607 Hoogopgeleiden die dommer doen dan laagopgeleiden (Van Dijk)
Of in de meer passende taal: langer opgeleiden die dommer doen dan korter opgeleiden. Bij toeval (?? nou ja) kwam ik op een interessante serie diepergravende artikelen van de hand van Jeanette van Dijk over de ontwikkelingen in ons onderwijssysteem. De serie is nog niet af, maar ik vond het voor nu al interessant genoeg het hier op mijn manier uit te diepen. Hoewel Van Dijk insteekt op het onderwijssysteem zie ik herkenning op: papier produceren, regels volgen, niet meer zelf nadenken, bullshitbanen, langer opgeleiden die vanuit hun morele bubbel en voor zichzelf gecreëerde werk de maat aangeven etc. Het is maar zelden dat ik zo’n betoog voorbij zie komen (ala Ewald Engelen). Je moet het zelf lezen (tja, dat is tegen dovemansoren natuurlijk, te lang, te complex, de ultieme paradox van Van Dijk!), maar ik ontkom er niet aan heel kort de boel samen te vatten (t/m deel 3 dus):
- Nederland is getransformeerd van een productieland naar een technocratische “papieren economie”. De mislukte belofte van een humane kenniseconomie leidde tot het verdwijnen van praktisch vakmanschap en de opkomst van een banenmachine vol “bullshitbanen” in beleid, consultancy en toezicht. Deze sector creëert zelf geen nieuwe waarde, maar onttrekt waarde aan de reële economie door middel van complexe regelgeving, bureaucratisch beheer en een “corporate socialisme” waarin risico’s worden gesocialiseerd.
- Het onderwijs faciliteert dit verval door kennis in te ruilen voor maakbaarheidsdenken, waarbij de lat collectief is verlaagd om gelijke uitkomsten te forceren. Hierdoor is een generatie hoogopgeleiden ontstaan die volgzaamheid verwart met intelligentie en morele superioriteit belangrijker vindt dan praktische resultaten. Terwijl deze klasse zich verschuilt achter papieren modellen en een morele bubbel, dragen de praktisch geschoolden in de werkelijkheid de financiële en maatschappelijke lasten van hun falende beleid.
Waar het mij nu om gaat, en ik realiseer me dat ik me er met een jantje-van-leiden vanaf maak, is hoe je dit betoog kunt herschrijven in de systemische termen van stakeholders die elkaar gevangen houden in een vernietigende dynamiek (de rode draad in veel van mijn blogs).
Hieronder de herschrijving in mijn termen en visie:
1. De Sorteerhoed en de Creatie van de Papieren Leefwereld
Het onderwijs functioneert niet langer als verheffingsmachine, maar als een sorteerhoed (copyright Ewald Engelen) die twee gescheiden werelden produceert. Aan de ene kant heb je de theoretisch geschoolden die wonen in een “papieren leefwereld” van modellen, beleid en spreadsheets. Aan de andere kant de praktisch geschoolden die vastzitten in de “materiële leefwereld” van stenen, zorg en tastbare output. De hoogopgeleide elite is getraind in volgzaamheid en het springen door hoepeltjes van procedures; zij verwarren “deugen” en het behalen van ECTS-punten met daadwerkelijke intelligentie.
2. De Elite als Stationaire Bandiet
De bestuurslaag — de “kletsende klasse” (wederom Ewald Engelen) — gedraagt zich als de stationaire bandiet van Mancur Olson. Zij roven de boel niet in één keer leeg, maar bouwen een stabiel systeem (een technocratisch labyrint) waarin zij structureel waarde kunnen afromen. Hun verdienmodel is niet waardecreatie, maar waarde-extractie via regelgeving, toezicht en consultancy. Deze elite is niet “dom”; zij zijn rationele actoren die hun eigen positie, status en inkomen optimaliseren binnen een systeem dat hen beloont voor het produceren van papier in plaats van oplossingen.
3. De Façade van Morele Superioriteit
De grootste truc van deze machine is de façade. Terwijl de reële economie wordt uitgekleed, dekt de elite dit toe met een “moreel pantser” van thema’s als duurzaamheid, inclusie en klimaat. Ik noem dit vaak de “beschaaf-tax”: de elite incasseert de morele winst van hun standpunten (de “Leadership Glow”), terwijl zij de materiële lasten — zoals stijgende energielasten of woningnood — externaliseren naar de lagere klassen. Hun “beschaving” is een vorm van luxeconsumptie die alleen houdbaar is zolang een ander de rekening betaalt.
4. Stakeholders die elkaar gevangen houden
Waarom stopt niemand dit? Omdat er sprake is van een perverse dynamiek waarbij alle machtige stakeholders elkaar in de houdgreep houden:
- De Overheid: Heeft de complexiteit nodig om haar eigen groei (43.000 extra ambtenaren) te legitimeren.
- Het Grootbedrijf: Houdt van regeldruk omdat het als barrière dient voor kleinere concurrenten (MKB) die de kosten niet kunnen dragen.
- De Media: Belonen de façade en het spektakel van de “poppetjes” omdat nuance en systeemanalyse geen clicks opleveren.
- De Consument/Burger: Kiest voor de “luchtspiegeling” van gemak en korte termijn, en wil de waarheid over de uitputting van het systeem liever niet weten.
5. De Realisatiecrisis
We stevenen af op wat economen een realisatiecrisis noemen. De extractieve laag bovenop de economie is inmiddels zo dik geworden dat de productieve kern (de “financiële boeren” van Quesnay) het niet meer kan dragen. De “Atlassen” dragen de wereld niet meer; ze staan op de wereld die anderen hebben gebouwd en klagen dat die wereld niet hard genoeg meebeweegt met hun modellen.
Conclusie in Rudy-stijl: Het systeem is niet kapot; het werkt precies zoals het is ontworpen voor de partijen die aan de knoppen zitten. Er is geen kennisgebrek aan de top, er is een gebrek aan belang om de machine stop te zetten. De elite “deugt” zich vast in hun papieren werkelijkheid, terwijl de materiële wereld langzaam maar zeker instort onder het gewicht van hun optimale extractie.
Carrousel van onderwijs, technocratie en papieren economie
| Stakeholder | Direct belang | Wat levert deze partij aan het systeem? | Wat krijgt deze partij terug? | Hoe versterkt dit de carrousel? |
|---|---|---|---|---|
| Politiek / beleidsmakers | Bestuurbaarheid, legitimiteit, meetbare voortgang, incidenten vermijden | Nieuwe doelen, regels, sturing, programma’s, indicatoren | Zichtbare grip, morele profilering, bestuurlijke verdedigbaarheid | Stuurt op cijfers en kaders, waardoor inhoud verder wordt vervangen door papier |
| Inspectie / onderwijsbureaucratie / koepels | Controle, uniformiteit, bestaansrecht, schaalbare beoordeling | Normen, formats, toezicht, protocollen | Meer invloed, meer noodzaak van toezicht, meer organisatieomvang | Minder vertrouwen → meer controle → minder professionaliteit → nóg meer controle |
| Schoolbesturen / management | Risicoreductie, inspectieproof werken, rust in de tent | Interne procedures, sturing, rapportage, afdekking | Minder bestuurlijk risico, verdedigbare keuzes | Kiezen voor uitlegbare middelmaat boven inhoudelijke scherpte |
| Leraren / docenten | Overleven, werkdruk beperken, conflicten vermijden, klas draaiend houden | Uitvoering van onderwijs + zorg + registratie + afstemming | Werkbare routines, minder gedoe op korte termijn | Nivellering en indekgedrag worden rationeel binnen het systeem |
| Pabo’s / hogescholen / universiteiten | Instroom, rendement, financiering, reputatie, subsidiefit | Diploma’s, beleidstaal, gecertificeerde uitstroom, onderzoek binnen kaders | Bekostiging, status, aansluiting op overheid en arbeidsmarkt | Leiden mensen op die goed passen in het bestaande systeem en dat later reproduceren |
| Hoogopgeleide professionals (beleid, HR, communicatie, compliance, etc.) | Status, baanzekerheid, inkomen, morele erkenning | Papierwerk, afstemming, coördinatie, legitimatie, jargon | Goede salarissen, status, passend werkveld | Arbeidsmarkt beloont systeemvaardigheid en bevestigt dat dit ‘intelligentie’ is |
| Grootoverheid | Controle, bestuurlijke stabiliteit, legitimering van ingrijpen | Wetgeving, subsidies, aanbestedingen, toezicht | Meer greep, grotere rol, afhankelijk netwerk van uitvoerders | Bouwt een steeds dikkere schil van regels die nieuwe functies en afhankelijkheden creëert |
| Grootbedrijf / corporates | Bescherming, marktmacht, voorspelbaarheid, toegang tot overheid | Lobby, compliance-apparaat, rapportages, uitvoering van publieke agenda’s | Subsidies, toetredingsdrempels voor anderen, legitimiteit | Gaat steeds meer lijken op overheid en voedt dezelfde papierlogica |
| Media / experts / kennisproducenten | Reputatieve veiligheid, toegang tot legitieme bronnen, narratieve helderheid | Bevestiging van erkende kaders en interpretaties | Autoriteit, zichtbaarheid, veilige positionering | Officiële werkelijkheid wordt steeds meer intern bevestigd |
| Ouders / burgers | Kansen voor kind, veiligheid, doorstroom, bescherming | Druk op scholen om risico’s te vermijden én prestaties te leveren | Geruststelling, formele waarborgen, soepele routes | Vragen tegelijk niveau en bescherming, wat meer protocollen en nivellering uitlokt |
| Reële economie / praktisch werkenden | Dat dingen echt werken: bouwen, maken, repareren, verzorgen | Tastbare productie, fiscale basis, praktische uitvoerbaarheid | Relatief weinig symbolische macht, wel lasten van de bovenbouw | Draagt het systeem materieel, maar corrigeert het steeds minder institutioneel |
Belangrijkste feedbacklussen
| Lus | Werking |
|---|---|
| 1. Kwaliteitsverlieslus | Dalende inhoudelijke kwaliteit → meer monitoring en protocollen → minder professionele ruimte → verdere daling van kwaliteit |
| 2. Banenmachine-lus | Meer hoogopgeleiden met systeemvaardigheden → meer functies in beleid, staf en coördinatie → hogere status van die functies → nog meer aanzuiging naar dat type opleiding |
| 3. Morele legitimatie-lus | Minder tastbare output → meer nadruk op intentie, waarden en correcte taal → kritiek wordt moeilijker → zwakke prestaties blijven bestaan |
| 4. Lock-in-lus | Iedere partij legitimeert en voedt de andere → niemand kan makkelijk uitstappen zonder status, geld of veiligheid te verliezen |