509 Pleidooi voor pulp en de ideale man in de liefdesroman

Begin 2024 had ik het genoegen een lezing te mogen bijwonen van Kees ’t Hart, zelf ook geen onverdienstelijk schrijver, over de zogenaamde pulproman. Liefdesroman, damesromans, kasteelromans, doktersromans, Bouquet-reeks, hoe je ze ook wilt noemen, er wordt vaak met dedain over gesproken, geen literatuur maar lectuur. t Hart verdedigt deze romans en legt uit dat het nog niet zo makkelijk is zo’n verhaal te schrijven. Ondanks dat het om een vast formaat gaat, waar je absoluut niet van mag afwijken, dat zijn de vaste wetten van het genre, blijf je toch benieuwd naar de afloop en hoe ‘ze’ elkaar op het einde vinden. Deze romans lopen altijd goed af, t Hart geeft dat aan met HEA oftewel Happily Ever After. Het boek uit 2022 waar t Hart zijn lezing op baseert heet ‘Pleidooi voor pulp’ en kan ik van harte aanbevelen. De links naar mijn eigen blogs liggen voor het oprapen, het gaat over foute mannen, over liefde, over vaste patronen in de interactie tussen mannen en vrouwen. Het zijn vooral vrouwen die deze boeken (ik zeg dus bewust geen ‘boekjes’) lezen dus wellicht kun je ook een beeld destilleren van hoe de ideale man eruit moet zien.

Er lijkt altijd sprake van een vast format in deze romans. Ik heb er zelf uiteraard ook een aantal gelezen, met plezier kan ik zeggen. Het format wat mij boeit gaat over de zelfstandige vrouw die ooit een nare ervaring had met een man. Ze besluit dat nooit meer te willen. Dan ineens ziet ze zo’n man toevallig uit zijn auto stappen, ja ze is weer aangetrokken maar besluit er nu niks mee te doen, negeren die hap. Totdat o toeval ze hem de dag erna weer tegenkomt. En hij maakt avances, ze kan hem dit keer niet negeren en gaat met wat tegenzin op zijn uitnodiging in. Maar hij is een lul net als alle mannen van dit kaliber. Maar haar beeld verandert langzaam, zo slecht is ie nog niet, dat is een façade en zij leert zijn ware aard kennen, etc etc en alles komt ditmaal toch goed. HEA.


Het format dat je beschrijft, is een klassiek voorbeeld van wat Kees ’t Hart in de bronnen het remarriage-motief of de herhaling noemt. Hoewel niet elke heldin letterlijk opnieuw trouwt, hebben ze vrijwel allemaal een eerdere, mislukte relatie of traumatische ervaring achter de rug die hun visie op de liefde kleurt. Hieronder wordt dit format verder uitgewerkt op basis van de concepten uit de bronnen:

1. De zelfstandige heldin en haar ‘vrees voor overgave’

In moderne liefdesromans zijn de heldinnen vaak autonoom en succesvol in hun beroep (zoals een journaliste, pianiste of lerares), maar dragen ze een emotionele rugzak mee. De “nare ervaring” uit het verleden zorgt voor een diepgewortelde onzekerheid en een vrees voor overgave. In de bronnen wordt dit proces beschreven als een existentiële ‘Angst’ (met een hoofdletter), waarbij de vrouw bang is haar zelfstandigheid te verliezen aan een man.

2. De ‘Overval’ en de eerste ontmoeting

De toevallige ontmoeting, zoals het zien van een man die uit een auto stapt, wordt in de bronnen een ‘overval’ genoemd. De fysieke aantrekkingskracht is direct en heftig: de adem stokt, er ontstaat een ‘knoop in de maag’ of een ‘hypnotische’ werking.

  • De reactie: De heldin probeert dit verlangen onmiddellijk weg te rationaliseren. Dit is het klassieke conflict tussen het hart en het hoofd: rationeel vindt ze hem een ‘lul’ (arrogant of dominant), maar lichamelijk is de aantrekkingskracht onmiskenbaar.

3. Het gedwongen samenzijn door toeval

Het format vereist dat de personages, ondanks haar besluit hem te negeren, door het lot (of de auteur) bij elkaar worden gedreven. In de bronnen zie we voorbeelden zoals:

  • Samen vastzitten in een lift.
  • Een gedwongen autoreis van 3000 kilometer door de outback.
  • Een zakelijke noodzaak om samen te werken, zoals een interview.

4. De man als ‘lul’ (Het Rochester-type)

De man wordt vaak aanvankelijk neergezet als dominant, arrogant of ondoorgrondelijk. Dit type wordt in de bronnen vergeleken met Mr. Rochester uit Jane Eyre. Hij lijkt hardvochtig, maar dit is vaak een façade. Naarmate het verhaal vordert, leert de heldin zijn ‘ware aard’ kennen. Vaak blijkt de man zelf ook een trauma te hebben (zoals PTSS) of is zijn arrogantie een masker voor een eenzaam verleden.

5. De omslag: Lust, onlust en de ‘oefening in vertrouwen’

De heldin bevindt zich in een emotionele achtbaan van lust en onlust. Seksscènes in de moderne roman fungeren hierbij als een ‘oefening in vertrouwen’; het gaat niet alleen om de fysieke daad, maar om de vraag of zij zich durft open te stellen voor de ‘geheimzinnige ander’. In de bronnen wordt deze fase beschreven als het moment waarop de vrouw de man ’temt’ of leert om ook op zijn gevoel af te gaan.

6. Het einde: Vergeving en HEA

Voordat het zover is, moeten er obstakels worden overwonnen, zoals misverstanden over zijn bedoelingen of de verschijning van een rivaal. Het verhaal eindigt echter altijd met:

  • Vergeving: De partners vergeven elkaar hun eerdere gedrag.
  • De bekentenis: De ultieme liefdesverklaring (“Ik hou van je”).
  • HEA: De Happily Ever After is een verplichte weerspiegeling van de lente (wedergeboorte na de winterse nare ervaring).

Volgens de bronnen is dit format zo krachtig omdat het inspeelt op de menselijke behoefte aan ‘ontvankelijkheid’: het verlangen om, ondanks angst en eerdere pijn, weer geraakt te worden door een ander.


Kun je op basis van de inhoud van een aantal succesvolle damesromans een profiel maken van de ideale man, waar moet hij aan voldoen om in zo’n avontuur een plek te vinden?

Het profiel van de ideale man in de damesroman

1. Status zonder uitleg

De man heeft positie — sociaal, economisch of moreel — maar:

  • hij legt die niet uit
  • hij verdedigt zich niet
  • hij doet geen moeite om aardig gevonden te worden

Voorbeelden:

  • succesvolle ondernemer
  • legerofficier / arts / architect
  • landeigenaar / CEO / kunstenaar met reputatie

👉 Cruciaal: hij hoeft zich niet te bewijzen, het verhaal bevestigt zijn waarde impliciet.


2. Emotionele geslotenheid (maar niet leegte)

Hij is:

  • gereserveerd
  • moeilijk leesbaar
  • spaarzaam met woorden

Maar:

  • niet dom
  • niet cynisch
  • niet gevoelloos

Zijn binnenwereld is afgesloten, niet afwezig. 👉 Dit creëert projectieruimte: de lezer (en heldin) vult hem in.


3. Dominantie zonder brutaliteit

Hij:

  • neemt beslissingen
  • bepaalt tempo en richting
  • laat zich niet meeslepen

Maar:

  • is zelden expliciet agressief
  • vernedert haar niet openlijk
  • overschrijdt geen grenzen die niet later “geheeld” worden

4. Selectieve zachtheid

Hij:

  • is niet voor iedereen aardig
  • heeft weinig sociale warmte
  • is soms zelfs nors

Maar:

  • bij haar breekt iets open
  • toont hij geduld, zorg of kwetsbaarheid

👉 Niet universele goedheid, maar uitverkoren intimiteit. Dit voedt het uitzonderingsdenken: “Ik ben degene bij wie hij anders is.”


5. Een verleden dat verklaart, niet veroordeelt

Vrijwel altijd aanwezig:

  • verlies
  • schuld
  • oorlog
  • mislukte liefde
  • jeugdtrauma

Belangrijk:

  • het verleden verklaart zijn hardheid
  • maar ontslaat hem niet van aantrekkingskracht

Het maakt hem:

  • niet zielig
  • maar begrijpelijk

👉 Trauma als legitimatie, niet als last.


6. Morele kern (die pas laat zichtbaar wordt)

Ondanks zijn fouten moet hij uiteindelijk blijken te beschikken over:

  • loyaliteit
  • rechtvaardigheidsgevoel
  • beschermingsdrang

Vaak zichtbaar in:

  • hoe hij met zwakkeren omgaat
  • een morele keuze op een cruciaal moment

Dit is het moment van herdefiniëring: de foute man blijkt eigenlijk een goede man


7. Beheersing van seksualiteit

Hij is:

  • seksueel ervaren
  • zelfverzekerd
  • niet behoeftig

Maar:

  • niet verslaafd
  • niet pornografisch
  • niet afhankelijk van bevestiging

Seks is bij hem:

  • leidend
  • kaderend
  • “veilig gevaarlijk”

Samengevat in één compact profiel

De ideale man in de damesroman is: statusvol, emotioneel gesloten, dominant maar beheerst, selectief warm, getekend door het verleden, moreel betrouwbaar in de kern en seksueel zelfverzekerd — maar alleen toegankelijk voor de juiste vrouw.


Samenvatting Pleidooi voor Pulp van Kees ’t Hart

In het voorwoord introduceert Kees ’t Hart de liefdesroman, zoals de Bouquetreeks, als het meest gelezen maar tegelijkertijd meest verguisde genre binnen de literaire industrie. Hoewel miljoenen lezers wereldwijd van deze boeken genieten, worden ze door critici vaak afgedaan als ‘pulp’ of ‘kitsch’. ’t Hart stelt dat dit genre essentieel is voor de leescultuur en dat we moeten stoppen met er denigrerend over te praten.

1. Sneeuw in de broek

Dit hoofdstuk beschrijft de persoonlijke verbondenheid van de auteur met het genre. Na een verzoek om over ‘verbondenheid’ te schrijven, herinnerde ’t Hart zich de stapels liefdesromans die hij als tiener las tijdens een ziektebed. Hij beschrijft de leesroes en de noodzaak van een goed einde (happy end). De term ‘sneeuw in de broek’ verwijst naar de lacherige manier waarop zijn familie naar deze ‘boekjes’ keek. Hij merkt op dat critici het genre zelden serieus nemen en het altijd negatief vergelijken met ‘echte’ literatuur.

2. Angst en verlangen

’t Hart verdiepte zich voor dit boek in meer dan vijftig romans, inclusief subgenres zoals de Amerikaanse zwarte, lesbische en gay romance. Hij analyseert het werk van Nora Roberts (Onvoltooid verleden) en Amy Andrews (Flirten onder de sterren).

  • Kernconcepten: Hij introduceert de term HEA (Happily Ever After) als een vereiste voor het genre.
  • Emoties: Belangrijke motieven zijn onzekerheid, verwarring en ‘angst’ (existentiële vrees voor overgave).
  • Seksualiteit: Hij merkt op dat seksscènes tegenwoordig explicieter zijn dan vroeger, maar altijd positief en vaak bijna religieus of ‘numineus’ van aard worden beschreven.
  • Goodreads: De auteur prijst de website Goodreads als een goudmijn voor het begrijpen van hoe de echte lezers (meestal vrouwen) de boeken ervaren.

3. Ruimhartigheid

In dit hoofdstuk voert de auteur een felle strijd tegen het elitarisme in de literatuurkritiek. Hij bekritiseert de neiging om liefdesromans af te doen als ‘onrealistisch’, terwijl ‘echte’ literatuur (zoals Flaubert) ook een constructie van de werkelijkheid is. Hij pleit voor een ‘retorica van de erotiek’ waarbij het gaat om het oproepen van emoties in plaats van maatschappelijk realisme. ’t Hart roept leraren en boekhandels op om deze boeken ruimhartig te behandelen en zichtbaar te maken.

4. Productie

Hier werpt ’t Hart een blik achter de schermen van de industrie. Hij bespreekt Writing a Romance Novel for Dummies en interviewt Hans Jansen, hoofdredacteur bij HarperCollins Holland.

  • De markt: De verkoop verschuift van supermarkten naar e-readers.
  • Schrijvers: Hij spreekt met Martin Scherstra, die onder de naam Fleur van Ingen als een van de weinige mannen voor de Bouquetreeks schrijft. Scherstra benadrukt dat het vaste stramien juist creatieve vrijheid biedt om te variëren met actuele thema’s.

5. Studies

’t Hart behandelt wetenschappelijke en feministische onderzoeken naar het genre. Hij prijst de benadering van Ien Ang (Het geval Dallas), die plezier in populaire cultuur serieus neemt. Hij is echter kritisch over onderzoekers zoals Janice Radway, die vanuit een ‘helikopterview’ neerkijken op lezeressen en hen als ‘onwetend’ bestempelen. Hij verwerpt de gedachte dat het lezen van pulp lezers dommer of minder empathisch maakt.

6. Black Love Matters

Dit hoofdstuk focust op de opkomst en het belang van de zwarte liefdesroman in Amerika, gebaseerd op de essaybundel Black Love Matters van Jessica P. Pryde.

  • Beverly Jenkins: ’t Hart bespreekt het werk van deze topauteur, die de zwarte ervaring en geschiedenis verweeft met romance.
  • Thema’s: Er is aandacht voor de balans tussen ‘agape’ (naastenliefde/gemeenschapszin) en ‘eros’ (seksuele liefde). Het genre biedt zwarte lezers een broodnodig platform voor hoop en menselijkheid in een cultuur die hen vaak marginaliseert.

7. Mythe

Ten slotte verbindt ’t Hart de liefdesroman met diepere mythologische en filosofische structuren.

  • Remarriage: Geïnspireerd door Stanley Cavell ziet hij het genre als een vorm van het ‘hernomen huwelijk’ of de herhaling, waarbij partners elkaar opnieuw moeten vinden en vergeven.
  • Mythologie: Hij trekt parallellen met de Pygmalionmythe (het tot leven wekken van een ideaalbeeld) en Robert Graves’ concept van de Witte Godin, waarbij de vrouw uiteindelijk beslist over de overgave.

Het boek sluit af met een 11-punten tellend pleidooi voor de liefdesroman, waarin ’t Hart onder meer oproept om te stoppen met de schaamte rondom dit genre en het serieus te nemen als een uniek onderdeel van de leescultuur.

Previous Post Next Post
@media print { /* Verberg alle ongewenste onderdelen */ header, .site-header, nav, .main-navigation, .sidebar, .site-sidebar, aside, footer, .site-footer, .widget-area, .breadcrumbs, .post-meta, .related-posts, .comments-area, .print-hide { display: none !important; height: 0 !important; margin: 0 !important; padding: 0 !important; overflow: hidden !important; } /* Verberg ook bepaalde vaste*