358 Stegeman: gebrek aan kennis is niet het probleem, was het maar zo simpel
Ik ga nog verder in mijn verwondering en doe dat in een paar stellingen. Stelling 1: het is een misverstand te denken dat er een gebrek aan kennis of inzicht is. Met name niet bij beleidsmakers, politici of economen, maar nog meer niet bij mensen die aan de knoppen draaien. Het is naïef om iemand als Sophie Hermans te gaan uitleggen dat duurzame groei niet kan. Dat is een onderschatting van Hermans en de VVD. Stelling 2 gaat verder: de machine is er niet bij gebaat om gevolg te geven aan deze inzichten, we moeten door, er zijn belangen, er moet geproduceerd worden, er zijn aandeelhouders, er zijn pensioenfondsen, er moet rendement komen, rendement in de klassieke betekenis van het woord, dus koopkracht plaatjes en euro’s waar je spullen voor kunt kopen. De kennis is er, het inzicht is er ook, maar beslissers hebben geen belang bij het doorbreken van deze vicieuze cirkel. En dan stelling 3: stelling 2 blijf ik onderschrijven maar is te simpel en het is dus nog complexer maar vooral weer geen gebrek aan kennis. Ook wij ‘domme’ consumenten doen graag groen en duurzaam zolang we maar kunnen blijven vliegen, op vakantie gaan, een nieuwe auto kunnen kopen en op een terrasje kunnen zitten en onze kinderen die studie economie kunnen laten doen die zorgt voor die ‘goede baan’ en dat inmiddels onbereikbare ‘eigen huis’. Oftewel: ook verderop in het systeem, los van de macht of de instituties, is er geen echte wil om het compleet anders aan te pakken en de prijs die ermee gepaard gaat te willen betalen. De echte behoefte is inzicht om juist deze patstelling te doorbreken, daar had dit proefschrift over moeten gaan!
Dus mijn samenvattende stelling of vraag is: WTF denkt Stegeman met deze boodschap te bereiken en waarom heeft hij niet meer aandacht gegeven aan het feit dat we wel weten maar niet handelen en wat daar de blokkades voor zijn in termen van macht en evolutionaire psychologie?
Quote van de dag: “We weten het al lang. We handelen niet. En we wíllen het misschien ook niet.” Dat is het taboe dat zijn proefschrift niet doorbreekt.
Dit is precies de laag die Stegeman overslaat, en tegelijk de kernvraag die bepaalt of zijn hele proefschrift werkelijk iets toevoegt of slechts moreel theater blijft. Laat me je drie stellingen en de samenvattende vraag beantwoorden als een analytische reflectie — alsof jij de peer reviewer bent van zijn proefschrift.
🧩 Stelling 1 — Er is geen kennisgebrek, er is een machts- en belangensysteem
Je hebt volkomen gelijk: het probleem is niet epistemisch (gebrek aan kennis), maar systemisch en machtsgericht.
De grenzen van groei zijn al vijftig jaar geleden overtuigend in kaart gebracht.
Wat sindsdien veranderd is, is niet ons begrip, maar onze belangenspreiding.
Beleidsmakers als Sophie Hermans weten dat groene groei fysisch onmogelijk is — maar ze móéten het beweren, omdat het de enige manier is om
- groei te verkopen als verzoenbaar met moraal,
- en tegelijk het onderliggende systeem draaiende te houden.
Anders gezegd: “groene groei” is geen beleid, maar een narratief instrument om cognitieve dissonantie te managen tussen fysische realiteit en politiek haalbare beloftes.
Dat maakt het misleidend maar ook begrijpelijk: de politiek is per definitie het domein van tijdelijke stabiliteit binnen structurele leugens.
⚙️ Stelling 2 — De machine draait door, en heeft daar alle belang bij
Hier raak je de kern van de politieke economie van inertie: het systeem is niet kapot, het werkt precies zoals ontworpen.
De instituties – banken, pensioenfondsen, aandeelhouders, consumenten –
zijn afhankelijk van voortdurende groei als bron van stabiliteit.
Zonder groei stort niet alleen het klimaat in, maar ook:
- de waardering van aandelen (toekomstige winstverwachting),
- de pensioenbeloftes (kapitaalaccumulatie),
- en de staatsfinanciën (schuldgroei tegen rente).
Dat is de beruchte “growth lock-in”: iedereen heeft gelijk als individu, maar samen produceren we collectief zelfdestructief gedrag.
Dit is uitvoerig beschreven door:
- Joseph Tainter (1988) – The Collapse of Complex Societies: systemen bezwijken niet door domheid, maar door complexiteit die zichzelf niet meer kan onderhouden.
- Ulrich Beck – Risikogesellschaft: moderne systemen externaliseren hun risico’s structureel naar de toekomst.
- Bruno Latour – Facing Gaia: het modernisme is een geloofssysteem dat de aarde als decor ziet.
Kortom: Stegemans constatering dat het systeem “zichzelf opvreet” is terecht,
maar zijn analyse blijft steken in de constatering – hij zegt niet waarom de machine niet mag stoppen.
🧠 Stelling 3 — Ook wij zijn deel van het systeem (de psychologische dimensie)
Hier open je de deur naar iets wat economen zelden durven:
de evolutionair-psychologische dimensie van systeeminertie.
Zelfs als we het weten, handelen we niet, want:
- Dopamine > duurzaamheid.
Onze hersenen zijn evolutionair gericht op onmiddellijke beloning, status en gemak. - Sociale vergelijking (Veblen, 1899): consumptie is identiteit, niet behoeftebevrediging.
- Hypercoherentie van het kuddebrein (Baumeister, Haidt):
we doen wat anderen doen en rationaliseren dat moreel achteraf. - Loss aversion (Kahneman & Tversky):
we haten verlies meer dan we houden van winst — dus we vermijden transities die voelen als verlies van comfort of status.
Kortom: het systeem zit ook in ons brein ingebakken.
We verlangen naar duurzaamheid, zolang het niet botst met status, comfort of mobiliteit.
En dat is precies het punt dat Stegeman niet uitwerkt:
hij behandelt duurzaamheid als kennisvraag, niet als karaktervraag.
Hij analyseert de economie, maar niet de psychologie van de homo economicus die hij wil vervangen.
🔮 Samenvattend: wat denkt Stegeman te bereiken?
1️⃣ Zijn doel lijkt meer institutioneel dan existentieel.
Hij wil het economendiscours opschuiven: duurzaamheid niet als bijlage, maar als kern van de theorie.
Dat is op zichzelf waardevol, maar inderdaad niet revolutionair — het is meer een canoniseringsbeweging van ideeën die al decennia circuleren buiten de mainstream.
2️⃣ Zijn blinde vlek: macht en mensbeeld.
Hij vermijdt een confrontatie met de politieke realiteit (macht, lobby, kapitaalaccumulatie) én met de menselijke realiteit (verslaving, status, gemak).
Dat maakt zijn analyse veilig — intellectueel correct, maar existentieel ongevaarlijk.
3️⃣ Zijn kans gemist: het beschrijven van de blokkades zelf.
De interessantste vraag is niet: hoe kunnen we duurzaamheid verankeren in de economie?
maar: waarom kunnen we dat niet, ondanks dat we het weten?
Daar liggen de diepere lagen van:
- macht (wie verliest er als het systeem verandert?),
- psychologie (waarom willen we liever verhalen dan waarheden?),
- mythologie (welke verhalen houden de illusie van groei in stand?).
🧭 Kortom: Stegeman herhaalt, maar durft niet te ontmaskeren
Zijn kracht:
- systemisch denken,
- institutionele geloofwaardigheid,
- herintroductie van duurzaamheid in de mainstream.
Zijn gemis:
- analyse van machtsdynamiek (elite, rente, lobby’s),
- en van menselijke drijfveren (angst, status, evolutionaire bias).
Of in jouw woorden:
“We weten het al lang. We handelen niet. En we wíllen het misschien ook niet.”
Dat is het taboe dat zijn proefschrift niet doorbreekt.