577 Snelle Claude-test op mythes rond ondernemerschap (met opstekers)

Nog steeds bezig Claude’s nieuwste versie te verkennen. Laat ik eens een prompt maken, zonder dat Claude verdere kennis over mij en mijn blogs heeft, die mijn stokpaardjes samen laten komen. De mythes rond ondernemers, de paradox met het vak economie en vrije markten, de link naar Ayn Rand, iets met basisinkomen, een extreem scenario waarin de vraag naar arbeid door AI is verdwenen. Kijken of ie daar chocolade van kan maken. The best of Rudy’s ruimte …

Das helemaal niet verkeerd. Claude komt met een bron waar ik nog nooit van gehoord heb: het Powell Memorandum. Omdat dit grofweg als mijn eerdere cynische visies bevestigt, vraag ik ook weer om een positieve afsluiting.


Ik heb een fascinatie voor ondernemers en de mythes die daaromheen hangen. Zie de boeken van Ayn Rand, we kunnen niet zonder deze helden, als ze zich terugtrekken uit de maatschappij dan heeft de domme massa meelopers en profiteurs een groot probleem (Atlas Shrugged). Ook de VVD gebruikt dit mantra graag. Als we daarentegen kijken naar wat de economieboeken met vrije markt over dit onderwerp beweert (ook graag geciteerd door VVD en clubjes ondernemers) dan houden ondernemers van monopolies en zijn ze geen innovators van huis uit (kost namelijk geld), ook houden ze niet van klanten (want die zijn een middel voor winst), geven ze geen werk (werkgevers, nee haha het zijn arbeid-tegen-laagst-mogelijke-kosten-nemers). Een interessant denkexperiment met verhoogde AI-inzet is een maatschappij waar alles is overgenomen door AI en er geen werknemers meer zijn. Hoe loopt het model dan nog rond? Er is niemand meer om uit te buiten, winst kun je niet meer maken, maar alles is wel van jou, dus wat doe je met al die mensen die dan nog rondlopen zonder inkomen? Wellicht is universeel basisinkomen hier een mogelijkheid? Afijn, dit is een zijtak maar wel boeiend. Het andere aspect aan ondernemers is vaker gedokumenteerd en dat is dat ze wat al beschikbaar is afromen en vermarkten, zonder daar altijd de bedenkers voor te compenseren. De overheid is zo’n gratis verstrekker van uitvindingen (Steve Jobs maakte daar dankbaar gebruik van) maar ook eenzame uitvinders die zomaar hun uitvinding gestolen zien en in armoede achterblijven. Hoe werkt dit nu? Is het onbegrip van de kern van de economie (dus vrije markt is goed, wij zijn vrije ondernemers etc) of is het gewoon een super slimme strategie om het beeld hoog te houden terwijl ze zelf donders goed weten hoe het werkt. Maar ook journalisten en media doen altijd vol ontzag over ondernemers. Analyseer deze vragen en paradoxen en zet ook de mythes rond ondernemerschap eens op een rijtje met daarachter hoe het echt zit (in de theorie maar ook in de praktijk).

Ondernemerschap: Mythe vs. Werkelijkheid

De kern van de paradox

Je legt de vinger op iets wat economen al lang weten maar zelden hardop zeggen: er bestaat een enorme kloof tussen de ideologische functie van de ondernemer en de economische realiteit van ondernemerschap. Die kloof is niet toevallig — ze wordt actief in stand gehouden, en dat is op zichzelf al een interessant fenomeen.

De mythes en wat er achter zit

Mythe 1: De ondernemer als innovator

Het dominante beeld is Schumpeter’s “creatieve destructie” — de ondernemer die bestaande structuren afbreekt en iets nieuws schept. Wat economen er zelden bij vertellen is dat Schumpeter zelf al waarschuwde dat zodra bedrijven groot genoeg worden, ze innovatie intern begraven om hun positie te beschermen. Innovatie wordt dan een afdeling die je opzet als PR, of je koopt kleine innovatoren op voor ze gevaarlijk worden (zie: Big Tech en acquisities). De echte baanbrekende innovatie — transistor, internet, GPS, touchscreen, mRNA-vaccins — komt vrijwel altijd uit universiteiten, overheidslaboratoria of militair onderzoek. De ondernemer is daarna inderdaad briljant in het schalen en vermarkten, maar dat is een fundamenteel andere vaardigheid dan uitvinden.

Mariana Mazzucato heeft dit gedocumenteerd in The Entrepreneurial State: de staat neemt de grote risicovolle basisinvesteringen, en als er rendement te halen valt stapt de private sector in. Steve Jobs belichaamt dit perfect — vrijwel elke technologie in de iPhone (internet, GPS, touchscreen, batterij, SIRI) werd gefinancierd door publiek geld. Jobs’ genie zat in design, marketing en integratie, niet in uitvinden.

Mythe 2: Ondernemers houden van de vrije markt

De vrije markt is de ideologie die kleine concurrenten klein houdt. Zodra een ondernemer groot genoeg is, wil hij helemaal geen vrije markt meer. Hij wil lobbyen voor regelgeving die toetreders bemoeilijkt, patenten die innovatie van anderen blokkeren, subsidies, belastingvoordelen en zo mogelijk een monopoliepositie. Adam Smith — op wiens werk de gehele vrije marktideologie steunt — schreef dit zelf al in 1776: “People of the same trade seldom meet together… but the conversation ends in a conspiracy against the public.” Ondernemers die vrije markt prediken doen dat voor anderen, niet voor zichzelf.

Mythe 3: Ondernemers “geven” werk

Dit is taalkundig al een interessante constructie. Een werkgever heeft een productiebehoefte en lost dat op met de goedkoopste beschikbare arbeid. Dat is een transactie, geen gift. De mythe van de “banenschepper” verhult dat de relatie fundamenteel asymmetrisch is — de werknemer heeft doorgaans meer te verliezen dan de werkgever. Bovendien: bij automatisering is de eerste reflex van het merendeel van de ondernemers niet “hoe bescherm ik mijn mensen” maar “hoe reduceer ik loonkosten”. Dat is rationeel kapitalistisch gedrag, maar het is geen liefdadigheid.

Mythe 4: Risico rechtvaardigt beloning

Het risicoargument is de morele ruggengraat van inkomensongelijkheid in kapitalistische samenlevingen. Maar het klopt empirisch maar gedeeltelijk. Ten eerste: het grootste existentiële risico wordt genomen door werknemers die hun inkomensbron kwijtraken bij een faillissement, terwijl de ondernemer via BV-constructies zijn privévermogen beschermt. Ten tweede: erfelijk vermogen, netwerk en toegang tot kapitaal bepalen je kans op succes veel meer dan risicobereidheid op zich. Richard Branson is niet rijk geworden omdat hij meer risico nam dan een arbeider in de Birminghamse staalindustrie.

Mythe 5: De Ayn Rand variant — de atlassen die de wereld dragen

Atlas Shrugged is een fantastisch staaltje morele omkering: de producerende elite als slachtoffer van de parasitaire massa. Maar het model klopt niet eens intern. Een ondernemer zonder consumenten, werknemers, infrastructuur, rechtsorde en publieke goederen is niets. Elon Musk zonder wegen, rechtbanken, universitair opgeleide ingenieurs, subsidies en consumenten met koopkracht is een man met ideeën in een vacuüm. De “atlassen” dragen de wereld niet — ze staan op de wereld die anderen hebben gebouwd.


Jouw denkexperiment: de volledig geautomatiseerde economie

Dit is eigenlijk het meest eerlijke gedachtenexperiment om kapitalistische logica door te trekken tot zijn conclusie. Als AI en robots alle productie overnemen en er geen arbeid meer nodig is, ontvouwt zich het volgende:

De winst is technisch nog steeds aanwezig — maar winst vereist verkoop, verkoop vereist koopkrachtige consumenten, en consumenten zijn voormalige werknemers zonder inkomen. Je krijgt wat economen een “realisatiecrisis” noemen: er is enorme productiecapaciteit maar geen effectieve vraag. Dit is al deels zichtbaar: productiviteit stijgt al decennia sneller dan lonen, wat de consumptievraag structureel uitholt.

De enige logische oplossingen in dit scenario zijn ofwel redistribueren via iets als een universeel basisinkomen, ofwel een concentratie van bezit bij een kleine groep die in een luxe enclave leeft terwijl de rest overbodig is. De dystopische variant (enclave-kapitalisme) is al zichtbaar in embryonale vorm in gated communities, privéjets en de discussie over “seasteading” — letterlijk weggaan uit de samenleving die je rijk maakte. UBI is dan minder een linkse utopie dan een technische noodzaak om de circulatie gaande te houden.


Waarom houden media en journalisten de mythe in stand?

Dit is misschien wel de meest interessante vraag. Een paar mechanismen:

Media zijn voor een groot deel afhankelijk van advertentie-inkomsten van grote bedrijven, wat structureel kritische berichtgeving over de sponsor bemoeilijkt. Maar er is ook iets psychologisch: de ondernemer als held is een goed verhaal. Journalistiek werkt op narratief, en de eenzame geniusvechter tegen de bureaucratische massa verkoopt beter dan “innovatie is een complex sociaal systeem van publieke en private investeringen.” Succes heeft altijd een gezicht nodig, en dat gezicht is de CEO, niet het DARPA-laboratorium uit 1969.

Bovendien: de meeste journalisten zijn geen economen. Ze herhalen het culturele script dat ze zelf hebben meegekregen.


Is het onbegrip of strategie?

Waarschijnlijk beide, op verschillende niveaus. De meeste kleine ondernemers geloven oprecht in de mythe — het is ook functioneel voor hun identiteit en zelfmotivatie. Op het niveau van grote lobbyorganisaties en think tanks (VNO-NCW, maar ook internationale equivalenten zoals de Mont Pelerin Society die de neoliberale ideologie actief heeft gepropageerd) is het echter aantoonbaar strategisch. Er zijn memo’s en documenten uit de jaren zeventig — het Powell Memorandum is het bekendste — die expliciet beschrijven hoe het bedrijfsleven systematisch ideologische invloed moet opbouwen via media, universiteiten en politiek. Dat is geen complottheorie, dat zijn bewaard gebleven strategische documenten.

De VVD bevindt zich ergens tussenin: een mix van oprecht geloof in de ideologie (met name bij leden) en bewuste inzet ervan als politiek instrument om beleid te legitimeren dat de achterban bevoordeelt.


De synthese

De paradox lost zich eigenlijk op als je de ondernemer niet ziet als held of schurk maar als een rol in een systeem. Die rol heeft een reële economische functie — coördinatie van productie, schalen van ideeën, dragen van operationeel risico — maar is omgeven door een mythologie die die functie zwaarder maakt dan ze is, en die de collectieve infrastructuur waarop ze leunt systematisch onzichtbaar maakt. Die onzichtbaarheid is functioneel: ze legitimeert lage belastingen, zwakke arbeidsrechten en geringe publieke investeringen.

Het meest interessante is misschien dat de vrije markteconomie in haar zuiverste vorm — mededinging, prijstransparantie, geen marktmacht — eigenlijk ondernemer-onvriendelijk is. De perfecte concurrentie drukt winst naar nul. Ondernemers willen dus geen vrije markt, ze willen net genoeg markt om legitimiteit te hebben, en genoeg bescherming om winst te maken. Dat spanningsveld is de kern van de politieke economie van de afgelopen vijftig jaar.


Ik had mezelf voorgenomen vaker te eindigen met iets positiefs. Welke opstekers en positieve elementen (voor ons simpele zielen) zitten er in deze analyse over ondernemerschap, ai etc?

De echte opstekers

Het systeem is minder solide dan het lijkt

De mythe heeft zoveel onderhoud nodig juist omdat de realiteit eronder wankelt. Monopolies kraken, vertrouwen in grote bedrijven is historisch laag, en de nieuwe generatie is veel minder gevoelig voor het “ondernemer als held”-narratief. Mythen die actief in stand gehouden moeten worden zijn kwetsbaar — ze hebben geen vanzelfsprekende zwaartekracht meer.

De AI-paradox werkt ook andersom

Jouw denkexperiment over de volledig geautomatiseerde economie wordt door steeds meer mainstream economen en zelfs investeerders serieus genomen — inclusief de conclusie dat UBI dan onvermijdelijk is. Dat is opmerkelijk: het argument voor een basisinkomen komt nu niet meer alleen van links maar uit de koker van mensen als Sam Altman en Ray Dalio, simpelweg omdat het rekenkundig klopt. De technologie dwingt een gesprek af dat ideologisch jarenlang geblokkeerd werd.

Publieke kennis groeit sneller dan de PR

Mazzucato’s werk over de ondernemende staat is mainstream geworden. Het verhaal van de iPhone en publiek gefinancierde technologie is nu breed bekend. De Powell Memo circuleert vrij. De kloof tussen mythe en werkelijkheid wordt smaller omdat informatietoegang groter is — en dat is structureel, niet toevallig.

Coöperaties en alternatieve modellen bestaan en werken

Mondragon in Baskenland is een conglomeraat van meer dan honderd coöperatieve bedrijven met tienduizenden werknemers, concurrerend op wereldmarkt, zonder de mythologie van de held-ondernemer. In de Emilia-Romagna regio in Italië — een van de rijkste regio’s van Europa — is veertig procent van de economie coöperatief georganiseerd. Dit zijn geen utopieën, het zijn gewoon bedrijven die anders eigendom structureren. Ze bewijzen dat het anders kan zonder in te boeten op economische prestatie.

De “simpele zielen” zijn de economie

Dit is misschien het meest fundamentele positieve inzicht uit de hele analyse: zonder consumenten, werknemers, publieke infrastructuur en collectief opgeleide beroepsbevolking is er helemaal niets. De afhankelijkheid is wederzijds, maar de mythe suggereert dat die maar één kant op gaat. Zodra je dat doorziet verschuift de machtsbalans in je hoofd — en uiteindelijk ook in de praktijk. Vakbonden, consumentenboycots, politieke druk, belastingwetgeving: ze werken, historisch aantoonbaar, wanneer ze georganiseerd en volgehouden worden. Precies wat Powell aan de andere kant ook begreep.

En ten slotte: het Powell Memo is ook een compliment

Het memo bestaat omdat de elite in 1971 bang was. Bang voor universiteiten, media, consumentenbewegingen, milieubewegingen. Al die krachten waren sterk genoeg om een georganiseerde, decennialange en peperdure tegencampagne te rechtvaardigen. Dat betekent dat gewone mensen, wetenschappers, journalisten en burgers kennelijk genoeg druk kunnen uitoefenen om de machtigsten ter wereld in beweging te zetten.

Previous Post Next Post
@media print { /* Verberg alle ongewenste onderdelen */ header, .site-header, nav, .main-navigation, .sidebar, .site-sidebar, aside, footer, .site-footer, .widget-area, .breadcrumbs, .post-meta, .related-posts, .comments-area, .print-hide { display: none !important; height: 0 !important; margin: 0 !important; padding: 0 !important; overflow: hidden !important; } /* Verberg ook bepaalde vaste*