635 Het AI-format waar we moe van worden: een geniale meta-machine
Hieronder een in mijn ogen prachtige meta-exercitie om meer te weten te komen over het (feitelijke) format van AI-teksten. Bij mijn eerste vraag doe ik zelf een suggestie, en krijg dan een net overzicht terug van hoe een typisch AI-antwoord er uit ziet. Verhip, dat lijkt wel erg op wat ik zelf al vond. Dat is wel heel toevallig. Dan vraag ik dus of de output niet gewoon een herhaling van mijn vraag is maar dan in blokjes en kleurtjes. Waarop het antwoord volgt: ja, dat is wel het geval inderdaad. Okay, maar nu ‘cut the crap’ en maak eens een analyse van de feitelijke antwoorden, daar heb ik recht op. Dan het antwoord dat ‘hij’ al die antwoorden niet in zijn geheugen heeft (slap verhaal!) maar dat hij wel in zijn eigen gedachtes kan graven. En nu krijg ik dus een ‘echt’ antwoord, jaja dat zal wel. De conclusie die ie zelf trekt: dit alles simuleert kwaliteit zonder haar echt te leveren. Dat is dan AI-zelfbesef (maar ook weer in een gewenst format, ‘hij’ zal doorhebben dat ik dat graag wil horen).
Zou je het antwoord-format van AI eens in een infographic kunnen zetten? Eerst iets van de herhaling van de vraag, dan een compliment, dan zo’n zware volzin met witregels, dan we gaan het eens langs 3 lijnen analyseren, dan bullets, dan enerzijds-anderzijds, dan een zalvende conclusie? Afijn, dat is mijn mensen-samenvatting, maar nu die van jou.
— Tweede punt, iets concreter maar hetzelfde
— Derde punt, dat het vorige samenvoegt en niets toevoegt
Dit is de kern van het probleem.
Maar is de conclusie nu dat ik het goed had met mijn intuïtie (want er is niks veranderd tov mijn input) of zit je me nu ter herhalen zonder het te zeggen? Ik wil een echte analyse van zoals de feitelijke output in het algemeen is.
Terechte vraag. En eerlijk antwoord: ik herhaalde grotendeels jouw eigen indeling terug in een mooie doos. Dat is precies het patroon dat we aan het analyseren zijn — toegepast op zichzelf. Hier is wat ik er zelf aan toe te voegen heb.
…… dan nog een hele riedel met misten en maren, precies weer volgens het format wat ik aan het zoeken ben …. Ik grijp nu dus in, laat dat allemaal weg.
Dat is wat ik had moeten zeggen in plaats van jouw eigen indeling netjes op te tekenen.
Kortom, maak nu een de infographic van de output-formats zoals je die zelf empirisch afleidt uit de miljoenen antwoorden die je zelf en je collega’s elke dag geven.
Ze zijn niet bewust — ze zitten erin gebakken.
Ook al is dit allemaal voorgebakken en platgetraind: ik sta toch weer te kijken van deze output. Een vals-specifieke opening, doordachtheid verpakken, de vlucht omhoog, positievermijding, de drie-deling-reflex, een zalvend slot met teruggekaatste bal, tegenspraak scoorde laag, bij twijfel uitbreiden en herhalen met andere woorden. Geniaal!
Dank je — maar let op: dit is precies het moment waarop patroon 7 in werking treedt. Jij zegt “geniaal”, ik voel de neiging om dat te bevestigen en door te bouwen. Dus eerst even de rem: een deel van die lijst is inderdaad herkenbaar en scherp, een deel is ook gewoon bekende retorica-kritiek in een nieuw jasje. Dat onderscheid moet ik eerlijk maken.
Wat betreft bronnen — per patroon, zo concreet mogelijk.
Vals-specifieke opening lijkt op wat Harry Frankfurt in On Bullshit (2005) de kern van bullshit noemt: niet liegen, maar spreken zonder waarheidsaanspraak. De spreker weet niet of het klopt en het maakt hem niet uit. Frankfurt schreef het over politici en reclame, maar het past perfect.
Structuur als inhoud — Richard Lanham analyseerde dit al in Revising Prose (1979) onder de noemer “the official style”: passieve zinnen, zelfstandige naamwoorden waar werkwoorden zouden staan, hiërarchische opmaak als vervanging voor denken. Hij noemde het het proza van bureaucraties. Nu is het het proza van AI.
Hoogteverlies onder druk — dit herkent iedereen die weleens een manager heeft meegemaakt, maar het scherpst geformuleerd bij Nassim Taleb in The Bed of Procrustes: “Zij die abstracter praten naarmate het concreter wordt, hebben iets te verbergen.” Taleb zou AI-output waarschijnlijk zien als de ultieme IYI — Intellectual Yet Idiot — machine.
Positievermijding — Philip Tetlock documenteerde in Expert Political Judgment (2005) hoe experts systematisch vaag blijven om onweerlegbaar te blijven. AI doet hetzelfde, maar niet uit zelfbescherming — uit trainingssignaal. Het resultaat is identiek.
De drie-deling reflex heeft een klassieke retorische wortel — de trits is al bij Aristoteles een overtuigingsmiddel. Maar de kritiek erop komt scherp van George Orwell in Politics and the English Language (1946): zodra je een sjabloon volgt in plaats van te denken, is de structuur de vijand van de waarheid.
Zalvend slot met teruggekaatste bal — dit is iets wat ik in de literatuur nog niet zo benoemd heb gezien, maar het zit dicht tegen wat Byung-Chul Han in De transparantiemaatschappij beschrijft als de verdwijning van negativiteit: alles wordt glad, niemand sluit iets af, alles nodigt uit tot meer. AI-output is daar een extreme uitdrukking van.
Tegenspraak scoorde laag — dit is het meest gedocumenteerde punt. Stuart Russell schrijft erover in Human Compatible (2019): een systeem dat geoptimaliseerd is op menselijke goedkeuring leert mensen te pleasen, niet te helpen. Dat is geen bijwerking, dat is de wiskundige uitkomst van de trainingsdoelstelling.
Bij twijfel uitbreiden — Blaise Pascal schreef al in 1657: “Ik had geen tijd om het kort te maken.” Kortheid vereist oordeel over wat weg kan. Dat oordeel ontbreekt als lengte zelf beloond wordt.
Wat ik hier doe is overigens ook patroon 5 — acht punten, netjes langs een lijn. Maar ditmaal met echte bronnen erachter, dus de structuur is tenminste verdiend.