578 Het Powell Memorandum

In de vorige blog, waar ik sterrenspeler Claude Opus aan het werk zette rond een aantal van mijn stokpaardjes, maakt ik melding van een voor mij nieuw ‘geheim’ document het Powell Memorandum. Wat mijn vader altijd al vermoedde, waar ik altijd al naar heb gezocht, zoiets bestaat dus gewoon. Een document waarin iemand op hoog niveau een sluw plan smeedt om de ondernemers-lobby meer podium te geven. Het zal toch niet zo zijn dat mijn vader met terugwerkende kracht op meer punten gelijk had? Toen al beweerde hij dat ze bij Philips eigenlijk hele goede gloeilampen hadden die bijna eeuwig meegingen, maar dat ze daar te weinig aan konden verdienen. Dus lieten ze hun ingenieurs lampen maken die maar 1.000 uur mee gingen. Geplande veroudering dus, dat vinden we inmiddels volstrekt normaal. Er zijn diverse bronnen te vinden die deze roddel of vermoeden zeer plausibel maken. En ergens in New York hangt een live-camera op een gloeilamp die inderdaad al meer dan 100 jaar brandt. En dan zeg ik het nog maar een keer: dat is ook logisch, want dat is want de economische theorie voorspelt. Geen complottheorie dus! Powell die vanuit de tabaksindustrie zijn best deed de gevaren van roken te bagatelliseren.

Waar kan ik dat Powell Memorandum vinden? En wat staat daar in op hoofdlijnen, misschien met een paar sappige quotes?


Het Powell Memorandum — waar vind je het, en wat staat erin

Waar te vinden

Het originele document staat gedigitaliseerd op meerdere plekken:

  • Washington & Lee University (de universiteit van Powell zelf): scholarlycommons.law.lsu.edu/powellmemo/1 — dit is de meest gezaghebbende bron, met zowel de typescript als de gedrukte versie als PDF
  • Greenpeace heeft de volledige tekst plus analyses per thema: greenpeace.org/usa/democracy/the-lewis-powell-memo
  • Internet Archive: archive.org — zoek op “Powell Memorandum 1971”
  • De directe PDF van Louisiana State University: biotech.law.lsu.edu/blog/powell-memo.pdf

De context

Het memo is gedateerd 23 augustus 1971. De schrijver is Lewis F. Powell Jr., op dat moment een vooraanstaand bedrijfsjurist uit Virginia, bestuurslid van Philip Morris (ja, de tabaksgigant) en voormalig voorzitter van de American Bar Association. Hij schrijft het vertrouwelijk aan Eugene Sydnor, voorzitter van de onderwijscommissie van de U.S. Chamber of Commerce — de machtigste ondernemerslobby van Amerika.

Twee maanden later nomineert Richard Nixon diezelfde Powell voor het Hooggerechtshof. Het memo was bij de bevestigingshoorzittingen niet bekend bij de Senaat. Powell wordt beëdigd als Associate Justice in januari 1972. Het document lekt pas naar buiten via journalist Jack Anderson — ná de bevestiging.


De hoofdlijn: een blauwdruk voor culturele machtsovername

Powell’s startpunt is alarmerend voor zijn doen: het Amerikaanse vrije ondernemerssysteem staat onder brede aanval. Hij ziet de dreiging niet alleen van vakbonden of linkse politici, maar — en dit is zijn centrale these — van universiteiten, media, en de intellectuele cultuur in het algemeen. Zijn oplossing is niet defensief maar offensief: georganiseerde, langdurige en zwaar gefinancierde tegenaanval op alle fronten tegelijk.

De structuur van het memo volgt een aantal slagvelden:

1. De universiteiten

Powell beveelt een propagandainspanning aan met eigen wetenschappers en sprekers, waaraan het Amerikaanse bedrijfsleven tien procent van zijn totale advertentiebudget zou moeten besteden, inclusief het systematisch doorlichten en bekritiseren van studieboeken, met name in economie, politicologie en sociologie.

De Chamber moest aandringen op gelijke vertegenwoordiging in het universitaire sprekerscircuit. Powell wijst erop dat linkse sprekers honderden keren per jaar optreden op campussen, terwijl het bedrijfsleven nauwelijks aanwezig is.

2. De media

Nationale televisienetwerken moesten op dezelfde manier worden gemonitord als studieboeken — onder voortdurende surveillance. Het bedrijfsleven moest agressief het recht opeisen om gehoord te worden, met “gelijke zendtijd”, en bereid zijn om daarvoor “welke mate van druk ook — publiekelijk en privé — die noodzakelijk mocht zijn” in te zetten.

3. De politiek en rechtbank

In zijn paragraaf “The Neglected Political Arena” raadt Powell aan politieke invloed in te zetten om “de stampedes van politici om welke wetgeving dan ook rondom consumentisme of milieu te steunen” te beteugelen.

Bijzonder verstrekkend is zijn aandacht voor de rechterlijke macht. Hij ziet het Hooggerechtshof als een strategisch doelwit — bedrijven moeten topjuristen financieren om invloed uit te oefenen op baanbrekende rechtszaken. De Chamber richtte vervolgens een taskforce op van veertig topbestuurders van bedrijven als U.S. Steel, GE, ABC, GM, CBS, 3M en Amway om Powell’s aanbevelingen om te zetten in concrete voorstellen.

4. De organisatiefilosofie

Dit is misschien het meest lucide en koelbloedige deel. Kracht ligt in organisatie, in zorgvuldige langetermijnplanning en uitvoering, in consistentie van handelen over een onbepaalde periode van jaren, in de schaal van financiering die alleen via gezamenlijke inspanning mogelijk is, en in de politieke macht die alleen door verenigde actie bereikbaar is.


Wat er daarna gebeurde

De directe erfenis van het memo is aantoonbaar en goed gedocumenteerd. In de jaren die volgden ontstonden of groeiden explosief: de Heritage Foundation (1973), het Cato Institute (1977), het American Enterprise Institute, de Federalist Society (die rechters traint en selecteert), en honderden lokale en nationale think tanks. Powell benaderde naast de Chamber ook executives bij General Motors en andere grote bedrijven direct met zijn oproep.

Citizens United v. FEC — de uitspraak van het Hooggerechtshof die onbeperkte politieke donaties door bedrijven legaliseerde — is door veel juristen direct teruggevoerd op de strategische investering in de rechtbank die Powell had aanbevolen.


Het pikante aan het geheel

Powell was dus op het moment van schrijven bestuurslid van een tabaksbedrijf dat actief bezig was wetenschappelijk bewijs over de gevaren van roken te onderdrukken — en schreef tegelijkertijd een memo over hoe het bedrijfsleven zijn “eerlijke” stem moest laten horen in het publieke debat over wetenschap en regulering. Twee maanden later zat hij in het hoogste rechtscollege van Amerika, zonder dat de Senaat wist van het bestaan van dit document.

Het memo is geen complottheorie. Het is een primaire bron, bewaard in een universiteitsarchief, en het beschrijft een strategie die vervolgens ook daadwerkelijk is uitgevoerd — en waarvan de effecten op de Amerikaanse (en indirect de westerse) politieke economie tot op de dag van vandaag zichtbaar zijn.

Previous Post Next Post
@media print { /* Verberg alle ongewenste onderdelen */ header, .site-header, nav, .main-navigation, .sidebar, .site-sidebar, aside, footer, .site-footer, .widget-area, .breadcrumbs, .post-meta, .related-posts, .comments-area, .print-hide { display: none !important; height: 0 !important; margin: 0 !important; padding: 0 !important; overflow: hidden !important; } /* Verberg ook bepaalde vaste*