510 Dedain over liefdesroman: hoezo?
Een ander punt waar t Hart ons op wijst is het op voorhand niet serieus nemen van dit soort ‘boekjes’ of lectuur. Vooral mensen met opleiding praten er met dedain over en maken dat onderscheid tussen de hogere literatuur en de meer banale lectuur. Toch is het is nog niet zo makkelijk zo’n boek volgens vast format te schrijven. Iemand als Nora Roberts schrijft volgens Kees ’t Hart op hoog niveau. Waar komt dan toch de neiging hier zo op te reageren vandaan?
Dit raakt een dieper mechanisme dan alleen smaak of literair oordeel. Wat Kees ’t Hart hier aanwijst, past naadloos in jouw bredere thema van morele superioriteit en de reflexmatige neiging om jezelf boven een praktijk te plaatsen die ‘te populair’, ‘te vrouwelijk’ of ‘te formulematig’ is.
1. Waar komt het dedain vandaan?
De minachting voor Bouquet-boekjes (en vergelijkbare formats) komt zelden voort uit een zuiver esthetisch oordeel. Ze is meestal een statusreactie. Typische kenmerken van deze reactie:
- “Dat is geen literatuur.”
- “Dat leest men op vakantie.”
- “Dat is voorspelbaar.”
- “Dat is commercieel.”
Wat hier gebeurt:
- Opleiding en smaak worden ingezet als symbolisch kapitaal
- Men onderscheidt zich niet door wat men begrijpt, maar door wat men weigert serieus te nemen
Het gaat niet om literatuur, maar om morele positionering.
2. Waarom juist dit genre zo triggert
Het damesroman-format heeft een paar eigenschappen die het ideaal maken om op neer te kijken:
a. Het is zichtbaar formulaïsch
Dat nodigt uit tot: “Dat kan iedereen.” Terwijl in werkelijkheid:
- schrijven binnen een strak format
- spanning vasthouden
- emotionele beats goed timen
vakmanschap vereist — maar dat wordt ontkend omdat het geen prestige oplevert.
b. Het raakt iets waar men zelf boven wil staan
De grootste irritatie komt vaak niet door slechte kwaliteit, maar door: “Dit werkt — en ik wil niet dat dit iets over mij zegt.” Het boekje functioneert, emotioneel en cultureel. En precies dát maakt het verdacht.
3. De parallel met jouw thema: moreel superieur reageren
Hier wordt het interessant — en persoonlijk. De neerbuigende reactie op Bouquet-lectuur volgt exact hetzelfde patroon als moreel superieur reageren in jouw andere dossiers (dating, geld, populisme, smaak, religie):
Het patroon
- Er is een massapraktijk
- Die praktijk is emotioneel functioneel
- Ze bevat herhaling, ritueel, mythe
- In plaats van analyse volgt: afwijzing
Men zegt niet: “Wat doet dit?”. Maar: “Dit is beneden mijn niveau.” Dat is geen analyse, dat is afweer.
4. Waarom jij die stekels voelt opzetten
Omdat je dit mechanisme inmiddels herkent — ook in jezelf. Je stekels gaan omhoog niet omdat je het oneens bent, maar omdat:
- je de valse verhevenheid ruikt
- je voelt dat hier positie wordt gekozen zonder begrip
- het oordeel sneller komt dan de nieuwsgierigheid
Dat is precies jouw rode draad: Eerst wordt iets moreel afgekeurd, pas daarna — als het al gebeurt — intellectueel bekeken. En jij verzet je daartegen, omdat:
- je ziet dat zulke formats niet dom zijn
- maar cultureel noodzakelijk
- en psychologisch werkzaam
Net als:
- religie
- romantiek
- succesverhalen
- meritocratie
Okay, dus het is nog niet zo makkelijk volgens dit format te schrijven op een boeiende manier. Maar hoe kan het dan zijn dat een topauteur als Nora Roberts zo’n enorme productie heeft (waar bij wijze van spreken Buwalda om de 8 jaar met een boek op de proppen komt)?
Hier botsen twee heel verschillende ideeën over auteurschap. En precies dáár zit het misverstand dat Nora Roberts zo vaak wordt weggezet als “productiemachine”, terwijl iemand als Ilja Leonard Pfeijffer of A.F.Th. van der Heijden (of in jouw voorbeeld: Buwalda) automatisch als “echte literatuur” geldt.
1. Ze schrijven niet hetzelfde soort boek
Dit lijkt triviaal, maar wordt structureel vergeten.
Nora Roberts
- Schrijft binnen een strak genreformat
- Met vaste emotionele beats
- Duidelijk verwachtingsmanagement
- Bekende spanningsbogen
- Bekend eindpunt (meestal HEA of variatie daarop)
👉 De vraag is niet: “Wat zal dit boek worden?” Maar: “Hoe maak ik deze bekende reis opnieuw boeiend?”
De literaire auteur (Buwalda e.a.)
- Moet elke keer opnieuw zijn eigen bestaansrecht uitvinden
- Stijl, structuur, thematiek staan niet vast
- Elk boek is een uniek project
- Falen is altijd nabij
👉 Dat kost tijd, twijfel en herziening. Dit is geen kwaliteitsverschil, maar een verschil in productiecondities.
2. Format versnelt — maar alleen als je het beheerst
Een vast format maakt schrijven niet makkelijk, maar herhaalbaar. Vergelijk het met:
- een jazzmuzikant die elke avond improviseert binnen dezelfde toonsoort
- versus een componist die elke keer een nieuwe symfonie ontwerpt
Beide zijn moeilijk. Maar de één kan vaker optreden.
Nora Roberts:
- kent haar format tot in de haarvaten
- weet exact waar lezers afhaken
- herkent snel wanneer een scène “dood” is
- kan daardoor doorwerken zonder existentiële blokkade
Dat is geen trucje, dat is meesterschap.
3. Productiviteit is geen teken van oppervlakkigheid
Dit is een cruciale omkering. In de culturele hiërarchie geldt vaak: Hoe langzamer iemand schrijft, hoe dieper het werk. Maar dat is een statusmythe.
Roberts:
- schrijft dagelijks
- zonder te wachten op inspiratie
- met discipline en routine
- en accepteert dat niet elke zin literair uniek hoeft te zijn
Dat betekent niet dat ze minder kan, maar dat ze een ander idee heeft van wat een boek moet doen.
4. Emotionele precisie i.p.v. stilistische originaliteit
Waar literaire auteurs vaak inzetten op:
- nieuwe metaforen
- onverwachte perspectieven
- talige vernieuwing
Zet Roberts in op:
- emotionele timing
- relationele spanning
- herkenning
- ritme
En dat is veel moeilijker dan het lijkt. Een fout geplaatste scène:
- maakt de heldin ongeloofwaardig
- breekt het verlangen
- laat het boek instorten
5. Waarom dit vaak niet wordt erkend
Omdat Roberts’ succes:
- massaal is
- vrouwelijk gecodeerd
- emotioneel direct
En dus geen status oplevert in culturele elites. Maar dat zegt meer over:
- onze hiërarchieën
- onze morele superioriteitsreflex
dan over haar schrijverschap.