592 Tada: MKBA voor economie zonder groeidwang, samenvattend overzicht
Ik vrees dat ik ondanks deze nobele poging (van uitbesteding en aansturing door ondergetekende) niet in aanmerking kom voor de onderzoeks-subsidie van vele tonnen. Sterker nog: als zodadelijk de uitvoerende partij bekend wordt en de instituties aan het werk gaan volgens de regels van de (‘wetenschappelijke’) kunst om iets zinnigs te melden over ‘economie zonder groeidwang’ dan zul je zien dat ik, Rudy, rudymentair nergens worden genoemd, niet eens in een noot of literatuurlijst.
Dat zijn zo van die wetten, ik heb het zelfs in mijn audio-historie meegemaakt. Ik ben de uitvinder van een buizen-koptelefoon-versterker-met-slechts-2-buizen en omdat er vrij snel daarna iemand over ging schrijven, is deze versterker nu bekend onder de naam: de Van Waarde versterker. Aren van Waarde noemt me nog wel in zijn artikel als bedenker maar het gaat sowieso een eigen leven leiden. Of klink ik nu te zuur haha. Hoe dan ook past het perfect in mijn stokpaardje dat de ondernemers er met de uitvinding van iemand anders vandoor gaan ….
En WTF betekent het dat deze meneer ‘Van Waarde’ heet ….

Het artikel waar ik word genoemd als eerste bedenker en de AI-canon waar dat allemaal is verdwenen. Zo gaat het vaak met grote uitvinders 🙁

Terug naar het onderwerp: met alle nuanceringen en voetnoten die van toepassing zijn, hier dan de samenvattende tabel van de MKBA voor een economie zonder groeidwang.
MKBA transitie naar economie zonder groei
Rudy-versie – wie verdient eraan, wie verliest, wie gaat dwarsliggen?
Uitgangspunt
Een economie zonder groei is niet alleen een ander economisch model.
Het is een aanval op een hele keten van verdienmodellen die nu draaien op:
- schuldgroei
- rente-inkomsten
- stijgende huizenprijzen
- stijgende aandelenkoersen
- toenemende schaarste
- opgevoerde arbeidsdruk
- uitgestelde ecologische schade
Dus de echte MKBA is niet alleen: wat kost het? Maar ook: wie raakt zijn businessmodel kwijt?
Tabel: partij – verdienmodel – wat raakt ze – verwachte tegenactie – politieke macht
| Partij | Huidig verdienmodel | Wat raakt ze bij een economie zonder groei? | Verwachte tegenactie | Politieke macht |
|---|---|---|---|---|
| Banken | Kredietgroei, rente, onderpand dat in waarde stijgt | Minder nieuwe leningen, lagere rentemarges, meer druk op bestaande schuldportefeuilles | Zullen waarschuwen voor instabiliteit, recessie, kredietschaarste | zeer hoog |
| Pensioenfondsen / vermogensbeheerders | Rendement op aandelen, obligaties, vastgoed | Lagere structurele rendementen, minder vermogensgroei, grotere spanning in pensioenbeloften | Pleiten voor “realisme”, “rendement”, internationale spreiding, uitstel van systeemverandering | hoog |
| Vastgoedbezitters / huizenbezitters | Vermogenswinst door prijsstijgingen | Minder of geen prijsstijging, mogelijk daling van huizenprijzen en huurwaardes | Verzet tegen belasting, prijsdemping, nieuwbouw die prijzen drukt | hoog |
| Schuldeisers / obligatiehouders | Vaste renteclaims op een groeiende economie | Meer risico op afwaardering, herstructurering of inflatie van claims | Druk op overheden voor begrotingsdiscipline en bescherming van contracten | hoog |
| Aandeelhouders van groeibedrijven | Waarderingen gebaseerd op toekomstige groei | Lagere koersverwachtingen, dalende multiples, minder exit-kansen | Narratief: innovatie komt stil te staan, welvaart zakt weg | hoog |
| Overheid | Belastingopbrengsten uit groei, transacties, arbeid en consumptie | Minder automatische belastinggroei, hogere transitiekosten, moeilijke herverdeling | Dubbele houding: inhoudelijk begrip, praktisch uitstel | zeer hoog |
| Politieke middenpartijen | Beloven groei én verdeling tegelijk | Moeten kiezen: of bezit beschermen, of systeem echt aanpassen | Veel praten over duurzaamheid, weinig raken aan kern van bezit en schuld | hoog |
| Internationale kapitaalmarkt | Vrij verkeer van kapitaal naar hoogste rendement | Lagere nationale rendementen maken uitstroom aantrekkelijk | Kapitaalvlucht, hogere risicopremies, druk op munt en rente | zeer hoog |
| Grote bedrijven in consumptie, finance, logistiek | Omzetgroei, schaalvergroting, versnelde doorstroming van goederen en geld | Minder volumegroei, minder rotatie, minder vraag naar steeds meer | Lobby op “concurrentiekracht”, banen, vestigingsklimaat | hoog |
| Werknemers in groeisectoren | Inkomen afhankelijk van systeem dat steeds door moet draaien | Sectorale krimp, baanonzekerheid, omscholingsdruk | Verzet tenzij perspectief op ander werk en bestaanszekerheid | middel |
| Vakbonden / werknemersorganisaties | Loonstijgingen vaak gekoppeld aan groei en productiviteitswinst | Moeilijkere verdeling binnen stilstaande koek | Twijfelend: kans op meer zekerheid, maar angst voor verlies aan koopkracht | middel |
| Starters / huurders / jongeren zonder vermogen | Hebben juist last van groei in huizen- en vermogensprijzen | Kunnen profiteren van lagere woonlasten en minder vermogensdruk | Relatief weinig georganiseerde tegenmacht, wel potentieel draagvlak | laag tot middel |
| Huishoudens met veel schuld | Leven in systeem van stijgende nominale waarden | Kunnen zowel risico lopen als baat hebben bij herstructurering en lagere rentelasten | Verdeeld: angst voor onzekerheid, maar ook kans op verlichting | laag |
| Toekomstige generaties | Geen huidig verdienmodel, wel toekomstige schade | Hebben vooral baat bij minder ecologische en financiële roofbouw | Nauwelijks directe tegenactie mogelijk | zeer laag |
| Natuur / publieke ruimte / leefomgeving | Worden nu als sluitpost behandeld | Zouden juist winnen bij minder extractiedwang | Geen lobby, behalve via burgers en activisten | zeer laag |
Wat staat er financieel ongeveer op het spel?
| Categorie | Grove orde |
|---|---|
| Eenmalige afwaardering van bezit en schuldmodellen | €100–300 mld |
| Jaarlijks gemist extra bbp t.o.v. groeipad | €25–60 mld |
| Jaarlijks vermeden schade (crises, milieu, woonlast, stress, rente) | €40–105 mld |
| Waarschijnlijk structureel eindsaldo | rond nul tot plus |
Wie betaalt de rekening?
Op korte termijn vooral:
- banken
- schuldeisers
- vastgoedbezitters
- vermogensfondsen
- overheden die hun begroting op groei hebben ingericht
Op langere termijn profiteren juist eerder:
- starters
- huurders
- werknemers buiten de extractiesectoren
- toekomstige generaties
- samenleving als geheel via lagere schade en lagere druk
Verwachte tegenargumenten
| Argument | Wat er vaak werkelijk onder zit |
|---|---|
| “Zonder groei geen welvaart” | Zonder groei minder ruimte voor vermogensgroei |
| “Pensioenen worden onbetaalbaar” | Rendementsbeloften komen onder druk |
| “De economie stort in” | Schuld- en waarderingsmodel moet worden herschreven |
| “Kapitaal vlucht weg” | Bezitters willen hun claims en mobiliteit behouden |
| “We verliezen concurrentiekracht” | Land wil niet als eerste de groeiverslaving afbouwen |
| “De middenklasse wordt geraakt” | Met name bezitters binnen de middenklasse verliezen papieren winst |
Politieke hoofdlijn
De grootste hobbel is dus niet technisch, maar politiek. Niet omdat het onmogelijk is om anders te produceren en te verdelen, maar omdat het huidige systeem grote groepen heeft voortgebracht die hun rijkdom, pensioen, zekerheid of verdienmodel zien leunen op voortdurende groei van schuld en bezit. Daarom zal bijna iedereen zeggen dat hij “voor duurzaamheid” is, maar veel minder mensen zijn voor:
- lagere huizenprijzen
- lagere rendementen
- lagere rentemarges
- schuldafschrijving
- vermogensbelasting
- kapitaalregie
En precies daar begint de echte transitie.
Slotzin in Rudy-stijl
De transitie naar een economie zonder groei is op papier een milieuvraag, maar in werkelijkheid een frontale botsing met een samenleving die haar bezit, pensioen, schuldcontracten en politieke rust heeft opgehangen aan steeds hogere prijzen en steeds meer rendement. Wie zegt dat zo’n omslag “niet kan”, bedoelt vaak vooral dat zijn verdienmodel dan niet overeind blijft.
MKBA op 1 pagina – transitie naar een economie zonder groei
Rudy-versie / discussiestuk op bierviltjesniveau
Uitgangspunt
We vergelijken twee werelden:
1. Doorgroeien zoals nu
Meer productie, meer schuld, meer vermogensopdrijving, meer druk op grondstoffen, natuur en mensen.
2. Langzaam naar een stabiele economie
Minder nadruk op groei, meer nadruk op onderhoud, verdeling, basisvoorzieningen, ecologie en bestaanszekerheid.
De vraag is dus niet alleen: wat kost het om van groei af te stappen? Maar ook: wat kost het om ermee door te gaan?
Samenvattende tabel
| Post | Wie verliest / wint? | Plus of min | Grove orde | Waar zit de angel? |
|---|---|---|---|---|
| Minder extra bbp dan in het groeipad | bedrijven, overheid, werkenden | – | €25–60 mld per jaar | In het oude model heet alles wat niet groeit meteen verlies, ook als het om minder verspilling of minder opgeblazen prijzen gaat |
| Afwaardering van huizen, aandelen en andere bezittingen | bezitters, pensioenfondsen, banken | – | €50–150 mld eenmalig | Hier zit de echte weerstand: minder groei betekent minder vermogenswinst |
| Minder rente-inkomsten en meer druk op schulden | banken, schuldeisers, beleggers | – | €20–80 mld eenmalig | Een economie zonder groei verdraagt geen stapels schuld met vaste rendementseisen |
| Kosten van ombouw en overgang | overheid, belastingbetaler | – | €30–70 mld eenmalig | Compensatie, investeringen, uitvoeringskosten, nieuwe instituties |
| Frictie op arbeidsmarkt en krimp in opgeblazen sectoren | werknemers, bedrijven in finance, vastgoed, overconsumptie | – | €10–30 mld eenmalig | Sommige sectoren leven juist van onrust, schuldgroei en doorverkoop |
| Minder kans op bankencrises en bubbels | hele samenleving | + | €10–25 mld per jaar | Minder schuldgroei betekent minder systeemstress |
| Minder klimaat-, milieu- en uitputtingsschade | samenleving, toekomstige generaties | + | €15–40 mld per jaar | Wat nu buiten de prijs blijft, komt dan eindelijk in beeld |
| Minder burn-out, minder opgejaagdheid, minder zinloze consumptiedruk | huishoudens, werkgevers, zorg | + | €10–20 mld per jaar | Minder draaien om groei kan best meer rust en gezondheid opleveren |
| Minder woonlastdruk en minder vermogensinflatie op grond en huizen | starters, huurders, productieve bedrijven | + | €10–25 mld per jaar | Wat voor de bezitter verlies is, is voor de starter juist verlichting |
| Minder rentelasten | huishoudens, bedrijven, overheid | + | €5–15 mld per jaar | Minder schuldgroei betekent minder afroming via rente |
| Minder belastinginkomsten uit groei, transacties en opgeblazen winsten | overheid | – | €10–20 mld per jaar | De staat is in het huidige model zelf verslaafd geraakt aan groei |
| Meer stabiliteit, meer bestaanszekerheid, minder extractiedruk | brede samenleving | + | niet goed te prijzen | Juist dit is groot, maar lastig in euro’s te vangen |
Saldo op bierviltjesniveau
| Onderdeel | Orde grootte |
|---|---|
| Eenmalige transitiekosten | – €110 tot – €330 mld |
| Structurele minposten per jaar | – €35 tot – €80 mld |
| Structurele plusposten per jaar | + €40 tot + €105 mld |
| Waarschijnlijk structureel eindsaldo | rond nul tot + €45 mld per jaar |
Wat zegt deze tabel eigenlijk?
De uitkomst is op hoofdlijnen: kortetermijn: negatief, langetermijn: neutraal tot positief. Dat is niet zo vreemd. De rekening komt eerst. De baten komen later. En de rekening komt ook nog eens terecht bij partijen die zich heel goed kunnen verweren. Dus wie roept dat een economie zonder groei “onbetaalbaar” is, zegt eigenlijk vaak iets anders: het huidige verdienmodel van bezit, schuld en rente komt dan onder druk te staan. En dat klopt.
Wie gaan er steigeren?
| Partij | Verwachte reactie |
|---|---|
| Huizenbezitters met hoge verwachtingswaarde | tegen, want minder prijsstijging voelt als verlies |
| Banken en schuldeisers | tegen, want minder schuldgroei en lagere rentemarge |
| Pensioen- en vermogensbeheerders | nerveus, want hun model rust op rendement |
| Overheid | dubbel, want minder groei maakt begroten lastiger |
| Starters, huurders, jongeren zonder vermogen | eerder voor, want minder woon- en vermogensdruk |
| Toekomstige generaties | grootste winnaar, maar politiek zwak vertegenwoordigd |
De echte conclusie
De klassieke econoom ziet vooral wat je misloopt aan groei. De systemische blik ziet ook wat je voorkomt aan schade, stress, bubbels en extractie. Daarmee wordt de vraag heel anders. Niet: Kunnen we ons een economie zonder groei veroorloven? Maar: Kunnen we ons een economie mét groeidwang nog veroorloven?