383 Quesnay 2.0: burgers als financiële boeren

Zou je een apart strakke redenering kunnen uitwerken langs de lijnen van Quesnay in moderne taal over banken en geldschepping? Dus dat de banken via hun systeem van wederzijdse schuldaanvaarding de spaargelden rondpompen en dat de banken zo het surplus steeds meer opsouperen en uitgeven aan luxe goederen oid? En dat de maatschappij daarmee wordt afgeroomd? Optimale extractie zoals deze als rode draad eerder naar voren kwam?


1️⃣ Quesnay’s logica nog even kort

In Quesnay’s model werkt de boer op andermans grond. Hij produceert voedsel en waarde. Daarvan:

  • gaat een deel naar zijn eigen onderhoud (eten, zaaigoed, gereedschap);
  • de rest — het nettoproduct — vloeit naar de grondeigenaar als pacht of rente.

Dat onderhoudsdeel is de minimale hoeveelheid waarmee de boer kan blijven bestaan en de productie in stand houdt. Te weinig onderhoud = de boer verhongert = systeem stort in. Te veel onderhoud = minder overschot voor de adel = lagere luxeconsumptie.


2️⃣ De moderne vertaling: burgers als financiële boeren

In de moderne economie werken burgers en bedrijven op de ‘grond’ van het geldsysteem.
Zij produceren goederen en diensten, maar om dat te doen hebben ze krediet, betaalinfrastructuur, hypotheken of bedrijfsleningen nodig. De banken zijn dus de houders van de productiefactor ‘geld’, zoals de adel de houders van grond waren.

Iedere burger betaalt (direct of indirect) rente:

  • via hypotheken en leningen;
  • via huur en prijzen waarin rente is verwerkt;
  • via belastingen waarmee de overheid haar eigen rente betaalt.

Die rentelast stroomt omhoog — dat is het nettoproduct van de financiële economie.


3️⃣ Wat is dan het “onderhoudsloon” van de moderne boer?

Het onderhoudsloon is dat deel van het inkomen dat burgers mogen houden om te blijven functioneren binnen het systeem — om te eten, wonen, werken, consumeren en hun schulden te blijven aflossen.

Met andere woorden:

Het onderhoudsloon van de moderne burger is zijn resterende koopkracht na betaling van rente, aflossing, belastingen en vaste lasten — net genoeg om productief te blijven en het systeem draaiend te houden.

Dat onderhoudsloon:

  • wordt niet door de bank betaald maar door de burger zelf gerealiseerd via arbeid;
  • wordt structureel begrensd door de stijgende financiële lasten;
  • is een ondergrens voor systeemstabiliteit: als het te laag wordt, stort de consumptie en dus de kredietstroom in.

4️⃣ De financiële kringloop (in Quesnay-termen)

Quesnay (18e eeuw)Moderne financiële economie
Grond = bron van rijkdomKrediet = bron van economische activiteit
Boeren bewerken grondBurgers en bedrijven werken met krediet
Boeren ontvangen onderhoudsloon (in natura)Burgers ontvangen loon uit arbeid (in geld)
Netto-product = pacht voor adelNetto-product = rente en winsten voor banken en beleggers
Adel consumeert luxe goederenFinanciële elite consumeert, investeert, speculeert
Slechte oogst → minder overschot → crisisSchuldencrisis → minder krediet → recessie

5️⃣ Hoe het afromen werkt

De kern is de asymmetrische circulatie:

  • Burgers creëren waarde via productie en arbeid.
  • Die waarde stroomt door het geldsysteem waarin banken krediet scheppen.
  • Bij elke ronde wordt een fractie afgeroomd in de vorm van rente, dividend en vermogenswinsten.
  • Wat overblijft is net genoeg om de “boer” in stand te houden: loon, basisconsumptie, beperkte spaarcapaciteit.

De banken hoeven dus niets uit te betalen aan de burger — ze bepalen impliciet wat hij mag overhouden door de prijs van krediet, huizen, belastingen en consumptie. Dat is het moderne onderhoudsloon: wat nodig is om te blijven meedoen.


6️⃣ De economische functie van dat minimum

Net als bij Quesnay geldt:

  • als de burgers te weinig overhouden, droogt de kringloop op (recessie, wanbetalingen, revolte);
  • als ze te veel overhouden, daalt de winst van de financiële sector en zoekt die nieuwe vormen van extractie (meer krediet, hogere huizenprijzen, nieuwe derivaten).

Het systeem stuurt zichzelf telkens terug naar een evenwicht waarbij de productieve klasse net genoeg heeft om door te gaan — maar niet genoeg om onafhankelijk te worden.


7️⃣ De conclusie in één zin

In Quesnay’s tijd mochten de boeren genoeg graan houden om te blijven ploegen; nu mogen burgers genoeg koopkracht behouden om te blijven lenen.


De logica van optimale extractie – van grond tot geld

Elke samenleving kent een klasse die toegang heeft tot de bron van waarde. In Quesnay’s tijd was dat de grond; nu is dat het geld. Wie die bron beheerst, leeft van de opbrengst van anderen: vroeger pacht, nu rente. En in beide gevallen geldt dezelfde wetmatigheid: de kunst van macht is de kunst van doseren.

1️⃣ De fysiocratische fase: de adel en de grond

De adel kon zijn rijkdom alleen behouden zolang de boeren bleven produceren. Pakte hij te veel van de oogst af, dan konden de boeren niet meer zaaien of zichzelf voeden — en stortte het systeem in.
Pakte hij te weinig, dan verloor hij luxe, status en controle. De adel leerde dus, bewust of instinctief, de optimale extractie: net genoeg laten leven om het overschot te blijven afromen. De boer ploegde voort — letterlijk en figuurlijk.

2️⃣ De financiële fase: de banken en het geld

Vandaag vervullen de banken diezelfde rol, maar met geld in plaats van grond. Zij beheren de toegang tot krediet en creëren schuld als product. De burgers zijn de moderne boeren: ze werken, consumeren, betalen rente en houden net genoeg over om te blijven draaien. Zolang ze vertrouwen hebben en blijven lenen, stroomt de waarde naar boven. Wordt de druk te groot — te hoge lasten, te veel schuld — dan stokt de circulatie en dreigt systeemcrisis. Dus ook hier geldt: niet maximaal uitpersen, maar optimaal melken.

3️⃣ De formule van macht

De logica is elegant en wreed tegelijk:

  • Neem zóveel dat de top rijker wordt,
  • maar laat zóveel over dat de basis blijft functioneren.
    Dat is de economische vorm van duurzame uitbuiting — een evenwicht tussen extractie en instandhouding.

Of zoals jij het eerder formuleerde:

“De boer mag blijven ploegen, de burger mag blijven lenen.”

Beiden produceren de stroom die de elite voedt. Te veel afroming leidt tot opstand of ineenstorting, te weinig tot verlies van macht. De optimale extractie ligt precies in dat spanningsveld — het stabiele evenwicht tussen afhankelijkheid en levensvatbaarheid.

4️⃣ De moderne signatuur

Waar de adel zijn overschot verteerde in kastelen, paarden en feesten, besteedt de financiële elite haar overschot aan luxe, speculatie en vermogensgroei. Het patroon is hetzelfde, alleen de rekeneenheid is veranderd. De grond is vervangen door schuld, de pacht door rente, maar de onderliggende dynamiek — waarde onttrekken zonder de bron te doden — is identiek.

5️⃣ De evolutionaire les

De economie leert niet van haar geschiedenis, maar herhaalt haar patronen in nieuwe vormen.
Het systeem dat zichzelf het meest stabiel weet te houden, is niet datgene dat het eerlijkst verdeelt,
maar datgene dat het langst weet te extraheren zonder dat de onderlaag instort. Dat is de onuitgesproken kern van onze tijd: financiële duurzaamheid betekent niet evenwicht, maar gecontroleerde uitputting.


💡 Kernzin voor je dossier:

De kunst van macht is niet nemen wat je kunt, maar nemen wat je kunt blijven nemen.

Previous Post Next Post
@media print { /* Verberg alle ongewenste onderdelen */ header, .site-header, nav, .main-navigation, .sidebar, .site-sidebar, aside, footer, .site-footer, .widget-area, .breadcrumbs, .post-meta, .related-posts, .comments-area, .print-hide { display: none !important; height: 0 !important; margin: 0 !important; padding: 0 !important; overflow: hidden !important; } /* Verberg ook bepaalde vaste*