606 De deegrol en de discontovoet

Kijk nou eens wat prachtig! Worstenbroodjes van eigen makelij. En nog vegetarisch ook. Op een beetje ei-geel na zelfs veganistisch, en ook dat ei-geel kan achterwege blijven als het moet.

Vooraan beginnen. Afgelopen zondag naar een workshop ‘worstenbroodjes maken’ geweest. Die met succes doorlopen. Genoeg opgestoken om het thuis op eigen wijze te doen. Niet naar een recept kijken, gewoon uit je hoofd, met wat je in huis hebt. Niet met varkensvlees maar iets vega’s. Oja, en gist heb ik ook niet in huis en oja2 water heb ik niet koud staan.

Zelf het omhulsel maken. Bloem, wat boter of margarine of olie, scheut water en/of melk, wat zout. Gist had ik dus niet in huis. Een mooie bol van kneden. Die in partjes verdelen, op gevoel, je kunt altijd nog een stukske er vanaf trekken of aan elkaar erbij plakken. Zo’n stukje uitrollen met een lege fles, niet te veel kracht zetten, lekker dun houden, qua vorm zie foto’s. Met gist wordt het wat luchtiger, maar tot mijn verbazing pakte dit ook goed uit.

Zo ziet het prototype er uit met simpele bloem en lauw water omhulsel variant. De achterste is al gerold en klaar voor de oven. De voorste ligt er voor demonstratie-doeleinden, het vegetarische prutje leg je in een ‘worst-vorm’ op het deegvormpje, houdt rondom ruimte vrij voor het dichtvouwen.

Dan het vega-prutje. Anything goes hier. Ik kook vooraf bijvoorbeeld wortel, ui, pompoen, zoete aardappel tot het zacht is. Afgieten en fijn stampen. Hier meng je doorheen: havermout, een notenmengsel (cashew, amandel etc, met keukenmachine fijn hakken), en kruiden naar behoefte (knoflook, peper, sambal, nootmuskaat, gember ….). Voeg toe tot het zo aanvoelt als gehakt, dat je er een bal van kunt kneden. Nu leg je dat op je deeg-plakje en vouwt het geheel dicht, beetje knijpen, nog wat rollen zodat het mooi rond en dicht wordt. Smeer het zichtbare deel in met eigeel/kwast. Het geheel gaat zo ongeveer 15 minuten de oven in op 200 graden en halverwege keertje draaien.

En dan komen deze glanzende jongens eruit. Dit is dus het bewijs dat het kán, zonder diploma’s of exacte stappenvolgorde. Eerste keer dat ik dit zo doe, ik vond het prima smaken, en enkele proefpersonen deelden mijn mening.

Waarom vertel ik dit verhaal? Dit is tenslotte geen receptenkunsten-site, daar stikt het al van, voegt niks toe. Nou, dit smaakt naar meer, het is lekker ambachtelijk en vervult je met trots. Toen ik deze foto’s wat groepen in knalde … kwam het idee hier een verdienmodel van te maken. Ik ben niet gek, dat gaat hem dus niet worden, maar toch werd er een zaadje geplant. Hoe zou mijn leven lopen (of zijn gelopen) als ik de flauwekul van rapporten schrijven en achter pc’s zitten, zou inruilen voor deze ambachtelijke hobby? Ik zou een roman kunnen schrijven over de transformatie die dit zou brengen in mijn leven. Hoe zou dat boek eruit zien? Een logisch vervolg (toeval bestaat niet) op de vorige blogs over Maris en Houellebecq, iemand die tot het inzicht komt dat het echte leven bestaat uit iets moois maken met je handen. Zoals mijn vader altijd al deed.

Verstrooide zelfingenomen door ai begeesterde econoom ziet eindelijk het licht en loopt binnen met hip verdienmodel van het worstenbroodjesbakken. Nadat hij eerder door eveneens zelfingenomen vrienden op het verkeerde been was gezet door bitcoin-manie en Frankrijk-blindheid. Lange tijd was hij al kritisch op het vak economie waardoor hij in een illusoire bubbel terecht kwam. Zijn hele leven was een zoektocht naar zingeving en betekenisvoller zijn. Toen hij het boek van Bernard Maris las en het werk van Houellebecq ging lezen kwam hij langzaam tot een nieuw inzicht. Toch kostte het toen nog 10 jaar voor het zover kwam. Zijn vader, de belangrijkste reden waarom hij economie is gaan studeren, zou trots op hem zijn, ook de worstenbroodjes waren bij hem ‘king’ als het om zijn favoriete eten ging. Hoe simpel kan het leven zijn. Nu speelt de voormalig econoom zelfs met het plan een roman te gaan schrijven over de lange weg die hij is gelopen.


De econoom die worstenbroodjes leerde bakken

Er zijn van die mensen die jarenlang rondlopen met het gevoel dat de kaart niet klopt. Dat de wereld die ze beschrijven — in grafieken, modellen en marginalistische krommen — te netjes is voor wat er werkelijk gebeurt. Onze man was zo iemand. Econoom van opleiding, consultant van beroep, scepticus van nature. Maar sceptici hebben het nadeel dat ze soms ook fout zitten op het juiste moment — en dat hij was hier ook het geval.

Bitcoin leek een tijd lang de ontmaskering van alles waar hij kritiek op had: het geldmonopolie van banken, de fabricage van schuld, de asymmetrie tussen spaarder en speculant. Zijn vrienden — slim, zelfverzekerd, net als hij opgegroeid met te veel economisch zelfvertrouwen — zagen er het bewijs in van een systeem dat zijn eigen einde naderde. Hij geloofde het mee. Het was een vergissing, maar geen onbegrijpelijke: hij had de juiste diagnose (het geldstelsel deugt niet) maar omhelsde de verkeerde remedie (een deflatoire speculatiebubbel vermomd als valuta).

Frankrijk was een tweede blindheid. Niet het land zelf — dat was en bleef fascinerend — maar de neiging om er een soort alternatief in te zien. Een plek waar anders gedacht wordt over economie, over de staat, over de verhouding tussen markt en publiek domein. Dat klopt deels. Maar hij liet zich meeslepen door vrienden met een romantisch beeld van Parijs als intellectuele uitweg, terwijl de echte uitweg dichter bij huis lag: in de vraag wat werk eigenlijk is, en voor wie.

De eigenlijke doorbraak begon met een boek. Bernard Maris — in 2015 vermoord bij de aanslag op Charlie Hebdo, een naam die weinigen kennen maar die zijn analyse van Houellebecq als scherpste econoom van zijn generatie omschrijft — schreef dat de economie geen wetenschap is maar een sekte. Dat de homo economicus een fictie is die wordt gebruikt om de mens van zijn emoties te ontdoen. Dat liefde en dood de enige categorieën zijn die er echt toe doen, en dat de econoom juist die twee zorgvuldig buiten het model houdt.

Maris gebruikte Houellebecq als zijn analytisch instrument. Niet de auteur die sommigen zien als een provocateur van het nihilisme, maar de schrijver die keer op keer laat zien hoe markten mensen kapotmaken — niet omdat mensen slecht zijn, maar omdat systemen ze aanmoedigen het slechtste in zichzelf te zijn. Creatieve vernietiging (Schumpeter) als psychologisch schrikbewind. Consumptie als kinderlijk verdringen van de dood. Nutteloze beroepen — communicatiespecialisten, reclamemakers, zelfverklaarde goeroe’s — als parasitaire laag bovenop de ambachtsman die gewoon iets maakt.

Die ambachtsman. Dáár zat de sleutel, al duurde het nog een jaar of tien voor hij erin paste.

Zijn vader was zo iemand. Geen econoom, geen consultant, geen man van modellen. Wel iemand die wist hoe dingen gemaakt werden, die de waarde van een product kende zonder er een formule op los te laten. En die worstenbroodjes — die kleine, lompe, boterrijke dingen — waren bij hem king. Niet als symbool. Gewoon als worstenbroodjes. Het simpelste en eerlijkste voedsel dat er bestaat: deeg, vlees, warmte. Meer niet.

Dat is precies wat de economie al die jaren niet kon vatten: de waarde van het simpele en het concrete. Het ambachtelijke. Het product dat je maakt met je handen en dat iemand blij maakt zonder dat daar een pitch, een pitch deck of een businessmodel voor nodig is. De markt voor worstenbroodjes is doorzichtig. De prijs is eerlijk. Het genot is onmiddellijk.

Maris haalde Marx en Fourier aan om te beschrijven hoe het kapitalisme arbeid heeft gestript van zijn vreugde. Fourier droomde van een wereld waarin werk en ambacht samenvallen, waarin de bakker bakt omdat hij het mooi vindt en niet omdat de markt het vereist. Onze man — op leeftijd, financieel vrij, niet meer afhankelijk van de goedkeuring van zijn vakgenoten — hoefde niet lang na te denken. Hij begon met bakken.

Niet als metafoor. Letterlijk.

En het bleek een hip verdienmodel te zijn, zij het niet in de betekenis die de economie aan dat woord geeft. Hip niet omdat er een algoritme achter zit, maar omdat het klopt. Omdat mensen er blij van worden. Omdat het iets maakt wat tastbaar is, wat smaakt, wat verdwijnt zodra het geconsumeerd is — echt geconsumeerd, niet in de Houellebecqiaanse zin van het lege verlangen, maar in de oorspronkelijke betekenis van het woord: opgemaakt, genoten, klaar.

Zijn vader zou het begrijpen. Meer nog: hij zou trots zijn. Niet omdat zijn zoon rijk is geworden of invloedrijk of geciteerd in vakbladen. Maar omdat hij eindelijk iets maakt.

Nu, in de marge van zijn werkzame leven, speelt hij met het idee een roman te schrijven. Over de lange weg. Over de bubbels — de intellectuele, de financiële, de geografisch-romantische. Over Maris en Houellebecq als onverwachte gidsen. Over een vader die van worstenbroodjes hield. En over de vraag waarom het zo lang duurde voor zo’n simpele waarheid doorkwam: dat zingeving niet in het model zit, maar in de deegrol.


De Deegrol en de Discontovoet

Bekentenissen van een bekeerd econoom

ProloogHet worstenbroodje als economisch argument

Deel I — De vorming van een fout mens

  1. Mijn vader wist het al
  2. Tilburg, 1984: de wereld als markt uitgelegd
  3. Schouten, Peters en de eerste scheuren in het fundament
  4. Waarom ik toch consultant werd

Deel II — De dwalingen

  1. Bitcoin en de verleiding van het gelijk
  2. Vrienden die ook te slim zijn voor hun eigen goed
  3. Parijs als spiegel: wat ik zocht en wat ik vond
  4. De econoom die niet meer naar zijn eigen vakbladen keek

Deel III — Het licht dat langzaam opging

  1. Bernard Maris, vermoord voor hij uitgepraat was
  2. Houellebecq als econoom: de markt als mood killer
  3. De homo economicus bestaat niet — hij wordt gemaakt
  4. Tien jaar uitstel: waarom inzicht niet genoeg is

Deel IV — Het ambacht

  1. Fourier had gelijk, hij wist alleen niet hoe hij deeg moest kneden
  2. Nuttig en nutteloos: een persoonlijke balans
  3. De bakker als maatschappijkritiek
  4. Wat de markt niet kan prijzen

Deel V — Terugkeer

  1. Worstenbroodjes voor mijn vader (en voor mezelf)
  2. Zingeving zonder spreadsheet
  3. De roman die ik altijd al wilde schrijven — dit is hem

EpiloogOver liefde, dood en een goed recept

Nawoord: Aan iedereen die ooit een economiemodel geloofde — het was niet uw schuld.

Previous Post Next Post
@media print { /* Verberg alle ongewenste onderdelen */ header, .site-header, nav, .main-navigation, .sidebar, .site-sidebar, aside, footer, .site-footer, .widget-area, .breadcrumbs, .post-meta, .related-posts, .comments-area, .print-hide { display: none !important; height: 0 !important; margin: 0 !important; padding: 0 !important; overflow: hidden !important; } /* Verberg ook bepaalde vaste*