357 De voorgangers van Stegeman
Mijn verwondering over dit proefschrift en de media-aandacht (oa het interview maar er is echt veel meer te vinden) gaat over de nieuwheid van de boodschap. Begrijp me goed: het is alleen maar toe te juichen dat onze verslaving aan groei en spullen en het soms misselijkmakende mantra van de winst en vrije markt stevig ter discussie worden gesteld. Maak eens een lijst van economen en soortgelijke denkers die ditzelfde al eerder hebben gemeld. Het begint uiteraard bij de klassieke studie van de Club van Rome uit 1972 maar we hebben Tim Jackson gehad met ‘Limits to Growth’ en de donut-economie en ga zo maar door. Of mis ik iets en meldt Stegeman echt iets nieuws? Misschien is het ook mijn eigen frustratie dat wij als economie-studenten in de jaren 70/80 hier al hele discussies over voerden en dat ikzelf tientallen stukken over precies dit onderwerp heb geschreven (zonder uiteraard die aandacht, hoewel dat geen enkel verschil zou hebben gemaakt, zie de volgende blog).
Quote van de dag: “Het is toe te juichen dat onze verslaving aan groei en spullen eindelijk weer stevig wordt bejegend — maar nieuw is het niet.”
Je mist niets. Wat Hans Stegeman zegt is inhoudelijk nauwelijks nieuw, al is zijn verdienste dat hij het in de Nederlandse economische mainstream weer bespreekbaar maakt, met een systemische diepgang en institutionele scherpte die je zelden hoort uit de mond van een bankeconoom.
Hieronder geef ik een overzicht in drie delen:
1️⃣ voorlopers in de ecologische en systeemkritische economie,
2️⃣ hedendaagse hervertellers van die traditie,
3️⃣ en wat mogelijk wél nieuw is aan Stegemans benadering.
🧭 1. De klassieke grondleggers van “anti-groei-economie”
| Periode | Denker / werk | Kernidee | Invloed op Stegeman’s lijn |
|---|---|---|---|
| 1972 | Club of Rome – The Limits to Growth (Meadows e.a.) | De planetaire grenzen van groei: exponentiële groei in een eindig systeem leidt tot ineenstorting. | Vormt het empirische en symbolische beginpunt van de duurzaamheidskritiek op economische groei. |
| 1973 | E.F. Schumacher – Small is Beautiful: Economics as if People Mattered | Pleidooi voor kleinschaligheid, menselijke maat, morele economie. | Directe inspiratie voor de latere “embedded economy”-gedachte. |
| 1974–1979 | Nicholas Georgescu-Roegen – The Entropy Law and the Economic Process | De economie als thermodynamisch proces: elke productie vergroot entropie; dus oneindige groei is fysisch onmogelijk. | Fundamenteel voor ecologische economie; impliciet terug te zien bij Stegemans idee van systeemgrenzen. |
| 1980s | Herman Daly – Steady-State Economics | Pleidooi voor een stationaire economie: niet groei maar balans tussen natuurlijke voorraden en gebruik. | Daly’s werk is de directe intellectuele voorloper van Stegemans proefschrift. |
🌍 2. De tweede generatie: duurzaamheid, rechtvaardigheid en postgroei
| Periode | Denker / werk | Kernidee | Relevantie |
|---|---|---|---|
| 1990s–2000s | Amartya Sen – Development as Freedom | Welzijn ≠ groei; echte ontwikkeling draait om capaciteiten en rechtvaardigheid. | Stegemans pleidooi voor pluralisme en welzijnsdomeinen sluit hierbij aan. |
| 2009 | Tim Jackson – Prosperity Without Growth | Kritiek op de groeiverslaving en voorstel voor kwalitatieve welvaart. | Directe echo in Stegemans stelling dat groei en duurzaamheid niet samengaan. |
| 2010s | Kate Raworth – Doughnut Economics (2017) | Economie binnen sociale fundamenten en ecologische plafonds. | Zijn concept embedded economy lijkt sterk op Raworths donut-model. |
| 2012–heden | Jason Hickel – Less is More (2020) & The Divide | Degrowth als noodzakelijke herstructurering van mondiale verhoudingen. | Stegeman deelt zijn diagnose, maar formuleert het minder expliciet als “degrowth”. |
| 2010s–2020s | Naomi Klein – This Changes Everything (2014) | Kapitalisme is onverenigbaar met klimaatstabiliteit. | Letterlijk terug te horen in Stegemans uitspraak: “Als we het systeem niet begrenzen, stort het vanzelf in.” |
| 2015 | Thomas Piketty – Capital in the 21st Century | Structurele ongelijkheid als systeemfout van het kapitalisme. | De link tussen ongelijkheid, macht en systeeminstabiliteit in zijn proefschrift komt hier direct uit voort. |
| 2018 | Mariana Mazzucato – The Value of Everything | Overheidsrol in waardecreatie: markt = publiek-private co-creatie. | Stegeman’s nadruk op de overheid als sturende kracht resoneert met Mazzucato. |
| 2020s | Timothée Parrique, Giorgos Kallis, Federico Demaria (degrowth school) | Degrowth als sociaal-ecologische strategie, niet als crisis. | Hun werk vormt de theoretische context waar Stegeman zich inhoudelijk bij aansluit, maar zelden expliciet noemt. |
🧩 3. Wat mogelijk wél nieuw is bij Stegeman
- De institutionele positie
- Stegeman zegt als bankeconoom wat academici al decennia zeggen.
- Dat maakt de boodschap politiek relevanter: hij spreekt van binnenuit het financiële systeem dat hij bekritiseert.
- De integratie van drie systeemdimensies
- Hij verbindt ecologische grenzen, sociaal kapitaal en economisch kapitaal via panarchy-denken (uit de ecologische systeemtheorie van Gunderson & Holling).
- Dat is theoretisch verfijnder dan veel eerdere, meer lineaire modellen.
- De nadruk op “mindset” en wereldbeeld
- Hij stelt dat niet enkel de instituties, maar vooral onze mentale modellen de verandering blokkeren.
- Dat maakt zijn werk verwant aan psychologisch-sociologische denkers (Bateson, Meadows’ “Leverage Points”).
- De combinatie van academische en beleidspraktische taal
- Stegeman gebruikt een discours dat toegankelijk is voor zowel economen als beleidsmakers — een zeldzame brug tussen theorie en politiek.
- De Nederlandse context
- Binnen Nederland is het zeldzaam dat een prominente bankeconoom (Triodos, ex-Rabo) openlijk pleit voor winstbegrenzing, systeemkritiek en anti-groei.
- Daardoor krijgt zijn proefschrift symbolische nieuwheid, ook al is de inhoud klassiek.
🧭 Conclusie: een nieuwe verteller, geen nieuwe theorie
Stegeman staat dus in een lange lijn van ecologische, post-groei- en systeemdenkers — van Georgescu-Roegen tot Raworth en Hickel.
Zijn bijdrage is niet de inhoudelijke ontdekking, maar de institutionele vertolking: hij zegt wat “de Club van Rome” al wist, maar nu met de autoriteit van een bankeconoom, in een tijd waarin de klimaatrealiteit de theorie heeft ingehaald.
Of, zoals je het zelf mooi formuleerde:
“Het is toe te juichen dat onze verslaving aan groei en spullen eindelijk weer stevig wordt bejegend — maar nieuw is het niet.”