392 Hoe zou Ricardo in gesprek gaan met een bankier van nu?
Dat leek me een interessante vraag. Ricardo was zelf min of meer bankier en kapitalist zonder schroom. Ricardo heeft er geen oordeel over, hij analyseert puur vanuit zijn intellect wat het betekent om een unieke en schaarse bankvergunning te hebben die zorgt voor ‘gratis’ rendement. Een gemiddelde bankier snapt dat niet, die praat liever in termen van de burgers een dienst verlenen door hem krediet te verstrekken en dat hij daarvoor terecht een vergoeding mag verlangen. Ricardo ziet dat anders ….
Ricardo als de rationele denker die zijn logica rustig ontvouwt, en een hedendaagse bankier die zich verdedigt met het vocabulaire van efficiëntie en innovatie. Het gesprek laat precies zien hoe Ricardo’s inzichten over rente, schaarste en residuele waarde nog steeds opgaan — alleen is het land vervangen door krediet.
David Ricardo ontmoet de moderne bankier
Over grond, geld en de kunst van het innen zonder te ploegen
1. De ontmoeting
Ricardo: Meneer, u bent dus bankier. Men zegt dat u rijk bent zonder iets tastbaars te produceren. In mijn tijd heette dat grondbezit.
Bankier: Dat klinkt wat scherp. Wij creëren krediet, we brengen geld in omloop. Zonder banken geen investeringen, geen groei.
Ricardo: Dat zei de landeigenaar ook: zonder zijn land geen oogst. Toch werd niet hij moe, maar de boer.
2. Over de bron van rijkdom
Ricardo: In mijn analyse ontstaat rijkdom uit arbeid en productie. De grond levert slechts een kader — ze schept niets, maar laat anderen werken.
Bankier: En geld schept vertrouwen. Wij zetten spaargeld om in leningen.
Ricardo: Een mooie metafoor, maar onjuist. U leent niet wat u spaart — u schept geld door schuld te registreren. Dat is geen vertrouwen, dat is macht.
Bankier: Macht is een groot woord. Wij nemen risico, we dragen verantwoordelijkheid.
Ricardo: Precies wat de landeigenaren in mijn tijd zeiden, toen ze hun pacht verhoogden omdat de vraag naar graan toenam. De prijs van koren stijgt niet omdat de grond beter wordt, maar omdat u de toegang beperkt.
3. De residuele rente van het geld
Ricardo: Laat ik het eenvoudig stellen. In mijn tijd ontving de landeigenaar de residuele rente: wat overbleef na lonen en kosten. Nu ontvangt u die rente, niet over grond, maar over schuld.
Bankier: Maar dat is de prijs van geld. Zonder rente zou er geen prikkel zijn om te lenen of te sparen.
Ricardo: Rente is gerechtvaardigd zolang ze voortkomt uit schaarste in de natuur of uit risico in het werk. Maar uw rente komt uit schaarste die u zelf creëert. Dat is rente op monopolie, niet op arbeid.
Bankier: U vergeet dat wij stabiliteit garanderen.
Ricardo: Zoals de adel stabiliteit garandeerde zolang de boeren bleven ploegen.
4. Over waarde en eigendom
Ricardo: Stel dat u uw bankvergunning verliest. Uw hele fortuin verdwijnt, niet omdat de economie instort, maar omdat uw privilege vervalt.
Bankier: Wij opereren onder toezicht, hoor. Centrale banken bewaken het systeem.
Ricardo: In mijn tijd heette dat de Kroon. Dezelfde logica: macht die macht controleert, zolang het de eigen orde dient.
Bankier: Dus u ziet ons als moderne landeigenaren?
Ricardo: U bezit niet de grond, maar het recht om geld te maken. U ontvangt rente op de inspanning van anderen. Het verschil is slechts semantisch.
5. Over maatschappelijke grenzen
Bankier: U doet alsof wij niets bijdragen. Wij financieren woningen, bedrijven, innovatie.
Ricardo: En toch stijgen de prijzen sneller dan de lonen. Uw krediet vergroot de koopkracht, maar niet de productie. Dat noem ik onproductieve rente: inkomen dat groeit zonder arbeid.
Bankier: Maar dat is marktvraag. Mensen willen huizen, beleggers rendement. Wij leveren slechts de infrastructuur.
Ricardo: En zolang die vraag blijft, groeit uw winst vanzelf — net als de grondrente in mijn tijd. Tot het punt waarop de boer, of de burger, zijn pacht niet meer kan betalen. Dan volgt correctie, crisis, en een nieuwe ronde van macht.
6. Over de morele grens van efficiëntie
Bankier: U denkt te klassiek. Wij leven in een data-economie, met algoritmes en risicomodellen.
Ricardo: U bedoelt: u heeft de wiskunde ontdekt. Ik schreef al in woorden wat u nu in formules giet.
De essentie is dezelfde: u zoekt evenwicht tussen extractie en instandhouding.Bankier: Dat heet efficiëntie.
Ricardo: Dat heet optimale extractie. De kunst om net genoeg te nemen dat de bron niet sterft.
7. De afronding
Ricardo: In mijn tijd werd de grond als vanzelf in waarde hoger, hoe harder de boeren werkten. Nu groeit uw balans naarmate de schulden toenemen. De logica is identiek: het bezit van schaarste levert rente op oneindigheid.
Bankier: U heeft gelijk dat de structuur zichzelf versterkt. Maar wat zou u dan doen?
Ricardo: Eenvoudig:
- Belast de onproductieve rente, niet de arbeid.
- Splits de macht over geldschepping, zodat het publieke goed niet particulier wordt geëxploiteerd.
- En erken dat rijkdom niet voortkomt uit krediet, maar uit productie.
Bankier: Dat klinkt ouderwets.
Ricardo: Nee, dat klinkt tijdloos. De markt mag vrij zijn, maar haar bron mag niet in particuliere handen vallen.
Slot
Ricardo: U leeft van geld dat uit lucht wordt gecreëerd. De boeren van mijn tijd leefden van grond die zij niet bezaten. De namen zijn veranderd, maar de rente is gebleven.
Bankier: En toch ploegt men voort.
Ricardo: Tot de oogst mislukt.
Ricardo zou de bankvergunning analyseren zoals hij destijds de grondrente ontleedde: als een recht op schaarste dat inkomen oplevert zonder arbeid — en dus als structureel extractiemechanisme dat de productieve economie uitput.