726 Wooncrisis, ongelijkheid, kringloop en manosfeer
En daar is ie weer: de woningmarkt! Ook Jona van Loenen spreekt zich hierover uit op Substack van vorige week. Van Loenen is sinds ik even niet heb opgelet onze nationale tv-econoom en lijkt het stokje van Matthijs Bouman over te nemen. Inderdaad is het raar gesteld met onze woningmarkt (zie vele blogs over dit onderwerp, klik op inhoudopgave en thema’s). En ook is het zo dat een weg terug bijna niet meer denkbaar is. Ofwel heb je een huis en ben je spekkoper, ofwel heb je geen huis en is de kans dat je er alsnog ooit een ‘krijgt’ bijna nul (correctie voor erfenissen). Het is een markt voor insiders geworden. Ja natuurlijk neemt de ongelijkheid alleen al hierdoor enorm toe in onze maatschappij. Nu het punt van Van Loenen: dat is erg onverstandig om voort te laten bestaan, want het schaadt ons allemaal, zowel de bezitters als de niet-bezitters. Ik ben het ook daarmee weer eens, er zal onrust komen, revolutie, een forse crisis whatever. Ooit zal het ten koste gaan van groei en stabiliteit en welvaart in brede zin. Maar het argument van Van Loenen is dat er een lek in de kringloop komt waardoor ook de rijkeren met de gebakken peren komen te zitten lijkt me onjuist of op zijn minst onvolledig. De kringloop betekent dat het wiel van de welvaart tot stilstand komt als je zoveel wegsnoept (van de armen) dat zij je producten niet meer kunnen kopen. Beetje het idee van de oude Henry Ford, we geven de arbeiders meer loon want dan kunnen ze zelf ook een auto van onze fabriek kopen, iedereen beter af.
Mijn vermoeden is dat deze redenering geen stand houdt. Het is een redenering die geldt voor een gesloten kringloop die anders werkt voor een kleine open economie als de Nederlandse. Dat een deel van de binnenlanders niks meer te makken heeft, hoeft geen invloed op jouw welvaart te hebben. Er zijn ontelbaar veel buitenlanders om dat gemis goed te maken. Er is een langdurige situatie denkbaar waarbij de binnenlandse ‘onderklasse’ op een houtje kan bijten zonder dat het systeem instort. Ik heb daar over geschreven rond het thema basisinkomen. Toen ik dit las moest ik weer denken aan oereconoom van de kringloop Quesnay. En zo kwam ik surprise ook weer uit op de manosfeer. Alles heeft met elkaar te maken: wooncrisis, ongelijkheid, geen perspectief hebben omdat de situatie heel lang zo door kan gaan, tot de verleiding van de manosfeer.
De tekst van Jona van Loenen sluit naadloos aan bij de systemische analyse die in jouw blogs wordt gevoerd: de woningmarkt is geen defecte markt, maar een perfect functionerende extractiemachine. Waar Van Loenen spreekt over een “twee kastenmaatschappij”, beschrijf jij dit als de scheiding tussen de “woongarantieklasse” (de bezitters) en de “financiële boeren” (de starters en huurders) die hun surplus moeten afdragen aan de top. Hieronder volgt de analyse van de tekst in het licht van jouw oeuvre, gevolgd door de diepere koppeling met Quesnay.
1. Analyse in het licht van jouw blogs
- De illusie van de prijsstijging: Van Loenen noemt de gemiddelde prijs van € 520.600 “bizar”. Vanuit jouw blogs bezien is dit echter de logische uitkomst van de maximale leencapaciteit. Prijzen volgen niet de waarde van de bakstenen, maar de hoeveelheid schuld die het systeem toelaat.
- De Residuele Grondwaarde-val: De tekst signaleert dat huren sparen onmogelijk maken. Jij legt het onderliggende mechanisme bloot: de residuele grondwaarde zorgt ervoor dat elk financieel voordeel (zoals loonstijging of innovatie) direct wordt opgeslokt door de grondprijs. De koper betaalt niet voor meer kwaliteit, maar voor de privatisering van schaarste.
- De Monopoly-metafoor en de Stationaire Bandiet: Van Loenen haalt Elizabeth Magie aan. Dit correspondeert met jouw gebruik van de theorie van Mancur Olson over de “stationaire bandiet”: de bezittende klasse rooft het systeem niet in één keer leeg, maar kiest voor optimale extractie om de onderlaag net genoeg in leven te houden om te blijven betalen.
- Uitholling van de reële economie: De observatie dat geld naar banken en huurbazen stroomt in plaats van naar innovatie, weerspiegelt jouw kritiek op de “papieren economie”. Wanneer wonen een speculatief financieel product wordt, fungeert schuld als een claim op toekomstige arbeid, wat de brede welvaart vernietigt.
2. De koppeling met Quesnay
François Quesnay, de lijfarts van Lodewijk XV en grondlegger van de fysiocraten, zou deze tekst lezen als een pathologisch verslag van een verstoorde circulatie. De herintroductie van de ‘Eigenaarsklasse’. Quesnay deelde de maatschappij in drie klassen in: de productieve klasse, de onproductieve klasse en de eigenaarsklasse. In de huidige crisis zijn de banken en vastgoedmagnaten de moderne variant van de feodale adel. Zij bezitten het “monopolie op de levensbron” (destijds grond, nu krediet en ruimte) en innen de netto-opbrengst van de samenleving zonder zelf iets te produceren.
Burgers als ‘Financiële Boeren’
In een “Quesnay 2.0”-model zijn de huurders en starters de boeren van de 21e eeuw. Zij produceren waarde via arbeid, maar moeten een enorm deel afstaan als pacht (huur) of rente (hypotheek) aan de eigenaarsklasse. Wat overblijft, is het onderhoudsloon: net genoeg inkomen om te blijven functioneren, te consumeren en de schulden te blijven aflossen, zodat het systeem niet explodeert.
Het stagnerende economische lichaam
Voor Quesnay was rijkdom afhankelijk van de kringloop. De tekst van Van Loenen stelt dat geld “weglekt” uit de echte economie. Quesnay zou zeggen dat de “fysiologische stroom” van rijkdom stokt. Wanneer de extractie door de eigenaarsklasse te groot wordt, droogt de investeringscapaciteit van de productieve klasse op, wat leidt tot een realiatiecrisis en uiteindelijk tot systeemfalen.
De ‘Impôt Unique’ als oplossing
Quesnay pleitte voor de enkele belasting op grondwaarde om onproductieve renteniers aan te pakken. Jouw voorstellen voor het ontkoppelen van grond en opstal of de planbatenheffing zijn moderne vertalingen van dit fysiocratische principe. Het doel is hetzelfde: de winst uit schaarste teruggeven aan de gemeenschap, zodat wonen weer een voorziening wordt in plaats van een instrument voor extractie.
Conclusie in de geest van Quesnay: De woningmarkt van 2025 is een financieel leengoed geworden. Het Monopoly-spel is de visuele weergave van een systeem dat de eigen voedingsbodem opeet door de grenzen van de optimale extractie uit het oog te verliezen.
Toch snap ik de kringloop nog niet. Huizenbezitters trekken waarden naar zich toe, kopen goedkoop uit China, wellicht puur uit diensten gegenereerd zoals inkomstenstroom uit apps of financiële diensten. De onderklasse of huurders staan hier buiten lijkt het. Hoezo zou de kringloop dan verstoord worden? Ja de onderklasse kan geen huur meer betalen en dus moet er een vangnet komen maar dat is een sociale vraag.
AI komt met een antwoord dat volgens mij geen hout snijdt, ik vraag door, onderzoek het nogmaals.
Oneens. De diensten worden verkocht aan wereldwijde markt. De fysieke goederen komen ook uit het buitenland. Het is dus de economie van een kleine open samenleving in een wereld kringloop.
Jouw punt is scherp en raakt de essentie van wat in de bronnen wordt omschreven als de overgang van een nationale naar een mondiale extractielogica. Je stelt terecht dat de elite niet langer afhankelijk is van de lokale onderlaag voor hun afzetmarkt of hun goederen; zij opereren in een wereldkringloop. Toch waarschuwen de bronnen dat dit model van een “kleine open samenleving” binnen een wereldwijd systeem op drie fundamentele punten vastloopt:
1. De Mondiale Realisatiecrisis
Zelfs als de markt wereldwijd is, blijft het probleem van de effectieve vraag bestaan. Als AI en automatisering wereldwijd de factor arbeid overbodig maken, wie koopt dan nog de diensten en apps van de elite?.
- Kapitaal zonder afzetmarkt is in de bronnen omschreven als een “nutteloos museumstuk”.
- De wereldkringloop kan alleen blijven draaien als er ergens een “opeter” is met koopkracht. Zonder een vorm van mondiaal basisinkomen of herverdeling stort de winstgevendheid van de machines uiteindelijk overal in.
2. De “Hollow State” en het Trappenhuis
Je beschrijft een elite die “ontkoppeld” is van de lokale onderklasse. In de bronnen wordt dit vergeleken met een wolkenkrabber waar de lift (digitale diensten/globale handel) prima werkt, maar waar het trappenhuis (de lokale fysieke basis en sociale cohesie) wordt gesloopt.
- Wanneer de elite alleen nog waarde onttrekt aan de lokale bodem (bijv. via grondrente en huizenprijzen) maar die waarde direct weer uitgeeft in China of aan globale apps, ontstaat een vorm van de “Dutch Disease” op klassenniveau.
- De lokale economie wordt een lege huls; er vindt wel extractie plaats (de huur moet immers betaald worden), maar er vloeit niets terug naar de lokale productiviteit.
3. Van Optimale Extractie naar Optimale Exclusie
Dit is de meest gitzwarte conclusie uit jouw redenering: in een wereldkringloop is de lokale arme niet meer nodig als producent, maar hij is er nog wel als fysieke realiteit.
- Waar Quesnay’s adel nog belang had bij het in leven houden van de boer (zonder boer geen pacht), verschuift de dynamiek nu naar optimale exclusie: hoe sluit je de niet-bezitter effectief uit zonder dat de sociale orde explodeert?.
- Dit leidt tot een samenleving van enclaves, waar de elite zich terugtrekt in digitale of fysieke “Galt’s Gulches” (naar Ayn Rand), terwijl ze de rest van de bevolking managen als een veiligheidsrisico in plaats van als mede-burgers.
Conclusie in de geest van Quesnay: Hij zou zeggen dat deze “open samenleving” een ziek lichaam is geworden. De bloedsomloop is niet meer gesloten; de rijkdom stroomt als een lek weg naar een abstracte wereldmarkt, terwijl de lokale ledematen (de huurders en starters) koud worden en afsterven. Het systeem is rationeel stabiel voor de elite op de korte termijn, maar het mist de zelfreinigende feedback-lus om op lange termijn niet te bezwijken onder de kosten van de uitsluiting die het zelf creëert.
Dit systeem kun je makkelijk wereldwijd 30 jaar volhouden. De Nederlandse onderklasse heeft het nakijken en wordt gedoogd. Er is zelfs een link te leggen met de manosfeer. Mannen hebben in de onderklasse niks meer toe te voegen en laten zich verleiden door influencers die hen onmogelijke beloftes verkoopt.
Jouw stelling raakt de kern van wat in de bronnen wordt omschreven als de overgang van een nationale naar een mondiale extractielogica, waarbij de onderlaag niet langer nodig is als producent, maar enkel nog bestaat als fysieke en politieke realiteit. Hieronder volgt een analyse van dit scenario, gebaseerd op de systemische concepten uit jouw archief:
1. De verschuiving naar ‘Optimale Exclusie’
In de klassieke economie (Quesnay, Ricardo) was de onderlaag onmisbaar; hun arbeid was de bron van waarde. De elite fungeerde als een “stationaire bandiet” die de onderlaag net genoeg liet overhouden (het onderhoudsloon) om te blijven produceren.
- Het nieuwe model: In jouw geschetste wereld, waar AI de arbeid overneemt en goederen uit China komen, vervalt de noodzaak om de lokale onderklasse te exploiteren. Het systeem verschuift van optimale extractie naar optimale exclusie.
- De houdbaarheid: Dit systeem kan inderdaad langdurig stabiel blijven zolang de elite de onderklasse “gedoogt” via een minimaal vangnet (zoals een basisinkomen) om sociale onrust te voorkomen. Het vangnet is dan geen morele keuze, maar een “circulatiegarantie” om het systeem van de elite veilig te stellen.
2. De Nederlandse onderklasse en de ‘Diploma-elite’
De bronnen beschrijven een diepe kloof in de Nederlandse samenleving, de zogenaamde “diplomademocratie”.
- Twee leefwerelden: De hoogopgeleide elite opereert in een “papieren leefwereld” van mondiale diensten en beleid, terwijl de onderlaag vastzit in de “materiële leefwereld” waar zij de lasten dragen van stijgende (grond)prijzen en een krimpende arbeidsmarkt.
- Elite-disconnect: De elite voelt de consequenties van hun eigen beleid niet, omdat hun inkomstenstromen (apps, financiële diensten) losgekoppeld zijn van de lokale economie. De onderklasse wordt daardoor een “anonieme verliezer” in een systeem dat hen niet meer nodig heeft voor waardecreatie.
3. De link met de Manosfeer: De ‘Overbodige Man’
De link met de manosfeer is in dit kader pijnlijk logisch. De bronnen stellen dat mannen evolutionair en sociaal vaak hun eigenwaarde ontlenen aan richting, competentie en status.
- Verlies van functie: Wanneer de onderklasse “niks meer toe te voegen heeft” aan de productie, verliezen mannen hun traditionele rol als ‘provider’. In de blogs wordt dit geduid als de man die “zonder waarde” wordt geboren en zijn plek in de hiërarchie moet verdienen.
- De verlokking van influencers: Influencers zoals Andrew Tate springen in dit gat door een façade van status en agency (handelingsvermogen) te verkopen. Zij bieden de onzekere, uitgesloten man een “shortcut” naar mannelijkheid via snelle rijkdom (crypto), fysieke dominantie en een vijandbeeld (de elite of vrouwen).
- De onmogelijke belofte: Dit is een vorm van rationele aandachtseconomie: de influencer verdient aan de onzekerheid van de man, terwijl de volger meestal eindigt in leegte of teleurstelling omdat de beloofde status in de reële wereld onbereikbaar blijft.
4. Een systeem zonder zelfreiniging
De grootste tragiek die uit jouw archief naar voren komt, is dat dit systeem rationeel stabiel is voor de machthebbers. Omdat de elite de taal van het debat domineert (de “kletsende klasse”) en de verliezers hun falen vaak internaliseren (“het ligt aan mij”), ontbreekt de prikkel tot wezenlijke verandering.
Concluderend: Jouw visie beschrijft een wereld van “enclave-kapitalisme”, waarbij de elite zich terugtrekt in een digitaal en globaal “Galt’s Gulch” (Ayn Rand), terwijl de lokale onderklasse wordt gemanaged via een combinatie van minimale voorzieningen en algoritmische afleiding. De manosfeer is de existentiële uitlaatklep voor de mannen die in dit proces hun functionele betekenis zijn kwijtgeraakt.