394 Scheurtje: de paradox van de ondernemer

Na de overwinning van Smith en Ricardo voor het heersende paradigma van wat we tegenwoordig economie (als vak, wetenschap) noemen zijn het de individuele atomistische rationele egoïstische wezens die bepalen hoe onze wereld werkt. Dat wezen kent verder geen ethiek of morele afweging. Voor een econoom is diefstal puur een kwestie van kosten-baten analyse: hoe groot is de pakkans en de bijbehorende boete. Diefstal is dan wel/niet rationeel om te doen. Dat de ander daardoor schade ondervindt is geen onderdeel van zijn calculatie. Boeiend nietwaar? Toch is diezelfde economie vol lof over ondernemers en ondernemingen. Zij zijn de grote kracht achter onze welvaart, allemaal te danken aan die ‘greed is good’-helden die zorgen voor innovatie en werkgelegenheid.

Bij Marx zagen we al dat zo’n ondernemers geen (over-)winst kan maken als iedereen zijn eigen voordeel uit onderhandelt. In de praktijk blijkt dat niet te gebeuren, niet iedere werknemer heeft er behoefte aan (of is in de gelegenheid) om zijn maximale voordeel binnen te slepen. Dat maakt een onderneming of bedrijf juist vanuit diezelfde ‘filosofie’ van de rationele egoïstische homo-economicus tot een soort van raadsel. Ik denk dat het Ronald Coase was die dit voor het eerst aansneed. Binnen de muren van een bedrijf lijkt sprake van een andere werkelijkheid. Daar ga je niet bij elke taak die je wordt opgedragen in discussie over wat je in ruil daarvoor krijgt. Het is min of meer satisfying regel of afspraak: voor de periode van zeg een jaar zeur je niet over je taken en beloning, het is wat het is.

Binnen een bedrijf lijken er andere regels te gelden, het lijkt meer op een vorm van communisme, je neemt je collega waar als die ziek is, je maakt overuren als dat nodig is. Wat is hier aan de hand? Economen zien ‘het bedrijf’ het liefst als een homogene unit die rationeel handelt naar buiten en dan keihard en zakelijk is, maar van binnen bestaat datzelfde bedrijf blijkbaar uit kleine poppetjes die niet lijken te voldoen aan de harde wetten van de rationele en koude economie van daarbuiten?


Dit is één van de meest fundamentele, maar ook meest onderbelichte paradoxen in de economische wetenschap. Jij raakt hier de Achilleshiel van het economische wereldbeeld: hoe kan een theorie die de mens beschouwt als rationeel egoïstisch individu verklaren dat miljoenen mensen dagelijks functioneren in organisaties die op samenwerking, loyaliteit en wederkerigheid draaien?

Laten we die paradox stap voor stap ontrafelen, in de lijn van jouw redenering — met Coase als spil.

1️⃣ De erfenis van Smith en Ricardo: het individu als atoom

Na Smith en Ricardo werd economie de wetenschap van keuzes van individuen. De mens werd gereduceerd tot de homo economicus: rationeel, berekenend, op eigen voordeel uit. De moraal verdween niet door kwaadwilligheid, maar door methodische keuze: ethiek was “niet meetbaar”.
Wat overbleef was een kale gedragsmachine die winst maximaliseert en kosten minimaliseert.

In die logica is zelfs diefstal geen moreel probleem, maar een optimaal beslissingsprobleem: Diefstal is rationeel zolang de verwachte opbrengst hoger is dan de verwachte straf. Dat is geen grap, maar een klassieke benadering uit de economische misdaadtheorie (Gary Becker, Nobelprijswinnaar!).
De schade aan anderen telt alleen mee als juridisch risico, niet als morele last.


2️⃣ De paradox van de ondernemer

Tegelijkertijd is diezelfde wetenschap lyrisch over ondernemers en bedrijven. Zij zouden de motor van groei en innovatie zijn, gedreven door concurrentie en eigenbelang. Maar precies hier schuurt het:
hoe kan een systeem dat individuen wantrouwt (want zelfzuchtig) vertrouwen op ondernemers als morele wezens die welvaart scheppen voor iedereen?

Dat is de eerste hypocrisie in het economische denken: de markt is koud en calculerend, maar haar helden worden gevierd als visionair, scheppend en dienstbaar.


3️⃣ De intrigerende uitzondering: binnen het bedrijf werkt het anders

Dat brengt ons bij jouw observatie — en bij Ronald Coase (1937), de econoom die vroeg:

“Als markten zo efficiënt zijn, waarom bestaan er dan bedrijven?”

Zijn antwoord was revolutionair eenvoudig: Omdat markten ook transactiekosten hebben. Elke keer onderhandelen, prijzen vaststellen en contracten sluiten kost tijd en geld. Daarom ontstaan organisaties waarin mensen afspraken voor langere tijd maken: een loon, een functie, een hiërarchie.
Binnen die muren worden taken toegewezen, niet voortdurend verhandeld. In feite is een bedrijf volgens Coase een eiland van planning binnen de zee van marktwerking.


4️⃣ Binnen de muren: communisme in het klein

Precies zoals jij het beschrijft:

  • je neemt elkaars werk over als iemand ziek is,
  • je werkt over zonder direct loon,
  • je overlegt, helpt, deelt kennis,
  • je functioneert in een cultuur met hiërarchie en loyaliteit.

Dat alles druist in tegen de logica van de rationele markt. Binnen bedrijven heerst iets wat je kunt noemen functioneel communisme: een interne planeconomie gebaseerd op vertrouwen, niet op prijsonderhandeling. Dat is geen poëtische beeldspraak — economen hebben dit letterlijk zo beschreven.
In de markt bepaalt prijs alles; in het bedrijf bepaalt de manager. De “prijsmechaniek” wordt tijdelijk uitgeschakeld ten gunste van coördinatie.


5️⃣ De dubbele moraal van de economische theorie

En hier wringt het diepst. De economie prijst de markt om haar efficiëntie, maar kan alleen functioneren dankzij de niet-marktlogica van samenwerking en loyaliteit binnen organisaties. Bedrijven zijn dus geen verlengde van de markt — ze zijn juist de correctie op de tekortkomingen van de markt.

De rationele mens is buiten de muren egoïstisch, maar binnen de muren van het bedrijf altruïstisch genoeg om de machine draaiend te houden. De theorie verklaart dat niet — ze negeert het. Binnen de economie is de mens een rekenmachine; binnen het bedrijf blijkt hij een sociaal wezen.


6️⃣ De dieperliggende reden: macht en vertrouwen

Vanuit jouw systemische invalshoek kun je zeggen:

  • De markt heeft macht nodig om orde te scheppen (anders chaos).
  • Het bedrijf heeft vertrouwen nodig om samen te werken (anders stilstand).

Beide systemen leven van extractie, maar op een andere schaal:

  • De markt onttrekt waarde via concurrentie, winst, rente.
  • Het bedrijf onttrekt waarde via organisatie, arbeid, loyaliteit.

De werknemer ruilt een deel van zijn vrijheid en meerwaarde in voor zekerheid en coördinatie.
Dat is de prijs van collectieve efficiëntie. Zo blijft het systeem draaien: rationeel van buiten, sociaal van binnen.


7️⃣ Wat dit zegt over jouw rode draad

Dit is exact jouw rode lijn over maskers, façade en systeemlogica:

  • Buiten heerst de ideologie van het egoïsme (“greed is good”).
  • Binnen heerst de praktijk van het communalisme (“wij samen doen het werk”).
  • En daartussen zit de macht die de grenzen bepaalt: hoe ver kun je gaan met uitbuiting voordat het systeem instort?

De homo economicus blijkt dus een halve mens: buiten efficiënt, binnen loyaal. Het bedrijf is het toneel waar die twee helften samenkomen — een marktsysteem dat alleen werkt dankzij een mini-samenleving van wederkerigheid binnen zijn muren.


💡 Samenvattend

SfeerLogicaMensbeeldMoraal
De marktConcurrentie en eigenbelangHomo economicus“Greed is good”
Het bedrijfCoördinatie en samenwerkingHomo socialis“Samen kom je verder”
De brug (macht)Beheersing en extractieManager / ondernemer“Zorg dat het blijft draaien”

De economie gelooft in egoïsme, maar overleeft dankzij altruïsme.
Misschien is dat wel haar grootste paradox — en haar meest menselijke trek.

Previous Post Next Post
@media print { /* Verberg alle ongewenste onderdelen */ header, .site-header, nav, .main-navigation, .sidebar, .site-sidebar, aside, footer, .site-footer, .widget-area, .breadcrumbs, .post-meta, .related-posts, .comments-area, .print-hide { display: none !important; height: 0 !important; margin: 0 !important; padding: 0 !important; overflow: hidden !important; } /* Verberg ook bepaalde vaste*