541 We leven steeds meer in blokken want de markt houdt van splitsing

Splitsing van activiteiten. Het valt me op dat er de laatste 20 jaar sprake is van splitsing van activiteiten. Ik zal wat voorbeelden noemen. Vroeger was werk en ontspanning meer een geheel, gedurende de week en het jaar. Nu is het heel hard werken en dan heel hard ontspannen. En dan meteen extreem en ver weg en duur. Ik zie het ook bij sporten. Eerst ging je bij de supermarkt boodschappen doen met de fiets en tassen tillen. Nu ga je met de auto naar de winkel of nog beter je laat de spullen bezorgen maar om dan toch aan je beweging te komen ga je naar een sportschool buiten de deur. Dus twee keer betalen, en splitsen van niets doen (extreem dus op de bank en Netflixen) en fitness (ook extreem, met toestellen en targets). Misschien zit mijn ergernis over die goede doelen jongens ook in dit spectrum: niet 25 rondjes om je huis en zelf wat geld overmaken naar een goed doel, maar een hele campagne opzetten en dan naar New York om met nog 10.000 mafkezen ver weg te gaan lopen (en op kosten van je sponsors uiteraard, maar dat is beetje offtopic). Wat speelt hier?

PS Mooi voorbeeld hoe die blog-ingevingen werken: ik zit op de fiets en bereid mentaal de volgende Rand-aflevering voor, iemand haalt me in met een duur pakkie op een dure fiets, en dan begin ik weer te malen, waarom doet die gast dat, hoe ging dat vroeger …. Helaas loopt de nummering van de Tour de Rand nu niet netjes door, en zo is het altijd wat.


Wat jij beschrijft is geen “luiheid” of “modern decadentie-probleem”, maar een systeemlogica die op allerlei plekken dezelfde vorm aanneemt: We knippen een geïntegreerd leven in losse modules, en kopen daarna de verbinding terug als product. Dat zie je in werk/ontspanning, bewegen, eten, slapen, liefde, zelfs in “goed doen”.

1) Van gemengd leven naar blokken: de kalender als fabriek

Vroeger zat ontspanning in de week (kletsen op straat, fietsen naar de winkel, klussen, langzaam koken, een avondje buurthuis). Nu is de dominante norm:

  • Werk = hoge focus / hoge output / weinig lek
  • Vrije tijd = complete ontkoppeling / maximale prikkel / liefst “even weg”

Waarom? Omdat veel werk is gaan lijken op een deadline-machine: meetbaar, planbaar, gecontroleerd. Als je je week zo inricht, wordt ontspanning bijna automatisch het tegenovergestelde: niet “herstellen in dezelfde wereld”, maar vluchten naar een andere modus.

2) De supermarkt-fiets → auto + sportschool: uitbesteden en terugkopen

Jouw voorbeeld is scherp: eerst zat beweging “gratis” in het bestaan. Nu:

  • je verwijdert frictie (auto, bezorging, roltrappen, gemak)
  • en koopt daarna kunstmatige frictie terug (abonnement, apparaten, targets)

Dat is op zichzelf logisch: systemen houden van specialisatie.

  • Boodschappen doen moet efficiënt.
  • Sport moet effectief.
  • Ontspanning moet “maximaal”.

Allemaal apart geoptimaliseerd. Alleen: het totaalplaatje wordt duurder, omslachtiger en vaak ook geestelijk armer.

3) Waarom het extremer wordt: optimalisatie dwingt tot “contrast”

Als je activiteiten splitst, ga je ze ook zuiverder maken.

  • Ontspanning wordt niet meer “wandelen en praten”, maar “Netflix-binge / festival / citytrip”.
  • Sport wordt niet meer “fietsen en sjouwen”, maar “programma, hartslagzones, personal best”.

Die extremen zijn geen toeval. Het is contrastbeheer: je lichaam en hoofd voelen pas ontspanning als het duidelijk niet-werk is. En dat krijg je sneller met iets dat ver weg is, duur voelt, of een duidelijk begin/einde heeft.

4) De rol van status en identiteit: “ik bén iemand die…”

In jouw voorbeeld van de goede-doelen-jongens zit nog iets extra’s: het is niet alleen “goed doen”, maar ook zichtbaar goed doen.

  • 25 rondjes om je huis + zelf overmaken is moreel prima, maar sociaal onzichtbaar.
  • Een campagne + New York + marathon is een publiek verhaal.

In moderne omgevingen is identiteit steeds meer iets wat je performt: via foto’s, badges, Strava, LinkedIn, sponsoracties. Je koopt geen activiteit, je koopt een narratief (“kijk wie ik ben”). En dat narratief vraagt om:

  • uitzonderlijkheid (New York)
  • schaal (10.000 mensen)
  • meetbaarheid (kilometers, bedragen)
  • bewijs (beelden, posts)

5) De economie achter alles: de markt houdt van splitsing

Splitsing creëert markten. Elke knip wordt een verdienmodel:

  • Bezorging ↔ sportschool
  • Werkstress ↔ mindfulness-apps, retreats
  • Slecht slapen ↔ supplementen, coaches
  • Weinig sociale cohesie ↔ “events” en betaalde beleving

Integratie is vaak goedkoop en lokaal. Splitsing is abonnement-proof.

6) Wat jouw ergernis signaleert

Jouw irritatie is (denk ik) niet: “sport is stom” of “goede doelen zijn stom”.
Het is ergernis over een systeem van overbodige omwegen:

  • eerst normaliteit afbreken (natuurlijke beweging, lokale rust, kleine gebaren)
  • dan de oplossing als spektakel terugverkopen
  • en er morele of lifestyle-glans overheen leggen

Hoe past dit in mijn visie? Hoe luidt dit in economentaal, waarbij je de paradox hebt dat bbp omhoog gaat maar welzijn wellicht achteruit?

Het past naadloos in jouw visie omdat het precies jouw hoofdthema raakt: systemen die zichzelf optimaliseren op een meetbare proxy (geld/BBP), terwijl de echte waarde (welzijn, samenhang, autonomie) weglekt. Jij kijkt steeds naar de achterkant: wie verdient eraan, welke prikkels sturen het gedrag, en welke kosten verdwijnen uit beeld.

In jouw visie

Proxy-winst, echte verliespost

    • We sturen op BBP, omzet, groei, efficiency.
    • Maar het systeem kan groeien doordat we dingen die vroeger “in het leven” zaten nu vermarkten.
    • Resultaat: meer transactiesmeer geluk.

    Splitsing als verdienmodel

      • Jij prikt graag door façades heen: “gezond”, “productief”, “goed doen”.
      • In jouw frame: dit zijn vaak marktvormen van herstelwerk na eerdere optimalisatie.

      Optimale extractie

        • Dit is bijna een schoolvoorbeeld van jouw idee:
          • Eerst frictie/tekort creëren of zichtbaar maken (tijd, rust, beweging, betekenis).
          • Daarna oplossingen verkopen (sportschool, retreat, citytrip, challenge-event).
        • Extractie verschuift van spullen naar aandacht, status, herstel.

        In economentaal: wat gebeurt er precies?

        1) BBP-mechaniek: “monetisering van het informele”

        BBP telt markttransacties. Dus:

        • fietsen naar de supermarkt + sjouwen = 0 euro
        • bezorgabonnement + sportschoolabonnement = wel euro’s
        • buurtpraatje + lokale wandeling = 0
        • citytrip + wellness-arrangement = wel

        Conclusie: als we activiteiten opsplitsen en via de markt laten lopen, stijgt BBP bijna automatisch, ook als de ervaren kwaliteit van leven niet stijgt.

        2) Substitutie van “huishoudproductie” naar marktproductie

        Economen noemen veel van dat geïntegreerde leven household production (zelf doen, informeel, niet gemeten). De verschuiving is:

        • zelf doen → uitbesteden → terugkopen als dienst. Dat heet grofweg marketization.

        3) Externe effecten en verborgen kosten

        De welvaartsrekening klopt niet omdat een deel van de kosten niet in de prijs zit:

        • minder spontane beweging → gezondheidskosten later
        • minder lokale samenhang → meer eenzaamheid/mentale druk
        • meer reizen/consumptie → milieukosten
        • meer stress door “hard werken” → herstelindustrie

        BBP ziet vooral de factuur, niet de schade.

        4) Transactiekosten en coördinatiekosten

        Splitsing verhoogt vaak de totale “gedoe-kosten”:

        • plannen, rijden, abonnementen beheren, targets bijhouden, spullen, apps. Dat zijn echte kosten (tijd/energie) die je voelt, ook als de markt ze als “keuzevrijheid” verkoopt.

        5) Signaling & positionele competitie (status-economie)

        Jouw “goede doelen + New York” voorbeeld past in:

        • signaling: zichtbaar bewijs van deugd/discipline
        • positionele goederen: waarde komt deels uit “beter dan de rest”. Dat jaagt opschaling aan: het moet groter, verder, unieker. Ook dát verhoogt BBP, maar welzijn kan dalen door druk, vergelijking en leegte.

        BBP kan stijgen door monetisering en opsplitsing van activiteiten (meer markttransacties), terwijl welzijn stagneert of daalt door externaliteiten, transactiekosten, statuscompetitie en verlies aan informele ‘huishoudproductie’ en sociale cohesie.

        Previous Post Next Post
        @media print { /* Verberg alle ongewenste onderdelen */ header, .site-header, nav, .main-navigation, .sidebar, .site-sidebar, aside, footer, .site-footer, .widget-area, .breadcrumbs, .post-meta, .related-posts, .comments-area, .print-hide { display: none !important; height: 0 !important; margin: 0 !important; padding: 0 !important; overflow: hidden !important; } /* Verberg ook bepaalde vaste*