575 Basisinkomen-bierviltje met scheurtjes

Na de globale becijferingen rond de invoering van het basisinkomen (zie vorige blog) blijf ik achter met een wee gevoel. Wat heb ik gedaan en waarom? Maanden geleden heb ik nota bene zelf beweerd dat het wel of niet invoeren van een basisinkomen niet afhangt van het op een rijtje zetten van de voordelen of van het maken van betere becijferingen. Ik meende tegemoet te komen aan de insteek van Jan Stroeken dat we met het UBI kiezen voor een andere maatschappij, dáár moet de discussie over gaan. Waar een wil is is een weg. Het geld komt later wel.

Mijn globale becijferingen leken af te stevenen op een mooie conclusie: we hebben het niet over een mega-kostenpost van €180 mrd of meer, maar over een relatief klein te overbruggen bedrag van zo’n 2-3% van ons BBP. Maar toen kwamen de twijfels:

  • Het gaat om een statische becijfering, dus zonder rekening te houden met gedragseffecten, en die zijn er volop met zekerheid. De gedragseffecten laten zien dat de macht van de factor arbeid zal toenemen tov de macht van kapitaal. Zwaar onderbetaald werk zal beter betalen, aantrekkelijk nu overbetaald werk zal slechter betalen.
  • UBI kan mogelijk ten koste gaan van de traditionele groei. Dat is niet erg, want er komt iets anders en beters voor in de plaats. Maar met name de tegenstanders zitten in het oude groei-is-goed frame, dus dat gaat ook niet helpen.
  • De mensen die aan de knoppen zitten worden niet beter van deze transitie, er is voor hen geen prikkel UBI te omarmen.
  • Mijn gekozen methodiek van SlimFin stuurt aan op uitruil van de winnaars en verliezers. De business-case toont aan dat er geen sprake is van een grote WIN onder aan de streep, dus valt er weinig uit te ruilen (zoiets van: wij krijgen meer macht en geld, dan krijgen jullie … ja wat eigenlijk … meer rust in de tent en een blijere bevolking, zoiets?). Hiermee geef ik onbedoeld voer aan de tegenstanders van UBI.
  • Mocht het ooit zover komen dat er een vorm van UBI wordt ingevoerd dan gaan we meemaken wat er nu speelt bij de invoering van de digitale publieke Euro: ondanks meerdere positieve rapporten en de risico’s van het huidige geldsysteem werkt de lobby (van banken) dit tegen en uiteindelijk krijgen we een zoethoudertje (rekening waar we max €3.000 op mogen parkeren).

In de vorige blog een pleidooi (meer) gebruik te maken van Claude en dus vraag ik of ik nu inderdaad voer aan de tegenstanders geef. Zitten er scheurtjes in mijn bierviltje?


Analyse: Geef je nu voer aan tegenstanders?

Je bent begonnen met een serieuze poging om het basisinkomen methodisch door te rekenen via SlimFin: stakeholders, harde cashflows, terughaalregel, besparingen. Dat is integer en verdienstelijk werk. Maar gaandeweg kwamen er vier stevige kanttekeningen boven drijven die samen een lastig patroon vormen.

De vier kanttekeningen en hun onderlinge versterking

De eerste is dat het geen positieve businesscase is. Je resterende tekort na alle besparingen en de terughaalregel (s=10%) bedraagt nog altijd ~€13 mrd per jaar. Geen klinkende winst, geen vanzelfsprekende “koekvergroting”. In SlimFin-termen betekent dat: er is weinig klassieke uitruilruimte.

De tweede is de machtsdiagnose. De verliezers — hogere inkomens, lage-loon-bedrijfsmodellen, fiscale privilegegroepen, het uitvoeringsapparaat — zitten dicht bij de knoppen. Ze hebben noch financieel, noch institutioneel belang bij invoering. En ze hoeven niets te doen: de status quo is in hun voordeel.

De derde is het gedragseffect. UBI vergroot de onderhandelingsmacht van arbeid tegenover kapitaal. Rotwerk wordt duurder, aantrekkelijk werk concurrerender. Dat is voor laagbetaalde sectoren een reële bedreiging. En het zijn precies die sectoren — agro-industrie, logistiek, schoonmaak — die politiek zwaar lobbyen. De gedragsverandering die UBI beoogt te corrigeren, is tegelijk de reden dat de machtigste tegenstanders het zullen blokkeren.

De vierde is de groeivraag. Als UBI de groeidynamiek remt — minder stressconsumptie, hogere loonkosten, minder extreme arbeidsflexibiliteit — dan verslechtert het harde saldo nog verder. De zittende macht denkt in BBP en euros, niet in welzijnswinst. Welzijnsgroei is in hun logica geen argument, het is een afleidingsmanoeuvre.

En nu de kernvraag: geef je voer aan tegenstanders?

Deels ja, maar genuanceerder dan het lijkt. Het echte risico is niet dat je de zwaktes blootlegt — dat is juist intellectuele eerlijkheid. Het risico zit in de impliciete conclusie die tegenstanders eruit zullen trekken: “Zelfs met een geavanceerde methode toont een voorstander aan dat dit macro onrendabel is.” Dat is een krachtig frame dat makkelijk losgerukt kan worden van je nuancering.

Wat je eigenlijk aantoont — en dit is de winst van SlimFin — is iets preciezer: het is geen macro-catastrofe (geen €180 mrd netto verlies, maar een restgat van ~€13 mrd), maar het is evenmin een Pareto-verbetering. Het is een herverdelingskeuze waarbij de verliezers aan de knoppen zitten. Dat is een politieke uitspraak, geen economische fout.

Hoe je dit kunt omdraaien

De vergelijking die je zelf trekt — met de digitale eurorekening als zoethoudertje — is eigenlijk het scherpste inzicht in de hele sessie. Wat die vergelijking blootlegt is dit: basisinkomen wordt door de zittende macht alleen aanvaardbaar als het zo klein en symbolisch wordt dat het niets wezenlijks verandert. Zodra het groot genoeg is om echt iets te doen, wordt het geblokkeerd. Dat is geen argument tégen basisinkomen, maar een analyse van het politieke systeem dat het tegenhoudt.

SlimFin maakt dat patroon zichtbaar. En dat is waardevoller dan een geoptimaliseerde businesscase. Je kunt de methodiek dus niet verwijten dat ze de tegenstanders voedt — je kunt haar juist gebruiken om de tegenstanders te ontmaskeren: ze zijn niet tegen een slechte businesscase, ze zijn tegen een systeem dat hun machtspositie ondermijnt, ook als het financieel haalbaar is.

Wat je nu in handen hebt is geen positieve businesscase voor basisinkomen, maar een analytisch kader dat laat zien waarom het politiek niet van de grond komt ondanks dat het systeemlogisch verdedigbaar is. Dat is een ander verhaal — minder optimistisch, maar wel veel realistischer en vermoedelijk interessanter voor een publiek dat al langer meeluistert in dit debat.


Kun je kort iets zeggen over mogelijke gedragsveranderingen als gevolg van UBI. Wordt er meer of juist minder zwart gewerkt? De lonen van onaantrekkelijk zwaar werk zullen moeten stijgen, dat heeft grote gevolgen voor de kostprijs van een aantal producten en voor winstmarges. Zal het aanbod van aantrekkelijk werk stijgen en daar de beloning juist omlaag gaan?

1️⃣ Werkt men meer of minder?

De meeste empirische studies naar basisinkomen-achtige experimenten (Finland, Canada, VS negative income tax, etc.) laten zien:

  • Kleine daling in arbeidsaanbod, vooral:
  • jonge ouders
  • studenten
  • mensen dicht tegen pensioen
  • Geen massale uitstroom uit arbeid.

Waarom? Omdat:

  • €1.000 per maand geen luxe-inkomen is.
  • Werk meer oplevert dan geld alleen (status, ritme, sociale contacten).

Conclusie op bierviltje: Geen instorting van arbeid, wel verschuivingen.

2️⃣ Zwart werk: meer of minder?

Twee tegengestelde effecten:

Effect A – Minder prikkel tot zwart werk

Nu: Mensen in bijstand verliezen uitkering bij bijverdienen. Hoge marginale druk → zwart werken loont.

Met UBI: Inkomen is onvoorwaardelijk. Geen verlies van uitkering bij extra werk. Marginale druk kan lager worden. → Minder noodzaak tot zwart werken.

Effect B – Meer informele economie

Tegelijk: Mensen kunnen makkelijker kleine klussen doen. Meer autonomie. Minder controleapparaat. → Informele economie kan groeien.

Netto verwachting? Waarschijnlijk lichte verschuiving naar meer informele micro-activiteiten, maar minder strategisch zwart werken uit noodzaak.

3️⃣ Onaantrekkelijk werk (zwaar, vuil, stressvol)

Hier zit de grootste structurele verandering. Met UBI:

  • Mensen zijn minder gedwongen elk werk te accepteren.
  • Onderhandelingspositie van werknemers stijgt.
  • Slechte banen moeten aantrekkelijker worden.

Dat betekent:

  • Lonen omhoog in zware sectoren.
  • Of betere arbeidsomstandigheden.
  • Of automatisering versnelt.

Gevolgen:

  • Hogere kostprijs in o.a.:
  • vleesindustrie
  • schoonmaak
  • logistiek
  • tuinbouw
  • Druk op winstmarges of consumentenprijzen.

Maar macro-economisch: Dit is geen pure kostenstijging. Het is een herverdeling van winst naar arbeid.

4️⃣ Aantrekkelijk werk (creatief, sociaal, statusrijk)

Tegengesteld mechanisme:

  • Meer mensen kunnen kiezen voor “leuk werk”.
  • Aanbod van creatief / cultureel werk kan stijgen.
  • Concurrentie neemt toe.

Dat kan leiden tot:

  • Lagere beloning in aantrekkelijke sectoren.
  • Of meer parttime-achtige constructies.
  • Of meer intrinsiek gemotiveerde arbeid.

Dus ja: Onaantrekkelijk werk wordt duurder. Aantrekkelijk werk kan goedkoper worden. Dat is een fundamentele marktcorrectie.

5️⃣ Wat gebeurt er met winstmarges?

Sectoren met:

  • Lage lonen
  • Hoge arbeidsintensiteit
  • Lage productiviteit

komen onder druk. Sectoren met:

  • Hoge productiviteit
  • Kapitaalintensief
  • Sterke marges

kunnen beter absorberen. UBI werkt dus indirect als: machtsschuif van kapitaal naar arbeid in de onderkant.

6️⃣ Macro-economisch effect

Er zijn drie belangrijke macro-dynamieken:

  1. Automatisering versnelt
    Als laagbetaalde arbeid duurder wordt.
  2. Prijsniveau kan licht stijgen
    Maar vraag wordt stabieler door inkomenszekerheid.
  3. Ondernemerschap kan toenemen
    Door lager bestaansrisico.

7️⃣ Kernconclusie op bierviltje

UBI leidt waarschijnlijk niet tot minder werken, maar tot anders werken.

  • Minder gedwongen arbeid.
  • Meer onderhandelingsmacht onderkant.
  • Hogere lonen voor rotwerk.
  • Druk op lage-marge-sectoren.
  • Meer informele en creatieve activiteiten.

Terug naar de slimfin filosofie. De verliezers in dit systeem zouden moeten worden gecompenseerd. Nu heeft de hele operatie al niet een positief getal onderaan staan. Hooguit door aan te nemen dat er meer social community en vrijwilligerswerk etc etc is. Maar dat is lastig onderhandelen lijkt me. Werk dit eens verder uit.

Nu gaan we precies doen waar SlimFin voor bedoeld is: niet de rekensom herhalen, maar kijken waar de spanning zit. In onze variant staat er geen royaal positief totaalsaldo onderaan. Dus hoe kun je verliezers compenseren als er geen “koekvergroting” zichtbaar is?

1️⃣ Eerst scherp: wie zijn de verliezers?

In onze bierviltje-variant (mild, s=10%) zitten de verliezers hier:

🔹 1. Hoge inkomens

  • Netto hogere belastingdruk
  • Minder fiscale voordelen

🔹 2. Huiseigenaren (als HRA wordt aangeraakt)

  • Vermogenspositie onder druk

🔹 3. Sectoren met laagbetaald zwaar werk

  • Hogere loonkosten
  • Druk op winstmarges

🔹 4. Uitvoeringsapparaat

  • Minder ambtenaren
  • Minder UWV-structuur

🔹 5. Kapitaalintensieve lage-marge sectoren

  • Verschuiving van winst naar arbeid

Dat zijn reële min-cellen in de stakeholdermatrix.

2️⃣ SlimFin-principe: compensatie hoeft niet alleen in geld

SlimFin zegt niet: “Er moet onderaan een groot positief bedrag staan.” SlimFin zegt: “Er moet voldoende uitruilruimte zijn.” Compensatie kan vier vormen aannemen:

🔸 A. Directe financiële compensatie

Bijvoorbeeld:

  • Geleidelijke invoering
  • Tijdelijke overgangsregeling
  • Lagere toptarieven in ruil voor HRA-afbouw
  • Lagere werkgeverslasten elders

Dit is klassieke uitruil. Maar hier zit inderdaad weinig ruimte als het saldo klein is.

🔸 B. Risicoreductie als waarde

UBI reduceert:

  • Arbeidsmarktrisico
  • Inkomensonzekerheid
  • Ondernemersrisico
  • Faillissementsangst

Dat is een waarde die nu niet in euro’s op de balans staat. Voor hogere inkomens en ondernemers geldt: UBI is ook een verzekering. Dat kan politiek worden ingezet als compensatie. Niet: “je betaalt meer”, maar: “je systeemrisico daalt.”

🔸 C. Structurele systeemwinst

Denk aan:

  • Minder sociale frictie
  • Minder wantrouwen
  • Minder bureaucratie
  • Minder juridische strijd

Voor kapitaal en bedrijfsleven betekent dat:

  • Minder reputatierisico
  • Minder administratieve lasten
  • Minder maatschappelijke polarisatie

Dat zijn indirecte baten. Lastig te monetariseren, maar reëel.

🔸 D. Machts- en stabiliteitscompensatie

Dit is fundamenteler. UBI stabiliseert:

  • Binnenlandse vraag
  • Consumptie
  • Sociale orde

Voor vermogenden is stabiliteit een enorme waarde. Je kunt het zo framen: UBI is een systeemstabilisator. Historisch gezien is sociale rust vaak veel duurder als je haar niet koopt.

3️⃣ Maar eerlijk: als het saldo niet positief is?

Dan kom je bij de ongemakkelijke waarheid: Sommige groepen gaan structureel inleveren. En dat is geen rekenprobleem. Dat is een politieke keuze. SlimFin kan dat niet wegtoveren. Wat SlimFin wel kan:

  • zichtbaar maken hoeveel het écht is
  • zichtbaar maken dat het geen macro-catastrofe is
  • zichtbaar maken dat het om beperkte percentages gaat

En dan wordt het debat: Is 2–3% BBP herverdeling acceptabel in ruil voor systeemvereenvoudiging?

Previous Post Next Post
@media print { /* Verberg alle ongewenste onderdelen */ header, .site-header, nav, .main-navigation, .sidebar, .site-sidebar, aside, footer, .site-footer, .widget-area, .breadcrumbs, .post-meta, .related-posts, .comments-area, .print-hide { display: none !important; height: 0 !important; margin: 0 !important; padding: 0 !important; overflow: hidden !important; } /* Verberg ook bepaalde vaste*