524 De vragen over bankbonussen liggen echt voor het oprapen, hier nog een paar voor Yvonne Hofs
Om te bewijzen hoe makkelijk het is om door te vragen over zoiets voor de hand liggends als de bankbonussen (en het wel/niet opheffen van wat beperkingen die er nu zijn), vraag ik ChatGPT om bovenop de 7 vragen die ik hiervoor al stelde (met antwoorden) zelf nog wat op te lepelen. En verdomd, het zijn goede vragen! Ik heb geen enkele illusie dat die vragen gesteld gaan worden, in de krant of elders worden uitgewerkt, of serieus worden genomen. Omdat het daar natuurlijk helemaal niet om gaat, het is een spel, een toneelstuk, dat snap ik ook wel. Wij lullen maar over Trump en Poetin en ik word ziek van de flauwe filmpjes die ik elke dag krijg doorgestuurd. Ik zou zeggen, kijk ook eens gewoon wat hier vandaag op tafel ligt en maak je daar druk om, stuur flauwe filmpjes en maak slechte stukjes, als het maar op de agenda staat. Een lullig lokaal onderwerp? Mijn stelling is (nog een keer hier aanstippen), vergroening, verduurzaming, polarisatie (onderwerpen die makkelijker zijn om te communiceren) .. de geld-banken-infrastructuur staat hier stevig in de weg.
1. Als bonussen nodig zijn om talent te behouden, waarom zien we dan geen massale uitstroom sinds 2014?
Waar zijn de cijfers?
- hoeveel sleutelfiguren zijn vertrokken;
- naar welke landen;
- met welk aantoonbaar effect op stabiliteit, innovatie of dienstverlening?
Als dit probleem al tien jaar bestaat, waarom is de sector dan niet ingestort?
2. Waarom geldt dit “concurrentie-argument” niet voor andere sectoren met internationale schaarste?
Denk aan:
- onderwijs (bètadocenten);
- zorg (IC-verpleegkundigen);
- energie-infrastructuur;
- defensie-IT.
Waarom is “marktwerking” daar ineens geen reden voor uitzonderingen, maar hier wel?
3. Wie draagt het risico als deze hoogbetaalde ICT’ers falen?
Bonussen worden uitgekeerd bij:
- korte termijn winst;
- succesvolle productlancering;
- handelsresultaten.
Maar:
- wie betaalt bij misrekeningen;
- systeemfouten;
- crises;
- bail-outs?
Waarom horen we nooit dat bonusstructuren ook symmetrisch naar beneden werken?
4. Waarom wordt niet geëist dat hogere beloningen aantoonbaar leiden tot publieke meerwaarde?
Bijvoorbeeld:
- lagere transactiekosten;
- betere consumentenbescherming;
- robuustere systemen;
- minder storingen;
- minder fraude.
Als dit echt “investeringen in kwaliteit” zijn: waar zijn dan de prestatie-indicatoren?
5. Waarom wordt de bonusdiscussie los gezien van marktmacht en concentratie?
Als banken:
- steeds groter worden;
- steeds minder concurrenten hebben;
- steeds essentiëler worden;
waarom mogen ze zich dan blijven gedragen als:
- kwetsbare start-ups;
- mobiele kenniswerkers;
- slachtoffers van internationale druk?
Is dit niet precies het moment waarop je zou zeggen: “juist omdat jullie onmisbaar zijn, gelden strengere regels”?
Mini-conclusie (impliciet, maar onontkoombaar)
Wat deze vragen blootleggen is niet een informatieprobleem, maar een wil-probleem. Iedereen met een half functionerend verstand kan ze stellen. Ze worden niet gesteld omdat:
- ze het frame laten kantelen;
- ze machtsverhoudingen zichtbaar maken;
- ze de mythe van noodzaak doorprikken.