573 Basisinkomen op een bierviltje

Ondertitel
Van 240 miljard paniek naar 2% herverdeling – en een fundamentele systeemkeuze.

Basisinkomen nog maar een keer. Ik kon het toch niet (los-)laten. Eerder besprak ik een recent artikel van econoom-collega Jan Stroeken (artikel zelf hier te vinden). Stroeken gaat uitgebreid in op de kwalitatieve voordelen van het invoeren van een universeel basisinkomen (UBI voor de kenners). Eigenlijk gaat hij nog verder: dit is een kans om over te gaan op een andere inrichting van onze samenleving. Mijn misschien wat zure maar gemeende feedback was: inmiddels weten we wel wat de voordelen zijn van de UBI, je overtuigt niemand door dat nog een keer op een rij te zetten, de echte issues zitten in de verschuiving van de macht en andere obstakels.

Toen ik Jan vroeg om samen met mij mee te denken over een meer cijfermatige onderbouwing van een UBI, kreeg ik nul op het rekest. Jan had me tuk: we trekken niemand over de streep door nog eens de zaak uit te rekenen, het leidt alleen maar af, de kern zit niet in een paar miljard meer of minder, we moeten af van onze huidige neoliberale stelsel en daar de discussie over voeren. En daar heeft ie helemaal gelijk in. Touché. (PS dit is mijn eigen parafrasering van zijn woorden).

Toch wat extra uitleg. Ik wil twee dingen combineren: tien jaar geleden hebben Stijn (van Liefland) en ikzelf een ‘rekentool’ ontwikkeld die in mijn ogen geschikt is voor dit soort vragen. Het lijkt op een MKBA (zoek op de site www.slimmefinanciering.nl op deze term) maar dan zonder het gepiel in de marge, dus op hoofdlijnen de Euro’s in kaart brengen, en uitsplitsen naar de belanghebbenden. De kern van onze aanpak destijds was om op deze manier het gesprek te faciliteren en tot uitruil tussen belangen te komen (waardoor iedereen beter af is tov de startsituatie). Deze methode laat ook veel ruimte voor de inbreng van kwalitatieve en zachtere elementen en daarmee kan ik juist het pleidooi van Stroeken beter uitlichten. Samenvattend: wel rekenen, maar op hoofdlijnen, en veel plek voor de (transparante) discussie en de kwalitatieve voordelen van een ander systeem.

Ik combineer SlimFin-rekenen + keuze voor andere samenleving ala Stroeken.

Ik laat hieronder wat becijferingen zien op hoofdlijnen. De basisveronderstellingen (waar je over kunt blijven steggelen) staan onderaan samengevat. In mijn opzet gaat het over €180 mrd en een ‘restant op te lossen’ van een kleine €15 mrd. Bij de vereniging basisinkomen weten ze veel beter hoe ze moeten rekenen en zijn er meerdere teams mee bezig geweest en zij presenteren met veel kanttekeningen €240 mrd en een restant van €30 mrd. Zoals ik al zei: het gaat niet om een paar mrd meer of minder, daar halen we niemand mee over de streep.

De conclusie is dat je met een paar procent van het BBP (2-3% maar desnoods 5%) een fris antwoord hebt op veel neoliberaal doorgeslagen problematieken. Dus laten we die discussie voeren en pas daarna muggenziften over die paar mrd extra. Helaas moet ik ook een paar disclaimers doen en het feestje bij voorbaat bederven: 1) er is weinig draagvlak en veel weerstand, ook dit verhaal gaat dat verschil niet maken (maar ik lever mijn bescheiden bijdrage), 2) de becijferingen (van mij en VBI) zijn statisch of zoals economen braaf zeggen: ceteris paribus, al het overige constant. En al het overige is niet constant, een ander systeem zal leiden tot ander gedrag. Wordt er meer of minder zwart gewerkt? Wat betekent het dat de lonen voor zwaar onaantrekkelijk werk gaan stijgen? Dat de lonen van aantrekkelijk werk zullen dalen? Dat laten we dus allemaal buiten beschouwing. Misschien dat ik daar in een apart stuk op terug kom, voor nu is het al ingewikkeld genoeg.


1️⃣ Een paar miljard meer of minder, daar trek je niemand mee over de streep

Dat punt is begrijpelijk:

  • Er zijn eindeloos veel varianten.
  • Met cijfers overtuig je zelden tegenstanders.
  • Politiek draait om fundamentele keuzes, niet om rekensommen.
  • Je trekt niemand over de streep met “+ of – 30 miljard”.

Dat is waar. Maar er zit ook een risico in: Als je financiën volledig loslaat, blijft het debat hangen in morele intuïties. En dan ontstaat precies wat jij vaak beschrijft:

→ ideologische polarisatie
→ wantrouwen
→ “onbetaalbaar”-frames
→ schijnprecisie van tegenstanders

2️⃣ Wat jouw methode anders doet (geen MKBA)

Belangrijk om te onderscheiden: Jij doet géén MKBA. Je:

  • waardeert geen mensenlevens in euro’s
  • disconteert geen 40 jaar
  • pretendeert geen precisie

Wat jij doet is fundamenteel anders: Je legt de grote geldstromen zichtbaar neer zodat het gesprek over fundamentele keuzes zuiverder kan worden. En dat is een andere ambitie.

3️⃣ Wat hebben we nu feitelijk geleerd (grote verhoudingen)

Laten we onze eigen aannames vasthouden. Ik geef ze helemaal onderaan voor de liefhebber, maar nogmaals, je moet iets aannemen, andere aannames geven andere uitkomsten, deze zijn verdedigbaar en bespreekbaar.

Orde van grootte:

  • Bruto BI-uitkering: ± €180 mrd
  • Harde vervangingen/besparingen: ± €60 mrd
  • Terughaal bij midden/hoog (s=10%): ± €100 mrd
  • Rest: ± €10–30 mrd

Dus de fundamentele conclusie is: Het gaat niet om €180 miljard “kosten”. Het gaat om een netto herverdeling van ongeveer: 2–3% van het BBP. Dat is de echte schaal. En dat is politiek groot,
maar macro-economisch geen revolutie.

4️⃣ Nu expliciet: fundamentele keuze vs. geld

Het systeem is herverdeling binnen burgers:

  • Lage inkomens krijgen structureel +€8–12k
  • Midden is neutraal
  • Hoog draagt bij
  • Een beperkt resterend gat blijft (~10–30 mrd)

De echte systeemverandering zit hier:

Van controle naar vertrouwen

  • Minder handhaving
  • Minder vernedering
  • Minder bureaucratie

Van arbeidsplicht naar bestaansrecht

  • Inkomenszekerheid los van arbeid
  • Arbeidsmarkt wordt onderhandelingsmarkt

Van toeslagencomplex naar eenvoud

  • Minder onzekerheid
  • Minder stress

Van conditionele solidariteit naar onvoorwaardelijke solidariteit

5️⃣ En hier is het volgens mij anders

Deze insteek dwingt niet tot: “Is het rendabel?” Maar tot: Zijn we bereid 2–3% van het BBP te verschuiven
in ruil voor een fundamenteel ander systeem? Dat is een heel ander debat dan: “Het kost 240 miljard.”

6️⃣ Zachtere effecten expliciet naast harde cijfers

Laten we ze naast elkaar zetten.

Harde grootheidOrdeZachte keuze
Netto herverdeling2–3% BBPBestaanszekerheid als recht
Minder uitkeringen/controle± 60 mrdVertrouwen i.p.v. wantrouwen
Terughaal bij hoge inkomens± 100 mrdSolidariteitskeuze
Rest-tekort10–30 mrdPolitieke prioriteit

Nu zie je iets belangrijks: De harde cijfers zijn relatief overzichtelijk. Het echte spanningsveld zit bij:

  • Wie draagt bij?
  • Wie verliest privileges (hypotheekrenteaftrek, heffingskortingen)?
  • Welke machtsposities verschuiven?

Dat zijn politieke vragen. Deze methode maakt die zichtbaar: het is geen economisch onmogelijke operatie. Het is een politieke herverdelingskeuze.

7️⃣ Waarom berekeningen tóch zin hebben (maar anders)

“Je overtuigt niemand met berekeningen.” Dat klopt als je probeert te bewijzen dat het “winstgevend” is. Maar deze aanpak doet iets anders:

  • Je ontkracht mythevorming.
  • Je reduceert het debat van 180 mrd naar 10–30 mrd.
  • Je maakt zichtbaar waar de echte knoppen zitten.
  • Je maakt uitruilmogelijkheden zichtbaar.

Het basisinkomen en rekenen op hoofdlijnen

Stel je voor: iedere Nederlander krijgt elke maand €1.000 van de overheid, gewoon omdat je bestaat. Geen ingewikkelde formulieren, geen controles, geen toeslagen die je terug moet betalen. Klinkt mooi. Maar kan dat eigenlijk wel? En wie betaalt dat?

Stap 1: Wat kost het?

Laten we beginnen bij het begin. Nederland heeft ongeveer 15 miljoen volwassenen. €1.000 per maand is €12.000 per jaar. Dat is simpel: 15 miljoen × €12.000 = €180 miljard per jaar. Dat klinkt als een onmogelijk bedrag. Maar voordat je schrikt: dat geld gaat niet in een zwart gat. Het gaat naar burgers. En een deel daarvan komt via belastingen gewoon weer terug. Maar eerst kijken we naar wat er wél kan vervallen.

Stap 2: Wat kan eraf?

Als iedereen een vast inkomen heeft, kun je een heleboel regelingen schrappen. Dat is precies wat voorstanders van het basisinkomen altijd zeggen, maar laten we het eens concreet maken (nogmaals, zonder ons blind te staren op de tientallen varianten en cijfers achter de komma).

  • AOW: Die is nu gemiddeld zo’n €1.500 per maand. Als je straks €1.000 van het basisinkomen krijgt, hoeft de AOW nog maar een aanvulling van €500 te zijn. Dat scheelt de overheid tientallen miljarden.
  • Bijstand: Die kan lager, want mensen krijgen immers al een basis. Besparing: zo’n €6 miljard.
  • WW en WIA: Ook hier wordt het basisinkomen de bodem. De besparing is minder groot, maar telt op.
  • Toeslagen: Huurtoeslag, zorgtoeslag, kindgebonden budget – een groot deel daarvan kan geschrapt worden. Reken op zo’n €10 à 15 miljard.
  • En dan de ambtenaren: Wie controleert er nog of iemand wel recht heeft op een uitkering als iedereen hem krijgt? Het hele uitvoeringsapparaat kan drastisch krimpen. Duizenden banen verdwijnen, maar dat is ook miljarden aan besparing.

Tel je dit grof bij elkaar op, dan kom je op zo’n €60 miljard per jaar aan besparingen. Het gat is dan nog €120 miljard. Dat klinkt nog steeds groot. Maar we gaan verder.

Stap 3: De middelste en hoge inkomens doen gewoon mee

Het basisinkomen is voor iedereen. Dus ook voor iemand die nu €50.000 of €150.000 verdient. Maar het is niet de bedoeling dat zij er netto op vooruit gaan. Daarom spreken we af: zij krijgen het wel, maar via de belasting betalen ze het grotendeels terug. Hoe werkt dat? Bijvoorbeeld zo:

Stel je verdient nu €50.000 en betaalt €10.000 belasting. In de nieuwe situatie krijg je €12.000 basisinkomen, maar je betaalt ook meer belasting – precies zoveel dat je er netto niets bij krijgt. Je merkt er weinig van, behalve dat je nooit meer een toeslag hoeft aan te vragen. Voor iemand met een laag inkomen is het anders. Die krijgt het basisinkomen wél volledig. Netto ga je er dus fors op vooruit. Reken je dit door voor heel Nederland, dan ontstaat dit beeld:

  • Lage inkomens: flink plus
  • Middeninkomens (rond €50.000): ongeveer neutraal
  • Hoge inkomens: lichte min (zij dragen bij aan de solidariteit)

De netto kosten van het basisinkomen zijn dan geen €180 miljard meer, maar nog maar een fractie. In mijn ruwe doorrekening kom je uit op ongeveer €13 miljard per jaar dat resteert als tekort.

Stap 4: Het echte gesprek

Dertien miljard is geen kleinigheid, maar het is een bedrag waar je over kunt praten. Zeker als je bedenkt wat we ervoor terugkrijgen. Misschien is dit wel de kern, het is een fundamenteel andere kijk op de samenleving. Daar moet de discussie over gaan. Niet over hoe groot het gat precies is. Want de geschiedenis leert dat verdere verdieping op de cijfers niemand over de streep trekt.

Het basisinkomen levert vooral ook zaken op die je niet meteen in euro’s kunt uitdrukken:

  • Minder stress, omdat je niet bang hoeft te zijn voor een bijstandscontrole.
  • Meer vrijheid om ander werk te kiezen, of om voor je ouders te zorgen.
  • Minder bureaucratie. Geen gedoe meer met toeslagen die je terug moet betalen.
  • Misschien zelfs minder criminaliteit, omdat de financiële druk wegvalt.

En sommige van die zachte effecten zijn wél in geld uit te drukken. Minder stress betekent bijvoorbeeld minder ziekteverzuim. Dat is winst voor werkgevers. Minder mentale problemen betekent lagere zorgkosten. Daar profiteren zorgverzekeraars van.

Stap 5: De kunst van het verdelen

En nu wordt het pas echt interessant. Stel dat werkgevers jaarlijks €500 miljoen besparen door lager verzuim. En zorgverzekeraars €300 miljoen door lagere ggz-kosten. Dan zijn dat partijen die voordeel hebben van het basisinkomen, zonder dat zij er zelf voor betalen. In een normale discussie stopt het daar. “Niet mijn probleem”, zegt de werkgever. “Ik heb niks gevraagd.” Maar in deze benadering kijk je anders. Want als jij als overheid het basisinkomen wilt invoeren, maar je komt geld tekort, dan kun je die partijen aanspreken: “Jullie profiteren mee. Zijn jullie bereid een deel van dat voordeel af te staan, zodat het plan doorgaat?” Dat is geen dwang, dat is onderhandelen. En je hebt een getal om over te praten.

Conclusie

Het debat over het basisinkomen blijft vaak hangen in principes. Voorstanders roepen dat het rechtvaardig is. Tegenstanders zeggen dat het onbetaalbaar is. Maar als je het simpel uitsplitst – wie krijgt wat, wie betaalt wat, wie profiteert mee – dan wordt het een rekensom. En die rekensom laat zien:

  • Het is niet gratis, maar ook niet onmogelijk.
  • De echte vraag is niet “kunnen we het betalen?”, maar willen we een andere maatschappij en “hoe verdelen we de lasten?”
  • En er zijn partijen die meeprofiteren en die je aan tafel kunt vragen.

Een andere inrichting van de maatschappij kent ook verliezers en die zitten nu vaak aan de knoppen. Ik ben me er zeer van bewust dat daar de echte bottlenecks zitten. Toch is dit mijn bijdrage.


Zijkader: Van rendement naar maatschappelijke kosten-baten naar slimme financiering

Hoe kijk je normaal naar een plan?

Stel, je wilt een appartementencomplex bouwen. Een investeerder rekent uit: wat kost het, wat levert het op, en wanneer heb ik mijn geld terug? Dat is rendement. Helder, simpel, maar het kijkt alleen naar de eigen portemonnee.

Breder kijken en MKBA

Bij een grote weg of een windmolenpark kijkt de overheid breder. Zo’n Maatschappelijke Kosten-Batenanalyse (MKBA) rekent niet alleen de aanlegkosten, maar ook dingen mee als reistijdwinst, geluidsoverlast of de waarde van een mensenleven. Alles krijgt een prijskaartje, ook dingen die nooit over een toonbank gaan. Het resultaat is één totaalcijfer: als dat positief is, is het plan goed voor Nederland. Klinkt mooi, maar het heeft een blinde vlek: het zegt niets over wie betaalt en wie profiteert. En juist dáár wringt het vaak.

De derde weg: slimme financiering

Deze aanpak doet iets anders. Die begint met de simpele vraag: er is een plan, maar het geld is er niet. Hoe krijg je het dan tóch rond? De werkwijze gaat zo:

  1. Alleen echt geld eerst. Geen fictieve prijs voor een mensenleven, maar gewoon: welke euro’s gaan echt van de ene naar de andere rekening? Maar wel globaal, geen priegelwerk, inschatting op hoofdlijnen, geen tijd verliezen aan ingewikkelde rekensommen.
  2. Splits uit naar partijen. Zet in kolommen wie erbij betrokken is: burgers (uitgesplitst naar laag, midden, hoog), overheid, werkgevers, zorgverzekeraars, noem maar op.
  3. Kijk naar de zachte effecten. Minder stress, meer vrijheid, minder bureaucratie. Zet ze ernaast, zonder ze meteen in euro’s te verstoppen.
  4. Tel op en ontdek de crux. Mogelijk is het totaal voor Nederland positief, maar heeft de ene partij een tekort en de ander een overschot.
  5. Ga onderhandelen. Partijen die profiteren, kun je vragen bij te dragen. Jij hebt macht: zonder jouw plan hebben zij ook geen voordeel.
  6. Verzin constructies. Profiteert iemand pas over tien jaar, maar heb je nu geld nodig? Vraag een toekomstbelofte en leen daar nu op.

Wat levert dit op?

  • Geen schijnprecisie, maar overzicht.
  • Niet één totaalcijfer, maar inzicht in de verdeling.
  • Een gesprek over “wat is ons dit waard?” in plaats van “klopt de rekenmachine?”

Precies wat dit basisinkomen-vraagstuk nodig heeft.


🔹 Uitgangspunten

  • Aantal volwassenen (18+): ± 15 miljoen
  • Geen differentiatie jongvolwassenen
  • Geen wooncomponent
  • Geen kinderbasisinkomen in onze kernvariant
  • €1.000 per maand per volwassene, = €12.000 per jaar, Onvoorwaardelijk

Totale bruto-uitkering: 15 miljoen × €12.000 ≈ €180 miljard per jaar

  • Start terughaal boven €20.000 inkomen
  • Volledige neutralisatie bij €50.000
  • Daarna extra bijdrage via marginale heffing

Specifiek:

  • s = 10%, H(M) lineair oplopend tussen €20k en €50k. Boven €50k: H = €12.000 + 10% × (M − 50k)

Doel hiervan:

  • Lage inkomens: duidelijke plus, Middeninkomen (~50k): neutraal, Hoge inkomens: netto bijdrage

Terughaalopbrengst (indicatief): ≈ €100–110 miljard per jaar

PostIndicatieve besparing
AOW gedeeltelijk vervangen~€35 mrd
WIA deels vervangen~€3 mrd
WW deels vervangen~€1 mrd
Bijstand grotendeels weg~€6 mrd
Toeslagen deels vervallen~€11 mrd
Minder uitvoeringskosten~€4 mrd

Totaal harde besparingen: ≈ €60 miljard per jaar, dit was een voorzichtige variant. Bruto BI: €180 mrd min terughaal: ~€106 mrd = Netto herverdeling: ~€73 mrd min vervangingen: ~€60 mrd. Rest-tekort: ≈ €10–15 miljard per jaar. Orde van grootte: ≈ 1,5–2% BBP

  • Geen hypotheekrenteaftrek afschaffen
  • Geen heffingskortingen schrappen
  • Geen fiscale bedrijfsvoordelen schrappen
  • Geen volledige afschaffing werknemersverzekeringen
  • Geen grondbelasting
  • Geen milieuheffingen
  • Geen transactietaks
  • Geen BTW-verhoging

We hebben dus géén radicale fiscale herstructurering ingezet. Dat maakt deze variant relatief mild. Wel benoemd maar niet doorgerekend:

  • Minder stress
  • Minder armoedeval
  • Minder schuldenproblematiek
  • Minder uitvoeringsfrictie
  • Meer onderhandelingsruimte op arbeidsmarkt
  • Minder vernedering en controle
  • Mogelijke zorg- en verzuimbesparing

Die zijn nog buiten de harde kern gehouden.

We hebben gerekend met €1.000 per maand per volwassene, 15 miljoen ontvangers, een gematigd terughaalmechanisme (s=10%), gedeeltelijke vervanging van uitkeringen en toeslagen, beperkte uitvoeringsbesparing, 10-jaars horizon en uitsluitend harde cashflows. Dat leidt tot een netto herverdeling van circa 2% van het BBP en een resterend financieringsvraagstuk van ongeveer €10–15 miljard per jaar in een conservatieve variant.

Previous Post Next Post
@media print { /* Verberg alle ongewenste onderdelen */ header, .site-header, nav, .main-navigation, .sidebar, .site-sidebar, aside, footer, .site-footer, .widget-area, .breadcrumbs, .post-meta, .related-posts, .comments-area, .print-hide { display: none !important; height: 0 !important; margin: 0 !important; padding: 0 !important; overflow: hidden !important; } /* Verberg ook bepaalde vaste*