680 Rand meets Bernhard (3): de jonge jaren
De jonge jaren
Casper
Casper weet wat hem te doen staat. Hij leest alles wat los en vast zit over zijn historische helden. Ook zijn er filmbeelden online beschikbaar, die hij natuurlijk goed bekijkt en op zich in laat werken. Net als zijn leermeester laat hij alles rustig bezinken in zijn geest en lijf. Modelleren is niet alleen een kwestie van snappen of begrijpen. Maar ook van meeleven en doorvoelen. In iemands schoenen gaan staan, je in die specifieke situatie van dat moment verplaatsen. Casper besluit om op een stoel te gaan zitten, net zoals hij dat doet als hij mediteert, en dan te denken en spreken vanuit de persoon. Casper merkt dat hij zich nog vrijer voelt als hij de echte namen van de ‘helden’ los mag laten. Het werkt beter voor hem als hij de namen vervangt door fictieve makkelijke namen. Nadat hij meerdere namen voor de vrouwelijke en mannelijke held heeft afgewogen, ze voelen niet allemaal even goed, besluit hij te werken met Anna en met Bo. Daar gaat hij, neem de tijd Casper, leef je in, laat de woorden komen.
Anna
Vandaag mag ik pappa meehelpen. Als het druk is en ik heb mijn huiswerk gemaakt, dan mag het. Pappa heeft het druk, hij werkt hard. Hij heeft mensen in dienst die voor hem werken. Het zijn vooral dames die voor hem werken. Maar zelfs dan lukt het niet altijd alles gedaan te krijgen. Ik mag etiketten maken voor de potjes. Ik schrijf dan de naam van de patiënt samen met de geboortedatum op het papiertje dat ik daarna op het nog lege potje plak. Ik mag achter het bureau van pappa zitten en kan zo in de apotheek kijken waar ik de klanten zie wachten en iedereen druk in de weer zie met de medicijnen. Ook al is het druk, soms zie ik de meisjes onderling kletsen. Ik vind dat niet eerlijk want mijn vader loopt zich het vuur uit de sloffen. Eigenlijk heeft hij bijna nooit vrij en tijd voor mij. Zelfs in de weekenden is hij vaak bezig. Ook ‘s nachts moet hij er soms uit voor noodgevallen. We hebben het wel goed, dat merk ik wel als ik het vergelijk met de meisjes uit mijn klas. Soms denk ik dat pa te aardig is, voor zijn mensen, hij kan niet goed boos worden, hij wil aardig zijn, voor iedereen. Ik verheug me op de weekenden. Soms, als het buiten koud is, neemt pappa ons, mijn kleine zusje en mij, mee naar de bioscoop. Ik raak er helemaal verslaafd aan, het is zo’n fijn gevoel, om daar zo samen te zitten en helemaal op te gaan in het verhaal. Vaak gaat het over twee mensen die verliefd op elkaar worden en elkaar dan toch niet kunnen krijgen. Dan komt er dit weer tussen en dan weer dat. Ik zit op het puntje van mijn stoel en wil ze dan helpen, zeggen wat ze moeten doen. Ik denk dan dat ik zelf ook wel een verhaal kan schrijven. Ik doe dat ook in mijn speciale schriftje. Als ik schrijf gebruik ik de beelden die ik nog in mijn hoofd heb zitten van de film. Soms kan ik ook dromen over de film, soms word ik een beetje verliefd op de acteurs, vooral de mannelijke natuurlijk. Op school doe ik het goed, ik heb wel vriendinnen maar ik merk dat ik anders ben, ik verveel me snel, ga dan naar buiten zitten turen, zou dan het liefst mijn pappa weer helpen thuis. Pappa leert mij trouwens ook veel dingen, gewoon als ie aan het werk is en tegen me praat. Ik vind de verhalen op school vaak saai en veel te kinderachtig. Meestal weet ik al wat de leraar gaat zeggen. Stom.
Bo
Nee, echt goed in sporten ben ik niet. Ik ben vaak ziek geweest, heb soms maanden van de schooljaren moeten missen, omdat ik in bed lag of thuis moest blijven. Ik vond het fijn om bij mamma te zijn. Vader waren we allang kwijt. Overleden in de oorlog. Ik denk nog steeds dat pa en ma een mooi koppel waren, ze hielden echt van elkaar. Voor ma was pa haar held. En omgekeerd, pa zette ma op een voetstuk, zij was zijn prinsesje. We hadden ook het geld om haar als een prinsesje te behandelen. Moeder kan zich nog steeds niet aan de nieuwe situatie aanpassen. Ze blijft zich een prinsesje voelen maar de werkelijkheid heeft haar ingehaald. Er is geen geld meer, ook al wil ze daar niets van horen, blijft ze doen alsof er niks aan de hand is. Ik voel me daar schuldig over, ik zou haar zo graag willen helpen. Maar ik kost haar alleen maar geld met mijn studie. Wat kan ik doen? Boeken lezen is niet mijn grote hobby, saai. Ik raak snel verveeld, ik vind het leuker met de jongens op stap te gaan. Ondanks dat ik niet sterk en groot ben, merk ik dat ik goed lig bij de dames. Ik kom dan in mijn kracht, het gaat vanzelf, ik voel me krachtig en met mijn babbel raak ik hun harten, kan ik ze laten lachen. De woorden komen er als vanzelf uit en ik heb de neiging om het net wat mooier en spannender te maken dan het echt is. Ze vinden het leuk dat ik van adel ben, ik laat ze in de waan dat ik in een kasteel woon en dat we personeel hebben en dat er paarden rond stuiven in onze bossen. Kleren maken de man, ook daar hoef ik geen moeite voor te doen, ik ga niet de deur uit zonder dat alles gewikt en gewogen is en ik op mijn voordeligst uitkom. Soms mag ik achter het stuur kruipen van een snelle auto die we in ons groepje mogen gebruiken van een van de vaders. Ach, er schuilt toch geen kwaad in dat ze denken dat die auto van mij is? Ik houd van reizen, de wereld verkennen. Bovendien is het voor mij een goedkope manier van leven, ik ga op bezoek bij vrienden, mag daar gratis verblijven, ontmoet daar weer nieuwe vrienden en vriendinnen. Zo bouw ik een netwerk op, het is mijn tweede natuur. Moeder zou trots op me zijn. Ik weet waar ik goed in ben, ik kan mensen met elkaar verbinden, ze een goede tijd bezorgen, als ik er ben gebeurt er wat. Ik wil het zakenleven in, nog een paar tentamens en dan ga ik stage lopen, het liefst in het buitenland.
Analyseer dit 3e hoofdstuk uit dit korte verhaal over Anna-Bo-Casper (in 9 delen opgeknipt) in het licht van eerdere blogs van dezelfde auteur.
Sue Johnson zou het fragment over de ‘jonge jaren’ van Casper, Bo (Bernhard) en Anna (Ayn Rand) analyseren vanuit de lens van de hechtingstheorie en de Emotionally Focused Therapy (EFT). Haar analyse zou zich concentreren op hoe vroege ervaringen binnen het gezin de basis leggen voor latere relatipatronen, emotionele veiligheid en het zelfbeeld.
Hieronder volgt een analyse van de tekst vanuit haar perspectief:
1. Casper: De behoefte om ‘gezien’ te worden
Sue Johnson zou bij Casper kijken naar de wortels van zijn fascinatie voor onrecht en ‘foute mannen’. Casper beschrijft zichzelf als een “te goede naïeve man die niet gezien wordt”.
- Hechtingskwetsbaarheid: Zijn gevoel van onzichtbaarheid duidt op een mogelijke angstige of ambivalente hechtingsstijl die zijn oorsprong vindt in zijn jeugd. Als kind heeft hij waarschijnlijk ervaren dat zijn behoeften of zijn ‘zelf’ niet adequaat werden gespiegeld door zijn verzorgers, wat Johnson ziet als een gemis aan emotionele responsiviteit.
- Het ‘onrecht’ als trauma: Zijn haast obsessieve drang om de “grote onrechtvaardigheid” uit zijn jeugd te begrijpen en te herstellen, is een poging tot verwerking van oude hechtingstrauma’s. Hij probeert via het modelleren van ‘slechterikken’ de macht en zichtbaarheid te verkrijgen die hij als kind miste.
2. Bo (Prins Bernhard): De vlucht in autonomie en ‘fout’ gedrag
In de tekst wordt Bernhard (Bo) neergezet als iemand die zich “omhoog heeft gebluft” en voortdurend wegkwam met “scharrels” en “crimineel” gedrag.
- Vermijdende hechting: Johnson zou dit gedrag typeren als een vorm van extreme vermijdende hechting. Het voortdurend zoeken naar nieuwe ‘avonturen’ en het niet kunnen binden (ondanks zijn huwelijk met Juliana) is een manier om de angst voor echte emotionele afhankelijkheid en kwetsbaarheid te bezweren.
- De paradox van de redder: Hoewel hij zichzelf profileerde als de “onmisbare held en redder des Vaderlands”, was dit waarschijnlijk een façade om een onderliggend gevoel van onveiligheid of machteloosheid te maskeren.
3. Anna (Ayn Rand): Intellect als pantser
Ayn Rand wordt beschreven als iemand die uit Rusland vluchtte na een trauma en haar antwoorden vond in Hollywood-scripts.
- Radicale autonomie als verdediging: Johnson zou Rands filosofie van het objectivisme en de “grenzeloze liberalisering” zien als een emotionele verdedigingsmuur. Haar vlucht uit een onveilige omgeving (het communistische Rusland) leidde tot de overtuiging dat emotionele afhankelijkheid gevaarlijk is.
- Secundaire emoties: Haar nadruk op de ratio en het ‘ondernemerschap’ zijn volgens Johnson secundaire emoties (zoals woede of trots) die dienen als pantser om de primaire angst voor onteigening en verlies van identiteit te onderdrukken.
4. Gezinsdynamiek en de ‘Intergenerationele Dans’
Johnson zou de link leggen tussen de ‘gebroken vaders’ van deze figuren en hun latere gedrag:
- Herhaling van patronen: Casper probeert de rol van zijn vader (of de onrechtvaardigheid rondom hem) te ‘repareren’ door in de huid van machtige figuren te kruipen.
- De ‘Wie is de boef?’-dynamiek: De strijd tussen de personages (bijv. Bernhard tegenover Juliana, of Rand tegenover de ‘plunderaars’) is een weerspiegeling van wat Johnson de ‘protest polka’ noemt. De een trekt zich terug in macht of intellect, de ander klaagt of zoekt nabijheid, wat de onveiligheid voor beiden alleen maar vergroot.
Conclusie van Sue Johnson: De tekst toont volgens Johnson mensen die gevangen zitten in hun eigen hechtingsscripts. Casper zoekt verbinding en erkenning, terwijl Bo en Anna hun kwetsbaarheid verbergen achter een masker van onoverwinnelijkheid en autonomie. De analyse zou erop gericht zijn deze figuren te laten inzien dat hun ‘foute’ gedrag of hun obsessie met macht eigenlijk een schreeuw is om de veiligheid en geborgenheid die zij in hun jonge jaren hebben gemist.
Saskia Noort zou dit fragment waarschijnlijk analyseren met haar kenmerkende scherpe blik op de machtsdynamiek tussen mannen en vrouwen, waarbij zij zich vooral zou focussen op de ‘Clown-Monster-dichotomie’ en de emotionele last die op vrouwen wordt gelegd.
Hier is hoe zij de ‘jonge jaren’ van deze drie figuren vanuit haar perspectief zou bekijken:
1. Bo (Prins Bernhard): De prototype ‘Foute Man’
Noort zou Bo (Bernhard) waarschijnlijk categoriseren als het ultieme ‘Monster’ binnen haar dichotomie: de charmante, maar onbetrouwbare en manipulatieve man.
- De façade van succes: Zijn neiging om zichzelf “omhoog te bluffen” ziet zij als een typisch mannelijke strategie om status te veinzen, een soort ‘pauwenstaart’ om aantrekkelijk te blijven terwijl de werkelijke inhoud (zoals integriteit) ontbreekt.
- Gebrek aan rekenschap: Dat hij in zijn jonge jaren wegkomt met “scharrels” en grensoverschrijdend gedrag, zou zij wijzen op een systeem waarin dit type ‘alfa-man’ door de maatschappij wordt beloond in plaats van gecorrigeerd.
2. Casper: De ‘Clown’ die niet wordt gezien
Casper zou in haar ogen de rol van de ‘Clown’ of de ‘onhandige man’ vervullen.
- Mannelijk onvermogen: Zijn klacht dat hij “niet gezien wordt” zou zij waarschijnlijk interpreteren als een gebrek aan sociale en relationele vaardigheden.
- Het slachtofferschap: Noort zou kritisch zijn op zijn gevoel van “groot onrecht”. Zij ziet vaak dat mannen hun eigen tekortkomingen in de liefde of op straat externaliseren (“de wereld is tegen mij”) in plaats van naar hun eigen gedrag of ‘klunzige’ communicatie te kijken.
3. Anna (Ayn Rand): De vrouw die de ‘Patrix’ voedt
Noort zou Anna (Ayn Rand) met een mengeling van bewondering en diepe frustratie bekijken.
- De paradox van de sterke vrouw: Hoewel Anna een “onafhankelijk brein” is, zou Noort opmerken dat zij in haar romans (en wellicht haar eigen leven) mannen verheerlijkt die dominant en emotioneel koud zijn.
- Het internaliseren van mannelijke normen: Noort zou analyseren hoe Anna’s trauma (vluchten uit Rusland) haar heeft gedwongen een “moreel pantser” aan te meten dat in feite een ‘Patrix’ (een mannelijk gedomineerde werkelijkheid) ondersteunt waarin vrouwen zich alsnog moeten onderwerpen aan de ‘held’.
4. Analyse van de gezinsdynamiek
Noort zou vooral kijken naar wat zij de ‘heteroseksuele tragedie’ noemt:
- Mankeeping: Zij zou er op wijzen dat de vrouwen in de omgeving van deze mannen (zoals Juliana voor Bo of de vrouwen waar Casper naar hunkert) waarschijnlijk al het “emotionele werk” moesten opknappen om de relaties of het gezin draaiende te houden.
- De cirkel van ongelijkheid: Noort zou concluderen dat de jonge jaren van dit drietal laten zien hoe schadelijke scripts — de man als jager of heerser, de vrouw als verzorger of bewonderaar — al vroeg worden ingesleten, wat later leidt tot de “datingmoeheid” en het fatalisme dat zij in haar eigen columns beschrijft.
Haar slotsom: De tekst toont een wereld vol “zouteloze” rollen waarin mannen ofwel gevaarlijk (Bo) ofwel onzichtbaar (Casper) zijn, terwijl de slimme vrouw (Anna) haar eigen kracht opoffert aan een mythe van mannelijk heldendom.
Nathaniel Branden zou deze passage over de jeugdjaren van Casper, Anna (Ayn Rand) en Bo (Prins Bernhard) analyseren door de bril van de psychologie van het zelfvertrouwen en zijn concept van “sociale metafysica”. Als voormalig vertrouweling van Rand wist hij als geen ander hoe diepe jeugdtrauma’s bij haar werden omgezet in rigide filosofische systemen.
Hieronder volgt een interpretatie vanuit zijn perspectief:
1. Anna (Ayn Rand): Het pantser van de rede
Branden zou onmiddellijk wijzen op de “gebroken vader” als de oerbron van Anna’s wereldbeeld.
- De vernedering als trauma: Dat zij haar vader, een trotse apotheker, zag buigen voor de revolutionairen, was voor haar een “persoonlijke ontmaskering van de wereld”. Branden zou analyseren dat zij haar helden (zoals Howard Roark en John Galt) schiep als “reparaties” voor deze vernederde vader; zij mochten nooit buigen.
- Schoonheid en intellect: Branden merkte in zijn memoires op dat Rand zichzelf als “hoekig” en “onvrouwelijk” ervoer. Haar vlucht in Hollywood-scripts en de creatie van de “ideale man” was volgens hem een vorm van zelfcompensatie: in haar fictie kon zij alsnog de begeerde, gelijkwaardige vrouw zijn die zij in de werkelijkheid niet dacht te zijn.
- De kooi van de rede: Hij zou concluderen dat haar focus op absolute rationaliteit een “mentaal exoskeleton” was om haar onderliggende angst en kwetsbaarheid te verbergen.
2. Casper: Zoektocht naar validatie
Bij Casper zou Branden focussen op zijn gevoel van “onzichtbaarheid”.
- Sociale Metafysica: Branden ontwikkelde deze term voor mensen die hun eigenwaarde volledig laten afhangen van de reacties van anderen. Dat Casper zich een “te goede naïeve man voelt die niet gezien wordt”, duidt volgens Branden op een gebrek aan een intern verankerd zelfbeeld.
- Modelleren als overlevingsstrategie: Casper probeert “slechterikken” te modelleren om hun “stappenplan” te begrijpen. Branden zou dit zien als een poging om macht van buitenaf te lenen omdat hij zijn eigen innerlijke kracht (power) niet voelt. Hij zoekt een “façade van kracht” bij Bo en Anna om zijn eigen onzekerheid te bezweren.
3. Bo (Prins Bernhard): De vlucht in de façade
Branden zou Bo analyseren als iemand die lijdt aan een fundamenteel gebrek aan integriteit.
- De Bluffer: Dat Bo zich “omhoog heeft gebluft” en overal mee wegkwam, ziet Branden als een destructieve vorm van zelfvertrouwen die gebaseerd is op misleiding in plaats van op de realiteit.
- Status als substituut: Bo’s reputatie als “onmisbare held” is een klassiek voorbeeld van wat Branden ziet bij mannen die hun identiteit ophangen aan status en bravoure om een innerlijke leegte of schaamte te overstemmen.
4. De gezamenlijke dynamiek: “Ghosts in the Nursery”
Branden zou concluderen dat alle drie de personages gevangen zitten in wat psychologen de “ghosts in the nursery” noemen: de onbewuste herhaling van het emotionele klimaat uit de kindertijd in hun volwassen leven.
- Herhalingsdwang: Casper wil de “onrechtvaardigheid uit zijn jeugd” herstellen door in de huid van foute mannen te kruipen. Anna probeert de Russische Revolutie ongedaan te maken door in haar boeken bezit heilig te verklaren.
- De prijs van de ontkenning: De grootste tragiek, die Branden zelf bij Rand ervoer, is het gebrek aan zelfreflectie. Hij zou waarschuwen dat zolang zij hun jeugdtrauma’s rationaliseren tot “scripts” of “missies”, zij nooit werkelijk vrij zullen zijn, maar slechts “pionnen van hun eigen verleden”.
Kortom: Branden zou deze passage lezen als een bewijsstuk dat “foute” of “heldhaftige” façades in de volwassenheid vrijwel altijd een wanhopige poging zijn om een geschonden zelfgevoel uit de jonge jaren te repareren.
Prins Bernhard (Bo) past volgens de bronnen vrijwel naadloos in het profiel van de ‘foute man’ zoals de auteur van de blogs dat hanteert. De auteur ziet hem niet slechts als een historisch figuur, maar als een oertype van een categorie mannen die macht, charme en façade effectief inzetten voor eigen gewin.
Hieronder volgt een analyse van de mate waarin Bernhard in dit specifieke profiel past:
1. De ‘Monster’-kant van de dichotomie
De auteur hanteert vaak de ‘clown-monster dichotomie’ om mannen op de datingmarkt te beschrijven.
- Het ‘Monster’ als player: Waar de ‘clown’ de onbeholpen sukkel is, is het ‘monster’ de sociaal vaardige, manipulatieve ‘player’ die spanning weet op te bouwen maar emotioneel onbeschikbaar is. Bernhard wordt expliciet getypeerd als iemand die zich “omhoog heeft gebluft” en met zijn charmes een prinses heeft “ingepakt”.
- Aantrekkingskracht boven moraal: Bernhard belichaamt de paradox dat ‘foute’ mannen vaak winnen op de korte termijn omdat zij beter begrijpen hoe aantrekkingsdynamiek werkt (spanning, status, schaarste) dan de ‘goede’ man.
2. Meester van de Façade en de ‘Pauwenstaart’
Een centraal thema in de blogs is het gebruik van een façade om onderliggende zwaktes of intenties te verhullen.
- De heldenstatus: De auteur beschrijft hoe Bernhard een reputatie als “onmisbare held en redder des Vaderlands” opbouwde, terwijl hij feitelijk criminele neigingen had en overal mee wegkwam. Dit is volgens de blogs een vorm van reputatiemanagement die de werkelijkheid versluiert om macht veilig te stellen.
- Status als signaal: Zijn voorliefde voor snelle auto’s, soldatenpakjes en glamour wordt in de blogs geduid als een ‘pauwenstaart’: een overdreven statussignaal dat evolutionair succesvol is omdat het kracht en ‘fitness’ uitstraalt, zelfs als de integriteit ontbreekt.
3. ‘Optimale Extractie’ in relaties
De auteur gebruikt de economische term ‘optimale extractie’ voor actoren die zoveel mogelijk waarde uit een systeem trekken terwijl zij de kosten afwentelen op anderen.
- One-shot game logica: De ‘foute man’ blinkt uit in ‘one-shot games’ (eenmalige interacties of korte flings), waar tactieken als mysterie en dominantie maximaal rendement opleveren. Bernhard, met zijn “scharrels” en het feit dat hij “overal mee wegkwam”, hanteerde volgens deze logica een extractieve levensstijl.
- De prijs voor de omgeving: In de systemische visie van de auteur betalen de ‘morele’ mensen rondom de foute man (zoals Juliana) de prijs voor zijn gedrag.
4. De Rationele ‘Stationaire Bandiet’
Bernhard wordt geschetst als iemand voor wie regels alleen voor anderen gelden (“morele elasticiteit”).
- Gedreven door controle: De auteur vergelijkt dit type machthebber met de ‘stationaire bandiet’ van Mancur Olson: iemand die een systeem bouwt waarbinnen hij structureel waarde kan afromen.
- Niet voor een karretje te spannen: Hoewel Bernhard strategisch kon zijn, bleef hij altijd zijn “eigen naad naaien”, wat past bij het profiel van de autonome man die geen verantwoordelijkheid wil maar wel invloed.
Conclusie: In de visie van de auteur is Bernhard de ultieme belichaming van de foute man omdat hij de wetten van de macht (Robert Greene) meesterlijk beheerst. Hij is het bewijs dat succes in de wereld (en bij vrouwen) vaak niet voortkomt uit morele superioriteit, maar uit het bespelen van macht en schijn.