462 Greene en mastery, een ander verhaal? Zijn ondernemers ook meesters?
Dan als voorlopig laatste deel in deze serie over Greene en zijn wetten. Later heeft Greene het boek ‘Mastery’ geschreven en hij verlaat zijn vertaling naar wetten. In dit boek onderzoekt Greene hoe iemand heel erg goed wordt op een bepaald terrein, hoe wordt iemand een meester in zijn vak? Dit boek kent niet die cynische of harde kant en er wordt niet of minder gebruik gemaakt van de menselijke fouten. Een meester is iemand die vooral heel veel uren maakt en een duidelijke focus heeft en …. ga zo maar door. Ik dacht destijds deze filosofie van Greene te kunnen gebruiken om meer grip te krijgen op ‘ondernemerschap’. Want is een ondernemer (een succesvolle dan in ieder geval) ook niet iemand die heel veel uren moet maken, focus moet hebben op winst en rendement, de hele tijd moet denken aan geld en groei? Ik heb zelf het idee (zonder onderbouwing) dat mensen die succesvol zijn (in de beperkte zin van het woord, dus beste in hun vak, bovenaan de lijstjes, wereldberoemd) obsessief bezig moeten zijn, alles moet wijken, desnoods over lijken gaan, en vooral veel aan jezelf en je missie denken. Ondanks alle mooie romantische verhalen over hun genialiteit zijn het vaak geen prettige mensen in de omgang, laten ze een spoor van vernieling achter. Maar ja, is het mogelijk zoiets te bereiken zonder die monomane neigingen? Of het nu kunstenaars zijn of ondernemers of … ? Er zijn natuurlijk uitzonderingen, hoewel ik er zo geen kan noemen. Afijn, iets om later nog eens op te pakken. Voor nu de vragen of Greene hier inderdaad zijn oude werkwijze los heeft gelaten en de andere vraag of een ondernemer (in de zin van: helemaal gaan voor je zaak, winnaar willen zijn, dus volgens de economie-boekjes) ook de eigenschappen van een ‘meester’ heeft of moet hebben?
Gaat Greene in Mastery anders te werk dan in zijn eerdere ‘wetten-boeken’?
Het korte antwoord is: de toon is anders, maar de onderliggende werkwijze en het mensbeeld zijn grotendeels hetzelfde. Mastery is geen breuk met The 48 Laws of Power, maar een herkadering.
1. De toon: zichtbaar anders
Op het eerste gezicht voelt Mastery wezenlijk anders dan de machtsboeken van Robert Greene.
De wetten-boeken:
- koel
- strategisch
- cynisch
- relationeel instrumenteel
- nadruk op manipulatie, asymmetrie, misleiding
Mastery:
- rustiger
- positiever
- ontwikkelingsgericht
- minder vijanddenken
- meer nadruk op vakmanschap, geduld, innerlijke drive
Dat verschil is reëel, en verklaart ook waarom Mastery breder wordt geaccepteerd en minder “verdacht” aanvoelt. Maar: dat is vooral toon, niet structuur.
2. De werkwijze: opvallend consistent
Als je kijkt hoe Greene redeneert, zie je sterke continuïteit. In beide gevallen:
- selecteert hij succesvolle casussen
- reconstrueert hij achteraf patronen
- destilleert hij algemene wetten / fasen
- abstraheert hij context en toeval grotendeels weg
- vermijdt hij expliciete ethische reflectie
In The 48 Laws of Power: “Dit is hoe macht werkt.” In Mastery: “Dit is hoe meesterschap ontstaat.”
De methodologie is identiek:
succes → analyse → generalisatie → normatief kader (impliciet)
3. Hetzelfde mensbeeld, andere optimalisatie
Hier zit de kern.
In de machtsboeken:
- mens = strategische actor
- optimalisatie = asymmetrie
- doel = dominantie / autonomie / veiligheid
- anderen = middelen of obstakels
In Mastery:
- mens = lerend, imiterend wezen
- optimalisatie = competentie
- doel = autonomie via vakmanschap
- anderen = voorbeelden, mentoren, spiegels
Maar let op: In beide gevallen is de kern: autonomie door superioriteit. Alleen de weg verschilt. De meester:
- overheerst niet mensen
- maar beheerst een domein
Dat voelt ethischer, maar de logica van onderscheid en hiërarchie blijft intact.
4. Elementen uit de machtsboeken keren duidelijk terug
Je ziet in Mastery meerdere motieven die je kent uit de machtswetten:
1. Instrumentele relaties
- Mentoren zijn leerbronnen
- Concurrenten zijn referentiepunten
- Anderen zijn spiegels voor groei
Dat is milder dan manipulatie, maar nog steeds functioneel.
2. Geduld als strategie
In de machtsboeken:
- wachten, timing, schaarste
In Mastery:
- lange adem
- 10.000 uur
- tijd als bondgenoot
Zelfde mechaniek, andere context.
3. Afkeer van transparantie
Greene blijft wantrouwig tegenover:
- expliciete plannen
- openlijk uitleggen
- “jezelf blootgeven”
De meester werkt stil, leert observerend, groeit zonder aankondiging. Dat is verwant aan wetten als zeg altijd minder dan nodig is.
4. Selectie zonder compassie
Net als in de machtsboeken:
- niet iedereen wordt meester
- velen vallen af
- falen wordt genormaliseerd
- structurele ongelijkheid wordt niet problematisch gemaakt
Dit is evolutionair denken, niet relationeel denken.
5. Wat Mastery níét doet (en dat is veelzeggend)
Net als de machtsboeken:
- reflecteert Mastery nauwelijks op:
- afhankelijkheid van anderen
- relationele schade
- offers van de omgeving
- de keerzijde van obsessieve toewijding
De partner, het gezin, de sociale context verdwijnen grotendeels uit beeld. Dat is exact dezelfde blinde vlek die jij later in je relatie-onderzoek tegenkomt.
6. Jouw inzicht achteraf
Achteraf gezien (en dat zeg jij impliciet nu zelf) zie je: Mastery voelt als een vriendelijker boek, maar blijft gevangen in hetzelfde extractieve mensbeeld. Niet extractie van anderen, maar extractie van:
- jezelf
- je tijd
- je aandacht
- je leven
Dat kan nobel zijn. Maar het is niet vanzelfsprekend duurzaam.
7. Samenvattend
- Mastery verschilt duidelijk in toon
- maar nauwelijks in denkraam
- het blijft:
- individualistisch
- hiërarchisch
- succesgericht
- blind voor herhaalde relationele dynamiek
Of in jouw taal:
Greene is in Mastery milder, maar niet wezenlijk anders. Hij verschuift van macht over mensen naar macht over een domein — maar het optimalisatiemodel blijft hetzelfde.
Is een ‘succesvolle ondernemer’ volgens de klassieke economie ook een meester in de zin van Greene?
- Ondernemerschap zoals het in de praktijk vaak functioneert
(roofridders, extractie, manipulatie – jouw klassieke economische lezing) - Greene’s meester
(zoals uitgewerkt in Mastery: vakmanschap, discipline, superioriteit)
Klassieke ondernemer vs. Greene’s meester
| Dimensie | klassiek ondernemer | Greene’s meester |
|---|---|---|
| Primair doel | Macht, geld, controle, extractie | Beheersing van een domein |
| Succesdefinitie | Meer dan anderen (winst, marktaandeel, status) | Beter dan anderen (excellentie) |
| Mensbeeld | Egoïstische, strategische actor | Lerend, imiterend, disciplinair individu |
| Kernmechanisme | Asymmetrie uitbuiten | Competentie opbouwen |
| Relatie tot anderen | Anderen als middelen of obstakels | Anderen als mentoren, modellen, referenties |
| Tijdshorizon | Kort tot middellang (exiten, cashen) | Lang (10.000 uur, decennia) |
| Gebruik van macht | Expliciet en instrumenteel | Impliciet, via superioriteit |
| Speltype | One-shot / herhaald met exit | Lang herhaald spel |
| Rol van manipulatie | Centraal (marketing, framing, lobby, spelletjes) | Marginaal (focus op inhoud) |
| Relatie tot toeval | Opportunistisch: kansen grijpen | Minimaliseren door voorbereiding |
| Kosten voor omgeving | Geëxternaliseerd | Genegeerd, maar niet doelbewust |
| Slachtoffers | Functioneel onderdeel van succes | Collateral damage |
| Narratief | “Zo werkt de wereld nu eenmaal” | “Zo word je uitzonderlijk goed” |
| Moreel kader | Moreel geneutraliseerd door systeem | Moreel genegeerd door focus |
| Legitimatie | Markt, wet, aandeelhouder | Prestatie, vakmanschap |
| Eindtoestand | Dominantie of exit | Autonomie binnen het vak |
| Blinde vlek | Lange termijn schade | Relationele schade |
Het echte verschil (dit is cruciaal)
De succesvolle klassiek-economische ondernemer:
- optimaliseert voor positie
- ziet inhoud als instrument
- kan van domein wisselen
- is vervangbaar zolang macht behouden blijft
De meester (bij Robert Greene):
- optimaliseert voor inhoud
- ziet macht als bijproduct
- is domeingebonden
- is niet zomaar vervangbaar
Dat is geen klein verschil. Dat is structureel.
Maar… (en hier wordt het interessant)
Ze lijken moreel sterk op elkaar omdat:
- beiden offers normaliseren
- beiden relationele schade accepteren
- beiden hiërarchisch denken
- beiden succes achteraf legitimeren
Maar hun interne logica verschilt fundamenteel: De machtswellusteling gebruikt mensen om doelen te bereiken. De meester gebruikt doelen om zichzelf te vormen. Dat tweede klinkt nobeler, maar is niet automatisch vriendelijker.
Waar ze elkaar raken (en waarom jij bleef twijfelen)
In de praktijk vallen ze vaak samen:
- succesvolle ondernemers worden meesters in machtssystemen
- meesters worden machtsfactoren, of ze dat willen of niet
Daar ontstaat de hybride figuur:
- de meester-met-macht
- de ondernemer-met-vakmanschap
En precies dáár verdwijnen de grenzen:
- meesterschap legitimeert macht
- macht maskeert extractie als excellentie
Conclusie (analytisch, niet normatief)
- De oude machtswellusteling = optimaliseert voor uitkomst
- Greene’s meester = optimaliseert voor proces
Beiden:
- kunnen extreem succesvol zijn
- maken slachtoffers
- worden achteraf bewonderd
Maar ze zijn niet hetzelfde type. Of scherper: De klassieke succesvolle ondernemer wint het spel. De meester wordt het spel. En precies dát verschil maakt dat Mastery anders aanvoelt dan The 48 Laws of Power — maar niet vrij is van dezelfde schaduw.
Samenvatting – eigen bespreking van Mastery (Robert Greene)
In dit artikel gebruik je Mastery van Robert Greene als spiegel voor ondernemerschap. Je herkent veel, maar plaatst vanaf het begin duidelijke kanttekeningen bij Greene’s benadering van “meesterschap”.
Vier relativeringen vooraf
- Moet een ondernemer een ‘meester’ worden?
Greene definieert een meester als iemand die ergens uitzonderlijk goed in wordt. Jij zet daar vraagtekens bij: ondernemerschap draait juist om het slim benutten van capaciteiten om een doel efficiënt te bereiken. De laatste paar procent perfectie kost vaak onevenredig veel energie en is zelden rationeel voor een ondernemer. - De Gladwell-achtige aanpak
Greene’s stijl lijkt op die van Malcolm Gladwell: een contra-intuïtieve insteek, veel aansprekende anekdotes en een geruststellende boodschap (“succes is niet alleen talent”). Leuk en inspirerend, maar bij herlezing blijft er minder harde kern over dan je aanvankelijk dacht. - Niet geschreven dóór en vóór ondernemers
Deze boeken zijn vooral bedoeld voor lezers die succes willen begrijpen, niet voor de mensen die het succes daadwerkelijk hebben behaald. Grote ondernemers zijn zelden groot geworden door boeken te lezen over hoe anderen succesvol zijn. - Achterafverklaringen en selectiebias
Greene analyseert succesvolle meesters en destilleert overeenkomsten, maar laat het toeval en de talloze vergelijkbare mislukkingen grotendeels buiten beschouwing. Inspirerend, maar methodologisch eenzijdig.
Wat verstaat Greene onder ‘meesterschap’?
Volgens Greene draait meesterschap niet primair om talent of IQ — die kunnen zelfs een handicap zijn. Alles begint bij het vinden van je ‘primal inclination’: een diepe, vaak vroege innerlijke drive. Die moet je ontdekken, niet verzinnen.
Vervolgens zoek je:
- een niche waarin die drive tot uitdrukking komt
- een passende vorm (outlet)
- en vermijd je valse paden: schijnmotivaties zoals geld, status of uiterlijk vertoon
Belangrijk is:
- dicht bij jezelf blijven
- verlies durven nemen en aanpassen
- denken in lange tijdshorizonnen (5–10 jaar)
- geduld en volharding: time is on your side
Van leerling naar meester
Het middendeel van Greene’s betoog is praktischer:
- zoek een mentor
- stel je nederig op
- kopieer schaamteloos wat werkt
- oefen eindeloos (de bekende 10.000-urenregel)
Imitatie speelt hierbij een centrale rol. Mensen kunnen zich via spiegelneuronen in anderen verplaatsen, hun handelen nadoen en internaliseren. Pas wanneer handelingen automatisch worden, ontstaat mentale ruimte voor variatie, vernieuwing en uiteindelijk: het verleggen van grenzen. Dán wordt iemand een meester.
De onbegrepen delen: begin en eind
Wanneer je Greene’s betoog abstraheert, blijven drie delen over:
- Begin: roeping / drive
- Midden: oefenen, leren, imiteren
- Eind: lange termijn visie
Juist het begin en het eind zijn volgens jou het meest cruciaal én het minst te begrijpen. Hoe weet je wat je echte roeping is? Wanneer is iets geen vals pad? Wat is die lange termijn visie precies? Deze onderdelen laten zich niet goed rationaliseren. Ze bestaan uit gevoelens, beelden, intuïtie en een innerlijk kompas — niet uit plannen of spreadsheets.
Brug naar ondernemerschap
Je ziet twee visies op ondernemerschap:
- De rationele visie
Stappenplannen, doelen, partners, plannen, controle. Dit is wat scholen onderwijzen. - De ‘fuzzy’ visie
Ondernemerschap als uitdrukking van een diepe, vaak onbegrepen innerlijke drive, geworteld in jeugd, ervaringen en persoonlijke geschiedenis. Visie is hier geen plan, maar een innerlijk anker.
Greene’s meesters opereren vooral vanuit deze tweede laag.
Ondernemer versus meester
Je concludeert:
- Elke ondernemer is een meester
- Maar niet elke meester is een ondernemer
Een meester kan wetenschapper of kunstenaar zijn zonder ondernemer te worden. Ondernemers hebben een specifieke subset aan drijfveren: status, geld, macht, risico, en de neiging tot concrete, verkoopbare realisaties. De kern van zowel meesterschap als ondernemerschap ligt uiteindelijk in:
- contact houden met die diepe drive
- weten (op gevoelsniveau) waar je uit wilt komen
- en onderweg dicht bij jezelf blijven
Volgens Greene heeft iedereen zo’n begin- en eindpunt, maar niet iedereen kan er (nog) bij. Ondernemerschap en meesterschap beginnen dus met zelfonderzoek, niet met een stappenplan.