516 Liever zonder man (again)
Het lijkt een plaag, weer een dieper uitgebreider artikel van een vrouw die zonder man kan en wil. Een persoonlijk verslag (ook een ideale gelegenheid om haar nieuwe boek te verkopen, komop, laten we daar niet moeilijk over doen) van Carolien Spaans. Het is een persoonlijk verhaal, ook een oprecht verhaal met kwetsbaarheid en zachtheid (tussen het boze of verontwaardigde door) naar mannen toe. Omdat ik inhoudelijk over het thema m/v niet veel nieuws lees (tov wat ik hier eerder al voorbij heb laten komen inclusief mankeeping, clown-monster dilemma etc), wil ik het eens omdraaien: ik heb een paar passages aangestreept die me raken, die me triggeren. Laat ik die eens als spiegel voor mezelf gebruiken, wat zegt dit over mezelf, meer dan over het onderwerp of over Spaans?
Eerst de passages die me triggeren, onderaan de samenvatting van het hele artikel, quotes uit het VK-artikel / essay van Carolien Spaans (hopelijk met instemming en binnen copyright, anders hoor ik het graag, ik raad sowieso aan het volledige essay te lezen want het is ook hilarisch):
De ferme bewoordingen die straks zullen volgen, gaan over een bepaalde (maar wel aanzienlijke) groep heren en dus niet over het deel dat is uitgerust met een puik karakter, integere inborst, functionerende hersenen en empathische capaciteiten.
Het is dus logisch dat ze soms al met een nieuwe vriendin aan het verse graf van hun vrouw staan; ze zijn direct in de armen van een familievriendin gestapt. Of dat ze drie maanden na het verbreken van de verloving, inclusief het hele ‘Jij bent mijn ware liefde’ en ‘Ik ben zó gebroken’, met hun nieuwe liefde op Instagram staan te stralen (zoals mijn eerste ex na Jean, hij werd razend toen ik hem confronteerde met de snelheid).
De leuke heren zijn er binnen de kortste keren weer af, gevonden door een assertieve lucky lady. Wat overblijft, zijn de exemplaren waar iets mee is. Dat ego, de vaagheid en de zelfoverschatting, het ghosten, de smoezen en achterdocht, de ongelofelijke sááiheid van sommigen, de pruillip als de eerste date niet meteen wordt geconsummeerd – of zoals de ogenschijnlijk sympathieke dierenarts het bij het afscheid verwoordde: ‘Maar hoezo gaan we niet neuken?’
Er was een man die volledig op me afknapte omdat ik het restaurant binnenkwam in een spijkerbroek in plaats van een jurk (zelf had-ie ook een spijkerbroek aan). Eentje meende dat ik in het echt zeker 2 kilo zwaarder was dan op mijn foto’s. Een fysicus vond mijn werk dom, een tv-kok met wie ik een paar maanden omging had alleen belangstelling als die bij mij juist wegzakte en rende gillend weg toen ik zei dat we het dan maar wel moesten proberen. Maar boven alles, gadverdamme, stoorde me hun fysieke toenadering aan het einde van een date – ook als die rampzalig was verlopen. Hú. Na een poging of vijftien wist ik niet of ik ze moest uitlachen of uitschelden – dus ik deed beide.
Dat ik Jean moest uitleggen dat een pasgeboren baby niet goed samenging met zijn weekendvullende duursportliefhebberij. Dat hij ook weleens zijn eigen overhemden kon strijken als het niet noodzakelijk was (‘Maar er hangen nog schone in de kast’). Dat de schaar – ja, ook na de duizendste keer dat hij het vroeg – nog steeds in die ene la lag. Do better, dacht ik weleens, en dat denk ik nog steeds vaak als ik met mannen word geconfronteerd. De autoverkoper die maar bleef vragen of ik niet beter een keer kon terugkomen met mijn man. Mannen die zeggen dat ik ‘dan zeker wel lesbisch’ ben omdat ik hun avances wegwuif. Die kwaad worden op de snelweg als ik ze inhaal. Ik heb nog duizend voorbeelden. Het zijn niet alle mannen, zeker niet. Maar wel veel.
1. De eerste passage: het voorbehoud dat jou niet geruststelt
“…dus niet over het deel dat is uitgerust met een puik karakter, integere inborst, functionerende hersenen en empathische capaciteiten”
Wat hier wringt, denk ik, is niet dat jij je persoonlijk aangesproken voelt. Wat wringt is dat dit rituele voorbehoud inmiddels leeg is geworden. Je herkent het patroon:
- “Niet alle mannen, maar wel veel”
- “Er zijn uitzonderingen, jij vast ook”
- “Als jij je niet herkent, is het niet over jou”
Rationeel klopt dat. Maar gevoelsmatig gebeurt er iets anders: de norm verschuift, en jij belandt automatisch in een verdedigingspositie die je niet gekozen hebt. De impliciete boodschap is niet: “er zijn goede mannen”, maar: “goede mannen zijn uitzonderingen, randgevallen, voetnoten.” Wat jou raakt, is denk ik niet de kritiek, maar het wegvallen van een vanzelfsprekende plek:
- niet meer deel van een gedeelde norm,
- maar onderdeel van een categorie die eerst ontmanteld moet worden voordat jij mag zeggen: “maar zo ben ik niet.”
Dat schuurt aan jouw thema van sociale ongelijkheid: niet economisch dit keer, maar symbolisch.
Wie moet zich telkens legitimeren? Wie mag vanzelf spreken?
2. De weduwnaar met nieuwe liefde: jouw ongemak met verklaringen die te soepel worden
“Het is dus logisch dat ze soms al met een nieuwe vriendin aan het verse graf van hun vrouw staan…” Hier raakt Spaans aan iets wat jij al langer ziet, maar wat je te glad vindt uitgelegd.
Ja:
- mannen herpartneren sneller,
- mannen profiteren meer van relaties,
- mannen zoeken sneller nabijheid.
Maar het woord “logisch” schuift iets onder het tapijt. Wat jij voelt is denk ik dit:
- verklaren is iets anders dan rechtvaardigen;
- begrijpen is iets anders dan normaliseren.
En vooral: de asymmetrie blijft onbesproken. Wat gebeurt er met:
- de man die níet snel herpartnert?
- de man die rouwt, blijft hangen, uit beeld verdwijnt?
- de man die niet “functioneel” genoeg is om snel weer aantrekkelijk te zijn?
Net als bij jouw economische thema’s zie je hier hetzelfde patroon:
- het systeem verklaart gedrag aan de top of het midden,
- maar de verliezers verdwijnen uit beeld.
Dat raakt jouw gevoel voor rechtvaardigheid: wie betaalt de prijs van deze logica, en waarom kijken we daar zo makkelijk van weg?
3. Datingapps en “wat overblijft”: selectie, maar dan moreel verpakt
“De leuke heren zijn er binnen de kortste keren weer af… Wat overblijft, zijn de exemplaren waar iets mee is.” Dit is misschien wel de kern waar het jou raakt. Niet omdat je ontkent dat datingapps ellendig kunnen zijn. Maar omdat je hier selectie ziet worden gepresenteerd als diagnose.
Wat jij herkent:
- een marktlogica (snel gekozen = waardevol),
- gecombineerd met een morele duiding (wie overblijft = mankement).
Dat raakt direct aan jouw eigen denken over:
- markten,
- concurrentie,
- optimale selectie,
- en de illusie dat uitkomst gelijkstaat aan kwaliteit.
Je voelt intuïtief: dit is Akerlof zonder dat iemand het doorheeft. (RR: Akerlof spreekt over de ‘market for lemons’, dat zijn tweedehands auto’s met mankementen. Hier zijn dat dus de mannen die buiten de boot vallen met al hun goede bedoelingen en direct in het oog springende onhandigheden en kwalen).
De datingmarkt:
- bevoordeelt bepaalde signalen,
- versnelt keuzes,
- straft nuance, twijfel en traagheid.
Maar in plaats van dat systeem te problematiseren, wordt het geïndividualiseerd:
- ego,
- vaagheid,
- saaiheid,
- entitlement.
Jouw ongemak is: hoe snel structurele selectie hier morele veroordeling wordt. Dat raakt aan jouw bredere thema: we doen alsof markten eerlijk zijn, en schuiven de schade af op personen.
4. De anekdotes: jij hoort ook wat níet wordt verteld
De opsomming van dates, mannen, gedragingen is krachtig – en herkenbaar. Maar jij leest niet alleen wat er staat, je hoort ook wat ontbreekt.
Niet:
- de man die sociaal onhandig is maar niet kwaadwillend,
- de man die aftast omdat hij bang is voor afwijzing,
- de man die seks benoemt omdat hij geen ander script kent,
- de man die faalt zonder dader te zijn.
Dat wil niet zeggen dat Spaans ongelijk heeft in haar ervaring. Maar jij voelt: het verhaal is af.
Te af. En jij wantrouwt afgeronde verhalen. Altijd al. Je denkt: als vijftien dates allemaal karikaturen worden, dan zegt dat óók iets over het podium waarop ze plaatsvinden.
5. “Do better”: jouw allergie voor morele eindstations
“Do better, dacht ik weleens, en dat denk ik nog steeds vaak als ik met mannen word geconfronteerd.” Dit is misschien de zin waar jouw weerstand het scherpst zit. Niet omdat je het inhoudelijk oneens bent.
Maar omdat “do better” het gesprek beëindigt. Het is:
- een oordeel zonder route,
- een conclusie zonder wederkerigheid,
- een norm zonder context.
En jij bent juist iemand die:
- wil begrijpen hoe gedrag ontstaat,
- wil zien wat systemen doen,
- wil weten wat er redelijkerwijs gevraagd kan worden.
Je voelt: als dit het eindpunt is, waar moet iemand dan nog heen? En hier raakt het direct aan jou:
- jouw zorg voor “goede maar praktisch geschoolde mannen”,
- jouw aandacht voor mannen die niet (op de ‘juiste’ manier) profileren,
- jouw ongemak bij verhalen die autonomie vieren zonder verlies te erkennen.
Thematische duiding (gekoppeld aan inhoud blogs)
1. Geen nieuw inzicht, wel herhaling met emotionele lading
Je intuïtie klopt: inhoudelijk voegt Spaans weinig nieuws toe aan het bestaande discours (Ketelaar, Pronk, Noort e.a.). De kracht zit niet in analyse, maar in herkenning en emotionele legitimatie.
2. Selectie-effect en ongelijkheid
Net als in jouw eigen observaties geldt impliciet: deze keuze is vooral beschikbaar voor vrouwen met voldoende economisch, cultureel en sociaal kapitaal. Dat maakt het verhaal tegelijk begrijpelijk én exclusief.
3. Mannen als structureel probleem, niet individueel falen
Hoewel Spaans nuanceert (“niet alle mannen”), schuift het essay duidelijk richting een systemische kritiek: mannen zijn vaak onvoldoende gesocialiseerd voor gelijkwaardigheid. Dat raakt aan jouw bredere thema van economische en sociale asymmetrie, maar blijft moreel geladen.
4. De tragiek onder de autonomie
Wat raakt – en wat jij benoemt – is dat onder het zelfbewuste “ik kies hiervoor” een laag ligt van verlies, vermoeidheid en teleurstelling. Autonomie voelt hier soms minder als ideaal, meer als rationele terugtrekking uit een ongunstig speelveld.
Samenvatting – Liever zonder man (Carolien Spaans)
In dit essay beschrijft Carolien Spaans waarom zij – ondanks haar uitgesproken liefde voor mannen – bewust kiest voor een leven zonder romantische relatie met een man. Haar keuze is geen reactie op mannenhaat, maar het resultaat van ervaringen met liefde, verlies, relaties en de structurele ongelijkheid die zij daarin steeds opnieuw tegenkomt.
Spaans schetst haar liefdesgeschiedenis als intens, betekenisvol en oprecht. Ze verloor haar man Jean door een noodlottig ongeval en ervoer met hem wat zij beschouwt als het hoogst haalbare: wederzijdse acceptatie, imperfectie en echte verbondenheid. Juist deze ervaring vormt de maatstaf waaraan latere relaties niet konden tippen. Pogingen tot nieuw geluk – met name via datingapps – leiden uiteindelijk tot een inzicht dat ze lange tijd ontkende: haar verlangen naar een relatie was deels ingegeven door maatschappelijke normen, niet door innerlijke noodzaak.
Een belangrijk thema is de maatschappelijke norm van het kerngezin. Spaans laat zien hoe diep deze norm is ingebed: in beleid, cultuur, onderwijs en alledaagse omgangsvormen. Als alleenstaande moeder merkt zij hoezeer haar leven als ‘afwijkend’ wordt gezien, ondanks groeiende acceptatie van andere gezinsvormen. Die norm werkt ook door in haar eigen denken: schuldgevoelens over haar zoon, twijfel over wat ‘genoeg’ is, en de voortdurende afweging tussen zijn behoefte aan stabiliteit en haar eigen autonomie.
Tegelijkertijd benoemt Spaans de harde realiteit van alleenstaand ouderschap: permanente verantwoordelijkheid, emotionele belasting, financiële druk en het ontbreken van een vangnet. Ze is expliciet over de momenten waarop ze een partner mist – vooral in crisissituaties – en daarmee vermijdt ze het romantiseren van zelfstandigheid. Autonomie is winst, maar geen kosteloze.
Het essay plaatst haar persoonlijke verhaal in een bredere maatschappelijke context. Spaans verwijst naar cijfers van het CBS en de Emancipatiemonitor die laten zien dat het aantal alleenstaanden – met name vrouwen – groeit, en dat een deel van deze vrouwen bewust afziet van een nieuwe relatie na scheiding of overlijden. Ze verbindt dit aan structurele verschillen tussen mannen en vrouwen: mannen profiteren gemiddeld meer van relaties (gezondheid, levensverwachting), terwijl vrouwen vaker de onbetaalde arbeid blijven doen.
Daarmee komt ze bij een kernbegrip: “mankeeping”. Vrouwen dragen in relaties vaak niet alleen zorg voor huishouden en kinderen, maar ook voor het emotionele en sociale functioneren van hun partner. Die extra laag – therapeut, planner, emotioneel vangnet – maakt relaties voor veel vrouwen uitputtend, zeker wanneer wederkerigheid ontbreekt. Spaans benadrukt dat dit geen individueel falen is, maar een cultureel patroon dat mannen én vrouwen vormt.
Een tweede grote bron van teleurstelling is modern daten, vooral via apps. Wat in theorie vrijheid en keuze belooft, blijkt in de praktijk voor haar (en veel vrouwen) een opeenstapeling van zelfoverschatting, gebrek aan empathie, seksueel entitlement en emotionele onvolwassenheid. Haar voorbeelden zijn anekdotisch, maar bedoeld als illustratie van een bredere ervaring: de ‘leuke mannen’ zijn snel van de markt, wat overblijft voelt vaak als ballast.
Toch eindigt het essay niet in verbittering. Spaans blijft zichzelf positioneren als “fan” van mannen en van liefde. Haar keuze voor een leven zonder relatie is geen ideologisch statement, maar een pragmatische balans: vrijheid, rust, zelfrespect en autonomie wegen op dit moment zwaarder dan de mogelijke winst van een relatie. Tegelijk erkent ze het verlies: niet elke vrouw die alleen is, heeft daarvoor gekozen, en zelfs bij bewuste keuze blijft er rouw om wat had kunnen zijn.
De slottoon is daarmee dubbel: tevreden én weemoedig. Geluk én teleurstelling. Autonomie als verworvenheid, maar ook als symptoom van een systeem waarin relaties voor veel vrouwen structureel meer kosten dan opleveren.
Bronvermelding
Spaans, C. (2024). Liever zonder man. Essay. Boekverwijzing: Spaans, C. (2024). Ga terug naar start. Amsterdam: Thomas Rap.