388 Na Quesnay komt Adam Smith en die is nooit meer weg gegaan

Ik wil graag door naar de econoom Adam Smith. Vertel iets over deze persoon en zijn tijd, hoe hij tot zijn inzichten kwam, wat de belangrijkste inzichten zijn uit zijn boek Wealth of Nations. Waarom is deze persoon en zijn boek ex-post uitgegroeid tot de start van het vak economie? Heeft dat al te maken met wat later neo-klassieke economie zou gaan heten? In wezen zijn de inzichten van Smith tot op de dag van vandaag nog elke dag in de kranten te vinden. Analyseer ook het fenomeen dat uitspraken een eigen leven gaan leiden zoals ‘de onzichtbare hand’ die ervoor zorgt dat alles wel vanzelf goed komt en een overheid een stoorzender is. In zijn boek is juist veel waarschuwing te vinden over hoe het fout kan lopen omdat ondernemers voornamelijk naar winst en eigenbelang kijken. Vergelijk het maar met ‘greed is good’ die er ook ingaat als zoete koek. Dan nog een andere, de zogenaamde Smith-paradox, in zijn eerdere grote werk Theory of Moral Sentiments lijkt het of Smith compleet andere zienswijze heeft, maar bij goede bestudering gaat het om twee zijden van dezelfde medaille, helaas is dat boek door weinigen gelezen en wordt dus de Wealth of Nations niet helemaal juist begrepen (maar who cares, het gaat erom de boodschap voor je eigen verhaal in te zetten toch?).


Adam Smith is de spil waar de overgang van morele filosofie naar economische wetenschap om draait.
Wat jij scherp aanvoelt, is dat Smith niet alleen de vader van de economie is, maar ook het eerste slachtoffer van zijn eigen succes: zijn ideeën zijn gereduceerd tot slogans die het tegenovergestelde betekenen van wat hij eigenlijk schreef.

Adam Smith – de morele grondlegger van het economisch individualisme

1️⃣ De mens en zijn tijd

Adam Smith (1723–1790) leefde in het Schotland van de Verlichting, een tijd waarin wetenschap, rede en vooruitgang de oude orde van kerk en monarchie begonnen te verdringen. Hij was geen econoom in de moderne zin, maar filosoof — gevormd door ethiek, retorica en logica. Zijn eerste grote werk, The Theory of Moral Sentiments (1759), ging over de emotionele en morele natuur van de mens: waarom we elkaar helpen, waarom we rechtvaardigheid belangrijk vinden, en hoe medeleven (‘sympathy’) de samenleving bij elkaar houdt.

Pas later, na jaren observatie van handel, arbeid en industrie, schreef hij An Inquiry into the Nature and Causes of the Wealth of Nations (1776). Dat boek beschrijft niet wat mensen zouden moeten doen, maar hoe ze feitelijk handelen in een wereld waar markten, specialisatie en eigenbelang de nieuwe motoren van welvaart zijn.


2️⃣ De kern van zijn inzicht: arbeid, ruil en eigenbelang

Smith zag dat arbeidsdeling — het opdelen van werk in kleine, herhaalbare taken — de productiviteit explosief vergrootte. Zijn beroemdste voorbeeld is de speldenfabriek: tien arbeiders die ieder één stap doen, maken duizend spelden per dag, waar ze er alleen misschien twintig hadden gemaakt.
Zo ontstond rijkdom, niet door goud of land (zoals Quesnay dacht), maar door productieve arbeid en samenwerking.

Ruil en handel waren volgens Smith natuurlijk gevolg van de menselijke neiging om te “truck, barter and exchange”. En omdat mensen in eerste instantie hun eigenbelang nastreven, leidt dat via ruil tot welvaart voor allen — mits de regels eerlijk zijn en concurrentie bestaat.

“It is not from the benevolence of the butcher, the brewer, or the baker that we expect our dinner,
but from their regard to their own interest.”

Daarmee introduceerde Smith de logica van coördinatie zonder centraal plan: markten organiseren zichzelf via prijzen en prikkels, zolang niemand de boel verstoort.


3️⃣ De misverstanden: de onzichtbare hand en de mythe van de vrije markt

De beroemde metafoor van de “onzichtbare hand” komt in zijn boek slechts een paar keer voor — en nooit als algemene wet. Het was een beeldspraak: een manier om te zeggen dat het nastreven van eigenbelang onder bepaalde voorwaarden ook publieke welvaart kan opleveren. Maar Smith waarschuwde juist even vaak dat die voorwaarden zelden vervuld zijn.

Hij was buitengewoon argwanend tegenover ondernemers, zeker als ze onderling afspraken maakten:

“People of the same trade seldom meet together, even for merriment and diversion, but the conversation ends in a conspiracy against the public.”

Hij zag hoe kartels, monopolies en belangenverstrengeling de markt konden vervormen.
Zijn pleidooi voor vrijheid was dus geen neoliberaal “laat de markt alles oplossen”, maar een moreel en institutioneel betoog: markten werken alleen als er rechtvaardigheid, vertrouwen en toezicht bestaan.

De “onzichtbare hand” werd later door de 19e- en 20e-eeuwse economen, vooral in de VS, uitvergroot tot een dogma: de markt regelt alles vanzelf, de overheid moet zich er niet mee bemoeien. Zo werd een filosofisch beeld een ideologisch wapen.

Net als “greed is good” uit de film Wall Street (1987) werd Smith’s gedachte tot karikatuur van zichzelf:
waar hij waarschuwde voor het risico van winstbejag, werd hij het uithangbord van winst als deugd.


4️⃣ De Smith-paradox: morele mens versus rationele mens

Veel mensen zien een tegenstelling tussen zijn twee boeken: in The Theory of Moral Sentiments een mens met empathie, in Wealth of Nations een egoïstische marktdier. Dat is een misverstand. Voor Smith waren die twee kanten complementair:

  • Mensen hebben sympathie nodig om te kunnen samenleven;
  • maar ze handelen rationeel en eigenbelanggericht om te kunnen overleven.

Hij zag de economie niet als los systeem, maar als onderdeel van een morele orde. Economie zonder ethiek is als een machine zonder smeerolie: ze kan even draaien, maar loopt uiteindelijk vast.

Het probleem is dat zijn tweede boek wereldberoemd werd, terwijl zijn eerste boek nauwelijks gelezen werd. Daardoor raakte zijn morele raamwerk uit beeld — en bleef alleen de technische kant over, die later de basis werd van de neoklassieke economie: het idee van rationele individuen, concurrentie, en evenwicht door prijzen.


5️⃣ Waarom Smith ex post het startpunt werd

Smith had niet de ambitie om een nieuwe wetenschap te stichten, maar zijn manier van kijken — observeren, abstraheren, systematiseren — werd het prototype van de economische methode.
Zijn taal leende zich perfect voor de opkomende industriële tijd: arbeid, productie, handel, winst, groei.
Hij gaf het kapitalisme een rationeel moreel gezicht. Toen de 19e eeuw de landbouwmaatschappij inruilde voor fabrieken en steden, bleek Smith’s raamwerk flexibel genoeg om alles te verklaren:
van lonen tot prijzen, van handel tot belastingen. Dat verklaart waarom hij postuum werd uitgeroepen tot
de vader van de economie: zijn model leek universeel toepasbaar en bood legitimatie voor het systeem dat de macht al had overgenomen.


6️⃣ De hedendaagse echo

Tot op de dag van vandaag wordt Smith aangehaald in politieke debatten, beleidsnota’s en krantenkoppen. De uitspraak dat “de markt het beter weet dan de overheid” is de hedendaagse versie van de onzichtbare hand. Maar wie Smith echt leest, ziet vooral een ethisch waarschuwingsboek: een pleidooi voor eerlijke concurrentie, tegen monopolies, tegen vriendjeskapitalisme, en vóór een overheid die spelregels bewaakt.

Hij zou zich waarschijnlijk doodschrikken als hij zag hoe zijn woorden zijn omgebogen
tot rechtvaardiging van precies datgene waar hij voor waarschuwde.


7️⃣ Smith en jouw rode draad

In jouw systemische lezing past Smith perfect als overgangsfiguur tussen Quesnay’s agrarische orde en de moderne markteconomie:

  • Bij Quesnay lag de bron van waarde in grond; bij Smith in arbeid.
  • Waar Quesnay macht structureel accepteerde, wilde Smith macht temmen via vrije concurrentie.
  • Maar uiteindelijk creëerde ook Smith een nieuwe ideologie:
    het idee dat vrijheid vanzelf evenwicht brengt —
    een nieuwe “natuurlijke orde”, dit keer van de markt in plaats van de natuur.

De parallel met je thema optimale extractie is helder: Smith beschreef hoe individueel winstbejag maatschappelijk nut kan hebben, maar zag niet hoe het systeem dat winstbejag structureel zou maximaliseren — zolang het net niet tot instorting leidt.


Adam Smith schreef een moreel handboek dat later werd gelezen als een technisch voorschrift. De onzichtbare hand was nooit een natuurwet, maar een waarschuwing: als je alleen het eigenbelang loslaat, blijft er van de morele orde niets over.

Previous Post Next Post
@media print { /* Verberg alle ongewenste onderdelen */ header, .site-header, nav, .main-navigation, .sidebar, .site-sidebar, aside, footer, .site-footer, .widget-area, .breadcrumbs, .post-meta, .related-posts, .comments-area, .print-hide { display: none !important; height: 0 !important; margin: 0 !important; padding: 0 !important; overflow: hidden !important; } /* Verberg ook bepaalde vaste*