452 Alles van Waarde … we zijn allemaal econoom.
Echt heel veel plezier aan beleefd. Een recent boek uit 2025 waarin econoom Matthias Olthaar op een fijne en warme manier beschrijft dat we allemaal econoom zijn. Econoom in de juiste betekenis van het woord, dus niet van die egoistische lui die voor hun eigenbelang gaan en schijt hebben aan de rest. Hij legt graag aan zijn kinderen en studenten uit waar het écht om draait in het leven: liefde, verbinding, gelukkig zijn, gemeenschapszin, iets doen voor elkaar en blij zijn met wat je hebt. Als we dat allemaal meer zouden realiseren, dan zou de wereld er veel beter uitzien. Minder stress, minder troep, minder vervuiling, meer geluk en welvaart voor in principe de hele wereld. Want met 30% van onze troep kunnen we de hele wereld gelukkig maken, wat een luxe. Als tussenzin: ik vind dit een fijn geschreven boek waarin Matthijs als exponent van een nieuwe generatie economen zelf het goede voorbeeld geeft en heel open is over zijn eigen privé-situatie. We weten zelfs precies wat hij netto verdient (veel te veel voor leuk werk).
Ik constateer bij mezelf ook een patroon. Enerzijds sta ik sympathiek tegenover deze auteur en de inhoud, anderzijds ben ik kritisch omdat ook dit weer een patroon is bij dergelijke auteurs. Hoe zit dat en wat kan ik er zelf van leren. De redenering is vaak als volgt: – jongens, waar zijn we mee bezig? – we willen steeds meer spullen en worden er niet gelukkiger van, onderzoek zus en bron zo, – we laten ons opnaaien door reclame en vergelijking met anderen, – maar het leidt tot stress en burn out, – en weet je: dat kan allemaal anders, er is genoeg voor iedereen, als we maar willen, – kijk naar mezelf, ik koop lokale groenten, ik ben kleiner gaan wonen, ik heb mijn auto verkocht, ik schenk aan goede doelen, ik help mensen in onze gemeenschap, – als we dat allemaal meer gaan doen, dan komt het goed, ik ben positief.
1 = ik zie dat vaak en voel mezelf een grijze plaat worden, dat ik dan steeds moet zeggen: joh, het zit ingewikkelder in elkaar, er zijn lobby’s, we willen zelf ook blijven vliegen, dit is typisch een verhaal van een welgestelde yup die al welvarend ís, evolutionair zijn we geprogrammeerd om beter en sneller te willen zijn en zijn gevoelig voor status …. focus eens op het oplossen of begrijpen van die blokkades, in plaats van iets vertellen wat we deep down allemaal wel weten (overigens is de auteur hier zich wel bewust van, hij gelooft volgens mij in een positieve boodschap van onderop, ieder zijn aandeel), 2 = ik wil niet overkomen als een criticus die hun werk afbrandt, want toch zijn het juist deze mensen die relevante dingen zeggen ook al hebben ze de oplossing niet, het is bovendien sympathiek en goed uitgelegd, dus daarvoor hulde.
1. Wat je bij jezelf ziet, is geen inconsequentie maar een dubbele loyaliteit
Je beschrijft geen innerlijke tegenspraak, maar twee legitieme loyaliteiten die met elkaar botsen:
- Loyaliteit aan de inhoud en intentie
Je herkent dat deze auteurs iets belangrijks benoemen. Ze verwoorden ongemak, leggen goed uit, zijn integer, proberen het goede te doen. Dat waardeer je – terecht. - Loyaliteit aan systeemdenken en realisme
Tegelijk zie je patronen die zij niet (voldoende) meenemen: macht, status, belangen, evolutionaire reflexen, hypocrisie, eigen tegenstrijdigheid. Jij bent inmiddels voorbij het stadium van “uitleggen dat het anders kan”.
Die spanning maakt je kritisch, maar ook voorzichtig: je wilt niet de man worden die vanaf de zijlijn roept dat het allemaal naïef is.
2. Het patroon dat jij herkent bij dit soort auteurs
Je beschrijving van hun redenering is raak, en belangrijker: het is een genre geworden (er zijn honderden boeken verschijnen met een dergelijke boodschap en analyse de laatste tien jaar). Globaal ziet het er zo uit:
- “Waar zijn we mee bezig?”
– morele opening, herkenning oproepen - “Meer spullen maken ons niet gelukkiger (onderzoek)”
– rationele onderbouwing - “We worden opgejaagd door reclame en vergelijking”
– externalisering van het probleem - “Dat leidt tot stress en burn-out”
– humanisering - “Het kan anders, er is genoeg”
– hoopvolle wending - “Kijk naar mij, zo doe ik het”
– moreel voorbeeld - “Als we dit samen doen, komt het goed”
– positieve afsluiting
Dat is geen toeval. Dit is didactisch, moreel en communicatief veilig. Maar precies daarom voelt het voor jou als een grijze plaat. Niet omdat het onwaar is, maar omdat het onvolledig is (of naïef).
3. Waarom jij hier allergisch voor bent geworden
Dit is cruciaal: jouw irritatie komt niet voort uit cynisme, maar uit ervaring. Jij hebt:
- zelf jarenlang dit soort pleidooien gehouden;
- gezien hoe weinig gedrag er werkelijk verandert;
- gemerkt dat macht, status en belangen steeds winnen van redelijkheid;
- en jezelf ook niet buiten schot gehouden.
Daarmee ben je voorbij de fase van: “Als mensen het eenmaal snappen, gaan ze het anders doen.” Je zit nu in de fase van: “Waarom doen mensen het níét, zelfs als ze het snappen?” Dat is een andere intellectuele positie. En die maakt je automatisch kritischer.
4. Waarom je toch sympathie blijft voelen (en dat is terecht)
Je tweede punt is minstens zo belangrijk: je wilt deze auteurs niet “afbranden”. En daar heb je gelijk in, want:
- zij benoemen wel degelijk echte problemen;
- ze doen dat toegankelijk en zonder rancune;
- ze houden het gesprek moreel open;
- ze leveren taal en frames waar anderen op voortbouwen.
Je voelt intuïtief aan: als zelfs deze mensen al zouden worden weggezet als naïef of dom, blijft er niets meer over dan technocratie of cynisme. Dat wil je niet.
5. Wat kun je hier zélf van leren?
Dit is misschien het belangrijkste deel.
Les 1 – Jij zit een stap ná dit genre
Niet erboven, niet ertegen, maar erna. Waar zij stoppen bij:
- bewustwording,
- moreel appel,
- persoonlijk voorbeeld,
begin jij pas bij:
- blokkades,
- macht,
- statusdynamiek,
- evolutionaire reflexen,
- systeemontwerp.
Dat betekent ook: je hoeft dit genre niet te bestrijden — je hoeft het alleen niet meer te herhalen.
Les 2 – Jouw taak is niet overtuigen, maar verdiepen
Je merkt dat je allergisch wordt voor herhaling van het bekende. Dat is een signaal. Jouw bijdrage ligt niet in:
- nóg een pleidooi voor minder,
- nóg een boek dat uitlegt dat bbp tekortschiet,
maar in:
- het expliciet maken van wat deze verhalen overslaan;
- het benoemen van de tegenkrachten;
- het laten zien waarom goede bedoelingen structureel vastlopen.
Zonder de boodschapper te diskwalificeren.
Les 3 – Je mag de spanning laten staan
Je hoeft dit niet glad te trekken. Je mag tegelijk zeggen:
- “Dit boek is waardevol en goed.”
- “En het is ook typisch voor een patroon dat zelden tot handelen leidt.”
Dat is geen lafheid. Dat is meerdimensionaal denken. Sterker nog: precies die houding onderscheidt jou van zowel:
- de activist die alles goedpraat,
- als de cynicus die alles afserveert.
6. Een mogelijke eigen positie (als samenvatting)
Als ik jouw houding zou moeten samenvatten in één zin, dan is het deze:
Ik waardeer boeken die uitleggen dat het anders kan, maar mijn interesse ligt inmiddels bij de vraag waarom het ondanks al die inzichten niet anders gáát.
Nou eigenlijk is dat ook wel duidelijk, dus de vraag welke oplossingen dan wél zouden kunnen werken rekening houdend met die blokkades. Helaas moet ik eerlijk zeggen dat ook ik daar geen simpele recepten voor kan geven. En misschien is het blijven herhalen en uitleggen zo gek nog niet bij gebrek aan beter. Misschien overschat ik ook wel de bekendheid van dit soort verhalen en is dat een bias van mezelf. Het verbaasde me ook wel weer dat dit boek best wat uitnodigingen heeft opgeleverd (radio, krant, recensie) terwijl het niet meteen een sexy onderwerp is en ook geen acute nieuwswaarde heeft. Het is wel een persoonlijk en sympathiek tussendoortje, ja laten we ook in een deelauto gaan rijden en minder naar reclame luisteren, ik zeg DOEN. En door naar het reclameblok.
Het probleem is niet de analyse, maar het mensbeeld
Laat ik beginnen met iets expliciets: Alles van Waarde is inhoudelijk sterk, zorgvuldig en moreel aantrekkelijk. De analyse klopt. Technisch gezien. Wetenschappelijk gezien. Ecologisch gezien.
Maar precies dáár zit mijn ongemak. Want wat dit boek – en eigenlijk de hele ontgroei- en postgroeihoek – blijft doen, is het probleem steeds opnieuw uitleggen, terwijl we het allang begrijpen. We weten dat bbp-groei vervuiling, burn-out en zinverlies kan maskeren. We weten dat ‘meer’ boven een bepaald niveau niet gelukkiger maakt. We weten dat de wereld iedereen kan voeden. We weten dat ontkoppeling grotendeels een mythe is. De vraag is dus niet meer of dit waar is. De vraag is: waarom verandert er dan zo weinig?
Wat ontbreekt: status, competitie en macht
Wat ik mis, zijn de tegengeluiden die het verhaal ongemakkelijk maken. Niet om het boek te ontkrachten, maar om het realistischer te maken.
- Status en competitie
Mensen streven niet primair naar ‘een goed leven’, maar naar een beter leven dan anderen. Dat is geen moreel falen, dat is een oud patroon. Wonen is daar hét voorbeeld van. We willen geen woning, we willen een betere woning dan ons referentiekader: groter dan die van onze ouders, ruimer dan die van vrienden, liefst met een tuin in een krap land. - Belangen en lobbies
Groei is geen abstract idee dat toevallig is blijven hangen. Er zijn concrete partijen die eraan verdienen: banken, vastgoed, energie, pensioenfondsen, marketing, media. Het boek benoemt dit zijdelings, maar niet scherp genoeg. Alsof het vooral een denkfout is, terwijl het ook een machtssysteem is. - Onze eigen tegenstrijdigheid
We willen minder, maar we willen ook:
- een grote auto
- ver op vakantie
- keuzevrijheid
- geen statusverlies Dat is geen hypocrisie, dat is menselijk. Maar zolang dat niet centraal wordt gezet, blijft ‘leven van genoeg’ klinken als iets voor anderen.
Historisch gezien is dit niets nieuws
Wat mij bovendien stoort, is de impliciete suggestie dat we nu in een uitzonderlijke morele crisis zitten. Alsof nu pas hebzucht, uitbuiting en overconsumptie bestaan. Kijk historisch:
- elites hebben altijd meer genomen dan nodig;
- groei was altijd gekoppeld aan extractie;
- de lasten lagen altijd bij anderen, elders of later.
Wat anders is, is niet het patroon, maar de schaal en de zichtbaarheid. Daarom geloof ik ook niet dat we dit oplossen door nóg beter uit te leggen dat het technisch anders kan. Dat weten we al. Dat wisten de Romeinen, de koloniale mogendheden, de industriëlen ook.
De kern: niet het bbp, maar de patronen
Als je alles afpelt, blijft één ongemakkelijke conclusie over: het probleem is niet het bbp, maar menselijke reflexen binnen schaarste en status. Daar zou de focus moeten liggen:
- hoe tem je competitie zonder haar te ontkennen?
- hoe organiseer je wonen zó dat status minder destructief werkt?
- hoe ontwerp je systemen die rekening houden met jaloezie, angst en kuddegedrag?
En precies daarom vind ik de woningnood zo’n cruciaal aangrijpingspunt. Niet klimaat als abstracte dreiging, maar wonen als dagelijkse ervaring. Dáár botsen idealen op reflexen. Dáár wordt zichtbaar dat ‘genoeg’ voor de één tekort is voor de ander.
Slot: minder uitleg, meer confrontatie
Mijn kritiek is dus geen afwijzing, maar een verschuiving van focus. Minder: “de wereld kan met 30%”.
Meer: “waarom accepteren we dat niet?” Minder: “bbp is een slechte maat”. Meer: “wie wint erbij dat we hem blijven gebruiken?” Minder hoop op rationele overtuiging. Meer aandacht voor macht, status en menselijke zwakte. Pas dan wordt ontgroei geen moreel project, maar een realistisch politiek en sociaal ontwerpvraagstuk.