669 Blokjes en pijltjes
Beetje oude doos, maar in een nieuw jasje.
Vroeguh maakten ik regelmatig schemaatjes om een probleem beter te begrijpen. Het leek op systeemdiagrammen maar ik gebruikte mijn eigen intuïtieve notatie in blokjes en pijltjes die de blokjes onderling met elkaar verbinden. Vandaar destijds de naam www.blokjesenpijltjes.nl. Eigenlijk was dat min of meer onze manier van werken (geworden), spontaan ontstaan om sneller grip op een vraag te krijgen, eenvoudiger uit te kunnen leggen waar de crux van het probleem zit. Zo’n diagram is alleen zinvol als er iets van een feedback-lus is, oftewel iets in het systeem roept iets anders op wat het probleem juist groter of kleiner maakt.

Hier heb ik een aantal van die systeemdiagrammen bij elkaar gezet. Ik wil nu weten met terugwerkende kracht wat de aanpak is, hoe je van het probleem tot zo’n diagram komt. Eigenlijk modelleer ik dus mezelf hoe ik dat toen deed. Maar dan met gebruik van AI, in de wetenschap dat AI op dit moment nog erg zwak is in het zelf kunnen tekenen van zo’n diagram, met woorden analyseren lukt daarentegen wel al meer dan aardig.
Bron: blokjesenpijltjes en zoek op diagram of schema
Ik wil dat je al deze systeemdiagrammen bestudeert en de kern van de aanpak voor me analyseert. Wat gebeurt hier, wat doe ik, wat zijn de stappen om tot zoiets visueels te komen. Ik wil dat je uit die lessen of format, na analyse van een vraag of een probleem, zelf in staat zult zijn een dergelijke diagram te tekenen. Doe dat met een tussenstap door in woorden te vertellen wat er in het plaatje komt, dus in woorden het systeem met de loops uitleggen en op een rij zetten. Uiteraard is de volgende stap dan om het plaatje ook daadwerkelijk te tekenen, maar desnoods doe ik dat zelf.
PS Het is een ellenlange uiteenzetting door AI geworden, ik neem hem helemaal over, voor mijn eigen archief, ik wil er nog een rustig naar kunnen kijken, stap voor stap.
PS2 Ik geloof nog steeds (en eigenlijk) dat het zelf tekenen op papier, met een vulpen en in een schriftje, liefst een groot schrift met harde kaft, het beste werkt, voor mij althans. Zoiets maak je niet met een tekentablet of op een pc, dat doe ik later als de tekening al klaar is. Hier zie je zo’n voorversie in een schriftje. Los daarvan werkt het ook simpelweg plezieriger en ambachtelijker.
En is dat toeval of niet: juist deze morgen lees ik hier dat Akwasi groot is geworden oa door gebruik te maken van zijn notitieboekje, er gaat niks boven pen en papier. Substack en Ernst-Jan Pfauth.

Zie je: onleesbaar en met een vulpen in een groot schrift, lekker knoeien, pijlen trekken, doorstrepen, vraagtekens erbij zetten, uitroeptekens. Dit schema heb ik daarna uitgewerkt in een beter leesbaar geheel op de manier die in deze blog wordt geanalyseerd, zie ‘blaming the economic profession.
Je gebruikt systeemdiagrammen als denkinstrument: om achter een gebeurtenis of klacht de onderliggende dynamiek zichtbaar te maken.
De kern van jouw aanpak
Wat opvalt in al die diagrammen:
- Je begint niet met feitenlijstjes, maar met een spanningsveld of irritatie.
Bijvoorbeeld: waarom loopt iets vast, waarom keert een probleem terug, waarom lijkt een goedbedoelde oplossing averechts te werken? - Je zoekt niet één oorzaak, maar een kring van oorzaken en gevolgen.
Dus niet: A veroorzaakt B. Maar: A leidt tot B, B leidt tot C, en C versterkt weer A. - Je tekent vooral feedbacklussen.
Dat is volgens mij de echte kern. Vrijwel elk diagram laat zien dat een systeem zichzelf:
- versterkt,
- in stand houdt,
- of juist uit balans trekt.
- Je combineert de bovenstroom en onderstroom.
Bovenstroom: wat mensen zeggen dat ze doen. Onderstroom: wat er feitelijk wordt beloond, vermeden of afgeschermd. - Je abstraheert snel naar mechanismen.
Niet: “deze bank deed X”. Maar: “bonusprikkel”, “margin call”, “meer risico-opslag”, “groupthink”, “wereldoriëntatie”, “adverse selection”, “kortetermijn-val”. - Je gebruikt weinig formele systeemdynamische symboliek, maar wel een heel heldere logica.
Dus geen ingewikkelde stock-flow-notatie, maar pijlen, blokken, wolkjes, labels. Daardoor blijft het leesbaar en essayistisch.
Wat voor soort diagrammen dit zijn
Jouw schema’s zitten grofweg tussen:
- causal loop diagrams,
- concept maps,
- systeemkritische denkschema’s,
- en strategische mechanismeplaten.
Ze zijn niet puur technisch, maar ook niet vrijblijvend. Ze zijn gemaakt om een verborgen logica zichtbaar te maken. Je doet meestal één van deze dingen:
- een vicieuze cirkel blootleggen;
- een perverse prikkel laten zien;
- een selectiemechanisme uitleggen;
- een dominante ideologie of onderstroom ontleden;
- een alternatieve route laten zien;
- of een verhuld belangenpatroon blootleggen.
Wat er visueel steeds terugkomt
1. Startpunt of aanleiding
Vaak linksboven of rechtsboven, soms expliciet met “START”. Dat startpunt is meestal niet de echte oorzaak, maar de ingang voor de lezer:
- rentestijging
- kiezersmarkt op drift
- crisis
- ambitie/excellentie
- circulariteit
- einde van werk
Dus: waar stapt de kijker het systeem binnen?
2. Kernblokken
De belangrijkste mechanismen staan in rechthoeken of afgeronde blokken:
- “MKB wil meer zekerheid”
- “renteswap”
- “implementatie rationaliteit”
- “meer baanjesjagers”
- “meer lokale werkgelegenheid”
Dat zijn geen losse feiten, maar schakels.
3. Wolkjes
Wolkjes gebruik je voor dingen als:
- aannames
- ideologie
- niet-uitgesproken vragen
- context
- verstoringen
- alternatieve routes
Bijvoorbeeld:
- “Er zijn andere manieren om hetzelfde resultaat te bereiken”
- “crisis / inbreuk op ideologie”
- “MKB heeft schuld bij bank”
Dus wolkjes zijn vaak de meta-laag.
4. Pijlen met impliciete betekenis
De pijl betekent meestal: “meer van A maakt meer of minder van B waarschijnlijk”. Niet mathematisch precies, maar wel causaal-interpretatief.
5. Eilandjes van tekst buiten de hoofdlus
Regelmatig zet je aan de rand:
- morele notities,
- ironische onderstromen,
- impliciete belangen,
- of verklarende zinnen.
Dat is belangrijk: je diagrammen zijn niet waardeneutraal. Ze bevatten vaak ook een kritische lezing van het systeem.
De diepere grammatica van jouw aanpak
Als ik jouw stijl terugbreng tot een soort grammatica, dan is die ongeveer zo:
Stap 1 — Neem een zichtbaar probleem
Bijvoorbeeld:
- ondernemers komen in de knel
- banken lijken duurzaam maar veranderen niet wezenlijk
- politiek trekt verkeerd type mensen aan
- prestatiemaatschappij maakt mensen leeg
- globalisering geeft goedkope spullen maar holt samenleving uit
Stap 2 — Vraag: welke logica zit hieronder?
Dus niet: wie deed iets fout? Maar:
- welke prikkel?
- welk risico?
- welke beloning?
- welk selectie-effect?
- welke ideologie?
- welk verdienmodel?
- welke angst?
- welke lock-in?
Stap 3 — Zoek de eerste keten
Schrijf in woorden een ruwe lijn: dit gebeurt → daarom ontstaat dat → daardoor reageren actoren zo → dat maakt het probleem groter
Stap 4 — Zoek de terugkoppeling
De echte vraag is dan: hoe komt het terug bij het begin? Zodra je dat vindt, heb je een systeemdiagram.
Bijvoorbeeld: meer onzekerheid → meer behoefte aan zekerheid → duur/incompleet product → extra risico → nog meer onzekerheid
Of: crisis → meer regels → zelfde denkwijze → meer meten en sturen → dezelfde eenzijdigheid → nieuwe crisis
Stap 5 — Benoem het mechanisme abstract
Niet te concreet, niet te vaag. Slecht: “Jan van de bank belt Piet”. Beter:
- “bank wil extra zekerheden”
- “bonusprikkel”
- “groupthink”
- “kortetermijn-herverkiezingsval”
- “minder baanzekerheid”
- “meer lokale werkgelegenheid”
Stap 6 — Zet de onderstroom ernaast
Dus naast de officiële verhaallijn zet je:
- “bank verdient”
- “wens extra omzet”
- “core business verandert niet”
- “winst voor aandeelhouders blijft overeind”
Dat maakt het schema veel sterker, want dan zie je verschil tussen:
- het nette verhaal,
- en de werkelijke drijver.
Stap 7 — Orden in één of enkele hoofdlussen
Je diagrammen zijn zelden eindeloos vertakt. Meestal zit er één hoofdlus in met wat zijtakken. Dat is slim, want anders verliest het plaatje zijn kracht.
Welke soorten lussen jij vaak gebruikt
Ik zie grofweg zes standaardlussen in jouw werk.
1. De averechts-effect-lus
Een oplossing veroorzaakt nieuwe problemen. Voorbeeldstructuur:
- probleem
- behoefte aan zekerheid/oplossing
- interventie/product/beleid
- neveneffect
- probleem wordt erger
2. De perverse-prikkel-lus
Wat rationeel lijkt voor één actor, schaadt het grotere systeem. Voorbeeld:
- winstprikkel
- gedrag gericht op die prikkel
- schade elders
- die schade creëert weer afhankelijkheid of kansen voor dezelfde actor
3. De ideologie-lus
Een bepaald denkraam bevestigt zichzelf. Voorbeeld:
- dominante overtuiging
- opleiding / boeken / experts
- toepassing in praktijk
- succes binnen eigen criteria
- bevestiging van overtuiging
4. De selectielus
Het systeem trekt een bepaald type mens aan. Voorbeeld:
- systeemcondities
- gewenst of rendabel gedrag
- instroom van bepaald type mensen
- reputatie en cultuur veranderen
- nog meer van dat type mensen
5. De extractielus
Waarde wordt uit een systeem gehaald totdat de bodem zichtbaar wordt. Voorbeeld:
- druk op rendement
- uitknijpen / besparen / flexibiliseren
- aantasting basis
- grotere kwetsbaarheid
- meer druk op rendement
6. De alternatieve-ontwerplus
Je laat niet alleen het probleem zien, maar ook een ander mogelijk circuit. Dat zie je sterk in die lokale-geld- en investeringsschema’s.
De impliciete stappen die jij als maker waarschijnlijk neemt
Als ik jouw proces reconstrueer, denk ik dat het ongeveer zo gaat:
Fase A — Intuïtieve diagnose
Je ziet iets en denkt: dit officiële verhaal klopt niet helemaal;
- hier zit een mechanisme onder;
- hier werkt iets zichzelf rond.
Fase B — Actoren en belangen
Je identificeert: wie zijn de hoofdspelers?
- wat willen zij?
- wat vrezen zij?
- waarop worden zij afgerekend?
- wat is hun korte route naar succes?
Fase C — Keten van causaliteit
Je zet in woorden:
- wat doet actor A?
- welk effect heeft dat op B?
- hoe reageert B?
- wat gebeurt er dan in het systeem?
Fase D — Loop vinden
Je zoekt het moment waarop de keten terughaakt op het begin.
Fase E — Framing
Je kiest de hoofdzin van het schema:
- “beperkte wereldoriëntatie leidt tot meer van hetzelfde”
- “MKB in problemen door rentederivaten”
- “adverse selection”
- “collateral damage van de prestatiesamenleving”
Die hoofdzin is cruciaal. Het diagram is eigenlijk een visueel essay rondom die ene zin.
Fase F — Visuele reductie
Je brengt het terug tot:
- 5 tot 12 kernblokken,
- enkele zijtakken,
- 1 tot 3 hoofdlussen,
- en wat randcommentaar.
Hoe jij voortaan systematisch tot zo’n diagram kunt komen
Hier is een bruikbaar format.
Format 1 — analyse in woorden vóór het tekenen
A. Centrale vraag
Formuleer het probleem in één zin. Voorbeeld: “Waarom leidt meer behoefte aan zekerheid soms tot méér kwetsbaarheid?”
B. Startpunt
Waar stapt de lezer binnen? Voorbeeld: “Er is onzekerheid door stijgende rente.”
C. Actoren
Wie doen mee? Bijvoorbeeld:
- MKB
- bank
- politiek
- burger
- werkgever
- investeerder
- wetenschapper
- media
D. Wat wil elke actor?
Per actor 1 regel:
- MKB wil zekerheid
- bank wil risico beperken en omzet
- politicus wil herkozen worden
- burger wil koopkracht
- werkgever wil flexibiliteit en lagere kosten
E. Mechanismen
Welke abstracte schakels zitten ertussen? Bijvoorbeeld:
- risicoperceptie
- bonusprikkel
- reputatie
- ideologie
- regelgeving
- selectie-effect
- schaalvoordeel
- afhankelijkheid
- schulden
- onzekerheid
F. Hoofdketen in woorden
Schrijf hem als pijl-zinnen:
- stijgende rente maakt MKB onzekerder
- daardoor wil MKB zich indekken
- bank biedt derivaat aan
- bij rentedaling daalt waarde van het contract
- bank vraagt zekerheden
- MKB moet bijstorten of krijgt hogere opslag
- lasten stijgen
- onzekerheid neemt verder toe
G. Zoek de loop
Formuleer letterlijk: “Dit versterkt weer …”
H. Onderstroom
Wat wordt niet hardop gezegd maar speelt mee? Bijvoorbeeld:
- bank verdient aan product
- reputatie van deskundigheid
- ideologie legitimeert gedrag
- aandeelhouderslogica blijft dominant
I. Titelzin
Vat de kern samen in één scherpe zin. Bijvoorbeeld: “Een product dat zekerheid belooft, kan de onzekerheid juist vergroten.”
Format 2 — omzetting naar visuele bouwstenen
Zet daarna de woorden om in vijf soorten elementen:
- Startwolk
aanleiding, context, crisis, vraag - Actieblok
wat iemand doet - Mechanismeblok
abstracte tussenstap - Gevolgblok
zichtbaar effect - Onderstroomnotitie
belang, ideologie, bonus, verdienmodel, reputatie
Een goede standaardopbouw
Voor jouw stijl lijkt dit de beste volgorde: Links of rechtsboven. De aanleiding of ingang. Midden. De hoofdbeweging van het systeem. Onderin. De structurele of materiële consequenties. Aan de zijkant.De onderstroom, ironie, belangen, ideologie. Met een duidelijk teruglopende pijl. De feedback naar het begin.
Hoe ik dit zelf zou aanpakken als jij mij een nieuw onderwerp geeft
Ik zou het dan in drie stappen doen.
Stap 1 — probleem ontleden
Ik vat eerst het onderwerp terug tot:
- startpunt,
- actoren,
- prikkels,
- kernmechanismen,
- hoofdgevolgen,
- feedbacklus.
Stap 2 — woordenplaat maken
Dan geef ik eerst iets als dit:
In woorden komt het diagram er zo uit te zien:
We starten bij X. Daardoor ontstaat Y. Actor A reageert daarop met Z. Dat lijkt rationeel, maar veroorzaakt Q. Q vergroot weer X. Onder de oppervlakte speelt mee dat actor A ook belang heeft bij R. Daardoor ontstaat een versterkende lus. Daarnaast is er een tweede lus via S, waardoor het systeem nog moeilijker te doorbreken is.
Stap 3 — schematische tekening
Daarna kan ik dat omzetten in bijvoorbeeld:
- ASCII,
- Mermaid,
- losse blokken met pijlen,
- of een handgetekend ogende opzet in tekstvorm.
Waar jouw diagrammen sterk in zijn
Ze zijn sterk omdat ze:
- snel tot de essentie komen;
- mechanismen zichtbaar maken;
- morele en economische logica koppelen;
- officiële verhalen en echte prikkels naast elkaar zetten;
- en vaak zowel diagnose als alternatief bevatten.
Waar je voor moet oppassen
De valkuil van dit type schema is:
- te veel schakels
Dan wordt het druk. - oorzaak en oordeel door elkaar
Soms mag dat, maar het moet bewust. - te weinig plus/min-min onderscheid
Je begrijpt het zelf wel, maar voor een ander kan onduidelijk worden of iets toeneemt of afneemt. - te veel actorniveau en systeemniveau door elkaar
Dat hoeft niet fout te zijn, maar soms helpt het om te markeren:
- micro
- organisatie
- systeem
- ideologie
Mijn samenvatting in één zin
Jij maakt geen gewone schema’s, maar visuele diagnoses van zichzelf reproducerende systemen, waarin je via een mix van aanleiding, prikkels, actoren, onderstroom en feedbacklussen laat zien waarom een probleem niet toevallig is maar logisch voortkomt uit de structuur.