356 Grenzen aan de groei: proefschrift Stegeman
Hans Stegeman promoveerde enkele maanden geleden op het proefschrift met in mijn woorden als belangrijkste stelling ‘groene groei is onmogelijk’. Oftewel, als we echt iets willen doen aan de huidige klimaatproblemen dan moet het hele economische denken (groeien, spullen, materie, meer) op de schop. Als je dan toch verslaafd bent aan groei en je ook je hoofd niet in het zand wilt stoppen, dan kom je als VVD’er al snel met een handige tussenoplossing: we gaan groen en duurzaam groeien. Maar helaas pindakaas, dat is een contradictio in terminis. Althans volgens Stegeman. Dit is overigens een lang lopende en wellicht nog onbeslechte discussie in de economie. Enkele weken later doet Stegeman in het verlengde van zijn proefschrift uitspraken die wat verder lijken te gaan. Hieronder een mix van inzichten en conclusies uit zowel proefschrift als dat interview. Deze blog is de opmaat naar mijn verwondering waarom dit nu ineens zo veel aandacht krijgt in de media. Want laten we wel zijn: deze discussie stamt al minstens van de tijd van het rapport van De club van Rome in 1973 en er zijn vele economen voor Stegeman geweest met soortgelijke inzichten. Of mis ik iets?
Het interview is inderdaad een waardevolle aanvulling op het proefschrift Transforming Economics for Sustainability (2025) van Hans Stegeman. Waar het proefschrift theoretisch en academisch blijft, maakt het interview de onderliggende boodschap concreter, scherper en emotioneler.
Hieronder geef ik een vergelijking tussen beide, met nadruk op nieuwe accenten, extra diepgang en retorische verschuivingen die uit het interview naar voren komen.
🔍 1. Verschil in toon en invalshoek
| Aspect | Proefschrift | Interview |
|---|---|---|
| Toon | Academisch, analytisch, systemisch. | Activistisch, persoonlijk, moreel geladen. |
| Publiek | Beleidsmakers, academici, economen. | Breed publiek: burgers, bestuurders, lezers van Change Inc. |
| Doel | Begrip verdiepen van economische paradigma’s. | Druk zetten op politiek en bedrijfsleven om nu te handelen. |
Het proefschrift blijft grotendeels binnen de wetenschappelijke discoursregels: het benoemt paradigmashifts, systeemgrenzen en pluralisme. In het interview vertaalt Stegeman die ideeën naar maatschappelijk engagement: hij roept expliciet op tot begrenzing van het kapitalisme en stelt het geloof in ‘groene groei’ ter discussie.
🌍 2. Nieuwe of verscherpte inzichten t.o.v. het proefschrift
a. Groene groei bestaat niet
In het proefschrift wordt nog enigszins ruimte gelaten voor transities binnen het bestaande systeem — mits met voldoende institutionele aanpassing. In het interview stelt hij echter categorisch:
“Er is geen enkel wetenschappelijk bewijs dat groene groei werkt.”
Hij maakt daarmee een duidelijke breuk met het beleidsnarratief dat duurzaamheid en groei kunnen samengaan. Dit radicaliseert zijn academische stellingname.
b. Het kapitalisme als “verhaal” in plaats van natuurwet
In het proefschrift spreekt Stegeman over “dominante paradigma’s” en “wereldbeelden” die herzien moeten worden. In het interview vertaalt hij dat concept naar toegankelijke taal:
“Het kapitalisme is gewoon een verhaal, geen natuurwet.”
Dit is een krachtige popularisering van zijn academische kernboodschap: dat economische wetmatigheden sociaal geconstrueerd zijn, en dus herschreven kunnen worden.
c. Ecologische grenzen en historische voorbeelden
De verwijzing naar Paaseiland en eerdere beschavingen die instortten door overexploitatie, complexiteit en ongelijkheid, illustreert levendig wat in het proefschrift abstract blijft.
Het proefschrift spreekt over panarchy en systeeminstabiliteit, maar het interview maakt dat concreet met beeldspraak — “Paaseiland als ons voorland”.
→ Nieuw element: historische analogie als retorisch instrument om urgentie te wekken.
d. Begrenzing en verantwoordelijkheid
Het proefschrift stelt dat “governance” en “institutionele kaders” de sleutel zijn tot systeemtransformatie.
In het interview concretiseert hij dit tot een duidelijke tweedeling:
- Overheid: moet grenzen stellen, prijsmechanismen afdwingen en verbieden wat niet te berekenen valt.
- Burgers: moeten zich verbinden en in coöperaties organiseren.
Dit vertaalt de academische notie van een embedded economy naar een duidelijke maatschappelijke rolverdeling.
e. Begrip van winst herzien – internaliseren van externe effecten
Het proefschrift bevat een normatieve aanbeveling om niet-gemonetiseerde waarden mee te nemen in economische modellen.
In het interview gaat hij verder: hij noemt expliciet de herdefiniëring van winst als meest directe hefboom voor verandering:
“De meest simpele manier om duurzaamheid een centrale plaats te geven, is door ons begrip van winst te herzien.”
Dit is een belangrijk praktisch-ethisch accent dat in het proefschrift slechts impliciet aanwezig is.
f. Kritiek op beleid en bedrijven: van systeemkritiek naar systeemstrijd
Het proefschrift blijft neutraal over actoren.
Het interview noemt namen: Shell, BP, Tata Steel, ASML en minister Hermans.
De stelling dat maatwerkafspraken met multinationals een “dom idee” zijn is nieuw en getuigt van een verschuiving van analyse naar publieke confrontatie.
g. Triodos als paradox
Een interessant nieuw element: Stegeman erkent de spanning tussen idealistisch systeemdenken en praktische marktrealiteit.
“Ook Triodos moet rendement maken. Maar wel minder dan andere banken.”
Dit zelfbewustzijn – Triodos als tussenpositie in het kapitalistische systeem – geeft meer existentiële diepte aan zijn betoog dan het proefschrift doet.
Het is een vorm van reflexieve ethiek: erkennen dat je deel uitmaakt van het systeem dat je bekritiseert.
h. Van optimisme naar hoop
Het proefschrift eindigt met beleidsaanbevelingen. Het interview sluit af met een persoonlijke, bijna filosofische noot:
“Je moet hoop houden, simpelweg omdat we leven… De economie is ook maar een verhaal dat is bedacht.”
Hier verschijnt Stegeman niet als econoom maar als denker over menselijke veerkracht — een existentiële verdieping die het proefschrift bewust vermijdt.
🧩 Conclusie
Het interview versterkt en radicaliseert de kernboodschap van het proefschrift.
Waar het proefschrift nog ruimte laat voor geleidelijke transitie, kiest het interview openlijk voor radicale systeemverandering:
- Economische groei en duurzaamheid zijn niet verenigbaar.
- Het kapitalisme is geen natuurwet maar een verhaal.
- Overheden moeten begrenzen, burgers moeten zich herverbinden.
- Winst moet hergedefinieerd worden, niet alleen herverdeeld.
- Banken en bedrijven kunnen enkel bijdragen door af te zien van maximale rendementen.
Kortom: het interview maakt de morele, politieke en emotionele laag zichtbaar die in de academische tekst impliciet bleef.
📘 Samenvatting van het proefschrift
Het proefschrift onderzoekt hoe ecologische en sociale duurzaamheid fundamenteel geïntegreerd kan worden in economische theorie, beleid en praktijk. Stegeman definieert duurzaamheid als de toestand van een economisch systeem dat zichzelf in alle opzichten duurzaam en voor onbepaalde tijd in stand kan houden.
De auteur stelt dat dit alleen mogelijk is als negatieve neveneffecten van markten (externaliteiten) niet langer als randverschijnselen worden gezien, maar juist centrale parameters van het economisch systeem worden.
Hoofdstuk 2 – Grenzen van de markteconomie
De huidige neoklassieke markttheorie is primair gericht op economische groei en efficiëntie. Dit leidt tot overproductie van private goederen en verdringing van publieke goederen.
Stegeman pleit voor een multidomeinbenadering waarin het economische domein expliciet wordt ingebed binnen sociale en ecologische systemen. Hij gebruikt het concept Panarchy om te laten zien dat deze systemen dynamisch met elkaar in balans moeten blijven.
Hoofdstuk 3 – Kantelpunten en systeemrisico’s
Hier introduceert Stegeman het concept van kantelpunten (tipping points) in de relatie tussen natuurlijk, sociaal en economisch kapitaal.
Economische groei kan deze kantelpunten versnellen, wat leidt tot systeeminstorting wanneer grenzen worden overschreden. Hij benadrukt dat hoge discontovoeten voor sociaal en natuurlijk kapitaal de duurzaamheid verder ondermijnen.
Hoofdstuk 4 – Variëteiten van kapitalisme
Door gebruik te maken van de literatuur over Comparative Political Economies (CPE) en Varieties of Capitalism (VoC) onderzoekt hij hoe verschillende landen en bedrijven presteren op de Sustainable Development Goals (SDG’s).
Hij toont aan dat bedrijven en landen met sterkere duurzaamheidsinstituties niet automatisch de beste prestaties leveren, en dat er trade-offs bestaan tussen ecologische en sociale doelen.
Hoofdstuk 5 – Wereldbeelden en paradigma’s
Stegeman stelt dat het dominante individualistische en materialistische wereldbeeld diepgaande transformaties belemmert.
Oplossingen worden vaak beoordeeld op groei en efficiëntie, terwijl alternatieve benaderingen zoals sufficiency en commons onvoldoende kans krijgen.
Een fundamentele mindset- en paradigmawijziging is nodig om echte transitie mogelijk te maken.
Hoofdstuk 6 – Synthese en beleidsaanbevelingen
Stegeman formuleert vijf beleidsaanbevelingen:
- Erken verschillende domeinen van welzijn (economisch, sociaal, ecologisch) met elk hun eigen criteria.
- Ontwikkel voorspellingsmodellen die ook niet-lineaire effecten en niet-gemonetiseerde waarden meenemen.
- Stimuleer pluralisme in economische wetenschap — meer aandacht voor niet-marktlogica’s.
- Beperk winstmaximalisatie door regels rond concurrentie, eigendom en winstmatiging.
- Hervorm de financiële sector richting echte economische waardecreatie met een langetermijnoriëntatie.
📚 Bronvermelding (APA 7e editie)
Stegeman, H. (2025). Transforming Economics for Sustainability: From Incremental to Radical Change [Proefschrift, Erasmus Universiteit Rotterdam]. Erasmus University Repository.