix je datingleven; optimaliseer je uiterlijk. Dus: de markt monetiseert onzekerheid.
En heeft belang bij: voortdurende vergelijking; blijvende ontevredenheid; steeds nieuwe normen.
7. Het systeem polariseert zichzelf
Door voortdurende competitie ziet de observator extremen ontstaan: Aan de ene kant: mensen die afhaken/verbitteren. Aan de andere kant: mensen die hyperoptimaliseren. Dus krijg je typen als: incel / nihilist / afhaker; workaholic / gymbro / perfectionist / people pleaser. Het systeem produceert: overaanpassing én terugtrekking.
8. Mensen rationaliseren hun keuzes achteraf
De observator merkt: Mensen verklaren hun gedrag vaak anders dan hun feitelijke keuzes. Bijvoorbeeld: zeggen innerlijk belangrijk te vinden maar reageren sterk op uiterlijk/status; zeggen spontaniteit te waarderen maar volgen voorspelbare patronen; zeggen gelijkheid te willen maar kiezen asymmetrisch. Dus: verklaarde voorkeur ≠ feitelijke voorkeur.
9. Het systeem creëert feedbackloops
Omdat gedrag wordt beloond, wordt het herhaald. Bijvoorbeeld: Als dominante mannen succes hebben: meer mannen worden dominant. Als afstandelijkheid werkt: meer mensen worden afstandelijk. Als uiterlijk loont: meer focus op uiterlijk. Dus: het systeem versterkt zijn eigen patronen.
10. Iedereen klaagt over het systeem, maar reproduceert het tegelijk
Misschien het interessantste patroon: De observator ziet: mensen bekritiseren oppervlakkigheid; maar handelen zelf deels oppervlakkig. mensen bekritiseren toxisch gedrag; maar reageren erop. mensen willen authenticiteit; maar belonen performance. Dus:
de meeste spelers bekritiseren het spel terwijl ze het tegelijk in stand houden.
De dans samengevat
Een grote groep mensen zoekt liefde en erkenning binnen een competitief systeem van schaarste en selectie. Omdat innerlijke kwaliteit moeilijk direct zichtbaar is, selecteren zij op signalen en symbolen. Daardoor worden presentatie, status en aantrekkelijkheid disproportioneel beloond. Succes concentreert zich, competitie neemt toe, onzekerheid groeit, commerciële partijen versterken de druk, en deelnemers raken gevangen in feedbackloops waarin zij precies dat gedrag gaan vertonen dat zij bij anderen bekritiseren.
Okay. Maar herken ik bij de observator toch niet ook de econoom? Is er niet ook sprake hier van een bias of misvormde waarneming? Kan het nog neutraler, doe alsof ik geen econoom ben maar een marsmannetje. Dat marsmannetje ziet ook de tekstballonetjes van de schaakstukken en misschien zelfs zoals in een strip met bolletjes naar de tekstballon de interne gedachtenstroom. Is er nu iets anders te zien?
Wat ziet een wezen zonder menselijke concepten of ideologie?
1. Wezens zoeken elkaar voortdurend op
Het merkt: individuen zoeken nabijheid; individuen vermijden langdurige afzondering; individuen lijken rustiger wanneer zij door bepaalde anderen worden gezien/gekozen. Conclusie zonder oordeel: deze soort lijkt sterke behoefte te hebben aan wederzijdse bevestiging/nabijheid.
2. Niet iedereen zoekt iedereen
Het ziet: individuen tonen duidelijke voorkeuren; sommigen worden vaker benaderd dan anderen; sommige individuen wijzen veel anderen af. Dus: interactie is asymmetrisch verdeeld.
3. Sommige individuen veranderen hun gedrag wanneer gewenste anderen in de buurt zijn
Het ziet: stem verandert; houding verandert; humor neemt toe; lichaam wordt gespannen/rechter; aandacht verschuift volledig. Dus: individuen lijken zichzelf anders te presenteren afhankelijk van wie kijkt.
4. Individuen observeren voortdurend hoe anderen op hen reageren
Het ziet: veel spiegelen; veel zelfcorrectie; veel onzeker kijken; veel gedrag aanpassen na feedback. Dus: deze soort lijkt extreem gevoelig voor sociale beoordeling.
5. Individuen zeggen vaak iets anders dan ze doen
Het marsmannetje hoort gedachten en woorden: Het ziet bijvoorbeeld: een individu zegt: “ik wil vooral iemand die lief is.” vervolgens reageert het sterker op iemand anders. Of: een individu zegt: “ik wil gewoon mezelf zijn.” maar past zich constant aan. Dus: innerlijke narratieven en feitelijk gedrag lopen vaak uiteen.
6. Veel gedrag lijkt performatief
Het ziet: mensen tonen dingen aan elkaar; laten bezit zien; laten lichamen zien; laten prestaties zien; laten sociale connecties zien. Alsof individuen constant signalen uitzenden. Dus: deze soort communiceert veel indirect via symbolisch gedrag.
7. Afwijzing veroorzaakt disproportioneel sterke emotionele reactie
Het ziet: verdriet; woede; obsessie; zelftwijfel; gedragsverandering. Dus: sociale/romantische afwijzing lijkt fundamenteel existentieel ervaren te worden.
8. Individuen vergelijken zich constant met elkaar
Het ziet gedachten als: “ben ik beter/slechter?” “waarom kiest die hem/haar?” “wat heeft die wat ik niet heb?” Dus: interne vergelijking lijkt permanent actief.
9. Individuen raken aangetrokken tot wat moeilijk verkrijgbaar lijkt
Het ziet: meer aandacht voor wie minder beschikbaar is; minder aandacht voor wie direct beschikbaar is. Dus: schaarste/afstand lijkt aantrekkingskracht te beïnvloeden.
10. Individuen raken verward door hun eigen gedrag
Het ziet: mensen begrijpen zichzelf vaak niet volledig; zoeken achteraf verklaringen voor keuzes; rationaliseren emoties pas nadat keuzes gemaakt zijn. Dus: bewust denken lijkt niet volledig controle te hebben over gedrag.
Wat ziet het marsmannetje vooral?
Deze soort lijkt diep afhankelijk van sociale bevestiging, maar tegelijk slecht in volledig begrijpen waarom zij op bepaalde individuen reageert zoals zij doet.
Als we dit systeem willen doorbreken, wat is dan een goede interventie? We moeten dan natuurlijk wel aan de econoom of het marsmannetje uitleggen waarom wat we zien ongewenst is, wellicht een doelstellingsfunctie voor hem opstellen (oeps, dat is de econoom weer) want de marsman snapt niks, heeft geen voorkeur. En ja hoe meet je dan het succes van de interventie? Misschien is er iets objectiefs als ‘we zien het liefst zoveel mogelijk geluk of zo weinig mogelijk pijn’?
1. Wat zou een redelijke doelstelling kunnen zijn?
Voor een marsmannetje zou ik het heel eenvoudig formuleren. Niet in termen van mannelijkheid, vrouwelijkheid of ideologie, maar in termen van menselijk functioneren. Een wenselijker systeem is er één waarin: mensen minder onnodige pijn oplopen; mensen minder structureel tot façade en zelfvervreemding worden geduwd; mensen minder afhankelijk zijn van manipulatieve prikkels; relaties vaker berusten op wederkerigheid, veiligheid en realiteitszin; minder mensen langdurig vastlopen in obsessie, vernedering, afwijzing, cynisme of uitbuiting.
Dus ja: iets als meer duurzaam welzijn, minder vermijdbare pijn is een verdedigbare hoofdlijn.
2. Wat is dan precies het probleem dat je wilt doorbreken?
Vanuit jouw systeemanalyse is het probleem niet één los element, maar een kringloop: mensen reageren op zichtbare signalen; commerciële systemen versterken die signalen; mensen gaan zich daarnaar vormen; anderen reageren daar weer op; zo worden façade, schaarste, polarisatie en onzekerheid telkens opnieuw beloond. Dus de kern is niet “mannen zijn te macho” of “vrouwen kiezen verkeerd”, maar:
het systeem beloont gedrag dat op korte termijn aandacht trekt, maar op langere termijn vaak instabiliteit, onzekerheid en vervreemding vergroot.
3. Wat voor interventie past dan het best?
Niet één grote morele campagne. Dat werkt meestal slecht. Je wilt ingrijpen op de prikkels, niet alleen op de preek. De beste interventie is waarschijnlijk een combinatie van drie soorten.
A. Reflectieve interventie
Mensen helpen onderscheid maken tussen: wat hen direct prikkelt, en wat hen op langere termijn goed doet. Dus niet zeggen: “je mag niet op charisma of uiterlijk vallen”, maar vragen: waar reageer je op? wat levert dat patroon je op? wat herhaal je steeds? wat is chemie en wat is geschiktheid?
B. Structurele interventie
De commerciële en digitale omgeving minder sterk laten sturen op: verslaving, vergelijking, extremiteit, façade, seksuele/statusmatige escalatie. Denk aan hoe platforms werken, hoe influencers verdienen, hoe datingapps schaarste en swipe-logica uitvergroten. Zolang je dat ongemoeid laat en alleen individuen toespreekt, dweil je met de kraan open.
C. Relationele interventie
Mannen en vrouwen niet als vijanden benaderen, maar als medegevangenen van een dynamiek. Dus minder taal als: “toxische mannen” “oppervlakkige vrouwen” en meer taal als: “welke patronen lokken we wederzijds uit?” “wat belonen we zonder het te willen?” “hoe creëren we meer veilige en eerlijke selectie?”
4. Wat zou de meest kansrijke concrete interventie zijn?
de beste interventie is het zichtbaar maken van het verschil tussen onmiddellijke aantrekkingsprikkel en duurzame relationele kwaliteit.
5. Hoe meet je succes?
Niet perfect, maar beter dan nu. Je kunt op drie niveaus meten. Individueel: minder obsessieve onzekerheid; minder zelfhaat na afwijzing; minder façade-gedrag uit angst; meer zelfinzicht in patronen; meer consistentie tussen wat men zegt te willen en feitelijk kiest. Relationeel: meer wederkerigheid; minder aantrekking tot chronisch schadelijke dynamieken; minder herhaling van dezelfde destructieve partnerkeuzes; meer stabiliteit zonder dat dit doods of plichtmatig voelt; meer ruimte voor kwetsbaarheid zonder statusverlies. Systeemniveau: minder algoritmische versterking van extremen; minder bereik van puur exploitieve influencer-modellen; minder commerciële winst uit onzekerheid; meer zichtbaarheid van alternatieve rolmodellen en scripts.
6. Wat is een bruikbare minimale maatstaf?
goed beleid of goede begeleiding vermindert herhaalbare relationele schade zonder menselijke vrijheid onnodig te beknotten.
Wie dit systeem wil veranderen, moet niet beginnen met schuld, maar met zicht. Eerst zien wat er gebeurt: welke prikkels werken, welke patronen zich herhalen, welke façade wordt beloond, welke pijn voorspelbaar terugkomt. Daarna pas volgt de vraag wat we wenselijk vinden. Mijn voorstel zou bescheiden zijn: minder vermijdbare pijn, minder zelfvervreemding, minder exploitatie van onzekerheid, en meer relaties die niet draaien op schaarste, show en beschadiging. Niet de mens afschaffen, niet de aantrekking wegreguleren, maar de dans iets minder dom en iets minder wreed maken.
Van observatie naar interventie
| Waargenomen probleem | Mogelijke interventie | Hoe succes meten? |
|---|---|---|
| Mensen verwarren directe aantrekkingsprikkel met duurzame geschiktheid | Educatie/reflectie op verschil tussen chemie, projectie en werkelijke compatibiliteit | Minder herhaling van destructieve relatiepatronen / minder “ik val steeds op hetzelfde type” |
| Mensen selecteren sterk op façade/signalen i.p.v. bewezen karakter | Meer nadruk op gedrag over tijd observeren i.p.v. snelle indruk / “slow dating”-achtige cultuur | Hogere tevredenheid over partnerkeuze op lange termijn / minder snelle mismatch |
| Mensen zijn zich beperkt bewust van hun eigen onbewuste voorkeurspatronen | Zelfreflectie/coaching/modellen zoals Ketelaar / hechtings- en patroonanalyse | Meer zelfgerapporteerd inzicht in eigen patronen / minder irrationele partnerkeuze |
| Mannen en vrouwen zien elkaar als tegenpartij i.p.v. als mede-deelnemers in systeem | Relationele/systemische framing (Sue Johnson): focus op dynamiek i.p.v. schuld | Minder genderpolarisatie / minder vijanddenken in publieke discoursen |
| Commercie verdient aan onzekerheid en vergroot kunstmatige standaarden | Mediawijsheid / transparantie over verdienmodellen / regulering extreme algoritmes/reclame | Minder internalisatie van onrealistische standaarden / lager psychologisch effect socials |
| Social media toont vooral extremen/topsegment en vertekent perceptie van de norm | Bewustwording van selectie-/algoritmebias / beperken exposure | Minder sociale vergelijking / realistischer partnerverwachtingen |
| Onzekerheid leidt tot performatief/onecht gedrag | Veiligere sociale context creëren voor authenticiteit / minder afstraffing van kwetsbaarheid | Meer ervaren authenticiteit / minder druk om masker op te zetten |
| Succesvolle maar toxische patronen worden sociaal beloond en dus herhaald | Patronen expliciet maken en bespreekbaar maken (“wat werkt vs. wat is gezond?”) | Minder romantisering van schadelijke dynamiek / minder red-flag normalisatie |
| Veel mensen raken structureel ontmoedigd/verbitterd door afwijzing en vergelijking | Normaliseren van afwijzing / bredere waardedefinities buiten romantisch succes | Minder identiteitskoppeling aan datingsucces / lager niveau verbittering/cynisme |
| Mensen handelen op intuïtie maar rationaliseren achteraf | Training in metacognitie: leren reflecteren vóór/na keuzes | Hogere consistentie tussen uitgesproken waarden en feitelijk gedrag |
| Systeem beloont korte termijn validatie boven lange termijn stabiliteit | Culturele herwaardering van duurzaamheid/stabiliteit boven intensiteit/spanning | Meer duurzame relaties / minder korte instabiele dynamieken |
| Mensen hebben weinig taal/kaders om deze dynamieken te begrijpen | Onderwijs/content/modellen die relationele dynamiek systemisch uitleggen | Meer publiek begrip / genuanceerder debat over relaties |
De bedoeling is niet om verlangen, selectie of competitie uit relaties te verwijderen. Dat zou onmogelijk en waarschijnlijk zelfs onwenselijk zijn. De bedoeling is eerder om een systeem te corrigeren dat natuurlijke spanningen kunstmatig uitvergroot en commercialiseert, waardoor gewone menselijke onzekerheid verandert in structurele vervreemding, façadegedrag en wederzijds wantrouwen.