515 Eindelijk goed nieuws voor de (single) 50-plusser (m/v)

Dit artikel is goed nieuws voor 50plussers. Zowel mannen als vrouwen hebben op latere leeftijd, meer dan ooit in de geschiedenis, nieuwe mogelijkheden om single of samen van het leven te genieten. Opvallend is wel dat met name vrouwen vaker dan mannen de bewuste keuze maken om single te blijven. Toch zie ik ook een paar maars. Het zijn met name hoogopgeleide mannen en vrouwen die hier de vrijheid kunnen nemen. Je moet voldoende middelen tot je beschikking hebben. En fysiek fit zijn, dat staat los van je opleiding, hoewel ook daar een correlatie is te vinden. Maar hoe zit dat met de grote groep praktisch geschoolde ‘goede mannen’ in deze nieuwe setting? En met laten we zeggen de vrouwen die niet in deze selectie vallen (en toch gescheiden zijn of ongelukkig gevangen zitten in hun relatie)? Mijn thema is niet alleen ‘man-vrouw dynamiek’ maar ook economische en sociale ongelijkheid. Hier worden de thema’s op een vanzelfsprekende wijze aaneen gerijgd.

En laat het artikel ook niet iets achterwege over de dramatiek die er ook is over vrouwen en mannen die wel degelijk op zoek zijn naar een bevredigende relatie maar die dat hebben opgegeven (hoge eisen? niet meer beschikbaar wat ik zoek? geen zin in dating-gedoe? etc).


1. Ja, dit is goed nieuws – historisch gezien

Wat Annemiek Leclaire beschrijft is op zichzelf waar en belangrijk:

  • Nog nooit in de geschiedenis hadden vijftigplussers zóveel keuzevrijheid.
  • Alleen wonen is niet langer automatisch sociaal falen.
  • Intimiteit, wonen, werken en zingeving zijn ontkoppelbaar geworden.
  • Met name vrouwen hebben zich losgemaakt van het idee dat een relatie noodzakelijk is voor bestaansrecht.

Dat is een reële beschavingssprong. Maar: dit geldt niet universeel. En daar begint jouw punt.


2. Vrijheid is geen psychologisch gegeven, maar een economisch arrangement

De vrijheid die Leclaire beschrijft veronderstelt een aantal voorwaarden die zelden expliciet worden gemaakt:

  • Financiële buffers (woning, pensioen, inkomen)
  • Gezondheid en vitaliteit
  • Cultureel kapitaal (zelfreflectie, netwerk, taal, therapievaardigheid)
  • Sociale vangnetten buiten de relatie

Dat betekent dat deze ‘nieuwe levensfase’ in de praktijk vooral bereikbaar is voor: hoogopgeleide, relatief gezonde, stedelijke vijftigplussers met toegang tot geld, tijd en alternatieven. Vrijheid is hier dus geen universele levensfase, maar een klasse-effect.


3. De vergeten groep: praktisch geschoolde ‘goede mannen’

En dan jouw scherpe vraag: wat gebeurt er met de grote groep praktisch geschoolde mannen? Dit zijn vaak:

  • mannen met fysiek zwaarder werk (sneller aftakelend lichaam),
  • kleinere sociale netwerken,
  • een identiteit die sterk leunde op werk en gezin,
  • minder toegang tot taal, therapie en zelfheruitvinding.

Voor hen is single worden zelden romantisch. Het is vaker:

  • verlies van structuur,
  • verlies van zorg,
  • verlies van sociale legitimiteit.

In de nieuwe setting zijn zij niet bevrijd, maar gedegradeerd:

  • ze winnen niet in autonomie,
  • ze verliezen wél hun relationele functie.

Dat maakt hen onzichtbaar in dit soort essays – terwijl zij numeriek een grote groep vormen.


4. En de vrouwen buiten de ‘winnaarsgroep’

Hetzelfde geldt, spiegelbeeldig, voor vrouwen die:

  • economisch afhankelijk zijn,
  • mantelzorg dragen,
  • lichamelijk uitgeput zijn,
  • of sociaal geïsoleerd raken na scheiding.

Voor hen is:

  • single zijn vaak financieel riskant,
  • blijven in een slechte relatie soms rationeel,
  • ‘jezelf opnieuw uitvinden’ een luxe die er niet is.

Ook hier geldt: autonomie is geen feministische verworvenheid alleen, maar een verdelingsvraagstuk.


5. De impliciete paradox: gelijkheid ↑, ongelijkheid ↑

En hier raken jouw thema’s elkaar op een fundamentele manier: Hoe meer relationele vrijheid we creëren,
hoe zichtbaarder de onderliggende economische en sociale ongelijkheid wordt.

  • Relaties waren ooit ook solidariteitsmechanismen.
  • Nu die losser worden, moeten individuen het zelf dragen.
  • Wie dat kan, floreert.
  • Wie dat niet kan, valt harder.

De man-vrouw-dynamiek kan niet los worden gezien van:

  • klasse,
  • gezondheid,
  • opleiding,
  • en toegang tot alternatieven.

1. De ontbrekende vrouw: niet bevrijd, maar afgehaakt

In het essay van Annemiek Leclaire verschuift de toon ongemerkt van “ik wil geen relatie” naar “ik héb geen relatie nodig”. Dat is een subtiele maar cruciale sprong. Wat ontbreekt, is aandacht voor vrouwen die:

  • wél verlangen naar een betekenisvolle relatie,
  • maar het datingproces hebben opgegeven,
  • niet uit ideologie, maar uit uitputting.

Dat zijn vrouwen die zeggen:

  • “Ik heb geen zin meer in datingapps”
  • “Ik kom niemand tegen die emotioneel beschikbaar is”
  • “Ik wil geen projectmanager of therapeut worden”
  • “Mijn eisen zijn niet hoger, mijn tolerantie is lager”

Dit is geen zelfgekozen autonomie, maar geaccepteerde teleurstelling.


2. De paradox van ‘bewuste keuze’

Het artikel suggereert impliciet dat alleenstaand blijven vooral een actieve keuze is. Maar in werkelijkheid is er vaak sprake van: een keuze binnen een versmalde markt. Veel vrouwen in deze leeftijdsgroep:

  • zijn economisch zelfstandig,
  • emotioneel ontwikkeld,
  • gewend aan autonomie,
  • maar treffen een datingaanbod dat daar niet meer bij aansluit.

Wat dan wordt geframed als “ik wil geen relatie” is vaak: “Ik wil geen relatie onder deze voorwaarden.”


3. Hoge eisen? Of asymmetrische marktlogica?

Het verwijt van ‘hoge eisen’ hangt altijd snel in de lucht, maar verhult een dieper probleem:

  • Mannen daten gemiddeld naar beneden (leeftijd, opleiding).
  • Vrouwen daten gemiddeld gelijk of omhoog.
  • In hogere leeftijdsgroepen ontstaat daardoor een structurele mismatch.

Daar komt bij:

  • mannen die wél beschikbaar zijn, zijn vaker:
  • emotioneel minder ontwikkeld,
  • relationeel vermoeid,
  • of juist op zoek naar zorg, rust of bevestiging;
  • terwijl vrouwen juist:
  • gelijkwaardigheid,
  • emotionele wederkerigheid,
  • en zelfstandigheid willen behouden.

De markt cleart niet, en dat is geen individueel falen. (RR: clearen is de Engelse term voor het ‘ruimen van de markt’, dus hier ontstaat geen vanzelfsprekend evenwicht, er is sprake van hoeveelheidsrantsoenering eerder dan prijsaanpassing).


4. Datingapps als versneller van afhaken

Leclaire benoemt het gebrek aan zin in datingapps, maar niet de impact ervan:

  • apps vergroten keuzestress,
  • versterken oppervlakkige selectie,
  • belonen vluchtig gedrag,
  • en straffen nuance, twijfel en loyaliteit.

Voor veel vrouwen is stoppen met apps geen keuze vóór autonomie, maar een beschermingsmechanisme tegen herhaalde desillusie.


5. Emotionele dramatiek zonder taal

Juist omdat deze vrouwen economisch en sociaal vaak ‘redzaam’ zijn, blijft hun verlies onzichtbaar:

  • ze redden zich,
  • functioneren goed,
  • klagen niet luid,
  • en worden daardoor gelezen als tevreden.

Maar onder die redzaamheid zit regelmatig:

  • rouw om niet-geleefde intimiteit,
  • het loslaten van toekomstbeelden,
  • en een vorm van stille berusting.

Het artikel erkent rouw, maar verbindt die onvoldoende aan gemiste relationaliteit bij vrouwen die wel wilden, maar afhaakten.


6. Waarom dit niet benoemen aantrekkelijk is

Dit weg laten maakt het verhaal:

  • hoopvoller,
  • consistenter,
  • en ideologisch comfortabeler.

Want het alternatief is erkennen dat:

  • vrijheid soms een rationalisatie is,
  • autonomie ook kan ontstaan uit verlies,
  • en dat emancipatie niet voorkomt dat mensen relationeel vastlopen.

Samenvattende kernzin (in jouw register):

Niet alle alleenstaande vrouwen vieren hun vrijheid; velen hebben hun verlangen naar een relatie ingekapseld nadat de markt, het proces en de emotionele kosten te hoog werden.


Samenvatting – met nadruk op man/vrouw-verschillen en paradoxen

In haar essay onderzoekt Annemiek Leclaire een opvallende paradox: terwijl single zijn op latere leeftijd maatschappelijk vaak wordt gezien als verlies of tekort, ervaren veel vijftigplussers – en met name vrouwen – het juist als een fase van herwonnen vrijheid en zelfbeschikking. Die ervaring staat haaks op het dominante levensscript waarin een duurzame relatie geldt als voorwaarde voor een geslaagd leven.

1. Sekseverschillen: wie wint, wie verliest?

Een kernlijn in het stuk is dat de ‘singlisatie’ niet symmetrisch uitpakt voor mannen en vrouwen.

  • Vrouwen lijken vaker te floreren in het sololeven. Hoogopgeleide vijftigplusvrouwen hebben doorgaans sociale netwerken, economische zelfstandigheid en een identiteit die niet uitsluitend leunt op een partner. Voor velen weegt de herwonnen autonomie zwaarder dan de potentiële baten van een nieuwe relatie. Dat blijkt ook uit cijfers: bijna 40% van de vrouwen van 50–65 wil definitief geen relatie meer.
  • Mannen hebben gemiddeld meer moeite met langdurig alleen zijn. Zij vinden vaker opnieuw een relatie (regelmatig met jongere vrouwen), maar de mannen die géén relatie hebben, behoren vaker tot een sociaal en economisch kwetsbare groep. Relaties leveren mannen bovendien aantoonbaar meer gezondheids- en welzijnsvoordelen op dan vrouwen.

De impliciete conclusie: waar relaties voor mannen vaak functioneel zijn, zijn ze voor vrouwen eerder optioneel geworden.

2. Autonomie versus nabijheid

Leclaire beschrijft een spanningsveld dat sterk resoneert met jouw thema’s:

  • Enerzijds is er een groeiende groep vrouwen die bewust kiest voor alleen wonen, zelfs wanneer er wel een geliefde is.
  • Anderzijds blijft de behoefte aan intimiteit en aanraking bestaan, die wordt opgelost via alternatieve arrangementen: minnaars, friends with benefits of expliciete lichamelijke nabijheid binnen vriendschappen.

Dit wijst op een verschuiving van het klassieke relatiepakket (wonen, zorg, seks, emotie, toekomstplanning) naar ontkoppelde vormen van verbinding. Intimiteit blijft, maar zonder institutionele of economische verstrengeling.

3. De paradox van vrijheid

Het essay benadrukt dat de ervaren vrijheid geen naïef geluk is. Vrijheid ontstaat pas na rouw, desoriëntatie en het loslaten van oude verwachtingen. Hier zit een belangrijke paradox:

  • De vrijheid van het sololeven is reëel,
  • maar vereist tegelijk meer zelfredzaamheid, planning en mentale arbeid dan het leven in een relatie.

Waar een relatie ritme, betekenis en vangnet automatisch meebrengt, moet de single alles zelf organiseren: weekenden, vakanties, ouder worden, ziekte, toekomst. Vrijheid betekent hier niet vrijblijvendheid, maar volledige verantwoordelijkheid.

4. Selectie en ‘wie wint er minder bij een relatie’

Een onderliggende, nauwelijks expliciet gemaakte maar cruciale gedachte is dat vrouwen in deze levensfase minder te winnen hebben bij een nieuwe relatie dan mannen. Dat geldt vooral voor hoogopgeleide vrouwen met een eigen inkomen en sociaal kapitaal. Zij riskeren verlies van autonomie, tijd en emotionele energie, terwijl de marginale opbrengst van een partner beperkt is.

Dit maakt de keuze om single te blijven niet zozeer ideologisch, maar rationeel binnen de bestaande maatschappelijke verhoudingen.

5. Spijt als structureel gegeven

Tot slot raakt Leclaire een existentiële laag die goed aansluit bij jouw bredere denken over selectie en gemiste kansen. Spijt verdwijnt niet, ongeacht de gekozen levensvorm. Vrijheid en rouw bestaan naast elkaar. De kunst is niet spijtloos leven, maar erkennen dat elk pad exclusief is en alternatieven uitsluit.

Spijt wordt daarmee geen bewijs van falen, maar van een leven met opties.

Previous Post Next Post
@media print { /* Verberg alle ongewenste onderdelen */ header, .site-header, nav, .main-navigation, .sidebar, .site-sidebar, aside, footer, .site-footer, .widget-area, .breadcrumbs, .post-meta, .related-posts, .comments-area, .print-hide { display: none !important; height: 0 !important; margin: 0 !important; padding: 0 !important; overflow: hidden !important; } /* Verberg ook bepaalde vaste*