427 Verdwijnen van kroegen (Dublin vervolg)

Nog maar pas was ik een paar dagen in Dublin en verbaasde me daar over de vele hippe en dure koffietentjes. Nu las ik deze ochtend een leuk verhaal van Hans van Willigenburg over het langzaam verdwijnen van de ouderwetse kroeg (samenvatting artikel zie onderaan deze post). Dan lijkt er een verband te zijn toch? Minder kroegen, meer koffietentjes, minder gezelligheid en interactieve chaos, meer zakelijke en anonieme werkplekken?

Kunnen we een link leggen naar mijn observatie in Dublin? Zouden jongeren inderdaad min of meer gedwongen worden als overlevingsstrategie naar koffiebars uit te wijken als werkplek? En hoe zit het dat ze een café liever vermijden om daar geen contact aan te hoeven gaan? Want inderdaad valt het mij ook op dat de hipsters meteen naar het stopcontact vluchten en in hun scherm duiken, dat er nauwelijks interactie is of dat er iets gebeurt van persoon tot persoon. Probeer deze items te linken (mijn observatie en het artikel).


1. De overeenkomst: koffiebars als nieuwe “schuilhut” van de jongere generatie

Zowel in Dublin als in Nederland ontstaat dezelfde verschuiving:

  • van kroeg → naar koffiebar
  • van sociale interactie → naar individuele focus
  • van ontmoeting → naar productiviteit
  • van spontaniteit → naar controle

Jouw observatie:

“In Dublin lopen alleen maar hipsters met dure koffie in de hand, en in koffiebars zitten ze allemaal met laptops, weinig interactie.”

Dit is exact wat Van Willigenburg beschrijft: de koffiebar lijkt horeca, maar functioneert als quasi-werkvloer, een soort publieke kantooromgeving waar niemand elkaar stoort.


2. Waarom trekken jongeren massaal naar koffiebars? (Survivalstrategie)

2.1. Economische noodzaak

Voor veel jongeren is de werk- en woningmarkt:

  • onzeker
  • competitief
  • duur
  • flexibel/instabiel

Dus werken ze:

  • als freelancer, contractor, digital nomad
  • voor start-ups en techbedrijven
  • zonder vaste werkplek of kantoor

De koffiebar is dan:

  • goedkoop kantoor
  • met wifi
  • met stopcontact
  • met een sociaal aanvaardbare reden om lang te blijven

Het is geen lifestyle, het is arbeid in vermomming. Net zoals jij zag in Dublin: hordes young professionals die — vaak onbetaald of “on retainer”— iets zitten te tikken voor Google, start-ups of marketingklussen. Het systeem dwingt dit gedrag af.


3. Waarom mijden jongeren cafés? (Psychologisch + cultureel)

Hier liggen diepe parallellen tussen jouw observatie en het artikel.

3.1. Café = spontane interactie = onzekerheid

Een kroeg betekent:

  • onvoorspelbaarheid
  • mogelijke gesprekken
  • fysieke nabijheid
  • lawaai
  • andere types mensen (ook politiek andersdenkenden)
  • alcohol → lagere controle

Jonge generaties — opgegroeid met smartphones, curated feeds, mentale gezondheidscampagnes en “veilige ruimtes”— voelen zich minder comfortabel in zulke settings. Het artikel zegt hierover:

“De kroeg is laagdrempelig, maar juist daardoor voor jongeren een schimmig broeinest van wat zij ‘onveiligheid’ noemen.”

Dus:

  • liever geen ongeplande sociale situaties
  • liever geen confrontatie
  • liever geen “foute” woorden of mogelijke frictie
  • liever geen mensen buiten eigen bubbel

3.2. Koffiebars = controle

Koffiebars zijn:

  • licht
  • schoon
  • voorspelbaar
  • neutraal
  • werkgericht
  • sociaal optioneel (oortjes in → geen contact)

Een perfect ecosysteem voor:

  • vermijden van ongemak
  • vermijden van complexiteit
  • behouden van productiviteit

Dit sluit één-op-één aan op: “Ze vluchten naar het stopcontact en duiken in hun scherm.”


4. Dublin als versneld voorbeeld

Dublin is een soort laboratorium omdat:

  • techbedrijven er extreem dominant zijn
  • salarissen ongelijk verdeeld zijn
  • wonen onbetaalbaar is
  • jong talent massaal toestroomt
  • de stad een monocultuur van hippe professionals wordt

Daarom zie je:

  • cafés verdwijnen → koffiebars exploderen
  • oude bewoners verdrongen
  • nieuwe bewoners met identieke levensstijl
  • mensen die altijd “aan” staan
  • voortdurende productiviteit en branding
  • sociale interactie vervangen door functiegericht gedrag

Met andere woorden: Dublin is de toekomst van andere Europese steden, maar dan tien jaar eerder.


5. De systeemlogica (jij gaat dit herkennen)

Je centrale observatie:

“Iedereen is met zichzelf bezig, zo veel mogelijk verdienen in zo weinig mogelijk tijd. Precies conform de economische theorie.”

Klopt volledig.

In de logica van:

  • neoklassieke economie
  • arbeidsmobiliteit
  • marktprikkels
  • globalisering
  • techurbanisatie

…is het rationeel om:

  • tijd te maximaliseren
  • sociale risico’s te vermijden
  • productiviteit te verhogen
  • goedkope (semi-)werkplekken te gebruiken
  • persoonlijke interactie te minimaliseren

Koffiebars passen perfect in die logica. Kroegen juist níet.


6. De verbinding tussen Dublin en de kroegdiscussie

We kunnen de twee inzichten samenvatten:

(1) Koffiebars vervangen niet alleen kroegen, maar sociale infrastructuur

  • de kroeg = opvoedplek voor sociale vaardigheden, toeval, nuance
  • koffiebar = werkplek, individualistisch, gecontroleerd

Met het verdwijnen van de kroeg verdwijnt:

  • spontane ontmoeting
  • gemengde groepen
  • oefenen met diversiteit
  • omgaan met ongemak
  • het loslaten van jezelf

(2) Jongeren gebruiken koffiebars niet als vrije keuze, maar als copingmechanisme

Omdat de wereld:

  • duurder
  • vijandiger
  • competitiever
  • chaotischer
  • schermgerichter is geworden

…en omdat hun werkvormen dit gedrag afdwingen.


(3) De stad wordt een façade van productiviteit (Dublin extreme case)

De hippe koffiebar is geen symptoom van creativiteit, maar van:

  • economische stress
  • sociale fragmentatie
  • urban gentrificatie
  • verlies van publieke ruimte
  • identiteitsmanagement
  • vlucht in veilige omgevingen

7. Wat zegt dit over onze tijd?

Dat we leven in een samenleving waar:

  • economische incentives menselijk gedrag sturen
  • publieke ruimte wordt geprivatiseerd via consumptie
  • individualisering een rationele strategie is
  • sociale vaardigheden achteruitgaan
  • spontaniteit wordt vervangen door efficiency
  • techbedrijven stedelijke cultuur vormen
  • interactie wordt vervangen door co-working-consumptie

Met de kroeg als laatste relicten van een wereld waar:

  • frictie
  • toeval
  • diversiteit
  • oncomfortabele gesprekken
  • mislukkingen

…nog een plek hadden. In Dublin zie je wat er gebeurt als dat volledig verdwijnt.


Samenvatting met bronvermelding

In zijn artikel beschrijft Hans van Willigenburg hoe traditionele (bruine) kroegen in Nederlandse steden massaal verdwijnen en plaatsmaken voor koffiebars en hippe werkplekken. Waar cafés vroeger fungeerden als laagdrempelige ontmoetingsplek voor persoonlijke gesprekken, functioneren koffiezaken tegenwoordig vooral als stille werkruimtes waar bezoekers achter laptops zitten met oortjes in — een verschuiving van sociaal naar individualistisch gedrag. De auteur plaatst deze ontwikkeling in het licht van de ‘betekeniseconomie’, waarin maatschappelijke waarde (zoals sociale cohesie) wordt meegewogen, niet alleen financiële boekhouding. Wanneer dat perspectief wordt toegepast op horeca, zou het verdwijnen van kroegen kunnen worden gezien als een maatschappelijk verlies.

Filosoof Hans Schnitzler benadrukt dat de kroeg een soort sociale leerschool is, waar mensen via toevallige ontmoetingen sociale vaardigheden ontwikkelen. Zijn analyse sluit aan bij emeritus hoogleraar Gabriël van den Brink, die stelt dat morele vooruitgang niet ontstaat uit morele prediking, maar uit echte interacties met uiteenlopende mensen, waaronder degenen met wie men politiek of cultureel minder affiniteit voelt. In de kroeg vervalt morele zuiverheid en ontstaat contact over groepsgrenzen heen.

Volgens Van Willigenburg lijken vooral oudere generaties (“boomers”) deze waarde nog te herkennen. Jongere generaties vermijden de kroeg vaker uit veiligheids- of comfortoverwegingen, en organiseren hun sociale leven digitaal. Daardoor verdwijnt een ruimte waar morele en sociale diversiteit op natuurlijke wijze werd geoefend. Het gevolg is verdere fragmentatie, vereenzaming en morele homogeniteit, terwijl de betekenisvolle maatschappelijke functie van kroegen juist groot is.

De auteur suggereert dat, wanneer de logica van de betekeniseconomie serieus wordt genomen, kroegen niet alleen economisch maar ook maatschappelijk steun verdienen — omdat ze tonnen aan “maatschappelijke winst” opleveren, ondanks eventuele boekhoudkundige verliezen.

Conclusie: het verdwijnen van kroegen is meer dan horeca-economie; het raakt aan sociale cohesie, democratische omgangsvormen en de mogelijkheid om buiten de eigen bubbel te leren leven.


Bronvermelding

Van Willigenburg, H. (2025, 4 december). Steeds minder cafés, steeds meer koffiebars. Houden alleen boomers nog van de kroeg? HP/De Tijd.

Previous Post Next Post
@media print { /* Verberg alle ongewenste onderdelen */ header, .site-header, nav, .main-navigation, .sidebar, .site-sidebar, aside, footer, .site-footer, .widget-area, .breadcrumbs, .post-meta, .related-posts, .comments-area, .print-hide { display: none !important; height: 0 !important; margin: 0 !important; padding: 0 !important; overflow: hidden !important; } /* Verberg ook bepaalde vaste*