395 Scheurtje: wantrouwen als kostenpost

In de theorie kun je hier nog wel een paar uitstapjes maken. Zo is er sprake van agency costs. Een manager wordt dan wel betaald om dat bedrijf met haar loyale medewerkers naar grote hoogte te stuwen (de aandeelhouders maximaal te plezieren) maar is ondertussen ook niet te vertrouwen. Deze manager kan de zaak zo manipuleren dat hij er zelf met meer vandoor gaat en daarmee het bedrijf schade toebrengt. Daarom moet ook deze manager weer ‘in de gaten worden gehouden’ en dat kost geld, dat zijn de zogenaamde ‘agency costs’. Deze redenering kun je overigens tot in het oneindige doortrekken, want ook de controleur van de manager moet weer worden gecontroleerd etc etc. Een andere fraaie puzzel die uit Coase’s vorm van mini-communisme binnen een bedrijf volgt is: wat is de optimale grootte van een bedrijf, oftewel waar plaats je muren die het onderscheid uitmaken van binnen en buiten. Het ene uiterste is het individu als bedrijf (zzp), het andere uiterste is heel Nederland als een groot bedrijf en daarmee dus een communistisch land. Waar ligt het optimum van een ideaal bedrijf gegeven de kosten die gemaakt moeten worden voor (her-) onderhandeling over voorwaarden bij het uitvoeren van de dagelijkse taken. Werk deze observaties uit in de het licht van de reconstructie van de economische theorie van mij en de rode lijn van mijn blogs.


Dit is precies het moment waarop jouw rode draad (macht, extractie, systeemlogica, optimale extractie) zich moeiteloos laat verbinden met de interne paradoxen van het moderne kapitalisme. De observaties die je hier aanhaalt — agency costs en optimale firm size — zijn in feite moderne echo’s van dezelfde vraag die Quesnay, Ricardo en Marx al bezighield: hoe verdeel je macht, winst en vertrouwen in een systeem dat zichzelf wil optimaliseren zonder uiteen te vallen?

Het bedrijf als systeem van gecontroleerde wantrouwen

De moderne economie beschouwt het bedrijf als een rationele machine: een verzameling mensen, middelen en regels die samen één doel nastreven — winstmaximalisatie. Maar zodra je beter kijkt, blijkt het bedrijf geen logische eenheid, maar een miniatuurmaatschappij vol interne tegenstellingen: samenwerking en strijd, loyaliteit en opportunisme, macht en controle.

Ronald Coase liet zien dat bedrijven überhaupt alleen bestaan omdat markten niet frictieloos werken.
Binnen een organisatie verdwijnen de voortdurende onderhandelingen van de markt en worden vervangen door afspraken, loyaliteit en gezag. Een bedrijf is dus een toevluchtsoord voor samenwerking in een wereld van concurrentie — een eiland van coördinatie in een zee van egoïsme. Maar binnen dat eiland duiken direct nieuwe problemen op.


1️⃣ Agency costs – wantrouwen als structurele kostenpost

In theorie zou de manager de uitvoerder moeten zijn van de belangen van de eigenaar of aandeelhouder.
In de praktijk blijkt dat onmogelijk. De manager heeft informatievoorsprong en eigen doelen — status, bonussen, macht, prestige. Hij is tegelijkertijd de knecht en de koning van het bedrijf: ingehuurd om het collectief te dienen, maar met voldoende speelruimte om het naar zijn hand te zetten.

Dat verschil tussen belang van eigenaar en belang van uitvoerder heet in de economische theorie de agency problem. De controle daarop — via toezicht, accountants, bonussystemen, audits, compliance — kost geld: de agency costs. Het zijn de prijs van wantrouwen.

En dat wantrouwen kun je eindeloos doortrekken: de aandeelhouder controleert de manager, de toezichthouder controleert de accountant, de overheid controleert de toezichthouder — en niemand weet meer wie uiteindelijk de “rationele actor” is.

Zo ontstaat een eindeloze regressie van controle, die als systeem precies de logica van jouw optimale extractie volgt: je wilt maximale grip, maar zonder het systeem te verlammen. Een beetje wantrouwen houdt mensen scherp, te veel wantrouwen maakt het systeem ziek. De kunst is om precies zóveel te controleren dat de boel blijft draaien — niet meer en niet minder. Dat is de optimale extractie van vertrouwen.


2️⃣ De vraag van Coase: waar plaats je de muren?

De tweede paradox is minstens zo elegant: als een bedrijf efficiënter is dan de markt, waarom zijn er dan niet gewoon twee of drie superbedrijven die alles doen? En als de markt zo goed werkt, waarom bestaan er dan überhaupt bedrijven?

Coase antwoordde: De optimale bedrijfsgrootte ligt daar waar de kosten van hiërarchie (intern organiseren) gelijk zijn aan de kosten van markttransactie (extern onderhandelen).

Kortom: een bedrijf is een balans tussen vrijheid en bevel, tussen vertrouwen en wantrouwen,
tussen samenwerking en concurrentie. Te klein — en je verspilt tijd aan onderhandeling, onzekerheid en duplicatie. Te groot — en je stikt in bureaucratie, controle en interne frictie.

Dat is in feite een systeemwet die perfect past in jouw rode draad van optimale extractie:

  • Een bedrijf dat te weinig controleert, wordt uitgebuit van binnenuit.
  • Een bedrijf dat te veel controleert, vreet zijn eigen energie op.
  • Het optimum ligt daar waar mensen zich net genoeg vrij voelen om productief te zijn,
    en net genoeg gecontroleerd worden om loyaal te blijven.

Of, zoals jij het elders formuleerde: De kunst van macht is niet nemen wat je kunt, maar nemen wat je kunt blijven nemen.


3️⃣ Van Quesnay tot Coase: kringloop van macht en vertrouwen

Je kunt dit zien als een historische evolutie van de economische logica:

TijdperkBron van waardeMachtsvormCorrectiemechanisme
Quesnay (agrarisch)**Grond en voedselAdel en pachtNatuurlijke grenzen (oogst, kringloop)
Ricardo (industrieel)**Arbeid en kapitaalOndernemer en winstAfnemende opbrengst (uitputting)
Marx (sociaal)**Arbeid en organisatieKapitaal en loonKlassenstrijd (tegenmacht)
Coase (organisatorisch)**Informatie en vertrouwenManager en controleAgency costs (wantrouwen)
Heden (financieel-digitaal)**Data en aandachtPlatform en algoritmeSysteemvertrouwen (regulering)

In elk tijdperk verschuift de bron van waarde, maar de vraag blijft dezelfde: hoeveel controle, macht en extractie kan een systeem verdragen zonder zichzelf te vernietigen?


4️⃣ De hedendaagse vertaling: het bedrijf als miniatuurmaatschappij

In jouw visie is het bedrijf een microkosmos van de samenleving. De markt buiten is een jungle van eigenbelang, de organisatie binnen is een broos ecosysteem van samenwerking. De grenzen ertussen — de muren van Coase — worden nu opnieuw vloeibaar:

  • flexwerkers en zzp’ers schuiven de muur naar binnen;
  • fusies, platformen en globalisering schuiven hem naar buiten;
  • AI en algoritmen vervangen menselijke samenwerking door digitale hiërarchie.

We bewegen dus voortdurend tussen markt en plan, tussen anarchie en communisme,
op zoek naar dat ene optimum waar de productie nog net stroomt en de controle nog net draaglijk is.


5️⃣ De rode draad – jouw herinterpretatie van de economische theorie

Vanuit jouw reconstructie van de economie zie je in dit alles één onderliggende dynamiek:

  • systemen proberen efficiënt te zijn,
  • maar worden door diezelfde drang extractief,
  • en hebben daarom steeds nieuwe lagen van controle, moraal of vertrouwen nodig om niet te imploderen.

Wat bij Quesnay de natuurlijke kringloop was, bij Ricardo de wet van afnemende winst,
en bij Marx de klassenstrijd, wordt bij Coase en zijn opvolgers de organisatie zelf: de voortdurende poging om samenwerking en macht in balans te houden.

Het bedrijf is daarmee niet de uitzondering op de economische logica, maar haar miniatuurversie:
een kleine, gecontroleerde samenleving waarin optimale extractie, macht, vertrouwen en moraal elkaar in evenwicht moeten houden.

Previous Post Next Post
@media print { /* Verberg alle ongewenste onderdelen */ header, .site-header, nav, .main-navigation, .sidebar, .site-sidebar, aside, footer, .site-footer, .widget-area, .breadcrumbs, .post-meta, .related-posts, .comments-area, .print-hide { display: none !important; height: 0 !important; margin: 0 !important; padding: 0 !important; overflow: hidden !important; } /* Verberg ook bepaalde vaste*