389 Adam Smith: een markt is pas vrij als niemand hem kan gijzelen

Adam Smith wordt zelden gelezen en te vaak selectief geciteerd. Smith zou zich waarschijnlijk verbazen over wat er mijn zijn gedachtegoed is gebeurd. Zijn werk bevat vele nuanceringen en waarschuwingen maar dat heeft niet verhinderd dat hij ‘here is to stay’ als voorvechter van de vrije markt met zijn onzichtbare hand en een belangrijke legitimatie vormt voor ‘greed is good’ en ‘de ondernemer als redder en held’.

Dus: wat zou Smith te melden hebben over de actuele problematiek rond de wooncrisis en het monopolie van banken op geldschepping?


Als we Adam Smith serieus nemen in zijn eigen context (niet de neoliberale karikatuur), dan zou hij de huidige wooncrisis en het monopolie van banken op geldschepping niet beschouwen als “de markt die zijn werk doet”, maar als het tegenovergestelde: een verval van marktwerking door macht, privileges en gebrek aan concurrentie.

Laten we dat uitwerken langs vier lijnen — helemaal in de geest van Smith zelf.

1️⃣ Markten werken alleen als niemand ze kan kapen

Smith was vóór vrije concurrentie, maar tegen monopolies, privileges en vriendjeskapitalisme.
Hij geloofde dat prijzen de neiging hebben tot evenwicht mits iedereen vrije toegang heeft tot handel en productie. Zodra macht zich concentreert — in de handen van een gilde, een kartel of een financieel monopolie — raakt dat evenwicht zoek.

Als hij vandaag zou kijken naar de woningmarkt, zou hij zeggen:

“De prijs van wonen stijgt niet omdat de markt efficiënt is, maar omdat de toegang tot grond, krediet en bouw schaars wordt gehouden door een kleine klasse die ervan profiteert.”

Hij zou het monopolie van banken op geldschepping — en hun macht over de kredietstroom — beschouwen als een moderne variant van feodale privileges. Niet fundamenteel anders dan de adellijke rechten op land in de 18e eeuw.


2️⃣ De waarde van iets is niet gelijk aan de prijs die je ervoor betaalt

Smith onderscheidde al tussen waarde in gebruik (nut) en waarde in ruil (marktprijs). Een huis heeft waarde in gebruik: het biedt beschutting. Maar op de markt krijgt het een prijs die vooral afhangt van schaarste, speculatie en rente. In de huidige situatie is de waarde in ruil volledig losgezongen van de waarde in gebruik. Smith zou dat een teken vinden van een corrupte markt — niet van een gezonde.

“Wanneer de prijs van een huis sneller stijgt dan het nut dat het biedt, wordt niet gewerkt voor welvaart, maar voor winst.”

Hij zou daarom pleiten voor herstel van de “natuurlijke prijs”: een prijs die de werkelijke kosten weerspiegelt — arbeid, materiaal, onderhoud — niet de speculatie op grond en schuld.


3️⃣ De bank als moderne rentenier

In Smiths tijd waren het de grondeigenaren die de productie afroomden via pacht. Hij zag dat als een parasitair element: renteniers die niets bijdragen, maar meedelen in de opbrengst. Als hij vandaag zou schrijven, zou hij datzelfde oordeel vellen over de banken: zij leven van het verschil tussen wat ze uitlenen en wat ze terugkrijgen — rente op rente — zonder zelf waarde te produceren.

Zijn waarschuwing zou klinken als deze:

“Wanneer winst wordt gehaald uit bezit in plaats van arbeid, wanneer de geldhandelaar meer verdient dan de werkman, dan is de rijkdom van een natie schijn.”

Smith zag rijkdom als iets dat voortkwam uit productieve arbeid, niet uit financiële speculatie. Hij zou dus betogen dat de moderne economie een te groot deel van haar energie verspilt aan het verhandelen van schulden, in plaats van het produceren van goederen en diensten.


4️⃣ De morele dimensie: de rijkdom van een natie is haar rechtvaardigheid

In The Theory of Moral Sentiments schreef Smith dat samenlevingen alleen standhouden wanneer er vertrouwen en rechtvaardigheid heersen. Een economie waarin jonge mensen geen huis meer kunnen kopen, en waarin bezit belangrijker wordt dan arbeid, zou hij zien als moreel ziek.

“No society can surely be flourishing and happy, of which the far greater part of the members are poor and miserable.”

Hij zou het woonvraagstuk dus niet enkel economisch duiden, maar als symptoom van scheefgetrokken morele verhoudingen: de belangen van bezitters wegen zwaarder dan die van werkenden.


Samengevat in hedendaagse taal

ThemaWat Smith zou zeggen
WooncrisisDe prijs van huizen stijgt door monopolie en speculatie, niet door productieve waarde. Herstel eerlijke concurrentie en breek privileges van grootgrondbezitters en financiers.
Grond en bankenWie toegang heeft tot de bron van waarde (grond of geld) oefent macht uit over de rest. Beperk hun rentenierspositie door publieke alternatieven en transparantie.
Vrije marktEen markt is pas vrij als niemand hem kan gijzelen. Overheidstoezicht is geen stoorzender, maar een voorwaarde voor vrijheid.
MoraalEchte welvaart is collectief: een land dat rijkdom concentreert, verarmt zijn deugd.

Slot: Smith zou zich niet tegen de staat keren, maar tegen privileges

Hij zou pleiten voor een overheid die de markt bewaakt tegen de macht van banken, grondbezitters en speculanten — precies zoals hij in zijn tijd waarschuwde tegen gilden en monopolies.

De “onzichtbare hand” werkt alleen zolang er eerlijk spel is. Zodra de spelregels worden bepaald door degenen die het meeste hebben, wordt de hand niet onzichtbaar maar onrechtvaardig.


Adam Smith zou vandaag niet de markt verdedigen, maar de burger — tegen een nieuwe adel van grondbezitters en geldscheppers die, net als vroeger, de rijkdom van de natie naar zich toe trekken.

Previous Post Next Post
@media print { /* Verberg alle ongewenste onderdelen */ header, .site-header, nav, .main-navigation, .sidebar, .site-sidebar, aside, footer, .site-footer, .widget-area, .breadcrumbs, .post-meta, .related-posts, .comments-area, .print-hide { display: none !important; height: 0 !important; margin: 0 !important; padding: 0 !important; overflow: hidden !important; } /* Verberg ook bepaalde vaste*