598 Rente (en groei) zijn niet de enige oorzaken voor ongelijkheid
Rente blijft ook voor mij als econoom een raadselachtige en hybride verschijnsel. Wat is het eigenlijk, wat doet het, waar is het voor? In het verleden heb ik op de sites slimmefinanciering en blokjesenpijltjes meerdere artikelen geschreven om iets van die magie boven tafel te krijgen. Bas Haring heeft zich als buitenstaander ook stukgebeten op die vraag en kwam met de metafoor van de schildpad. Rente is een vergoeding voor uitgestelde consumptie, rente is nodig om je te compenseren voor het risico (de ander of jij kunnen tussentijds dood of failliet gaan), een (hogere) rente kan je verlokken tot spaargedrag en zo investeringen en innovaties mogelijk maken. Een economie zonder rente lijkt lastig voor te stellen. En een negatieve rente dan? Daar kon ik me tot voor kort helemaal weinig bij voorstellen. Toch is dit een deel van de oplossingen van STRO en Henk van Arkel. Ook iemand als Reinier Kooiman die voorstelt alle belastingen te vervangen door een integrale vermogensbelasting heeft iets dergelijks in zich: een vermogensbelasting is een straf om op te potten, een negatieve rente. Met groei is het al net zo, waarom altijd die groei, we hebben toch smeerolie nodig, we moeten toch verder en beter? Kortom zonder rente en groei kan een econoom niet veel. In de afgelopen blogs met de mini-modellen blijkt dat het wél kan zonder rente en groei en sterker nog: zelfs ongelijkheid, verschillen tussen arm-rijk en optimale extractie kunnen gewoon nog hun gang gaan.
Wat me op het idee brengt: vat eens samen wat ik/we destijds over rente hebben gezegd en zet dat eens af tegen de mini-modellen zonder groei. Hoe zit het met ongelijkheid, als het niet rente of groei is, wat zijn nog meer bepalende factoren?
Helemaal onderaan (nogmaals) de visie van STRO/Van Arkel op negatieve rente.
Ik kan het mini-model zonder groei nu ook eens inzetten om te verkennen wat een integrale vermogensbelasting a la Kooiman doet voor de arm-rijk tegenstelling (NB ik zie nu al een enorme paradox, Kooiman wil het aanhouden van slapende vermogens aanpakken met negatieve rente, daardoor wordt de consumptie gestimuleerd, al helemaal omdat de BTW verdwijnt, waardoor het hele verhaal in het teken staat van …. GROEI … daar gaan we weer, terug naar af). Wordt vervolgd.
Een simpele redenering kan zijn: rente is een vergoeding voor kapitaal en als de motor eenmaal op gang is gebracht (vermogen of kaptitaal -> rente -> nog meer kapitaal etc etc) dan moet de economie wel blijven groeien vanwege schuld en aflossing. Hiermee is rente de crux van ongelijkheid en groei een mogelijke tijdelijke verzachting of goedmaker. Maar toch blijkt uit de kleine modellen zonder groei dat ook in een fictieve economie zonder rente en zonder groei ongelijkheid niet per se is uitgebannen. Hierdoor is mijn vraag geworden: wat zijn de oorzaken voor (toenemende) ongelijkheid en welke rol neemt rente (en groei) hier in? Analyseer de verschillen en overeenkomsten.
De visie op het begrip rente is gelaagd: het wordt enerzijds beschreven als een fundamenteel economisch mechanisme dat losstaat van banken, en anderzijds als een problematische motor achter ongelijkheid en ecologische uitputting in ons huidige geldsysteem.
Hieronder volgt de gedetailleerde uitleg van de verschillende perspectieven:
1. De kern: Wat is rente eigenlijk?
Volgens de bronnen is rente niet iets wat door banken is uitgevonden, maar een natuurlijk mechanisme om beslissingen in de tijd optimaal in te richten. Zelfs in een eenpersoonseconomie (zoals die van Robinson Crusoë) bestaat rente in de vorm van het rendement op investeringen: de tijd die hij nu investeert in het maken van een visnet (gereedschap) moet in de toekomst meer tijd besparen dan het maken ervan kostte.
Drie factoren bepalen de hoogte van rente:
- Tijdsvoorkeur: Mensen hebben een ingebakken neiging om consumptie in het heden hoger te waarderen dan consumptie in de toekomst. Om iemand te verleiden consumptie uit te stellen (sparen), is een beloning (rente) nodig.
- Risico: Rente dient als compensatie voor de kans dat een lening niet wordt terugbetaald.
- Alternatieve aanwending: Iemand met een overschot aan goederen zal deze alleen uitlenen als de vergoeding minimaal gelijk is aan wat hij zelf zou kunnen verdienen door die goederen rendabel te investeren.
2. Waarom is de rente meestal rond de 5%?
De bronnen halen filosoof Bas Haring aan, die stelt dat de rentehistorie rond de 5% hangt vanwege onze beperkte levensduur. Als je bijvoorbeeld dertig jaar van een bos hout kunt profiteren, is de jaarlijkse waarde ongeveer 1/30ste van het totaal, wat neerkomt op circa 3,3% à 5%. Piketty’s historisch onderzoek bevestigt dat het rendement op kapitaal over 300 jaar bezien robuust rond de 5% blijft hangen.
3. Rente als systeemfout en motor achter crises
Hoewel rente economisch verklaarbaar is, wijzen de bronnen op grote gevaren in de huidige praktijk:
- Groeidwang: Omdat geld door banken wordt gecreëerd als schuld, maar de rente daarover niet wordt meegecreëerd, ontstaat er een inherente noodzaak tot groei. Men moet steeds meer produceren en verkopen om de rentelasten bij te kunnen benen.
- Piketty’s r > g: Wanneer de vergoeding op kapitaal (r) structureel hoger is dan de economische groei (g), wordt het aandeel van kapitaalbezitters in het nationale inkomen steeds groter, wat leidt tot extreme ongelijkheid.
- De “Geld-bom”: Auteurs als Thomas Greco stellen dat rente op rente leidt tot een exponentiële schuldenlast die op den duur barst, wat resulteert in crises, inflatie of oorlogen als correctiemechanisme.
4. Bijzondere vormen van rente
- Negatieve rente: Dit kan voorkomen als goederen aan bederf onderhevig zijn (sparen in natura kost dan moeite) of als “stallingskosten” voor geld in onveilige tijden.
- Renteswaps: In het MKB werden complexe producten verkocht om variabele rentes om te zetten in vaste rentes. Bij dalende rentes leidde dit echter vaak tot onverwachte bijstortverplichtingen (margin calls) en hogere lasten voor ondernemers.
5. Alternatieve visies
In alternatieve systemen zoals LETS of @nder geld wordt rente vaak bewust weggelaten of is deze zelfs negatief om de lokale circulatie van waarde te stimuleren en speculatie tegen te gaan. Het doel is hier dat geld een dienende rol krijgt voor de reële economie in plaats van een doel op zich te worden via rentemaximalisatie. De bronnen laten zien dat rente weliswaar een krachtige motor achter ongelijkheid is, maar dat het zeker niet de enige oorzaak is. Zelfs in een fictieve economie zonder rente en zonder groei kan ongelijkheid ontstaan en zich opstapelen.
Hieronder volgt een analyse van de oorzaken van ongelijkheid en de specifieke rollen van rente en groei.
1. De diepere oorzaken van ongelijkheid (naast rente)
Volgens de bronnen (RR: in dit geval de blogs van het mini-model zonder groei) zijn er drie fundamentele factoren die ongelijkheid veroorzaken, zelfs als er geen rente is:
- Erfenissen (De sterkste motor): De bronnen stellen expliciet dat erfenissen een veel sterkere motor van ongelijkheid zijn dan rente alleen. Zodra mensen vermogen mogen nalaten, begint de volgende generatie niet op nul, maar met een voorsprong. Dit creëert een cumulatief patroon waarbij rijkdom zich generaties lang concentreert.
- Extractief vermogensbezit (Huizen en Machines): Ongelijkheid ontstaat zodra bezit (zoals huizen of robots) een bron van netto-inkomen wordt. In een “machine-economie” zonder menselijke arbeid ontstaat ongelijkheid door verschillen in oorspronkelijk eigendom (de één heeft een machine, de ander niet) en machinekwaliteit (de één heeft een productievere machine dan de ander).
- Verschillen in ‘Resources’ en Talent: Mensen verschillen van nature in hun beschikbare tijd, energie, inventiviteit en omgeving. Ook toeval en timing (het moment waarop je de markt betreedt) spelen een grote rol.
2. De specifieke rol van Rente
Rente fungeert in de bronnen niet alleen als kostenpost, maar vooral als een verdelingsmechanisme:
- Verdeling van een constante koek: In een nulgroei-economie komt rente niet uit “extra koek”, maar uit een herverdeling van de bestaande productie. Wat de vermogensbezitter aan rendement krijgt, moet direct ten koste gaan van het aandeel van anderen (de werkenden).
- Ambitie-versterker: Rente versterkt bestaande verschillen zodra mensen niet op exact hetzelfde moment beginnen met sparen. Door het effect van samengestelde rente (“rente-op-rente”) groeit een kleine voorsprong exponentieel aan.
- Groeidwang: Omdat schulden met rente moeten worden terugbetaald, dwingt dit systeem de reële economie tot voortdurende groei om de rentelasten bij te kunnen benen.
3. De rol van Groei (en het gebrek daaraan)
Groei werkt vaak als een “verzachter” of masker voor maatschappelijke spanningen:
- Het maskeren van claims: In een groeieconomie lijkt ongelijkheid minder problematisch omdat de koek als geheel groter wordt; iedereen kan er (in theorie) iets op vooruitgaan terwijl de verhoudingen schever worden.
- Piketty’s wet (r > g): Wanneer het rendement op kapitaal (r) structureel hoger is dan de economische groei (g), wordt het aandeel van kapitaalbezitters in het nationale inkomen onvermijdelijk groter, wat leidt tot extreme ongelijkheid.
- Zichtbaarheid in stationariteit: In een stationaire economie (nulgroei) valt dit masker weg. Elke claim van een bezitter wordt dan direct zichtbaar als een hap uit de consumptie van iemand anders, wat de politieke en sociale kwetsbaarheid van het systeem vergroot.
Vergelijking: Overeenkomsten en Verschillen
| Aspect | Rente (Kapitaalvergoeding) | Groei (BBP-toename) |
|---|---|---|
| Overeenkomst | Beiden bepalen de verhouding tussen kapitaalinkomen en arbeidsinkomen. | Beiden zijn variabelen in de wetmatigheden die bepalen of ongelijkheid toeneemt. |
| Verschil in functie | Rente is een actieve claim op de lopende productie van anderen. | Groei is de vergroting van de bron waaruit die claims betaald moeten worden. |
| Effect bij nulgroei | Maakt de economie extreem verdelingsgevoelig; rijkdom is dan direct extractief. | Het wegvallen van groei maakt de machtsverhoudingen pijnlijk zichtbaar. |
Conclusie: Hoewel rente de motor is die kapitaal laat aangroeien, zijn erfenissen en de concentratie van schaarse productiemiddelen (grond, huizen, machines) de werkelijke fundamenten van blijvende ongelijkheid. Groei dient in dit systeem vaak als noodzakelijk smeermiddel om de spanningen die deze ongelijkheid oproept te onderdrukken. In een wereld zonder groei verschuift de spanning van “hoe verdelen we de extra winst” naar “wie sluiten we uit van toegang tot de bronnen”.
STRO, Van Arkel, Cyclos, alternatieve geldsystemen en negatieve rente
In de kern is de aanpak van Henk van Arkel en STRO (Social Trade Organisation) gericht op het democratiseren van het geldsysteem door de creatie van lokale, complementaire geldsystemen die de reële economie dienen in plaats van de speculatieve financiële markten. Hun visie is dat het huidige geldsysteem, beheerd door private banken, leidt tot groeidwang, ongelijkheid en instabiliteit.
Kern van de aanpak: @nder geld en Cyclos
De methode rust op een aantal centrale pijlers:
- Lokaal Circuleren: Met behulp van de door STRO ontwikkelde software Cyclos kunnen gemeenschappen hun eigen “betaalringen” opzetten. Het doel is om geld lokaal te laten circuleren, waardoor de lokale werkgelegenheid wordt gestimuleerd en wordt voorkomen dat waarde wegvloeit naar internationale ketens of speculatieve markten.
- Samenbrengen van belangen: Het systeem probeert de petten van consument, werknemer en burger te verenigen. Het succes hangt vaak af van de deelname van overheden, die bijvoorbeeld subsidies of salarissen deels in de lokale munt uitbetalen met de voorwaarde dat dit geld minimaal een aantal keer lokaal rondgaat.
- Benutten van overcapaciteit: De aanpak werkt als een “Keynesiaanse Multiplier”: het is met name effectief in tijden van crisis of onderbezetting (leegstand, werkloosheid) om de lokale economie met eigen middelen “uit het moeras te trekken”.
- Uitschakelen van de bank als tussenpersoon: Door onderlinge kredieten te faciliteren, wordt de bank als dure schakel verwijderd. Hierdoor blijft de winst en de rente binnen de eigen gemeenschap.
De rol van negatieve rente
Negatieve rente (of het ontbreken van positieve rente) speelt een cruciale, stabiliserende en sturende rol in dit model:
- Bestrijding van oppotgedrag: In het systeem van STRO kan rente bewust worden weggelaten of negatief worden gemaakt om te voorkomen dat geld als doel op zich wordt gezien. Negatieve rente fungeert als een “boete” op het uitstellen van consumptie, wat de circulatie van waarde stimuleert en speculatie tegengaat.
- Financiering via toeleveranciers: Bij het verstrekken van leningen voor nieuwe ondernemers hanteert Van Arkel een uniek model: toeleveranciers die profiteren van de nieuwe opdracht (overcapaciteit inzetten) betalen mee aan een “stroppenpot” voor de lening. Deze bijdrage wordt door STRO expliciet omschreven als een vorm van negatieve rente op de financiering die zij feitelijk verstrekken.
- Hefboom voor duurzaamheid: Omdat er geen winstmaximaliserende bank tussen zit die een hoge (positieve) rente eist, worden duurzame projecten met een lager financieel rendement maar een hoog maatschappelijk rendement ineens wel haalbaar.
- Concurrentie voor de Euro: Het bestaan van een rentevrij of negatief rentesysteem naast de reguliere Euro kan een drukkende werking hebben op de rente die gewone banken kunnen vragen, wat investeren over de hele linie goedkoper en toegankelijker maakt.
Samenvattend: Negatieve rente is in de aanpak van Van Arkel niet alleen een technisch instrument, maar een morele keuze om geld weer dienstig te maken aan de gemeenschap en de reële, duurzame economie te bevorderen boven financiële accumulatie.