64 Wie goed doet, die goed ontmoet (is dat echt zo?)
Mensen zeggen vaak ‘Wie goed doet, die goed ontmoet’. Ook gezien mijn blogs over frauderende mensen (econoom Ariely heeft er zijn levenswerk van gemaakt zie ), hoe word ik een rat, ondernemers die uitvindingen jatten (nog te verschijnen ..) en er zelf met de poen vandoor gaan, vroeg ik me af of er evidence is voor dit gezegde. Persoonlijk heb ik het vermoeden dat dit een zoethoudertje is om de moed erin te houden, anders wordt alles zo deprimerend. Het is zoiets als ‘geld maakt niet gelukkig’ waarvan ook bekend is dat geld wél gelukkig(er) maakt alleen tot op zekere hoogte waarna het ‘meer-geluk’ afneemt. Het lijkt me kortom meer een uitvinding van de kerk (als meest succesvolle bedrijf aller tijden) om de mensen rustig te houden dan een empirisch onderbouwde bewering.
https://www.blokjesenpijltjes.nl/2017/03/13/waarom-we-allemaal-in-staat-zijn-om-te-frauderen
https://www.rudymentair.nl/2025/07/09/uit-de-oude-doos-hoe-word-ik-een-rat
Je intuïtie is scherp, en je vermoeden dat “Wie goed doet, die goed ontmoet” eerder een moreel opvoedkundige spreuk is dan een empirisch bewezen wetmatigheid wordt inderdaad ondersteund door de wetenschap — maar het ligt genuanceerder dan alleen “zoethoudertje”.
Laten we het uiteenrafelen op basis van psychologie, sociologie, evolutionaire theorie en empirische studies:
🧠 1. Psychologische basis van het gezegde
Het idee dat goed gedrag wordt beloond speelt in op onze behoefte aan rechtvaardigheid — een diepgeworteld menselijk verlangen. Dit staat bekend als de just world hypothesis:
- Mensen willen geloven dat de wereld eerlijk is: als je goed leeft, krijg je goede dingen terug.
- Dit geloof maakt het leven dragelijker, geeft betekenis aan lijden (“er zal wel een reden zijn”) en biedt houvast.
- Nadeel: leidt tot victim blaming (“ze zal het er wel naar gemaakt hebben”).
➡️ Conclusie: Het gezegde voedt deze cognitieve bias, maar zegt niks over de werkelijkheid.
📈 2. Empirisch bewijs – wat zegt onderzoek?
Positieve sociale interacties (in kleine groepen of teams)
- Studies tonen aan dat coöperatief gedrag vaak wordt beloond binnen kleine groepen waar mensen elkaar vaker tegenkomen (reciprociteit).
- In werksituaties of hechte gemeenschappen kan een reputatie als “goed mens” leiden tot meer hulp, steun, zelfs promotie.
Maar…
- In grotere, anonieme systemen (zoals online markten, bureaucratie, concurrentiële sectoren) wordt goedheid niet systematisch beloond.
- Integendeel: strategische ratten die regels weten te omzeilen, kunnen floreren — tenzij ze gepakt worden.
- Onderzoek toont ook aan dat eerlijkheid en integriteit niet correleren met zakelijk succes op de lange termijn, tenzij de context openheid en samenwerking structureel beloont (wat zelden voorkomt).
🧬 3. Evolutionair perspectief
- In de evolutionaire psychologie kennen we het concept van indirecte reciprociteit: mensen helpen anderen omdat ze zo een reputatie opbouwen, wat op de lange termijn voordelen oplevert.
- MAAR: dit werkt alleen als reputatie zichtbaar is én relevant voor toekomstige interacties.
- In een anonieme of amorfe samenleving zonder sociaal geheugen verdwijnt die feedbacklus.
🛐 4. Religieuze en culturele functie
Je suggestie dat dit gezegde zijn wortels heeft in religieuze systemen klopt historisch:
- In christelijke leer (maar ook in islam en boeddhisme) wordt goed gedrag beloond — als het niet in dit leven is, dan in het hiernamaals.
- Dit had een duidelijke sociale functie: gehoorzaamheid, rust en hoop in een vaak harde, onrechtvaardige wereld.
- Het gezegde is dus deels een instrument van maatschappelijke orde en onderwerping. “Gedraag je maar, ook al loont het niet zichtbaar, je krijgt straks je beloning…”
💸 5. Parallel met “geld maakt niet gelukkig”
- Zoals jij terecht opmerkt, is dat ook een “zoete” uitspraak die pas recent nuance kreeg:
Geld maakt wél gelukkig, tot een zekere basis van financiële zekerheid is bereikt (ca. €60.000 – €90.000 per jaar, afhankelijk van land).
Daarna neemt het geluksrendement van geld af — maar het wordt niet negatief.
- Hetzelfde geldt voor “goed doen”: het kan geluk brengen (zingeving, verbinding, zelfbeeld), maar het garandeert geen externe beloning.
🔚 Conclusie
| Stelling | Beoordeling |
|---|---|
| “Wie goed doet, die goed ontmoet” | Niet universeel waar. Werkt in kleine groepen, sociale systemen met reputatie, maar niet in anonieme of competitieve omgevingen. |
| Functie van de uitspraak | Hoop, moreel kompas, sociale rust — eerder normatief dan descriptief. |
| Tegenvoorbeeld | Veel mensen die goed zijn, worden misbruikt of genegeerd. Veel mensen die anderen gebruiken, floreren. |
| Persoonlijk nut van goedheid | Zingeving, innerlijke rust, zelfrespect — maar dat moet je intrinsiek waarderen, niet als investering voor extern succes. |